1. Wat is economie?
1.1 Economie
2 delige definitie van economie
- = positieve wetenschap die samenleving bestudeert als samenspel van keuzes van
mensen
- = ook normatieve wetenschap die uitkomsten van dat samenspel evalueert in
termen van welvaart en, indien nodig, beleidsvoorstellen doet ter bijsturen
Economie (‘economics’) versus de economie (‘the economy’)
- ‘economics’ = economie als wetenschap
- ‘the economy’ = het economisch gebeuren dat economen-wetenschappers
bestuderen
● bv: handel tss EU en China
● bv: Gezinnen op vakantie
- Eco als wetenschap is dus de specifieke invalshoek waarmee economen de eco
bestuderen
Studieonderwerp van economie:
- in enge zin: “economics is the study of the economy”
● bestudeert economische werkelijkheid
● bv: consumptie van gezinnen, productie van ondernemingen, bestuderen van
prijsveranderingen, prijsniveaus (door verandering arbeid, kapitaal…)
● → maar veel zeggen dat de definitie te ‘eng’/smal is
- in brede zin: "Economics is what economists do”
● omvat alles wat economen bestuderen → ruimer
● de economie (consumptie, productie, inflatie, groei…)
● Gary Becker (1930-2014): kreeg nobelprijs in 1992 omdat hij de economische
invalshoek ook toepaste op discriminatie, onderwijs, criminaliteit en
vruchtbaarheid
○ Becker heeft eco gezien als iets meer: alle inhouden van samenleving
kan je met een economische bril gaan bekijken
⇒ verschil tss economen & andere sociale wetenschappers = niet studieonderwerp, WEL
invalshoek
Niet zozeer het onderwerp, maar de specifieke invalshoek bepaalt de essentie van
economie als wetenschap
Andere definities van economie
- = wetenschap die menselijk gedrag bestudeert als spanning tussen doeleinden
enerzijds en schaarse middelen anderzijds
- uit positief wetenschappelijke invalshoek: wetenschap die samenleving als samenspel
van menselijke keuzes bekijkt waarin actie, reactie en interactie van belang zijn nodig
, - uit normatieve invalshoek: wetenschap die de economische uitkomsten die
voortvloeien uit samenspel van menselijke keuzes evalueert in termen van welvaart
en die ook onderzoekt hoe we die welvaart (Marshall) kunnen verhogen via
maatschappelijke keuzes, zoals coördinatie (regels)
1.2 Positieve wetenschap van keuzes - Rationale keuze als basis van het
gedragsmodel
1.2.1 Economische agenten
- = personen/ondernemingen/overheden/instellingen die beslissingen nemen
betreffende economische activiteiten = beslissingsnemers
- keuze van economische agenten, gebaseerd op voorkeuren en beperkingen, staat
centraal in economie als wetenschap
(5 soorten eco agenten, wij gebruiken er 3), keuzes gemaakt door:
● gezinnen
○ bv: student: wat zal ik deze week eten in Leuven?
● overheid
○ bv: regels bij regering (zoals meer/minder belastingen), hoeveel blauw op straat?
● ondernemingen
○ bv: hoe zal ik mijn product maken?
2 andere eco agenten
- financiële instellingen (banken als tussenkomst)
- buitenland (geglobaliseerde wereld)
Gezinnen
- economische activiteiten: aankopen van goederen en diensten van ondernemingen
op outputmarkten
- aankopen gerealiseerd door inkomen:
● gekregen door hun arbeid aan te bieden aan ondernemingen op
arbeidsmarkt
● op financiële instellingen door spaargeld ter beschikking te stellen (intrest)
- rationeel keuzegedrag: voor een nutsmaximaliserend gezin bestaat de
nevenvoorwaarde erin dat het gezin niet meer kan aankopen (en dus consumeren)
dan wat het gezinsinkomen toelaat, gegeven de prijzen van verschillende goederen
Ondernemingen
- = juridische eenheden die het productieproces organiseren
- voorkeur (voor veel) ondernemingen: winstmaximalisatie → rationeel keuzegedrag
● heeft min. hvlheid inputs nodig om bepaalde hvlheid output te produceren
● Dividend = aandeel van winst van onderneming → zo aandeelhouders blij
houden
● opmerking: geen winstmaximalisatie bij vzw’s
- vaak automatiseren: door hoge loonkost in B: minder in arbeid → meer investeren in
kapitaal (gebouwen, machines…)
- beslissingen uit ondernemingen = rationaal (zie def rationale keuze = beste keuze)
, ● bv: geld geven aan goed doel → jij denkt dat dat het beste is (omdat het je
een goed gevoel geeft)
(fysiek) kapitaal = gebouwen, machines (hierover spreken we altijd bij kapitaal)
financieel kapitaal = bv: gelddeposito’s, obligaties, aandelen
menselijk kapitaal = bv: vakkennis
Overheid heeft ook beperkingen, bv: budgetten
- Verdeling van budget over verschillende domeinen (studies doen op voorhand om zo
goede keuze te maken)
- Overheid → verkiezen
- Bv: investeren in fietssnelwegen
Zowel gezinnen als ondernemingen als financiële instellingen gaan ook onderlinge goederen en
diensten leveren
Economische kringloop
- interactie tss gezinnen, financiële instellingen en ondernemingen
1.2.2 Het rationele-keuzemodel
Economische agent (homo economicus) maakt rationele keuze
- de beste keuze volgens zijn/haar voorkeuren
- uit de mogelijke keuzes (bepaald door zijn/haar beperkingen, bv: budgetbeperking)
Rationaliteit
- gaat niet over de inhoud van de voorkeuren; rationeel ≠ egoïstisch
● keuzes gebeuren NIET altijd vanuit materieel eigenbelang
● mens kan ook zeer altruïstisch (menslievend) zijn of misantropisch (mensenhaat)
- <> inzichten uit psychologie (behavioral economics)
● Wrm soms irrationeel handelen? Bv: groepsdruk
- Ander misverstand: rationaliteit gaat steeds uit van perfecte informatie
● FOUT: soms is het verzamelen van info bij sommige producten erg duur, dan
kan het zijn dat men zich niet of amper zal informeren en zal men dus obv
imperfecte info toch een keuze maken
● soms ook spontane en bijna automatische keuzes obv gewoonten
(aangeleerd) of respecteren afspraken/sociale normen zonder erbij stil te
staan
- Maar sommige beslissingen hebben collectieve aspecten
● bv: afspraken gezin
, ● bv: overheidsbeslissingen via complex proces van verkiezingen
Invalshoek van eco wetenschap is dat dergelijke collectieve beslissingen uiteindelijk de
uitkomst zijn van samenspel van individuele beslissingen waarop RK model is toegepast
Eenvoudigste rationele-keuzemodel veronderstelt dat
- mensen enkel materieel eigenbelang nastreven
- ze perfect geïnformeerd zijn
- geen beslissingsfouten maken
- collectieve beslissingen geanalyseerd kunnen w alsof het beslissingen zijn die door 1
individu w genomen (beslissingen van individuen staan centraal)
⇔ die (vaak onrealistische) veronderstellingen zijn niet essentieel voor economische
benadering
- betekent niet perse dat het model slecht zou werken
⇒ in eco is het essentieel om te weten in welke omstandigheden bepaalde
veronderstellingen al dan niet werken om een economisch fenomeen bij benadering te
kunnen begrijpen en voorspellen
⇒ concept van evenwicht
1.2.2.1 Concept van evenwicht
- Individueel evenwicht: rationele eco agent zal als die zijn eigen situatie kan
verbeteren, dit doen obv het gedrag dat hem het beste resultaat oplevert
- Globaal evenwicht: niemand van betrokken eco agenten kan eigen situatie nog
verbeteren, gegeven het gedrag van de anderen (iedereen in individueel evenwicht)
● door een keuzewijziging kunnen ze hun situatie niet meer verbeteren
● bv: wachtrijen in een supermarkt gaan even lang zijn
bv: ondernemingen interageren met elkaar in economisch gebeuren, bv: prijs product dalen
→ concurrent zal volgen (prijzenoorlog, p37 HB)
bv: overheden interageren soms ook met elkaar op internationaal vlak (G7 wilt
minimumtarief, p38)
Model, voorspelling en data essentieel
- model stelt ons in staat om voorspellingen te maken, bv: gedragsvoorspellingen
→ zijn zeer belangrijk om goed beleid te voeren
- hiervoor heb je data nodig: data = belangrijk om model te bevestigen/bij te sturen/ te
verwerpen
- descriptief (omschrijving) van de realiteit: positief luik van eco: ‘Hoe zit het nu?’ met
de economie → we zijn zeer beschrijvend
1.3 Normatieve evaluatie en bijsturing
- = 'Wat vinden we van een bepaalde uitkomst?’/ 'Wat moeten we hier nu van denken?’
Naast het bestuderen van keuze → ook evaluatie en eventuele bijsturing van uitkomst
(evenwicht) is essentieel:
- is deze uitkomst ‘goed’? Zo nee, hoe kunnen we ‘beter’ doen?
, - voor evaluatie en bijsturing moeten we weten wat ‘goed’, ‘beter’ en ‘best’ is
(prescriptief/normatief), dwz: wat is welvaart?
Bv: ongelijkheid in België (hoe inkomens verdeeld zijn)
- Positieve luik: "Moeten we dat gaan bijsturen?”
- Normatieve luik: oordeel van de mensen: te hoge/lage ongelijkheid
1.3.1 Normatieve invalshoek
- = stelt dat economie ook de wetenschap van evaluatie en economisch beleid is
- = “economie is de wetenschap die de uitkomsten van dit samenspel evalueert in
termen van welvaart, en indien nodig, beleidsvoorstellen doet ter bijsturing”
Wat bedoelen economen met welvaart?
- meeste economen beoordelen uitkomsten (of evenwichten) in maatschappij obv
welvaart
- welvaart = mate waarin haar leden hun behoeften bevredigd zien
● hoe ‘gezond’ een bedrijf/hoe onkreukbaar de overheid is enkel van belang als
dat onrechtstreeks bijdraagt aan welvaart van mensen
1.3.2 Pareto
Pareto-efficiëntie (p41 HB)
- = maatschappelijke uitkomst waarbij het onmogelijk is een Pareto-verbetering door te
voeren dwz een wijziging waarbij de welvaart van ten minste 1 individu toeneemt,
zonder dat de welvaart van ten minste 1 ander individu afneemt
Pareto principe
Minimaal veronderstellen economen het Pareto principe:
- = als we minstens 1 iemand beter af kunnen maken (welvaart verhogen) zonder
anderen slechter af te maken dan is het een verbetering (vanuit maatschappelijk
oogpunt)
● Minimaal omdat Pareto geen uitspraken kan doen over (her)verdeling;
bijkomende ethische principes nodig (want Pareto geeft geen antwoord)
● Bv: 1000 euro ongelijk verdelen over mensen = ook Pareto-efficiënt
➢ als alles uitgedeeld is, kan je niet nog meer Pareto doen, want dan moet je bij
iemand geld afpakken en dat is niet meer Pareto-efficiënt (iemand wordt
slechter)
- Wnr Pareto-verbeteringen mogelijk zijn, maar we die niet realiseren, dan verspillen we
‘middelen’ → = inefficiënt
Beperkingen Pareto
, - je kan niet kiezen tss 2 overblijvende verdelingen: er is altijd een persoon die wint of
verliest
- geen optimalisatie van welvaart: maatschappij is bereid om stuk van totale welvaart op
te geven om perfect gelijke verdeling te bekomen
- niet alle toestanden kunnen met elkaar vergeleken worden
1.3.3 Welvaartsevaluatie
- = noodzakelijk, maar niet voldoende om beleid te voeren
- zelfs als we weten welk gedrag maatschappelijk wenselijk is, moet de maatschappij
mensen ook motiveren om dat gedrag te kiezen → het geeft de juiste prikkels (of
incentieven) om wenselijk gedrag te stellen
Gedragsreactie van economische agenten w bepaald door eigen visie op wat voor henzelf
belangrijk is, en niet door wat overheid of werkgever als optimaal beschouwt voor de
samenleving of voor het bedrijf
1.4 Is economie een exacte wetenschap?
1.4.1 Hoe bouwt een exacte wetenschap kennis op?
Het model van de vrije val doorheen de tijd:
- Aristoteles (384-322): zwaardere voorwerpen vallen sneller
- Galileo Galilei (1564-1642): gedachte-experiment
- Simon Stevin (1548-1620): experimenten met loden bollen
- Formule (luchtledige): t = √2ℎ/𝑔, dus onafhankelijk van m
De wetenschappelijke methode is gebaseerd op
- model (op basis van assumpties) en theoretische voorspelling
- observatie en eventueel falsificatie (weerlegging) van het model
➔ formule zorgt voor voorspelbaarheid
● assumpties = veronderstelling
● falsificatie = mogelijkheid om tegenbewijs te vinden voor bepaalde theorie
Past economie deze wetenschappelijke methode toe?
→ sommigen zeggen van wel, andere niet
→ veel economen doen dat → economie kan dus als een exacte wetenschap beschouwd
→ maar niet alle economen zijn het ermee eens dat eco een exacte wetenschap is
1.4.2 Uiteenlopende visies binnen economie
“Yes, Economics is a Science,” Ray Chetty, New York Times, October 20, 2013
- Economen gaan, zoals natuurkundigen, te werk om economische wetten op te
stellen, te toetsen en, indien nodig, aan te passen
“Maybe Economics Is A Science, But Many Economists Are Not Scientists,” Paul Krugman,
New York Times, October 21, 2013
- De wetenschappelijke benadering is mogelijk in economie, maar heel wat economen
geloven blind in hun theoretische modellen
,“Economics: Art or Science or Who Cares,” Deirdre McCloskey
- Economie is geen exacte wetenschap, maar de kunst van het overtuigen op basis
van logica, feiten, intuïtie, retoriek, etc.
1.5 Samenvatting
*Economie is de wetenschap die
- de keuzes van (rationele) economische agenten (gezinnen, bedrijven en overheid)
en hun interacties bestudeert,
- de resulterende maatschappelijk uitkomst evalueert en indien nodig, voorstellen
doet ter bijsturing
● Bv: overheid verhoogt arbeidsbelasting → mensen gaan minder werken →
minder consumeren …
*Economie is zowel een positieve als normatieve wetenschap
*Pareto is te beperkend
2. Hoe welvarend zijn we?
→ we hebben een meetinstrument nodig om welvaart te meten
2.1 Consumptie
Welvaart
- = mate waarin hun behoefte bevredigd worden
- = hangt af van de behoeftebevrediging van haar leden (via consumptie) in
maatschappij met de beschikbare middelen
➢ economen benoemen die bevrediging de consumptie
➢ consumptie vaak in gezinsverband, MAAR consument ≠ gezin
● ook overheden en bedrijven zijn consument, bv: elektriciteit
Hoe consumeren?
, - om te consumeren hebben we een inkomen nodig
- vaak wordt niet het volledige inkomen geconsumeerd:
● niet-geconsumeerd deel van het inkomen is sparen (op einde van maand)
● sparen = 'uitgestelde' consumptie
○ sparen = laten toenemen van vermogen, bv: niet alleen op
zichtrekening/spaarrekening, maar ook op termijnrekeningen,
aandelen, obligaties
Consumere (Latijns)
- = ‘verteren, vernietigen, verkwisten’, maar niet alle goederen w vernietigd op het
moment zelf
● duurzame goederen zoals kleding, auto, pc, meubelen… → voor een
langere tijd gebruiken, nu en later consumeren
● bv: een auto heeft zowel consumptie- als spaarcomponent
○ oude auto kan je verkopen → stukje liquide middelen kan je nadien
terug consumeren
○ = liquide middelen vastzetten om enkele jaren later terug te gebruiken
(door bv: verkoop auto)
2.2 Productie
Producere
- = ‘voortbrengen, grootbrengen’
Productie omvat alle activiteiten waardoor
- goederen en diensten tot stand worden gebracht, en
● B: vooral dienstensector als economische activiteiten: productie van diensten,
bv: banken en verzekeringen, gezondheidszorg, consulting…
- op de gepaste tijd en plaats ter beschikking worden gesteld
● bv: online bestellen → minder plaats en tijdsgebonden
● bv: direct in leuven iets kopen → harder plaats en tijdsgebonden
➢ productieproces zet inputs om in output
● bv: broodjeszaak produceert belegde broodjes en heeft hiervoor inputs nodig
(zo
● doel: waarde van output meer gaat zijn dan waarde van input
● meerwaarde die gecreëerd wordt bovenop die inputs
Inputs worden onderverdeeld in…
- Lopende inputs, bv: grondstoffen en hulpstoffen
● alles wat in broodjes zitten, bv: beleg & groentjes (grondstoffen) + zaken die
gebruikt worden maar niet in broodje zitten = hulpstoffen (bv: elektriciteit)
- Productiefactoren, bv: arbeid (mensen) & kapitaal (= kapitaalgoederen <> financieel
kapitaal) en land
● kapitaalgoederen; alle grote investeringen in vrachtwagens, magazijn,
● ‘menselijk kapitaal’ (bij kapitaalgoederen), bv: vakkennis uitbater, kennis en kunde
verhogen
, ○ bv: broodjeszaak = bakker, of opleidingen voor personeel
- waarde van output is niet makkelijk te bepalen
- bv: boswachter → waarde wordt niet verhandeld op markt → moeilijk waarde te
bepalen
2.3 Toegevoegde waarde
Het productieproces zorgt voor een ‘verbetering’:
- waarde broodje is groter dan waarde van lopende inputs
- bruto-toegevoegde waarde = waarde die arbeid en kapitaal aan lopende inputs
toevoegen
- Netto-toegevoegde waarde = bruto-toegevoegde waarde ‘-’ (zonder) de depreciatie
● Slijtage van kapitaalgoederen = depreciatie = afschrijving
- output - lopende inputs - afschrijving = toegevoegde waarde gecreëerd →
gebruikt vr vergoeding productiefactoren (inkomen uit arbeid (zelf werken) of
inkomen uit kapitaal (bv: aandelen, huur)
Netto-toegevoegde waarde
- = wat productiefactoren (arbeid en kapitaal) hebben toegevoegd
- kunnen we gebruiken om eigenaars van productiefactoren te vergoeding
● productiefactoren arbeid & kapitaal → hebben eigenaars
● eigenaar v arbeid = persoon die daar werkt en tijd ter beschikking heeft
gesteld
● eigenaar v kapitaalgoederen = eigenaar van OND, eigenaar broodjeszaak
○ kan zeldfe zijn als diegene die daar werkt, maar ku ook verschillende
personen zijn (eigenaar van OND werkt soms niet in die OND)
- wordt gebruikt als vergoeding voor eigenaars v productiefactoren ⇒ = inkomen
waarde broodje = €3
*€2 voor prijzen grondstoffen en hulpstoffen
*bruto-toegevoegde waarde = €3 - €2 = €1
→ met die €1 vergoeding slijtage (= 40 cent)
→ 60 cent over ⇒ toegevoegde waarde omdat er in
productieproces door toevoeging v productiefactoren aan
lopende inputs → toegevoegde waarde gecreëerd → 60
cent uitgekeerd als vergoeding
*60 cent als beloninig voor het feit dat iemand
geïnvesteerd heeft in kapitaalgoederen = vergoeding voor
eigenaar kapitaalgoed
, 2.3.1 Toegevoegde waarde en inkomen
Netto-toegevoegde waarde die gecreëerd wordt
- = vergoeding voor uitbater (eigenaars van arbeid, kapitaal)
● dus inkomen uit arbeid & inkomen uit kapitaal
- vergoeden productiefactoren
2.3.1.1 Cruciale identiteit tussen inkomen en toegevoegde waarde
- indien uitbater = eigenaar kapitaal => 0.6 euro verdiend / broodje
- Indien uitbater ≠ eigenaar kapitaal, dan opsplitsing:
● loon als vergoeding voor uitbater (en, eventueel, werknemers)
● huur, intrest of dividend (winstuitkering) voor eigenaar kapitaal
Vb: broodjeszaak uitbreidbaar tot de gehele economie, maar: intermediaire versus finale
goederen (zaad-graan-meel- brood)
- input = bv: meel
- bakker verkoopt brood
- producent van meel → output = meel en input = graan & ook daar toegevoegde
waarde gecreëerd
- eco = vaak aaneenschakeling van bedrijven waarin telkens toegevoegde waarde
wordt gecreëerd
2.3.1.2 bbp = bruto binnenlands product
- = som van alle toegevoegde waardes (≈ inkomens) voor bepaalde regio in
bepaalde periode (door productie)
● als er geen tijdsindicatie is, dan per 1 jaar
● = dus een indicatie van totale inkomen dat gegenereerd w als inkomen in
België
- = marktwaarde van alle finale goederen en diensten (zie H18)
● finaal goed = bv: brood bij bakker, belegde broodjes
● intermediaire goederen = niet finaal goed, maar wordt bij ander bedrijf verder
afgewerkt
● verschil tss finaal & intermediair goed niet altijd duidelijk
○ bv: tomaat in winkel → finaal
○ bv: tomaat naar fabriek voor in te blikken → intermediair goed
- meet de grootte van een economie / economische activiteit
● in B: niet zo heel groot bbp, want niet zo groot land
● grootste economie → VS (economische activiteit)
2.4 Bbp als maatstaf van welvaart
Welvaart → wordt (voor een groot deel) bepaald door het inkomen
Bbp
- = als som van toegevoegde waardes, ruwe indicator van totale inkomen in bv: een
land
- bbp per capita = ruwe indicator voor gemiddelde inkomen (per inwoners, dus ook
kids)
Doorheen tijd ‘kijk op welvaart’