Ontwijkende drogredenen = Drogredenen waarbij men eigenlijk discussie ontwijkt, vaak omdat men het
standpunt van de tegenstander niet goed kan weerleggen en het eigen ongelijk
niet wil toegeven
à shifting ground – rode haring – meervoudige vraag – complexe vraag –
relativisme
Weerleggende drogredenen
Argumenten die stelling van een ander proberen te weerleggen op ondeugdelijke
manier
à argument ad hominem (met varianten) -- ad baculum – stromanargument -- ad
lapidem
Deductief redeneren
je pretendeert dat conclusie noodzakelijk voortvloeit uit de premissen en dat
redenering dus deductief geldig is, maar conclusie volgt niet logisch uit de
premissen
à non sequitur
Inductieve drogredenen
Vanuit concreet geval nnaar algemene regel -- beperkt aantal observaties volstaat
niet zonder meer om algemene regel te rechtvaardigen à oordeel kan zijn
vertekend door bias en heuristiek
- Bij analogisch redeneren à valse analogie – vals verschil
- Bij causuaal redeneren à Post hoc ergo propter hoc, cum hoc ergo
propter hoc, hellend vlak
- Hellend vlak
Abductieve drogreden
Vanuit concreet geval naar mogelijke verklaringen -- mogelijke verklaring kan
achteraf incorrect blijken
- Jumping to conclusions
Metalogische drogredenen
à dicto simpliciter – cirkelredenering -- impertinente argumenten – tiviale
argumenten
Met betrekking tot informatiebron
Het argument hecht meer belang aan de oorsprong of status van de informatie
dan aan de inhoudelijke onderbouwing ervan.
Ad populum -- Ad numerum -- Ad verecundiam -- Ad antiquitatem -- Ad novitatem
-- Ad crumenam -- Ad lazarem/ad lazarum -- Ad misericordiam: -- Ad lapidem
Met betrekking tot de betekenis
à equivocatie – misbruik van etymologie
, Non sequitur = “het volgt niet”: overkoepende deductieve dorgredenen – conclusie
1. Bevestiging consequens volgt niet uit premissen, dus niet deductief geldig
2. Ontkenning antecedens 1. – 2. = formele redeneerfout die in argument voorkomt
3. Ad ignorantiam - “Als er leven na de dood is, dan zouden sommige mensen bijna-
4. Is/ought-drogreden doodervaringen rapporteren.”
5. compositie - “Sommige mensen rapporteren bijna-doodervaringen.”
6. divisie
- “Dus er is leven na de dood.”
7. Foutive disjunctie
2.
8. Vals dilemma
3. = uit ontbreken van bewijs wordt ten onrechte conclusie
9. Vals compromis
getrokken
- à “niet bewezen dat p onwaar is, dus p is waar”
“niet bewezen dat p waar is, dus p is onwaar”
“De verdachte is onschuldig, want zijn schuld is niet bewezen.”
4. = normatieve conclusie uit louter beschrijvende premissen
van beschrijvende premissen naar normatieve conclusie zonder
extra normatieve premisse
à “KoWie is drugs, dus koWie moet verboden worden”
5. = men leidt onterecht uit het bestaan van een feitelijke toestand
een normatief oordeel af -> maar je kan niet rechtstreeks uit feiten
afleiden wat je moet doen (deel à geheel)
6. = onterechte conclusie dat eigenschap die aan geheel toekomt,
ook moet gelden voor een deel ervan (geheel à deel)
- B heeft eigenschap X “Een vliegtuig kan over de oceaan
vliegen.”
- A is deel van B. “Een vliegtuig heeft motoren.”
- Dus A heeft eigenschap X “Dus één enkele vliegtuigmotor kan
over de oceaan vliegen.”
7. = Disjunctie: uitspraak van de vorm: A of B
Twee soorten disjuncties
à Inclusieve disjunctie = minstens één is waar (bv. “Inwoners van
Canada spreken Frans of Engels.”)
à Exclusieve disjunctie = slechts één is waar (bv. “Mijn auto staat
geparkeerd in de garage of op straat.”)
Foutieve disjunctie: verwarring tussen inclusieve en exclusieve
disjunctie
- A: “Wenst u winterbanden of zomerbanden op uw wagen?”
- B: “Doet u maar beide; zo krap bij kas zit ik nu ook weer niet.”
8. = situatie ten onrechte voorstellen alsof er slechts twee
mogelijkheden bestaan
à Bv. “You are either with us or you are against us in the fight
against terror.”
9. = ten onrechte aannemen dat waarheid ergens in het midden zal
liggen tussen twee tegengestelde standpunten
à “Als twee partijen het oneens zijn, dan zal het compromis wel
juist zijn.”
- Stelling 1: “De marktwaarde van die wagen is € 30.000.”
- Stelling 2: “De marktwaarde van die wagen is € 5.000.”
- Conclusie: “Dus, de marktwaarde van die wagen zal rond €
17.000 liggen..
Valse analogie = inductieve drogreden bij analogisch redeneren
- Fout in de gelijkenis