THEORIE EN TOEPASSINGEN
3 grote doelstellingen
1. Basiskennis van C)DA + relatie tov andere methodes
2. Inzicht in filosofisch paradigma achter methode
3. Van theorie naar praktijk
1. Inleiding
Discours en discoursanalyse
Geen eenduidige definitie, die gelinkt kan worden aan discoursanalyse.
Verschillende benaderingen (meer dan 300) (Ex: link paradigma?)
o Geen pasklare methodologische toolbox itt tot surveys of surveygroepen, meer
cyclisch van aard.
o Geworteld in een specifiek filosofisch en theoretisch kader
o Wij bakenen al af naar sociaal constructivistische discoursanalysis en daarbinnen nog
is focussen op critical discourse analysis.
o Maar laat je wel toe om neutraal objectief dieper te gaan. Je pakt de bredere context
ook mee.
Vandaag: sociaal constructivistische benaderingen
o Discourstheoretische analyse (DT)
o Discursive Psychology (DP)
o Critical Discourse Analysis (CDA) (Soc Constr + Krit Theorie)
Basisdefinitie van discours hoe iemand spreekt. Maar het gaat ook over belangen,
machtsverhoudingen, wie wilt er dominant zijn, wie zijn mening wordt naar voor geduwd en
omgekeerd.
CDA: wat?
o = Systematische, taalkundige analyse van discours in zijn maatschappelijke context
(brede discursieve praktijken en sociale, economische en politieke processen)
o Tekst = empirische manifestatie van een onderliggende discours
Taal ≠ neutraal dmv taal altijd een specifieke werkelijkheid construeren
o Onderzoek rond maatschappelijke kwesties of vragen over macht en ideologie
gedreven door een kritische houding van de onderzoeker
CDA evolutie
o Eind jaren ’80: interdisciplinaire Europese school voor discourstudies
o Populair vanaf midden jaren 2000 populariteit groeide gestaag
o Onlangs twijfel over label kritische discoursanalyse misschien beter: kritische
discoursstudies
Nieuwe label Critical Discourse Studies = een brede groep van 'variërende
benaderingen, elk met onderscheidende, maar ook overlappende methoden
o 1 van de belangrijkste kenmerken van sociaal-constructivistische benaderingen van
discoursanalyse
1
, Overvloed aan benaderingen die verband houden met kritische
discoursstudies allemaal inherent bepaald door een kritische houding
Daarom Critical Discourse Studies meer beschouwen als een interdisciplinaire en
heterogene school, paradigma of onderzoekhouding
2. Discours en discoursanalyse
Discours (Schiffrin) onderscheidt 3 categorieën
o Alles buiten de zin
o Taalgebruik
o Een breder scala aan sociale praktijken, waaronder niet-linguïstische en niet-
specifieke gevallen van taal
Combinatie van deze 3 categorieën vormt de algemene definitie van van
Jørgensen & Phillips, 2002
Een discours is… (Jørgensen & Phillips, 2002)
o [abstract] een specifieke manier om (een deelaspect van) de wereld voor te stellen
en te begrijpen
o [concreet] taalgebruik als een sociale praktijk
Een discours is een (sociaal gedeelde) verzameling van ideeën, uitspraken, beelden, … met
betrekking tot een specifiek onderwerp, maw ‘a group of statements’
o Bv: rode duivels: 10 jaar geleden gouden generatie,.. maar wat je merkt over eender
wat het gaat dat er een soort groep van statements is en bepaalde statements
komen altijd terug.
Een discours is een representatie van de wereld die zowel … als …
o een specifieke realiteit reflecteert
o een specifieke realiteit actief construeert door betekenissen toe te kennen (aan
realiteit, identiteiten, sociale relaties, …)
je doet dit steeds met een bepaalde motivatie
Taal gebruikt met een intentie/doel: kan op een expliciete manier, maar ook
impliciet (mensen verbergen ware bedoelingen), welke taal hebben ze gebruik en
welke werkelijkheid hebben ze daarmee gecreëerd?
Taal ≠ neutraal (bv. terrorist en vrijheidsstreider)
Taal = instrument om betekenis over te dragen, ook symbolisch en constitutief
Bv: terrorist/vrijheidsstrijder, je creëert andere realiteiten.
Taal als code (positivisme)
o Taal labelt ‘pre-existing’ realiteit
o Taal is transmissie tussen zender en ontvanger
o Taal is instrumenteel
o Het feit dat we elkaar begrijpen, betekent dat we dezelfde code delen.
Taal als discours (sociaal constructivisme)
o Taal construeert realiteit door deze te benoemen
o Taal is realiteitsconstructie door betekenis toe te kennen
2
, o Taal is instrumenteel én symbolisch
o Assumptie is dat alles wat we zien heeft betekenis, en betekenis zit al in voorwerp
zelf. Het enigste wat we doen met taal is zoeken naar juiste etiketje om te plakken
op stoel, bord…
o Wij geven betekenis aan de realiteit door onze keuze van taal.
o BBQ, mensen worden uitgenodigd. Kalfje willy komt. Door dat de doen creëeren ze
heel andere realiteit, bij wijze van spreken bijna een persoon die ook gevoelens
heeft. Veel mensen haken nu of bij BBQ.
o Trump die berg in Alaska hernoemt. Of golf van mexico benoemen als golf van
Amerika, waarom die keuze? Dit onderzoekt discoursanalyse. MAGA: dit doet hij
letterlijk door Amerika groter te maken.
Interdisciplinaire stroming (eind 1960 - begin 1970): linguïstiek, antropologie, sociologie,
psychologie, …
o geen pasklare methodologische toolbox
o verschillende (abstracte) terminologie
Discoursanalyse: wat ze gemeenschappelijk hebben patronen in weergave en
interpretatie van de werkelijkheid
Discoursanalyse:
“Analysis of relationships between concrete language use and the wider social and cultural
structures”
Relaties, patronen die samenhangen en politieke, economische ideologische structuren.
Kwalitatieve onderzoekstechniek, maar:
o ≠ teksten samenvatten en persoonlijke interpretatie van geven
o = systematische analyse, maw
1) Verantwoording van geselecteerde teksten
2) Uitgebreid argumenteren en verantwoorden van hoe en welke stappen
ondernomen. Bij kwalitatief onderzoek ga je een zeker vorm van
subjectiviteit hebben, je gaat dus heel goed gaan moeten beargumenteren.
Zodanig dat iemand binnen 5 jaar dezelfde discoursanalyse zou kunnen
toepassen.
Laten leiden door theorie en methodologie
Niet zomaar wat teksten kiezen, maar ook vw waarom die tijdsperiode,
waarom deze politici…
Kwalitatieve onderzoekstechniek, dus: reflexiviteit! Je kan je rol als individu niet loskoppelen
als je een analyse maakt. Geef dat ruimte door na te denken over reflexiviteit, zodanig dat
het voor lezer duidelijk is uit welke bril je kijkt.
je maakt altijd een analyse vanuit je eigen referentiekader
(als je dit erkent voor jezelf is er geen probleem = reflexiviteit)
3