WAT IS QCONTA? Kwalitatieve
=> inhadsanalyse
Als je in de literatuur over QCA leest, gaat het meestal over Qualitative Content Analysis.
Een methode die als doel heeft een fenomeen op een betrouwbare 5 (hier betrekking op de
repliceerbaarheid) manier te beschrijven in al zijn dimensies en kenmerken door categorieën te
identificeren in tekstuele data op basis van een systematisch codeerproces .
In QContA weerspiegelen categorieën meer manifeste betekenis in de data.
In Thematic Analysis gaan we ook beschrijven, maar meer focussen op latente betekenissen en
relaties tussen abstracte categorieën.
Grounded Theory gaat verder dan beschrijven door het ontwikkelen van een verklaringsmodel
of diepgaand begrip van een fenomeen.
Focus QCA is ontwikkeld vanuit een post-positivistisch denkkader.
Een QCA gaat net zoals een TA een fenomeen te beschrijven. QCA wordt heel sterk ingevuld vanuit een
post-positivistisch paradigma, en lijk dus ook op Boyatzis’ benadering van TA.
We gaan opnieuw categorieën gebruiken voor codes. Identificeren wijst op jij die als onderzoeker in de
realiteit dingen kunnen zien zoals ze zijn. We doen dit obv een systematisch codeerproces.
We gaan hier de meest systematische manier van coderen voorgeschoteld krijgen.
Verschillen:
- QCA en Boytazis’ benadering van TA: soms niet altijd heel scherp. Maar een QCA gaat nog meer
focussen op manifeste betekenis. Dus betekenis is data die vrij voor de hand liggend is. Hoe meer
je naar latente betekenis gaat hoe meer je naar subjectieve interpretatie gaat, hoe minder
waarschijnlijk het is dat verschillende mensen die data op dezelfde manier gaan coderen.
o QCA gaat nog meer focussen op heel concrete onderzoeksvragen.
o Betrouwbaarheid van coderen wordt hier nog belangrijker en ook iets dat je moet
kunnen vaststellen door de ‘intercoder reliability coëfficiënt’ CAPA coefficient.
o Verschil zit meer in gradaties dan absoluut groot verschil.
- QCA en Grounded Theory
o Qca wilt beschrijven en grounded theory wil meer dan dat, diepgaan tot probleem.
WAT IS QCONTA?
Ontwikkelen van een nieuw of uittesten van een bestaand ‘codeerschema ’ is een centrale
doelstelling.
o Codeerschema ontwikkelen of testen is een van de belangrijkste doelen. Codeerschema
kan je vergelijken met het codeboek van boyatzis. Maar het testen van zo een
, codeerschema in een andere context wordt gezien als een belangrijk ding op zich. Er
wordt hier dus heel veel aandacht aan gegeven
Ideaal om een onontgonnen domein te bestuderen of als opstap voor eventuele verdere
analyses op basis van bv. Thematic Analysis of Grounded Theory.
o Voor analyse voor surveydesign. Als eerste opstap om nadien voor grounded theory.
Je onderzoeksvragen worden vastgelegd voor je data verzamelt en gaan heel sterk je focus
tijdens de analyse sturen (≠ GT).
o Bij QCA ga je vaak je cruciale onderzoeksvragen of steeproef op voorhand vastleggen en
worden niet aangepast.
HOE DOE JE EE N Q CONTA?
1.Onderzoeksvragen ( OV) uitschrijven
2.Steekproef en richtinggevende categorieën (op
basis van OV) opstellen
3.Data verzamelen
4.Kennismaken met de data
5.Open coderen (initiële codeer fase)
6.Categorieën ontwikkelen ( → codeboom )
7.Codeerschema ontwikkelen
8.Trial coding
9.Alle data coderen
10.Resultaten uitschrijven
1. ONDERZOEKSVRAGEN UITSCHRIJVEN
Onderzoeksvragen
•Open, specifieke vragen die peilen naar rijke beschrijving : je kan ze niet beantwoorden met ja/nee.
Maar heel concreet en specifiek.
→Ervaringen, gedrag en percep es
→Dagdagelijkse fenomenen
→Héél geschikt voor exploratief onderzoek/nieuwe theoretische context
, •Bv : Hoe hebben kansarme ouders thuisonderwijs ervaren tijdens de eerste Covid lockdown?
→Welke uitdagingen hebben kansarme ouders ervaren?
→Hoe gingen ze om met deze uitdagingen?
→Wat zijn de hulpbronnen waarvan kansarme ouders gebruik maakten?
•Data = interview transcripts .
ONDERZOEKSVRAGEN VAN TOEPASSING OP VERSCHILLENDE SOORTEN DATA
QCA is heel flexibel, bv een klassieke studie:
•OV: Welke waarden worden door cartoons uitgedragen?
→Data = Cartoons: ‘ Li le Orphan Annie ’ (1924 – 1968)
1.Wie zijn Annie's (de hoofdpersoon van een Amerikaanse krantencartoon) vrienden en vijanden?
2.Wie van de vijanden raakt gewond of gedood?
3.Wat zijn de doelen die Annie en haar vrienden goedkeuren?
4.Hoe gaan die personages hun doel(en) bereiken?
Deze specifieke kwalitatieve inhoudsanalyse toonde aan dat de cartoonist duidelijk voorstander was
van een conservatief, Christelijk middenklasse -ideaal; iets dat via illustraties en tekst werd overgebracht.
Shannon, L. W. (1954). The opinions of Little Orphan Annie and her
friends . Public Opinion Quarterly , 18(2), 169 -179.