• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Surveytechnieken & Vragenlijstconstructie - Syllabus, Slides & Excel-oefeningen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's

Volledige en gestructureerde samenvatting specifiek toegespitst op het luik Surveytechnieken en Vragenlijstconstructie aan de UGent. Deze bundel combineert alle leerstof uit de hoorcolleges, de uitgebreide syllabus over vragenlijstconstructie en praktijknotules. Alle stappen van de empirische cyclus, steekproeftrekking, het ontwerpen van kwaliteitsvolle vragenlijsten, databeheer in Excel en basisstatistiek worden helder en stapsgewijs uitgelegd. Onmisbaar voor wie een ijzersterke survey wil opzetten!

Voorbeeld van de inhoud

SURVEYTECHNIEKEN EN EXPERIMENTELE DESIGNS

H1: INHOUD CURSUS


ALGEMEEN
 Vak: Surveytechnieken en Experimentele Designs (SED)
 Docenten: Prof. dr. Koen Ponnet (survey) & Prof. dr. Liselot Hudders (experimenten)



INHOUD VAK
 Basisconcepten en doel van onderzoek
 Structuur van wetenschappelijke kwantitatieve artikels
 Onderzoeksvragen en hypothesen operationaliseren
 Surveyonderzoek: soorten surveys, steekproeven, vragenlijst → datamatrix (Excel)
 Descriptieve en inductieve statistiek (Excel, p-waarden)
 Stimuli en designs van experimenten
 Ethiek bij onderzoek
 Experimentele designs



PLANNING & ORGANISATIE

 Lesmoment: elke dinsdag, 11u30–14u30, on campus (Auditorium 3 Suzanne Lilar)
 Onderwijsvorm: hoorcolleges + oefeningen/demonstraties, zelfstudie in Excel vereist
 Geen lesopnames beschikbaar



CURSUSMATERIAAL
 Slides + eigen notities (Ufora)
 Handboek TOEGEPASTE STATISTIEK (bepaalde hoofdstukken)
 DESIGNING EXPERIMENTS FOR THE SOCIAL SCIENCES (Renita Coleman)
 Extra literatuur = facultatief



EVALUATIE
 Examen: schriftelijk, multiple choice, online in pc-klassen
 Gesloten boek, gesloten vragen (soms met Excel)
 Hogere cesuur, 20 punten
 Geen rekenmachines toegestaan (Excel of ingebouwde pc-rekenmachine)
 Formularium wordt voorzien




1

,H2: BASISCONCEPTEN VAN KWANTITATIEF ONDERZOEK


1.VERWONDERING
Alles begint met een verwondering over een fenomeen of probleem in de maatschappij. Bv: sexting, cyberpesten.

UNI- EN BIVARIAAT ONDERZOEK
 Univariaat onderzoek
 Verwondering over 1 fenomeen
 Bv: Hoe vaak komt probleemgedrag bij jongeren voor?

 Bivariaat onderzoek
 Of correlationeel onderzoek: Onderzoekt relatie tussen twee variabelen
 Positief effect
 Hoe meer van het 1, hoe meer van het anderen óf hoe minder het 1, hoe minder het ander
 +1: volledig perfecte positieve correlatie
 Negatief effect
 Hoe minder het 1, hoe meer het ander óf hoe meer het 1, hoe minder het ander
 -1: volledig perfecte negatieve correlatie
 Nul effect
 Geen samenhang tussen 2 zaken
 Bv: Is ouderstress gerelateerd aan probleemgedrag jongeren?

 Multivariaat onderzoek
 Verwondering over de relatie tussen meerdere variabelen
 Bv: Is ouderstress gerelateerd aan probleemgedrag, rekening houdend met SES van het gezin?




2.KWALITATIEF – KWANTITATIEF
 Kwalitatief onderzoek
 Als onderzoeker ga je hierbij rekening houden met je eigen visie en je gaat doorvragen. Een echte
interviewtechniek. Je gaat u vragen telkens verfijnen, je doorgaat dus een cyclus die er telkens anders uit
gaat zien.
 Voorbeelden
 Kwalitatieve interviews: op voorhand topiclijst opstellen, gaan proberen een heterogene groep
bereiken met heel open vragen. Thema’s proberen vinden in de antwoorden.
 Voordeel: je kan doorvragen, bedoeling achterhalen, gaan interviewen tot datasaturatiepunt (:
wanneer er geen nieuwe zaken meer aan bod komen, u heeft alles al gehoord in voorgaande
interviews, voor de zekerheid ga je dan toch nog 1 interviews afnemen, als er hierin geen nieuwe
info staat kan je stoppen.)
 Focusgroepen: je brengt homogene groepen samen (4 à 8 personen) + 3 à 4 groepen per topic.
Moderator moet erin slagen om iedereen aan het woord te laten komen. Achteraf algemene thema’s
vinden in wat er gezegd geweest is.

2

,  Casestudies: geïnteresseerd in 1 specifieke case, intensief kwalitatief onderzoek van één geval. Doel:
beschrijven van sociale processen en factoren die met de case verband houden. Gebruik van
verschillende technieken (bv: observatie, interviews, focusgroepen…). Kunnen hypothesegericht zijn.

 Kwantitatief onderzoek
 De vraag wordt op voorhand gepretest bij mensen, maar iedereen krijgt dezelfde vragenlijst.
 Op voorhand vragenlijst maken duurt lang, maar analyseren zelf is fluitje van een cent.
 Voorbeelden
 Surveys, experimenten, digital methods, netwerkanalyse, kwantitatieve inhoudsanalyse, observatie…
 Gegevens moeten in een datamatrix omgezet kunnen worden (=kwantificeerbaar).



 Kwalitatief en kwantitatief onderzoek zijn complementair, ze vullen elkaar aan. máár structuur van
onderzoeksrapport verschilt:
o Kwalitatief: cyclisch = inleiding  methoden (steekproef, vragen, procedures)  resultaten &
discussies  conclusie.
o Kwantitatief: lineair: inleiding  methoden (steekproef, measures, procedures)  resultaten 
discussie  conclusie




3.THEORIE VS PRAKTIJK
 Theoretische gedreven benadering
 Vraag komt voort uit de theorie van de communicatiewetenschappen
 Doel: beter begrijpen van communicatiepatronen en menselijk gedrag door het beantwoorden van
onderzoeksvragen of toetsen van hypothesen die afgeleid zijn uit een theorie.
 Startpunt: verwoorden van paradigma, onderzoeksvragen formuleren en methode kiezen.

 Praktijkgedreven benadering (toegepast onderzoek)
 Ad-hoc, vraag komt voort uit de praktijk.
 Doel: Verbeteren van kennis omtrent natuurlijke gebeurtenissen en vinden van oplossingen voor
praktische problemen.
 Startpunt: een onderzoeksvraag waarop je een antwoord wilt.



 Theorie staat ten dienste van praktijk
 Evaluerend: mensen of producten beoordelen in het licht van een norm.
 Adviserend: na verklarende en evalueren vragen.




4. METHODOLOGISCHE DOEL VAN KWANTITATIEF ONDERZOEK



3

, BESCHRIJVEND
 Beschrijvend onderzoek
 Beschrijven van personen hun gedachten, gevoelens en gedrag.
 Niet hypothese-toetsend (: start niet vanuit een vooraf opgestelde hypothese).
 Doel: trends en tendensen ontdekken, iets in kaart brengen (exploratief).
 Belangrijk!
 Steekproefselectie: van populatie (volledige groep die je wilt bestuderen)  steekproef (groep die je
effectief onderzoekt)
 Ideaal  toevallige steekproeftrekking
 Methode voor het selecteren van deelnemers aan een studie die garandeert dat elk lid van de
populatie evenveel kans heeft om geselecteerd te worden.
 Aantal VS representativiteit
 Aantal deelnemers is belangrijk (grotere steekproef = meestal betrouwbaarder), maar:
representativiteit is nóg belangrijker.
 Bv: 1000 jongeren bevragen die allemaal op dezelfde school zitten → niet representatief voor
alle Vlaamse jongeren. 400 jongeren bevragen, verspreid over verschillende regio’s,
leeftijden, geslachten, enz. → meer representatief.
 Dus: een klein maar representatief staal is waardevoller dan een groot maar scheefgetrokken




staal.




CORRELATIONEEL



 Correlationeel onderzoek
 Doel: relaties tussen variabelen nagaan o.b.v. observatie, surveys, inhoudsanalyses…
 Bv: relatie tussen zelfwaardering en populariteit
 Correlatiecoëfficiënt (r)
 Geeft verband tussen 2 kwantitatieve variabelen weer, dit kan op verschillende momenten in de tijd
gebeuren:
 Gelijktijdig (concurrent): variabelen worden op hetzelfde tijdstip gemeten.
 Prospectief: variabelen worden op verschillende tijdstippen gemeten. Je onderzoekt of
verandering in de ene variabele later samenhangt met verandering in de andere.

 Nadelen

4

Documentinformatie

Geüpload op
28 september 2026
Aantal pagina's
85
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,98

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
38
Volgers
0
Items
30
Laatst verkocht
2 dagen geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen