SAMENVATTING KENNISCLIPS PROGRAMMEREN IN PYTHON
Variabelen en uitdrukkingen
Uitdrukking = elk stukje code dat een resultaat kan teruggeven VB 1+1
Als we iets willen doen met het resultaat: variabele aanmaken VB result = 1+1
Variabelen worden gebruikt om resultaten/ waarden op te slaan en je maakt ze door er
iets aan toe te wijzen.
→ Je kan bewerkingen uitvoeren met variablen VB result + 6
→ Variabele kan aangepast worden VB result = result + 4
Variabele namen
WEL NIET
Letters, nummer en underscores Karakters (zoals @, $, %), spaties, woorden met
→ Gebruik zinvolle namen! een belangrijke functie in Python (if, not, and…),
(verhooft leesbaarheid code) nummers helemaal vooraan
→ Namen zijn hoofdlettergevoelig! (naam en Naam zijn niet hetzelfde)
→ Namen van functies kan je gebruiken, maar dan overschrijf je de functie (de functie
kan dan niet meer gebruikt worden) VB print
Variabele types
• Int = integer = geheel getal
• Float = floating point number = kommagetal (gebruik punt als komma)
• Str = string = kort stukje tekst (enkele/ dubbele aanhalingstekens)
→ Strings plus elkaar worden gewoon aan elkaar geplakt
• Bool = boolean → geeft als uitkomst True/ False
Je kan het type opvragen door type(…)
Functies
“Werkwoorden” van de programmeertaal: neemt de input (argumenten tussen haakjes),
doet hier iets mee en geeft een output (resultaat van uitdrukking) terug.
round() → getallen afronden
print() → tekst geven als output, combo van variabelen is mogelijk (scheiden met
komma)
constructors = functies die variabelen omzetten naar een bepaald type
→ int(), float(), str(),…
Input() → aan de gebruiker van het programma input vragen die kan worden
opgeslagen in een variabele
, SAMENVATTING KENNISCLIPS PROGRAMMEREN IN PYTHON
Control flow
= volgorde van uitvoeren van het programma
→ Sequentieel: van boven naar onder (elk regeltje overlopen)
→ Voorwaardelijk: onder bepaalde voorwaarden iets anders doen
→ Lus
VOORWAARDELIJK
→ Gebruik van if, else en elif gevolgd door een bepaalde voorwaarde en afgesloten met
een dubbele punt
LET OP: bij gebruik van elif gaat het programma maar 1 v.d. opties uitvoeren. Als
de eerste if juist is, wordt de elif niet uitgevoerd!
→ In voorwaarde gebruik maken van bepaalde symbolen die testen of uitspraak waar is:
→ Testen kunnen ook gecombineerd worden met logische operatoren:
→ Om duidelijk te maken welke code bij een if/ else/ elif hoort: inspringen in de
volgende regel (indentation blocks)
String methoden
Functie = stukje code die een actie uitvoert (de “werkwoorden” van het programmeren)
Voor een functie: functie_naam(argument(en)) VB print(“Hello World”)
Methode = specifieke functie die bij een bepaald type variabele hoort
→ Veranderen vaak de variabelen waarop ze werken!
Voor een methode: variabele_naam.methode_naam(argument(en))
Variabelen en uitdrukkingen
Uitdrukking = elk stukje code dat een resultaat kan teruggeven VB 1+1
Als we iets willen doen met het resultaat: variabele aanmaken VB result = 1+1
Variabelen worden gebruikt om resultaten/ waarden op te slaan en je maakt ze door er
iets aan toe te wijzen.
→ Je kan bewerkingen uitvoeren met variablen VB result + 6
→ Variabele kan aangepast worden VB result = result + 4
Variabele namen
WEL NIET
Letters, nummer en underscores Karakters (zoals @, $, %), spaties, woorden met
→ Gebruik zinvolle namen! een belangrijke functie in Python (if, not, and…),
(verhooft leesbaarheid code) nummers helemaal vooraan
→ Namen zijn hoofdlettergevoelig! (naam en Naam zijn niet hetzelfde)
→ Namen van functies kan je gebruiken, maar dan overschrijf je de functie (de functie
kan dan niet meer gebruikt worden) VB print
Variabele types
• Int = integer = geheel getal
• Float = floating point number = kommagetal (gebruik punt als komma)
• Str = string = kort stukje tekst (enkele/ dubbele aanhalingstekens)
→ Strings plus elkaar worden gewoon aan elkaar geplakt
• Bool = boolean → geeft als uitkomst True/ False
Je kan het type opvragen door type(…)
Functies
“Werkwoorden” van de programmeertaal: neemt de input (argumenten tussen haakjes),
doet hier iets mee en geeft een output (resultaat van uitdrukking) terug.
round() → getallen afronden
print() → tekst geven als output, combo van variabelen is mogelijk (scheiden met
komma)
constructors = functies die variabelen omzetten naar een bepaald type
→ int(), float(), str(),…
Input() → aan de gebruiker van het programma input vragen die kan worden
opgeslagen in een variabele
, SAMENVATTING KENNISCLIPS PROGRAMMEREN IN PYTHON
Control flow
= volgorde van uitvoeren van het programma
→ Sequentieel: van boven naar onder (elk regeltje overlopen)
→ Voorwaardelijk: onder bepaalde voorwaarden iets anders doen
→ Lus
VOORWAARDELIJK
→ Gebruik van if, else en elif gevolgd door een bepaalde voorwaarde en afgesloten met
een dubbele punt
LET OP: bij gebruik van elif gaat het programma maar 1 v.d. opties uitvoeren. Als
de eerste if juist is, wordt de elif niet uitgevoerd!
→ In voorwaarde gebruik maken van bepaalde symbolen die testen of uitspraak waar is:
→ Testen kunnen ook gecombineerd worden met logische operatoren:
→ Om duidelijk te maken welke code bij een if/ else/ elif hoort: inspringen in de
volgende regel (indentation blocks)
String methoden
Functie = stukje code die een actie uitvoert (de “werkwoorden” van het programmeren)
Voor een functie: functie_naam(argument(en)) VB print(“Hello World”)
Methode = specifieke functie die bij een bepaald type variabele hoort
→ Veranderen vaak de variabelen waarop ze werken!
Voor een methode: variabele_naam.methode_naam(argument(en))