FVV2 – Verpleegkunde: Urologie HC 8-9
Suprapubische verblijfskatheter
❖ Omschrijving
• Medische act: dr de buikwand id blaas
• Punctieplaats: 2 cm boven pubis op de
middenlijn
• Volle blaas
• 30° Trendelenburg verhoogt de veiligheid zodat
blaaskoepel kan uitzakken
• Soms onder echografie (bij onzekerheid)
• Lokale verdoving niet perse altijd in operatiezaal
• Kan ook peroperatief geplaatst w
• Je hebt ballonkatheter = langere termijn
Systfynctie/ tijdelijk
❖ Plaatsing
Joodalcohol vr ontsmettingn jood geeft allergie dus nu gewone
Je hebt mandrain nodig (metaal) om punctie te knn doen, daarin
w katheter opgeschoven, wnr om plaats mandrain weg
Overplakt
Gecombineerd met beenzakje. Na plaatsing altijd beetje hematurie
, PIGTAIL KATHETER: CYSTOFIX®
• Kleiner, w extra gefixeerd met vleugelnaald
INDICATIES
• Korte termijn
o Postoperatief (bij bep ingrepen blaas, urethra, ureter waar bep gebied nog moet helen)
o Bij acute retentie: wrbij we grote prostaatobstructie hebben en je geraakt er niet met
gewone sonde
o Uitgebreide sacrale of perineale decubitus bij incontinente patiënten: om regio goed
te laten helen gaan we geen sonde steken
• Lange termijn
o Chronische blaasretentie
▪ Neurogene blaas dr vb. MS waarbij intermitterende blaaskatheterisatie
onmogelijk is
▪ Chronisch prostaatlijden (vergrote prostaat) waarbij operatie onmogelijk is
▪ Urethra obstructie waarbij operatie onmogelijk is
• In principe bij elke langdurige drainage vd blaas (als je weet dat het levenslang moet blijven
= altijd suprapubische)
CONTRA-INDICATIES
• Stollingsstoornissen
• Suprapubische huidontstekingen
• Blaaskanker (blaas weggedrukt dr tumor): als tumor groot is
• Schrompelblaas: soms na radiotherapie
• Onvoldoende gevulde blaas (X retentie): 1 vd randvoorwaarden want je moet minstens 150 cc in
blaas hebben
• Blaaspoliepen: vorm v blaaskanker, woekering v TCC cellen
MOGELIJKE PROBLEMEN – OBSERVATIEPUNTEN
• Blaasbloeding: beetje hematurie is normaal (goedaardig)
• Aanprikken peritoneum = buikvlies (nr 1 ppt) en darm ➔ peritonitis = harde buiken
• Verkeerde positionering vd katheter
• Verwikkelingen eigen aan een blaaskatheter: infectie, verstoppen, uitvallen en uittrekken vd
katheter, lekkage, blaasirritatie met blaasspasmen
• Huidirritatie dr de katheter = kans op infectie , dr urine of dr de kleefpleister
VOORDELEN
• X risico op letsel thv de urethra = meer comfort
• (Minder risico op urineweginfecties): spreken w ons niet over uit het biedt vral meer comfort
• X irritatie vd urethra tijdens verblijf vd katheter: maakt dat je in secundair geval minder infectie
hebt
• Behoud v sfincterfunctie: je kan nog altijd gewoon plassen, je kan blaastraining doen (sneller
herstel v mictie na ingreep vb)
• Relatief comfortabel vr patiënt
• Spontane mictie is mogelijk
Suprapubische verblijfskatheter
❖ Omschrijving
• Medische act: dr de buikwand id blaas
• Punctieplaats: 2 cm boven pubis op de
middenlijn
• Volle blaas
• 30° Trendelenburg verhoogt de veiligheid zodat
blaaskoepel kan uitzakken
• Soms onder echografie (bij onzekerheid)
• Lokale verdoving niet perse altijd in operatiezaal
• Kan ook peroperatief geplaatst w
• Je hebt ballonkatheter = langere termijn
Systfynctie/ tijdelijk
❖ Plaatsing
Joodalcohol vr ontsmettingn jood geeft allergie dus nu gewone
Je hebt mandrain nodig (metaal) om punctie te knn doen, daarin
w katheter opgeschoven, wnr om plaats mandrain weg
Overplakt
Gecombineerd met beenzakje. Na plaatsing altijd beetje hematurie
, PIGTAIL KATHETER: CYSTOFIX®
• Kleiner, w extra gefixeerd met vleugelnaald
INDICATIES
• Korte termijn
o Postoperatief (bij bep ingrepen blaas, urethra, ureter waar bep gebied nog moet helen)
o Bij acute retentie: wrbij we grote prostaatobstructie hebben en je geraakt er niet met
gewone sonde
o Uitgebreide sacrale of perineale decubitus bij incontinente patiënten: om regio goed
te laten helen gaan we geen sonde steken
• Lange termijn
o Chronische blaasretentie
▪ Neurogene blaas dr vb. MS waarbij intermitterende blaaskatheterisatie
onmogelijk is
▪ Chronisch prostaatlijden (vergrote prostaat) waarbij operatie onmogelijk is
▪ Urethra obstructie waarbij operatie onmogelijk is
• In principe bij elke langdurige drainage vd blaas (als je weet dat het levenslang moet blijven
= altijd suprapubische)
CONTRA-INDICATIES
• Stollingsstoornissen
• Suprapubische huidontstekingen
• Blaaskanker (blaas weggedrukt dr tumor): als tumor groot is
• Schrompelblaas: soms na radiotherapie
• Onvoldoende gevulde blaas (X retentie): 1 vd randvoorwaarden want je moet minstens 150 cc in
blaas hebben
• Blaaspoliepen: vorm v blaaskanker, woekering v TCC cellen
MOGELIJKE PROBLEMEN – OBSERVATIEPUNTEN
• Blaasbloeding: beetje hematurie is normaal (goedaardig)
• Aanprikken peritoneum = buikvlies (nr 1 ppt) en darm ➔ peritonitis = harde buiken
• Verkeerde positionering vd katheter
• Verwikkelingen eigen aan een blaaskatheter: infectie, verstoppen, uitvallen en uittrekken vd
katheter, lekkage, blaasirritatie met blaasspasmen
• Huidirritatie dr de katheter = kans op infectie , dr urine of dr de kleefpleister
VOORDELEN
• X risico op letsel thv de urethra = meer comfort
• (Minder risico op urineweginfecties): spreken w ons niet over uit het biedt vral meer comfort
• X irritatie vd urethra tijdens verblijf vd katheter: maakt dat je in secundair geval minder infectie
hebt
• Behoud v sfincterfunctie: je kan nog altijd gewoon plassen, je kan blaastraining doen (sneller
herstel v mictie na ingreep vb)
• Relatief comfortabel vr patiënt
• Spontane mictie is mogelijk