FVV2 – Verpleegkunde: Urologie HC 1-2
v Terminologie
• Zie cursus!
v Basisprincipes en –zorg bij urine-uitscheiding
• Wat is uitscheiding?
o Urine, faeces, transpiratie en CO2 uit de longen
• Belang van
o Urine: vocht- en zouthuishouding, afvalstoffen
o Stoelgang: onverteerde voedselresten, vocht en
afvalstoffen verwijderen
Beïnvloedende factoren:
Cultuur: vb. frans toilet Voeding: vb. bij veel cafeïne/thee veel nr toilet
Houding: vb. rechtstaan, gehurkt Beweging: vb. frequent hoesten, bij springen urine verliezen
Geneesmiddelen: vb. diuretica (medicatie) Emoties: vb. wnr we stress hebben, schaamte
Kleding: vb. broek makkelijk opengaat bij kids en ouderen Regelmaat: vb. klokplassen bij kinderen en ouderen
Hygiëne: vb. ‘vieze’ toiletten zien = niet willen gaan Bekkenbodemspieren: vb. knn verslapt zijn na bevalling
Observatie v urine:
• Macroscopisch (= blote oog)
o Hoeveelheid
§ Diurese:
Ø Bij volwassene: 1500ml/24u
§ Polyurie:
Ø >2000 ml/24u
Ø Veel vochtopname, diuretica
§ Oligurie:
Ø <500ml/24u
Ø Lage vochtopname, diuretica
§ Anurie:
Ø <50ml/24u
Ø Nierinsufficiëntie
§ Verpleegkundige meet het urinedebiet of de diurese (24u)
o Geur
§ Verse urine: normaal geen specifieke geur (ochtend kan wel speciale geur
hebben doordat het lang in de blaas blijft = vorming ammoniak)
§ Voeding kan specifieke urinegeur geven vb. asperges, veel eiwitten eten ook
vorming ammoniak (afbraak aminozuren)
§ Blaasontsteking
o Kleur
§ Meestal lichtgeel (hoe meer drinken, hoe lichter kleur)
§ Hoe geconcentreerder, hoe donkerder (heel geconcentreerd: veel koorts,
braken, ochtendurine à kleur helder water = pat die veel diureticum krijgen en
veel plassen
o Helderheid
§ Normaal: helder
§ Troebel = infectie? (= niet noodzakelijk, wel = vaak + pijnlijke mictie)
ð Purple urine bag syndrome = paarse verkleuring vd urine (zelden) = aanwezigheid v indigo en
rode pigmenten id urine die neerslaan en reageren met de synthetische materialen vd katheter en
de opvangzak à meestal geassocieerd met urineweginfectie vral bij vrouwen en verzwakte pat,
langdurige katheter
• Microscopisch
o Abnormale bestanddelen
§ Sticks, labo-onderzoek
, § Hematurie, pyurie, albuminurie, glucosurie
§ Staalname via spontane mictie
Staalname:
• Vers urinestaal (op chemische testen te doen)
o Kamertemperatuur: max. 2u; ASAP labo
o Koelkast bij 4-6°C, max. 24u (2cm ruim voldoende, want 8 à 10ml nodig) à andere zoals
debieten kan je meer nodig hebben
• Urinecultuur: = mid-stream urine staal want we willen weten wat in blaas zit, niet urethra!
o Onderzoek op bacteriën in urine (zit er een kiem id urine?)
o Kan op elk tijdstip vd dag
o Spontane mictie: niet correct afgenomen = foutieve resultaten
§ Intiem toilet
§ Meatus toilet
§ Man: voorhuid nr achter
§ Vrouw: schaamlippen gespreid
§ Straal NIET onderbreken! (Middelste gedeelte vd urine hebben)
§ Urinepotje id straal houden terwijl je blijft plassen
o Via blaassonde: staalafname ná 15 sec ontsmetting v toegangspoort op urineleiding
o Via suprapubische punctie: zelden, snel, arts beschikbaar
• Staal uit urinedebiet: (24uur)
o Totale hoeveelheid noteren op etiket (normaal 2L)
o Vooraf urine goed mengen (2 potten v 1L zodat alle urinestohen goed
verdeeld w, dan omgieten in kleiner recipiënt dat nr labo gaat)
Oefening: kleur links = goede heldere kleur, rechts = vrij roze (hematurie) MAAR verkeerd
om te kijken nr urine in zak à kijk nr de urine in de leiding + we zien in de leiding ook wat
vlokken in de leiding vd blaassonde
Mictiepatroon:
• Normaal mictiepatroon
o Anamnese
• Verstoord mictiepersoon
o Lichamelijke/psychische problemen, Medicatie, Leeftijd, Mobiliteit, Voeding- en
vochtpatroon, Hoeveelheid urine i.f.v. vochtintake, Problemen bij urineren,
Onderliggende pathologie
• Afwijkingen?
o Pollakisurie
o Nycturie (≠ enuresis nocturna)
o Dysurie
o Urineretentie
§ Volledig (pseudo-anurie) - Onvolledig (residu)
§ Postoperatief, neurologisch, na verwijderen v BS, verstopping BS, afknikking v BS
§ Bladderscan
o Incontinentie
§ Geheel of gedeeltelijk
§ Tijdelijk/blijvend
v Terminologie
• Zie cursus!
v Basisprincipes en –zorg bij urine-uitscheiding
• Wat is uitscheiding?
o Urine, faeces, transpiratie en CO2 uit de longen
• Belang van
o Urine: vocht- en zouthuishouding, afvalstoffen
o Stoelgang: onverteerde voedselresten, vocht en
afvalstoffen verwijderen
Beïnvloedende factoren:
Cultuur: vb. frans toilet Voeding: vb. bij veel cafeïne/thee veel nr toilet
Houding: vb. rechtstaan, gehurkt Beweging: vb. frequent hoesten, bij springen urine verliezen
Geneesmiddelen: vb. diuretica (medicatie) Emoties: vb. wnr we stress hebben, schaamte
Kleding: vb. broek makkelijk opengaat bij kids en ouderen Regelmaat: vb. klokplassen bij kinderen en ouderen
Hygiëne: vb. ‘vieze’ toiletten zien = niet willen gaan Bekkenbodemspieren: vb. knn verslapt zijn na bevalling
Observatie v urine:
• Macroscopisch (= blote oog)
o Hoeveelheid
§ Diurese:
Ø Bij volwassene: 1500ml/24u
§ Polyurie:
Ø >2000 ml/24u
Ø Veel vochtopname, diuretica
§ Oligurie:
Ø <500ml/24u
Ø Lage vochtopname, diuretica
§ Anurie:
Ø <50ml/24u
Ø Nierinsufficiëntie
§ Verpleegkundige meet het urinedebiet of de diurese (24u)
o Geur
§ Verse urine: normaal geen specifieke geur (ochtend kan wel speciale geur
hebben doordat het lang in de blaas blijft = vorming ammoniak)
§ Voeding kan specifieke urinegeur geven vb. asperges, veel eiwitten eten ook
vorming ammoniak (afbraak aminozuren)
§ Blaasontsteking
o Kleur
§ Meestal lichtgeel (hoe meer drinken, hoe lichter kleur)
§ Hoe geconcentreerder, hoe donkerder (heel geconcentreerd: veel koorts,
braken, ochtendurine à kleur helder water = pat die veel diureticum krijgen en
veel plassen
o Helderheid
§ Normaal: helder
§ Troebel = infectie? (= niet noodzakelijk, wel = vaak + pijnlijke mictie)
ð Purple urine bag syndrome = paarse verkleuring vd urine (zelden) = aanwezigheid v indigo en
rode pigmenten id urine die neerslaan en reageren met de synthetische materialen vd katheter en
de opvangzak à meestal geassocieerd met urineweginfectie vral bij vrouwen en verzwakte pat,
langdurige katheter
• Microscopisch
o Abnormale bestanddelen
§ Sticks, labo-onderzoek
, § Hematurie, pyurie, albuminurie, glucosurie
§ Staalname via spontane mictie
Staalname:
• Vers urinestaal (op chemische testen te doen)
o Kamertemperatuur: max. 2u; ASAP labo
o Koelkast bij 4-6°C, max. 24u (2cm ruim voldoende, want 8 à 10ml nodig) à andere zoals
debieten kan je meer nodig hebben
• Urinecultuur: = mid-stream urine staal want we willen weten wat in blaas zit, niet urethra!
o Onderzoek op bacteriën in urine (zit er een kiem id urine?)
o Kan op elk tijdstip vd dag
o Spontane mictie: niet correct afgenomen = foutieve resultaten
§ Intiem toilet
§ Meatus toilet
§ Man: voorhuid nr achter
§ Vrouw: schaamlippen gespreid
§ Straal NIET onderbreken! (Middelste gedeelte vd urine hebben)
§ Urinepotje id straal houden terwijl je blijft plassen
o Via blaassonde: staalafname ná 15 sec ontsmetting v toegangspoort op urineleiding
o Via suprapubische punctie: zelden, snel, arts beschikbaar
• Staal uit urinedebiet: (24uur)
o Totale hoeveelheid noteren op etiket (normaal 2L)
o Vooraf urine goed mengen (2 potten v 1L zodat alle urinestohen goed
verdeeld w, dan omgieten in kleiner recipiënt dat nr labo gaat)
Oefening: kleur links = goede heldere kleur, rechts = vrij roze (hematurie) MAAR verkeerd
om te kijken nr urine in zak à kijk nr de urine in de leiding + we zien in de leiding ook wat
vlokken in de leiding vd blaassonde
Mictiepatroon:
• Normaal mictiepatroon
o Anamnese
• Verstoord mictiepersoon
o Lichamelijke/psychische problemen, Medicatie, Leeftijd, Mobiliteit, Voeding- en
vochtpatroon, Hoeveelheid urine i.f.v. vochtintake, Problemen bij urineren,
Onderliggende pathologie
• Afwijkingen?
o Pollakisurie
o Nycturie (≠ enuresis nocturna)
o Dysurie
o Urineretentie
§ Volledig (pseudo-anurie) - Onvolledig (residu)
§ Postoperatief, neurologisch, na verwijderen v BS, verstopping BS, afknikking v BS
§ Bladderscan
o Incontinentie
§ Geheel of gedeeltelijk
§ Tijdelijk/blijvend