Guy van Temsche
026292577
5C420
Inhoud:
Maatschappijgeschiedenis : Totaliteit van de samenleving (politiek+cultureel+sociaal+…)
EN hoe het elkaar beïnvloed (samenhang /wisselwerking)
Hedendaagse periode : niet kunstmatig gebaseerd op echte breukvlakken (bijv. jagers
landbouw)
Opdeling:
- Algemeen + begrippen
- Economisch
- Sociaal
- Politiek
Examen:
- Schriftelijk
- 3 grote inhoudelijke vragen (4 à 6 punten) schets situatie van …. 20e eeuw
- 8tal kleine vragen (0,5 punten) betekenis + situeren in tijd
Hoe studeren:
- 270 pg. Cursus
- Bijkomende uitleg (les)
- Ook delen die niet behandeld zijn kennen !!!!!!
Feiten + Begrippen altijd kennen
Voorbeelden/illustratieve dingen NIET ! (specifieke cijfers enz..)
Structuur:
=/= thema’s (bijv. economie industrie, handel…………..)
Altijd per periode :
- Algemeen
- ½ 19e eeuw
- Eeuwwisseling 19e 20e eeuw
- 2/2 20e eeuw
,Wat is Hedendaagse periode?
Kunstmatige afbakening van tijdsvlakken
Gebaseerd op breukvlakken v/d menselijke geschiedenis (jagers landbouw)
Opvallende kenmerken
- Enorme toename aantal mensen (daarvoor stagnatie)
- Enorme toename goederenpakket + energieverbruik
- Verdwijning “beschotten” in wereld
Wereld is een eenheid geworden/alles verbonden/afhankelijk v. mekaar
- Snelheid van veranderingen
Verklaring hiervoor:
- Monocausale verklaringen (vooropstellen van 1 factor) schieten tekort
(1 element kan alles verklaren)
- Ontstaan van nieuwe samenlevingsvorm nl. kapitalisme (= globale maatschappelijke
transformatie)
- Geleidelijke rijping van hele reeks voorwaarden gelijktijdig (op alle vlakken)
=/= kleine dingen evolueerden op alle vlakken (politiek, economisch…) zorgde voor succes
- Gebeurde in W. Europa (omdat “mengsel” van evoluties daar correct was)
Bijv. China was zeer vindingrijk, maar bepaalde gebieden waren niet in orde dus geen bloei
in China. In W. Europa was alles goed op het juiste moment.
, Hoofdstuk 1: Economische aspecten:
1. Basiskenmerken & ontstaan kapitalisme:
1.1 Wat is kapitalisme:
- Geen specifieke kenmerken
- “prekapitalistische samenleving” alle samenlevingsvormen voor kapitalisme
Kapitalistisch <-> prekapitalistisch
- greep op natuur beperkt (max. inspanning/min. resultaat)
- klemtoon op eigen levensonderhoud/zelfvoorzienend
(agrarisch)
- productie op basis van eenvoudige transformaties/primitief
- marktrelaties & “geld” (ruilen) spelen relatief kleine rol
(!! Bestond dus wel al voor kapitalisme)
- sociale basistegenstelling (landbouwwerker vs. grondheer)
Ongelijke sociale relaties (grondheer hield deel van de winst
voor zichzelf)
- enorme greep op natuur
(kan gevaarlijk zijn voor toekomst!)
- niet meer zelfvoorzienend (niet-agrarisch gingen dus op andere manier produceren)
We maken niet meer dingen voor ons direct,
maar voor anderen
- ingewikkelde tussenschakels (om product te verkrijgen)
- marktrelaties & geld spelen centrale rol ! (= monetarisering)
- sociale basistegenstelling (loontrekker vs kapitaalbezitter)
Loontrekker ‘verkoopt’ arbeidskrachten in ruil voor loon VRIJHEID
Kapitaalbezitter houdt geen deel van de producten meer voor zichzelf
(moest alles opnieuw investeren om zijn statuut te behouden)
Structurele mechanismen v/d kapitalistische samenleving
Kenmerken Prekapitalisme (16e – 18e eeuw)
Kapitaal gebruikt om goederen aankopen verkocht kapitaal + winst
Deel van winst gebruikt om niet opnieuw te
Investeren (bijv. land/huis/luxe..)