1.1 Je kent de verschillende bodemfuncties en licht ze toe aan de hand van
een voorbeeld
De bodem vervult meerdere bodemfuncties (ecosysteemdiensten). De belangrijkste zijn:
1. Medium voor plantengroei
De bodem ondersteunt planten mechanisch, levert water, nutriënten en zuurstof.
Voorbeeld: Een kruimelige leembodem laat wortels diep doordringen en voorziet voldoende
water en stikstof.
2. Regulatie van waterkwantiteit
De bodem infiltreert, buffert en vertraagt water.
Voorbeeld: Een graslandbodem houdt regenwater vast en voorkomt overstromingen.
3. Recyclage van grondstoffen
Organische resten worden afgebroken tot nutriënten.
Voorbeeld: Afgevallen bladeren worden omgezet in humus en leveren stikstof.
4. Wijziging van de atmosfeer
Bodems nemen O₂ op en geven CO₂, N₂O en CH₄ af.
Voorbeeld: Nat veen produceert methaan.
5. Habitat voor organismen
De bodem is leefomgeving voor micro- en macro-organismen.
Voorbeeld: Regenwormen verbeteren bodemstructuur.
6. Technisch medium
Bodems dragen gebouwen, wegen en infrastructuur.
Voorbeeld: Een verdichte stadsbodem draagt een weg maar is slecht voor planten.
,1.2 Je kan in een voorbeeld de concrete bodemfuncties herkennen
Voorbeeld: een akker op leembodem
• Medium voor plantengroei → graanwortels groeien diep
• Waterregulatie → regen infiltreert traag maar efficiënt
• Recyclage → stroresten worden afgebroken
• Atmosfeer → CO₂-uitwisseling via poriën
• Habitat → bacteriën, schimmels, regenwormen
• Technisch medium → bewerkbaar met landbouwmachines
1.3 Hoe ondersteunen de bodems de plantengroei?
Bodems ondersteunen plantengroei door:
• Fysische ondersteuning: wortels worden verankerd
• Waterlevering: opslag en afgifte van bodemwater
• Nutriëntenvoorziening: N, P, K, Ca, Mg via bodemoplossing
• Gasuitwisseling: O₂ voor wortelademhaling
• Temperatuurbuffering: bescherming tegen hitte en vorst
• Ontgifting: vastleggen of afbreken van toxische stoffen
1.4 Hoe reguleren de bodems de waterkwantiteit?
Bodems reguleren water door:
• Infiltratie van regenwater
• Opslag in poriën en grondwater
• Vertraging van afstroming
• Zuivering tijdens doorsijpeling
Slecht doorlatende of verharde bodems verhogen runoff en erosie.
1.5 Hoe recycleren bodems
Bodems recycleren door:
• Afbraak van planten- en dierenresten
• Mineralisatie van organische stof
• Vrijstelling van nutriënten
• Vastlegging van koolstof (humusvorming)
Zonder deze functie zou organisch afval zich opstapelen.
1.6 Hoe wijzigen bodems de atmosfeer?
Bodems beïnvloeden de atmosfeer via:
• Gasuitwisseling (CO₂, O₂)
• Emissie van broeikasgassen (N₂O, CH₄)
• Verdamping → waterdamp
• Stofvorming bij droge bodems
,1.7 Leg de pedosfeer uit als raakvlak van atmosfeer, biosfeer, lithosfeer en
hydrosfeer
De pedosfeer is het grensvlak waar:
• Atmosfeer → bodemlucht
• Hydrosfeer → bodemwater
• Lithosfeer → gesteenten en mineralen
• Biosfeer → planten, dieren, micro-organismen
Alle bodemprocessen ontstaan door deze interacties.
1.8 Je weet wat een bodemprofiel is, wat horizonten zijn
• Een bodemprofiel is een verticale doorsnede van de bodem
• Horizonten zijn duidelijk herkenbare lagen met eigen kenmerken
1.9 Wat wordt bedoeld met bovengrond en ondergrond?
• Bovengrond (topsoil)
± 10–25 cm, veel organische stof, meeste wortels, intensief bewerkt
• Ondergrond (subsoil)
Lagere lagen, opslag van water en nutriënten, minder biologie
, 1.10 Wat is textuur/ structuur?
Antwoord
• Textuur: verhouding zand, leem en klei (vast)
• Structuur: hoe de deeltjes samenklitten tot aggregaten (veranderlijk)
1.11 Wat zijn primaire/secundaire mineralen?
• Primaire mineralen
Onveranderd uit gesteente (kwarts, veldspaat, mica)
• Secundaire mineralen
Ontstaan door verwering (kleimineralen, ijzeroxiden)
1.12 Waar komt organische stof vandaan?
Organische stof komt van:
• plantenresten (bladeren, wortels)
• dierenresten
• micro-organismen
• humus (stabiele fractie)
1.13 Waarin verschilt bodemwater van leidingwater?
Bodemwater:
• bevat opgeloste zouten en nutriënten
• heet bodemoplossing
• werkt bufferend voor planten
Leidingwater is grotendeels zuiver.
1.14 Waarin verschilt bodemlucht van de atmosfeer?
Bodemlucht bevat:
• minder zuurstof
• meer CO₂
• hogere luchtvochtigheid
Bij slechte verluchting ontstaat zuurstoftekort.
1.15 Wat is bodemgezondheid, bodemkwaliteit?
• Bodemkwaliteit: fysische + chemische + biologische eigenschappen in functie van gebruik
• Bodemgezondheid: nadruk op levende, dynamische bodem
Onderscheid:
• Inherent (niet veranderbaar)
• Dynamisch (beheerafhankelijk)