FVV2 – Verpleegkunde: Urologie HC 3-4
❖ Algemene verpleegdiagnoses
VERPLEEGDIAGNOSES
• Psychosociaal
o Schaamte
o Angst
o Discomfort
• Schaamte
o Urologische onderzoeken = taboe
o Manipuleren in intieme streek
o Nood aan privacy
o Acties
▪ Gevoel erkennen, herkennen, respecteren
▪ Bedgordijnen, molton, handschoenen
▪ Privacy bewaren
• Angst
o Zware, onaangename onderzoeken
o Zware ingrepen: mutilatie, incontinentie, impotentie, urostoma
o Acties:
▪ Angst herkennen, respecteren
▪ Luisterhouding
▪ Informatie
• Discomfort
o Gebrek aan comfort en ongemakkelijke houding
o Acties:
▪ Patiënten niet nodeloos laten wachten
▪ Aandacht voor patiënten met extra pathologie
• Factoren die het begeleiden van patiënten beïnvloeden
o Leeftijd, geslacht, voorgeschiedenis (vb. iemand die al een blaasspoeling heeft gehad,
autisme…), opvoeding, cultuur (zijn de patiënten ingelicht dr thuis? …)
• Somatisch vlak
o Risico op infectie
o Risico op pijn
o Risico op retentie door oedeem
o Risico op letsels en stenose
• Kapstokinformatie!!! (Belangrijke basis om te weten)
o Slechte afvloei, stase, reflux v urine geeft steeds een hoog risico op:
▪ Infectie
▪ Overdruk met pijn thv de blaas zelf en aan de zij, rug
▪ Verslechteren van nierfunctie
o Elke instrumentele manipulatie (retrograde: plaatsen v verblijfskatheter, …) geeft
verhoogd risico op:
▪ Infectie
▪ Letsel met bloeding: rubor (rood), calor (warm), dolor (pijn), tumor (zwelling)
▪ Retentie dr oedeem (zwelling) kan lijden tot retentie (X mictie meer)
▪ Stenose dr littekenweefsel (stenose: vernauwing/verharding thv de urethra)
, URINEWEGINFECTIE
• Urineweginfecties vormen het grootste deel vd ziekenhuisinfecties: 20 à 30 %
• Hiervan is 62% het gevolg ve blaaskatheterisatie
• Belangrijkste zorginfectie in chronische zorginstellingen, 31%
• > 10% katheter in ZKH
Prevalentie v zorggerelateerde infecties in Europa:
Urinaire infecties (2de v top 5)
1 = luchtweg (covid)
Met urinaire katheter 2x meer kans op infectie v
urinewegen dan wnr er geen katheter aanwezig is
Bij sepsis (12,6% prevalentie) is 32% daarvan te wijten
aan secundaire oorzaken, kan dus soms
urineweginfectie zijn
(P) URINEWEGINFECTIE
• = Bacteriurie (= id urine kiemen aanwezig) met klinische
symptomen (bacteriurie zonder symptomen X groot probleem)
• T.h.v. urethra, blaas, prostaat, ureters of nieren
• Lage UWI: urethritis, cystitis, prostatitis
• Hoge UWI: pyelonefritis = ontsteking nierbekken
• Niet gecompliceerde UWI (cystitis, pyelonefritis)
o Bij gezonde personen
o Bij pers zonder urologische afwijkingen
o Risicofactoren
▪ Vrouw (urethra = korter dus migratie v darmflora = makkelijker), oudere leeftijd,
seksuele activiteit, voorgaande UWI, vaginale infectie, diabetes, obesitas
• Gecompliceerde UWI
o Bij patiënten met verstoorde beschermingsmechanismen:
o Zwangerschap (als die cystitis ontwikkelen is dat gecompliceerd)
o Urinaire obstructie (vb. strictuur v urethra) , retentie
o Immunosuppressie (pat met anti-immuun aandoening)
o Niertransplant
o Aanwezigheid ve vreemd voorwerp, zoals nierstenen of verblijfskatheter = CAUTI (!)
o Cauti: cathather associated urinary treath infection
o Elke dag dat katheter langer dan nodig aanwezig is stijgt kans met 5% op een bacteriurie
o Kies juiste drainagesysteem → lager bij eenmalige sondage, gesloten
o Hoogste bij open drainage
Voornaamste ingangspoorten hoe kiemen de blaas knn bereiken:
(E) URINEWEGINFECTIE Voornaamste ingangspoorten hoe kiemen de blaas knn
bereiken:
• Endogeen
o Perineaal: 1) Gekoloniseerde meatus urethra
2) Verbinding VS – UC
o Vaginaal: 3) Overgang opvangrecipiënt - afvoerleiding
o Rectaal 4) Afvoerklep UC
Na & week op meeste katheters een biofilm = kans op
bacteriurie
❖ Algemene verpleegdiagnoses
VERPLEEGDIAGNOSES
• Psychosociaal
o Schaamte
o Angst
o Discomfort
• Schaamte
o Urologische onderzoeken = taboe
o Manipuleren in intieme streek
o Nood aan privacy
o Acties
▪ Gevoel erkennen, herkennen, respecteren
▪ Bedgordijnen, molton, handschoenen
▪ Privacy bewaren
• Angst
o Zware, onaangename onderzoeken
o Zware ingrepen: mutilatie, incontinentie, impotentie, urostoma
o Acties:
▪ Angst herkennen, respecteren
▪ Luisterhouding
▪ Informatie
• Discomfort
o Gebrek aan comfort en ongemakkelijke houding
o Acties:
▪ Patiënten niet nodeloos laten wachten
▪ Aandacht voor patiënten met extra pathologie
• Factoren die het begeleiden van patiënten beïnvloeden
o Leeftijd, geslacht, voorgeschiedenis (vb. iemand die al een blaasspoeling heeft gehad,
autisme…), opvoeding, cultuur (zijn de patiënten ingelicht dr thuis? …)
• Somatisch vlak
o Risico op infectie
o Risico op pijn
o Risico op retentie door oedeem
o Risico op letsels en stenose
• Kapstokinformatie!!! (Belangrijke basis om te weten)
o Slechte afvloei, stase, reflux v urine geeft steeds een hoog risico op:
▪ Infectie
▪ Overdruk met pijn thv de blaas zelf en aan de zij, rug
▪ Verslechteren van nierfunctie
o Elke instrumentele manipulatie (retrograde: plaatsen v verblijfskatheter, …) geeft
verhoogd risico op:
▪ Infectie
▪ Letsel met bloeding: rubor (rood), calor (warm), dolor (pijn), tumor (zwelling)
▪ Retentie dr oedeem (zwelling) kan lijden tot retentie (X mictie meer)
▪ Stenose dr littekenweefsel (stenose: vernauwing/verharding thv de urethra)
, URINEWEGINFECTIE
• Urineweginfecties vormen het grootste deel vd ziekenhuisinfecties: 20 à 30 %
• Hiervan is 62% het gevolg ve blaaskatheterisatie
• Belangrijkste zorginfectie in chronische zorginstellingen, 31%
• > 10% katheter in ZKH
Prevalentie v zorggerelateerde infecties in Europa:
Urinaire infecties (2de v top 5)
1 = luchtweg (covid)
Met urinaire katheter 2x meer kans op infectie v
urinewegen dan wnr er geen katheter aanwezig is
Bij sepsis (12,6% prevalentie) is 32% daarvan te wijten
aan secundaire oorzaken, kan dus soms
urineweginfectie zijn
(P) URINEWEGINFECTIE
• = Bacteriurie (= id urine kiemen aanwezig) met klinische
symptomen (bacteriurie zonder symptomen X groot probleem)
• T.h.v. urethra, blaas, prostaat, ureters of nieren
• Lage UWI: urethritis, cystitis, prostatitis
• Hoge UWI: pyelonefritis = ontsteking nierbekken
• Niet gecompliceerde UWI (cystitis, pyelonefritis)
o Bij gezonde personen
o Bij pers zonder urologische afwijkingen
o Risicofactoren
▪ Vrouw (urethra = korter dus migratie v darmflora = makkelijker), oudere leeftijd,
seksuele activiteit, voorgaande UWI, vaginale infectie, diabetes, obesitas
• Gecompliceerde UWI
o Bij patiënten met verstoorde beschermingsmechanismen:
o Zwangerschap (als die cystitis ontwikkelen is dat gecompliceerd)
o Urinaire obstructie (vb. strictuur v urethra) , retentie
o Immunosuppressie (pat met anti-immuun aandoening)
o Niertransplant
o Aanwezigheid ve vreemd voorwerp, zoals nierstenen of verblijfskatheter = CAUTI (!)
o Cauti: cathather associated urinary treath infection
o Elke dag dat katheter langer dan nodig aanwezig is stijgt kans met 5% op een bacteriurie
o Kies juiste drainagesysteem → lager bij eenmalige sondage, gesloten
o Hoogste bij open drainage
Voornaamste ingangspoorten hoe kiemen de blaas knn bereiken:
(E) URINEWEGINFECTIE Voornaamste ingangspoorten hoe kiemen de blaas knn
bereiken:
• Endogeen
o Perineaal: 1) Gekoloniseerde meatus urethra
2) Verbinding VS – UC
o Vaginaal: 3) Overgang opvangrecipiënt - afvoerleiding
o Rectaal 4) Afvoerklep UC
Na & week op meeste katheters een biofilm = kans op
bacteriurie