Celdeling bij bacteria => binaire splijting
1. DNA kopiëren
2. Cel groeit : DNA kopiën bewegen uit elkaar (tegengestelde eindes)
3. Septum : celmembraan en celwand groeien naar binnen
4. Bacterie splitst in 2 dochtercellen
=> clonale reproductie : 1 ouder, dus kopiën van die ouder
Eukaryote chromosomen:
⁃ Elk species verschillend aantal chromosomen
⁃ Bestaat uit chromatine (DNA + eiwitten)
-> heterochromatine : niet tot expressie
-> euchromatine : genen kunnen worden afgelzezen
⁃ Karyotype: geordende voorstelling van alle chromosomen van een organisme
⁃ Homologe chromosomen : maternele en paternele copijen van eenzelfde
chromosoom (2 chromosomen van hetzelfde paar)
⁃ Gerepliceerde chromosomen : zijn verbonden door kinetochoren en cohesiecomplex
van eiwitten => zusterchromatiden
Eukaryote celcyclus:
1. G1 fase : de cel groeit en maakt celonderdelen aan
2. S fase (synthese) : het DNA wordt verdubbeld
3. G2 fase : de cel bereidt zich voor op de celdeling
4. M fase (mitose) : kern deelt en chromosomen worden verdeeld
5. C (cytokinese) : het cytoplasma deelt -> ontstaan 2 dochtercellen
, Interfase:
G1 fase : celgroei
S fase : synthese van DNA
- DNA replicatie
- productie 2 zusterchromatiden
G2 fase : chromosomen condenseren en mitochondrie & organellen repliceren
- centromeren repliceren en w verbonden door cohesie eiwitten
- kinetochoor eiwitten hechten aan centromeren
- microtubuli hechtenn aan kinetochoor
- centriolen repliceren en bewegen naar elke poolcel
MITOSE:
1. PROFASE:
⁃ Chromosomen condenseren (korter en dikker)
⁃ Centriolen -> celpolen
⁃ Spoelfiguur wordt gevormd (poolmictorubuli)
⁃ Nucleaire enveloppe (membraan) lost op
PROMETAFASE:
- nucleaire enveloppe volledig opgelost
- spoelfiguur is gevormd
-spoeldraden hechten zich aan chromosomen ter hoogte van het kinetochoor
- chromosomen -> midden van de cel