Psychologie
Gedrag in context
Omschrijving sociale
Hoofdstuk 1: psychologie
Inleiding
Sociale psychologie:
Onderzoekt hoe het gedrag, de gevoelens en
Gedrag in context de gedachten van een individu worden
beïnvloed door hun sociale omgeving
Psychologie probeert gedrag, emo4es en De onderzoeksfocus ligt op de interac4es
gedachten te verklaren en te voorspellen tussen mensen en de invloed van deze
interac4es op hun gedrag, cogni4e en emo4es
• Disposi&onisten.
Bron van het gedrag is de persoon, • Raakvlak: Algemene psychologie - sociale
disposi4e psychologie
- ‘Is deze persoon vriendelijk?’ à Opslaan van herinneringen in het geheugen
- ‘Is deze persoon hulpvaardig?’ à Cogni;eve dissonan;e
à Operante condi;onering
• Situa&onisten. à Je gedrag aanpassen aan de meerderheid
Bron van het gedrag is de situa4e
- ‘In welke situa4e is een persoon • Raakvlak: Sociale psychologie – sociologie
hulpvaardig?’ Sociologie staat minder s4l bij individueel
- ‘Hoe beïnvloedt de situa4e het gedrag van een individu, maar eerder bij
agressieve gedrag van een persoon?’ wetma4gheden in sociale structuren
à Dynamiek van klassenvorming in een
samenleving op basis van macht, rijkdom,
sociale status
Er was een paradigmastrijd tussen
à Effect van economische ongelijkheid op de
disposi4onisten en situa4onisten à toegankelijkheid van onderwijs en
Nu interac4onisme: dynamische wisselwerking gezondheidszorg
tussen individuele verschillen en de situa4e
Zwakke situa4es beïnvloeden het gedrag
slechts ma4g, waardoor disposi4es een
grotere invloed hebben op het gedrag
à Wachtzaal bij dokter is een niet sterk
genormeerde omgeving, verschil tussen sociale,
praatgrage mensen en mensen die eerder introvert
zijn, is sterk
= Grote invloed van disposi;e
à Begrafenis is situa;e waarin een duidelijke norm
is, weinig verschillen tussen individuen
= Kleine invloed van disposi;e
,Psychologie
Hoofdstuk 2: 2. Oorsprong van het zelf
Het sociale zelf
Zel`erkenning is de oorsprong van het zelf
Inleiding Stap 1 = zichzelf herkennen als afzonderlijke
eenheid, vanaf ongeveer 18 maanden
(rouge-test: rode s4p op het hoofd van baby)
ZelOennis wordt ges4muleerd in
individualis4sche samenleving, belangrijk in Stap 2 = invulling van het zelf is rela4oneel
een wereld vol veranderingen bepaald. We voegen gedachten,
à Voorwaarde om te komen tot verwach4ngen, gedragingen van
zelfwaardering en zelfpresenta4e betekenisvolle andere samen
(Looking glass self: zichzelf zien door de ogen
• Evolu&onair: zelOennis was belangrijk van de ander, reflec4es van anderen vormen
à Zich bewust zijn van innerlijke ervaringen, het materiaal waaruit het zelf wordt
ook an4ciperen op inten4es van anderen opgebouwd)
• Griekse Oudheid: γνῶθι σαυτόν (ken
uzelf) 3. Zelfconcept
• Humanisme: filosofisch perspec4ef dat Interne voorstelling van wie je denkt te zijn,
menselijke vrijheid en vooruitgang refereert aan sekserollen, etnische iden4teit,
benadrukt persoonlijkheid, bekwaamheid, voorkeuren, …
à A. Maslow: humanis4sche psychologie
Zelfrealisa4e als hoogste doel • Bestaat uit: mentale structuren met
Spiritualiteit, zingeving opvaingen over onszelf die de
verwerking van informa4e sturen
= zelfschema’s
(Kunnen gaan over wie we zouden willen
zijn, moeten zijn, …)
Hoe werken zelfschema’s?
• Als mentale kaarten of sjablonen die we in
ons hoofd hebben
• Basis van hoe we onszelf zien en hoe we
reageren
• Worden opgebouwd uit ervaringen,
overtuigingen en herinneringen
• Beïnvloeden onze gedachten, gevoelens
en gedragingen
1. Structureren van informa&e: wat
1. Het zelf is tweedelig betekent deze ervaring voor mij?
2. Invloed op emo&es: een ervaring
• ‘Mij’, zelfconcept: alle kennis over mezelf beves4gt een nega4ef zelfschema
à ‘Ik kan niets - verdriet, ontgoocheling
• ‘Ik’, zelfregulator, sturende rol: de kennis
3. Invloed op gedrag: zelfschema’s
die ik heb
zeken aan tot handelen
à ‘Ik kan dit’ - ac;e ondernemen, …
,Psychologie
4. Zelfregulatie Zelfbeeld
Pogingen om eigen gedachten, gevoelens en
gedrag te controleren en eventueel te Introspectie
veranderen aan de hand van interne
standaarden Een zinvolle bron voor zelOennis
à eigen waarden, idealen, geweten, … (reflec4e, journaling, autobiografie)
We hebben kennis over onze reac4es,
Zelfdiscrepan7e. voorkeuren, gedragingen maar beperkt inzicht
Verschil tussen wie we zijn (actuele zelf) en in de verklaringen hiervoor
zouden willen (ideale zelf)/moeten zijn (ought • Cogni&ef:
self) à Met wie zal ik samenwerken voor een
Grote verschillen zorgen voor nega4eve groepstaak?
gemoedstoestand • Affec&ef:
à Wie vind ik aantrekkelijk?
Zelfperceptie
Zelfpercepðeorie: mensen kunnen
gedachten en gevoelens afleiden uit de
observa4e van het eigen gedrag, mo4even en
Zel9ewustzijnstheorie. emo4es
Aandacht gericht op zichzelf leidt tot verhoogd
bewustzijn van zelfdiscrepan4e • Zelfpercep&e van emo&es:
à spiegels, camera’s, sociale media, nieuwe We wenen niet omdat we verdrie4g
groepen, … zijn, maar omdat we wenen, voelen
we ons verdrie4g
Neiging dit op te lossen door: Gelaatsfeedbackhypothese:
• Gedrag aan te passen totdat fysiologische gewaarwordingen
discrepan4e verdwijnt beïnvloeden emo4es
• Zelnewustzijn vermijden of
ontvluchten • Zelfpercep&e van mo&va&e:
Als we gemo4veerd zijn voor iets, zet
Te veel zelnewustzijn maakt niet gelukkig! dit iets over ons voorkeur
à Intrinsieke mo4va4e
à Extrinsieke mo4va4e
Overrechtsvaardigingeffect:
Intrinsieke mo4va4e neemt af
wanneer er externe beloningen aan
gekoppeld worden
Zelfregula4e vraagt mentale energie. Dit kan à Experiment kleuters die schilderen
uitgeput geraken: ego-uitpuing à Vergoeden van vrijwillige inzet
à Marshmallow-test: de mate waarin
kinderen in staat zijn het korte-termijn-genot
kunnen uitstellen is voorspeller voor succes op
latere leeqijd
, Psychologie
Invloed van anderen 2. Neiging tot zelfverheerlijking
• Sociale vergelijkingstheorie -Fes7nger: • De meeste mensen hebben een posi4ef
Mensen die onzeker zijn over hun zelneeld
capaciteiten of opinies, evalueren zichzelf • Neiging eigen bekwaamheden als hoger in
door zich met anderen te vergelijken: we te schaken dan het gemiddelde
gaan bij anderen op zoek om beves4ging à 80% van de chauffeurs vindt dat ze beter
te vinden voor onze meningen rijden dan de gemiddelde chauffeur
• Tweefactorentheorie -Schachter:
We ervaren emo4es in 2 stappen: Hoe?
- Fysiologische opwinding ervaren 1. Zelfdienende informa&everwerking:
- Gewaarwording interpreteren, wordt Neiging successen op eigen rekening te
beïnvloed door anderen schrijven, mislukkingen te vergeten (ego-
à We ervaren spanning, we zien de ander beschermende ra4onalisa4es)
weglopen, we interpreteren dit als angst voor à ‘Het is gelukt omdat ik daar goed in ben’
de situa;e
2. ZelGandicapering:
Gedrag bedoeld om eigen presta4es te
Zelfwaardering ondermijnen, zodat we een excuus
hebben voor de te verwachten mislukking
Zelfwaarderingsstabliliteit: à Je hebt een examen en denkt dat je het niet
gaat kunnen, je studeert niet en slaagt niet.
Hoe stabiel blijq de
Het is dan gemakkelijker om te zeggen ik heb
waardering van het zelf? niet geleerd dan ik kan het niet
Situa4onele factoren, 3. Zich linken aan het succes van anderen:
levensgebeurtenissen hebben en afstand doen van ‘losers’
een grote impact à Supporters van sportploeg
1. Waarom behoefte aan 4. Neerwaartse sociale vergelijkingen:
Onszelf vergelijken met anderen die meer
zelfwaardering pech hebben
à Die heeY nog minder punten dan ik
(we hebben het zo slecht nog niet)
Het is een maatstaf voor zich aanvaard voelen
door anderen. We evolueren onszelf in rela4e
tot anderen Zelfpresentatie
Het is nodig om gelukkig, gezond en produc4ef Spotlight-effect:
te zijn. Zelfwaardering zorgt voor We hebben het gevoel dat anderen vaker naar
zelfvertrouwen, wat leidt tot zelfontplooiing ons kijken dan dit in de werkelijkheid gebeurt
Het is een buffer tegen de meest Impact van onze reac4es wordt vaak
fundamentele bedreiging: Angst voor de dood overschat, zowel posi4ef als nega4ef
(= Terror Management Theory)
Gedrag in context
Omschrijving sociale
Hoofdstuk 1: psychologie
Inleiding
Sociale psychologie:
Onderzoekt hoe het gedrag, de gevoelens en
Gedrag in context de gedachten van een individu worden
beïnvloed door hun sociale omgeving
Psychologie probeert gedrag, emo4es en De onderzoeksfocus ligt op de interac4es
gedachten te verklaren en te voorspellen tussen mensen en de invloed van deze
interac4es op hun gedrag, cogni4e en emo4es
• Disposi&onisten.
Bron van het gedrag is de persoon, • Raakvlak: Algemene psychologie - sociale
disposi4e psychologie
- ‘Is deze persoon vriendelijk?’ à Opslaan van herinneringen in het geheugen
- ‘Is deze persoon hulpvaardig?’ à Cogni;eve dissonan;e
à Operante condi;onering
• Situa&onisten. à Je gedrag aanpassen aan de meerderheid
Bron van het gedrag is de situa4e
- ‘In welke situa4e is een persoon • Raakvlak: Sociale psychologie – sociologie
hulpvaardig?’ Sociologie staat minder s4l bij individueel
- ‘Hoe beïnvloedt de situa4e het gedrag van een individu, maar eerder bij
agressieve gedrag van een persoon?’ wetma4gheden in sociale structuren
à Dynamiek van klassenvorming in een
samenleving op basis van macht, rijkdom,
sociale status
Er was een paradigmastrijd tussen
à Effect van economische ongelijkheid op de
disposi4onisten en situa4onisten à toegankelijkheid van onderwijs en
Nu interac4onisme: dynamische wisselwerking gezondheidszorg
tussen individuele verschillen en de situa4e
Zwakke situa4es beïnvloeden het gedrag
slechts ma4g, waardoor disposi4es een
grotere invloed hebben op het gedrag
à Wachtzaal bij dokter is een niet sterk
genormeerde omgeving, verschil tussen sociale,
praatgrage mensen en mensen die eerder introvert
zijn, is sterk
= Grote invloed van disposi;e
à Begrafenis is situa;e waarin een duidelijke norm
is, weinig verschillen tussen individuen
= Kleine invloed van disposi;e
,Psychologie
Hoofdstuk 2: 2. Oorsprong van het zelf
Het sociale zelf
Zel`erkenning is de oorsprong van het zelf
Inleiding Stap 1 = zichzelf herkennen als afzonderlijke
eenheid, vanaf ongeveer 18 maanden
(rouge-test: rode s4p op het hoofd van baby)
ZelOennis wordt ges4muleerd in
individualis4sche samenleving, belangrijk in Stap 2 = invulling van het zelf is rela4oneel
een wereld vol veranderingen bepaald. We voegen gedachten,
à Voorwaarde om te komen tot verwach4ngen, gedragingen van
zelfwaardering en zelfpresenta4e betekenisvolle andere samen
(Looking glass self: zichzelf zien door de ogen
• Evolu&onair: zelOennis was belangrijk van de ander, reflec4es van anderen vormen
à Zich bewust zijn van innerlijke ervaringen, het materiaal waaruit het zelf wordt
ook an4ciperen op inten4es van anderen opgebouwd)
• Griekse Oudheid: γνῶθι σαυτόν (ken
uzelf) 3. Zelfconcept
• Humanisme: filosofisch perspec4ef dat Interne voorstelling van wie je denkt te zijn,
menselijke vrijheid en vooruitgang refereert aan sekserollen, etnische iden4teit,
benadrukt persoonlijkheid, bekwaamheid, voorkeuren, …
à A. Maslow: humanis4sche psychologie
Zelfrealisa4e als hoogste doel • Bestaat uit: mentale structuren met
Spiritualiteit, zingeving opvaingen over onszelf die de
verwerking van informa4e sturen
= zelfschema’s
(Kunnen gaan over wie we zouden willen
zijn, moeten zijn, …)
Hoe werken zelfschema’s?
• Als mentale kaarten of sjablonen die we in
ons hoofd hebben
• Basis van hoe we onszelf zien en hoe we
reageren
• Worden opgebouwd uit ervaringen,
overtuigingen en herinneringen
• Beïnvloeden onze gedachten, gevoelens
en gedragingen
1. Structureren van informa&e: wat
1. Het zelf is tweedelig betekent deze ervaring voor mij?
2. Invloed op emo&es: een ervaring
• ‘Mij’, zelfconcept: alle kennis over mezelf beves4gt een nega4ef zelfschema
à ‘Ik kan niets - verdriet, ontgoocheling
• ‘Ik’, zelfregulator, sturende rol: de kennis
3. Invloed op gedrag: zelfschema’s
die ik heb
zeken aan tot handelen
à ‘Ik kan dit’ - ac;e ondernemen, …
,Psychologie
4. Zelfregulatie Zelfbeeld
Pogingen om eigen gedachten, gevoelens en
gedrag te controleren en eventueel te Introspectie
veranderen aan de hand van interne
standaarden Een zinvolle bron voor zelOennis
à eigen waarden, idealen, geweten, … (reflec4e, journaling, autobiografie)
We hebben kennis over onze reac4es,
Zelfdiscrepan7e. voorkeuren, gedragingen maar beperkt inzicht
Verschil tussen wie we zijn (actuele zelf) en in de verklaringen hiervoor
zouden willen (ideale zelf)/moeten zijn (ought • Cogni&ef:
self) à Met wie zal ik samenwerken voor een
Grote verschillen zorgen voor nega4eve groepstaak?
gemoedstoestand • Affec&ef:
à Wie vind ik aantrekkelijk?
Zelfperceptie
Zelfpercepðeorie: mensen kunnen
gedachten en gevoelens afleiden uit de
observa4e van het eigen gedrag, mo4even en
Zel9ewustzijnstheorie. emo4es
Aandacht gericht op zichzelf leidt tot verhoogd
bewustzijn van zelfdiscrepan4e • Zelfpercep&e van emo&es:
à spiegels, camera’s, sociale media, nieuwe We wenen niet omdat we verdrie4g
groepen, … zijn, maar omdat we wenen, voelen
we ons verdrie4g
Neiging dit op te lossen door: Gelaatsfeedbackhypothese:
• Gedrag aan te passen totdat fysiologische gewaarwordingen
discrepan4e verdwijnt beïnvloeden emo4es
• Zelnewustzijn vermijden of
ontvluchten • Zelfpercep&e van mo&va&e:
Als we gemo4veerd zijn voor iets, zet
Te veel zelnewustzijn maakt niet gelukkig! dit iets over ons voorkeur
à Intrinsieke mo4va4e
à Extrinsieke mo4va4e
Overrechtsvaardigingeffect:
Intrinsieke mo4va4e neemt af
wanneer er externe beloningen aan
gekoppeld worden
Zelfregula4e vraagt mentale energie. Dit kan à Experiment kleuters die schilderen
uitgeput geraken: ego-uitpuing à Vergoeden van vrijwillige inzet
à Marshmallow-test: de mate waarin
kinderen in staat zijn het korte-termijn-genot
kunnen uitstellen is voorspeller voor succes op
latere leeqijd
, Psychologie
Invloed van anderen 2. Neiging tot zelfverheerlijking
• Sociale vergelijkingstheorie -Fes7nger: • De meeste mensen hebben een posi4ef
Mensen die onzeker zijn over hun zelneeld
capaciteiten of opinies, evalueren zichzelf • Neiging eigen bekwaamheden als hoger in
door zich met anderen te vergelijken: we te schaken dan het gemiddelde
gaan bij anderen op zoek om beves4ging à 80% van de chauffeurs vindt dat ze beter
te vinden voor onze meningen rijden dan de gemiddelde chauffeur
• Tweefactorentheorie -Schachter:
We ervaren emo4es in 2 stappen: Hoe?
- Fysiologische opwinding ervaren 1. Zelfdienende informa&everwerking:
- Gewaarwording interpreteren, wordt Neiging successen op eigen rekening te
beïnvloed door anderen schrijven, mislukkingen te vergeten (ego-
à We ervaren spanning, we zien de ander beschermende ra4onalisa4es)
weglopen, we interpreteren dit als angst voor à ‘Het is gelukt omdat ik daar goed in ben’
de situa;e
2. ZelGandicapering:
Gedrag bedoeld om eigen presta4es te
Zelfwaardering ondermijnen, zodat we een excuus
hebben voor de te verwachten mislukking
Zelfwaarderingsstabliliteit: à Je hebt een examen en denkt dat je het niet
gaat kunnen, je studeert niet en slaagt niet.
Hoe stabiel blijq de
Het is dan gemakkelijker om te zeggen ik heb
waardering van het zelf? niet geleerd dan ik kan het niet
Situa4onele factoren, 3. Zich linken aan het succes van anderen:
levensgebeurtenissen hebben en afstand doen van ‘losers’
een grote impact à Supporters van sportploeg
1. Waarom behoefte aan 4. Neerwaartse sociale vergelijkingen:
Onszelf vergelijken met anderen die meer
zelfwaardering pech hebben
à Die heeY nog minder punten dan ik
(we hebben het zo slecht nog niet)
Het is een maatstaf voor zich aanvaard voelen
door anderen. We evolueren onszelf in rela4e
tot anderen Zelfpresentatie
Het is nodig om gelukkig, gezond en produc4ef Spotlight-effect:
te zijn. Zelfwaardering zorgt voor We hebben het gevoel dat anderen vaker naar
zelfvertrouwen, wat leidt tot zelfontplooiing ons kijken dan dit in de werkelijkheid gebeurt
Het is een buffer tegen de meest Impact van onze reac4es wordt vaak
fundamentele bedreiging: Angst voor de dood overschat, zowel posi4ef als nega4ef
(= Terror Management Theory)