Rechtsvergelijking
,Rechtsvergelijking
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 (deel 1): Wat is rechtsvergelijking? (p. 17-27) .................................................................. 3
1.1 Rechtsvergelijking: begrip en buitenlandrechtskunde ................................................................................3
1.2 Discipline of methode? ..............................................................................................................................4
1.3 Soorten rechtsvergelijking .........................................................................................................................5
1.4 Relaties met belendende rechts- en wetenschapsdomeinen ......................................................................8
1.4.1 Rechtsvergelijking en buitenlandrechtskunde (Auslandsrechtskunde)............................................................................ 8
1.4.2 Rechtsvergelijking en juridisch vertalen en tolken ........................................................................................................... 8
1.4.3 Rechtsvergelijking en rechtsfilosofie, -theorie, -sociologie, -geschiedenis ...................................................................... 9
1.4.4 Rechtsvergelijking en internationaal privaat- en publiekrecht....................................................................................... 10
Kader: Comparative law and economics en legal origins (p. 25-27) ................................................................10
Hoofdstuk 2: Waarom rechtsvergelijking? (p. 29-44).......................................................................... 13
2.1 Algemeen: de driedeling van doelen (p. 29-30) ........................................................................................13
2.2 Onmiddellijke doelen en functies (p. 31-33) .............................................................................................14
2.3 Intermediaire doelen en functies (p. 33-39) .............................................................................................16
2.3.1 Rechtenonderwijs (p. 33-34) ........................................................................................................................................... 16
2.3.2 Rechtsvergelijking en de interpretatie van het eigen recht (p. 34-36) ........................................................................... 16
2.3.3 Rechtsvergelijking en de interpretatie van internationaal en supranationaal recht (p. 36-37) ..................................... 18
2.3.4 Rechtsvergelijking en het vreemde recht (p. 38) ............................................................................................................ 19
2.3.5 Rechtsvergelijking als wetenschappelijke discipline (p. 38-39) ...................................................................................... 19
2.4 Verwijderde doelen en functies (p. 39-44) ...............................................................................................20
2.4.1 De lege ferenda-functie (p. 39-40) .................................................................................................................................. 20
2.4.2 Nieuwe internationale en supranationale rechtsinstrumenten (p. 40-43) .................................................................... 21
2.4.3 Rechtsvergelijking en ius commune (p. 43-44) ............................................................................................................... 23
2.4.4 Inspiratie van privaatrechtelijke overeenkomsten (p. 44).............................................................................................. 23
2.4.5 Rechtsvergelijking als hulpwetenschap (p. 44) ............................................................................................................... 23
Hoofdstuk 3: Hoe recht vergelijken? (p. 47-70) .................................................................................. 24
3.1 Methoden van rechtsvergelijking (p. 47-48) .............................................................................................24
3.2 Fasen van de rechtsvergelijking (p. 48-62) ...............................................................................................25
3.2.1 Het formuleren van de rechtsvergelijkende vraagstelling (p. 49-53) ............................................................................. 25
3.2.2 Het verzamelen van de informatie en de duiding ervan (p. 53-58)................................................................................ 27
3.2.3 Het vergelijken en verklaren (p. 58-61) .......................................................................................................................... 30
3.2.4 Het waarderen (?) (p. 61-62)........................................................................................................................................... 31
3.3 Bijzondere aandachtspunten (p. 63-69) ...................................................................................................33
3.3.1 Taal (p. 63-66) ................................................................................................................................................................. 33
3.3.2 Hemeiscentrisme (p. 66-69) ............................................................................................................................................ 35
3.4 Bescheidenheid en moed (p. 70) ..............................................................................................................37
Hoofdstuk 4: Hoe landen groeperen? (p. 75-89) ................................................................................. 39
Inleiding van het hoofdstuk (p. 75) ................................................................................................................39
4.1 Rechtsfamilies (p. 75-84) .........................................................................................................................39
4.1.1 Eendimensionale indelingen (p. 78-79) .......................................................................................................................... 41
4.1.2 Meerdimensionale indelingen (p. 79-82)........................................................................................................................ 42
4.1.3 Relativering en moderne inzichten (p. 83-84) ................................................................................................................ 44
4.2 Overname van recht (p. 85-86) ................................................................................................................46
4.3 Unitaire en samengestelde staten (p. 86-87)............................................................................................48
4.4 Monisme en dualisme (p. 87-89)..............................................................................................................48
4.4.1 Het verdrag als interne rechtsbron: rechtstreekse toepasselijkheid ............................................................................. 48
4.4.2 De doorwerking van het verdragsrecht: het vraagstuk van de directe werking ............................................................ 49
2
,Rechtsvergelijking
Hoofdstuk 1 (deel 1): Wat is
rechtsvergelijking? (p. 17-27)
1.1 Rechtsvergelijking: begrip en buitenlandrechtskunde
Twee kernelementen: recht + vergelijking
1. Het recht kan zijn:
● een heel rechtsstelsel: alle recht dat op een bepaalde plaats op een bepaald ogenblik geldt;
● of een onderdeel daarvan:
– een rechtstak (bv. familierecht);
– een beperkter geheel van rechtsnormen (bv. de plichten van ouders ten overstaan van hun
kinderen);
– rechtsinstellingen of rechtsbegrippen (bv. goede trouw).
2. Vergelijken is een actie: het onderzoeken van de verschillen en gelijkenissen tussen twee of meer
entiteiten.
Definitie van de auteurs
Rechtsvergelijking = het onderzoeken van de verschillen en gelijkenissen tussen twee of meer
rechtsstelsels of welbepaalde onderdelen daarvan.
● De doelstelling van de vergelijking kan divers zijn en hoort volgens de auteurs niet tot de
wezensdefinitie.
● Zelfs de algemene toevoeging "om deze te verklaren" of "om deze te verklaren en te evalueren"
heeft weinig meerwaarde en kan weggelaten worden.
● Bij een onderzoek van verschillen en gelijkenissen rijst wel altijd de vraag naar het waarom en
waartoe. Maar het is de vraag of de rechtsvergelijkende methode die vragen alleen kan
beantwoorden. Minstens ook andere disciplines (historische, sociologische) moeten erbij gehaald
worden.
● Hierin ligt wellicht het onderscheid tussen de rechtsvergelijkende methode en rechtsvergelijking als
wetenschap (zie 1.2).
Terminologie
● Het Nederlandse "rechtsvergelijking" en het Duitse "Rechtsvergleichung" dekken de lading: het is
duidelijk dat het niet om een aparte rechtstak gaat (zoals zakenrecht of belastingrecht).
● Het gaat om meta-recht, waartoe onder meer ook de rechtsgeschiedenis, rechtssociologie en
rechtstheorie behoren.
3
, Rechtsvergelijking
● De Franse ("droit comparé"), Engelse ("comparative law") en Spaanse ("derecho comparado")
terminologie is in dat opzicht misleidend.
● (Aanvulling: die termen klinken alsof er een rechtstak "vergelijkend recht" bestaat. Dat staat niet
letterlijk in de tekst, maar is de logische reden.)
1.2 Discipline of methode?
De vraag: is rechtsvergelijking een wetenschappelijke discipline of "slechts" een methode? Een volwaardige
wetenschap, een deel van de rechtswetenschap of slechts een hulpwetenschap?
Standpunt van de auteurs (met verwijzing naar Kischel, 2015, rnr. 55):
● Die vragen verdienen pas een sluitend antwoord als dat antwoord bepalend zou zijn voor de
oplossing van een concreet onderzoeksprobleem.
● Zo'n concreet probleem is nog niet gevonden. De discussie is dus eerder theoretisch.
Wat wél belangrijk is
De gehanteerde methode moet wetenschappelijk verantwoord zijn, en rechtsvergelijking als wetenschap
moet degelijk methodisch onderbouwd gebeuren. Dat betekent:
1. Je observatie gebeurt objectief.
2. Alleen wat vergelijkbaar is, wordt vergeleken.
3. Een andere onderzoeker komt op basis van dezelfde gegevens tot een gelijkaardig resultaat.
4. Er is ruimte voor verscheidenheid aan methoden, in functie van het gestelde doel.
Niet tabula rasa starten
● Je begint niet met een blanco blad. Je bouwt voort op het werk van anderen bij:
– het definiëren van het voorwerp van je vergelijkend onderzoek;
– het formuleren van de relevante vragen;
– het situeren ervan in een bredere context.
● Je moet wel de methodologische keuzes van die anderen kennen en zeker zijn van de soliditeit van
het fundament waarop je bouwt.
De rechtsvergelijkende wetenschap
= het geheel van de op een wetenschappelijk valide wijze verzamelde kennis inzake de vergelijking van
rechtsstelsels of onderdelen ervan. Ze is steeds evoluerend.
Wat er in zit, van belangrijk naar minder centraal:
● In de eerste plaats: kennis verworven via de rechtsvergelijkende methode.
● Daarnaast:
– reflectie over de methoden en problemen van rechtsvergelijkend onderzoek;
– kennis verworven via andere wetenschappelijk valide methoden;
4
,Rechtsvergelijking
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 (deel 1): Wat is rechtsvergelijking? (p. 17-27) .................................................................. 3
1.1 Rechtsvergelijking: begrip en buitenlandrechtskunde ................................................................................3
1.2 Discipline of methode? ..............................................................................................................................4
1.3 Soorten rechtsvergelijking .........................................................................................................................5
1.4 Relaties met belendende rechts- en wetenschapsdomeinen ......................................................................8
1.4.1 Rechtsvergelijking en buitenlandrechtskunde (Auslandsrechtskunde)............................................................................ 8
1.4.2 Rechtsvergelijking en juridisch vertalen en tolken ........................................................................................................... 8
1.4.3 Rechtsvergelijking en rechtsfilosofie, -theorie, -sociologie, -geschiedenis ...................................................................... 9
1.4.4 Rechtsvergelijking en internationaal privaat- en publiekrecht....................................................................................... 10
Kader: Comparative law and economics en legal origins (p. 25-27) ................................................................10
Hoofdstuk 2: Waarom rechtsvergelijking? (p. 29-44).......................................................................... 13
2.1 Algemeen: de driedeling van doelen (p. 29-30) ........................................................................................13
2.2 Onmiddellijke doelen en functies (p. 31-33) .............................................................................................14
2.3 Intermediaire doelen en functies (p. 33-39) .............................................................................................16
2.3.1 Rechtenonderwijs (p. 33-34) ........................................................................................................................................... 16
2.3.2 Rechtsvergelijking en de interpretatie van het eigen recht (p. 34-36) ........................................................................... 16
2.3.3 Rechtsvergelijking en de interpretatie van internationaal en supranationaal recht (p. 36-37) ..................................... 18
2.3.4 Rechtsvergelijking en het vreemde recht (p. 38) ............................................................................................................ 19
2.3.5 Rechtsvergelijking als wetenschappelijke discipline (p. 38-39) ...................................................................................... 19
2.4 Verwijderde doelen en functies (p. 39-44) ...............................................................................................20
2.4.1 De lege ferenda-functie (p. 39-40) .................................................................................................................................. 20
2.4.2 Nieuwe internationale en supranationale rechtsinstrumenten (p. 40-43) .................................................................... 21
2.4.3 Rechtsvergelijking en ius commune (p. 43-44) ............................................................................................................... 23
2.4.4 Inspiratie van privaatrechtelijke overeenkomsten (p. 44).............................................................................................. 23
2.4.5 Rechtsvergelijking als hulpwetenschap (p. 44) ............................................................................................................... 23
Hoofdstuk 3: Hoe recht vergelijken? (p. 47-70) .................................................................................. 24
3.1 Methoden van rechtsvergelijking (p. 47-48) .............................................................................................24
3.2 Fasen van de rechtsvergelijking (p. 48-62) ...............................................................................................25
3.2.1 Het formuleren van de rechtsvergelijkende vraagstelling (p. 49-53) ............................................................................. 25
3.2.2 Het verzamelen van de informatie en de duiding ervan (p. 53-58)................................................................................ 27
3.2.3 Het vergelijken en verklaren (p. 58-61) .......................................................................................................................... 30
3.2.4 Het waarderen (?) (p. 61-62)........................................................................................................................................... 31
3.3 Bijzondere aandachtspunten (p. 63-69) ...................................................................................................33
3.3.1 Taal (p. 63-66) ................................................................................................................................................................. 33
3.3.2 Hemeiscentrisme (p. 66-69) ............................................................................................................................................ 35
3.4 Bescheidenheid en moed (p. 70) ..............................................................................................................37
Hoofdstuk 4: Hoe landen groeperen? (p. 75-89) ................................................................................. 39
Inleiding van het hoofdstuk (p. 75) ................................................................................................................39
4.1 Rechtsfamilies (p. 75-84) .........................................................................................................................39
4.1.1 Eendimensionale indelingen (p. 78-79) .......................................................................................................................... 41
4.1.2 Meerdimensionale indelingen (p. 79-82)........................................................................................................................ 42
4.1.3 Relativering en moderne inzichten (p. 83-84) ................................................................................................................ 44
4.2 Overname van recht (p. 85-86) ................................................................................................................46
4.3 Unitaire en samengestelde staten (p. 86-87)............................................................................................48
4.4 Monisme en dualisme (p. 87-89)..............................................................................................................48
4.4.1 Het verdrag als interne rechtsbron: rechtstreekse toepasselijkheid ............................................................................. 48
4.4.2 De doorwerking van het verdragsrecht: het vraagstuk van de directe werking ............................................................ 49
2
,Rechtsvergelijking
Hoofdstuk 1 (deel 1): Wat is
rechtsvergelijking? (p. 17-27)
1.1 Rechtsvergelijking: begrip en buitenlandrechtskunde
Twee kernelementen: recht + vergelijking
1. Het recht kan zijn:
● een heel rechtsstelsel: alle recht dat op een bepaalde plaats op een bepaald ogenblik geldt;
● of een onderdeel daarvan:
– een rechtstak (bv. familierecht);
– een beperkter geheel van rechtsnormen (bv. de plichten van ouders ten overstaan van hun
kinderen);
– rechtsinstellingen of rechtsbegrippen (bv. goede trouw).
2. Vergelijken is een actie: het onderzoeken van de verschillen en gelijkenissen tussen twee of meer
entiteiten.
Definitie van de auteurs
Rechtsvergelijking = het onderzoeken van de verschillen en gelijkenissen tussen twee of meer
rechtsstelsels of welbepaalde onderdelen daarvan.
● De doelstelling van de vergelijking kan divers zijn en hoort volgens de auteurs niet tot de
wezensdefinitie.
● Zelfs de algemene toevoeging "om deze te verklaren" of "om deze te verklaren en te evalueren"
heeft weinig meerwaarde en kan weggelaten worden.
● Bij een onderzoek van verschillen en gelijkenissen rijst wel altijd de vraag naar het waarom en
waartoe. Maar het is de vraag of de rechtsvergelijkende methode die vragen alleen kan
beantwoorden. Minstens ook andere disciplines (historische, sociologische) moeten erbij gehaald
worden.
● Hierin ligt wellicht het onderscheid tussen de rechtsvergelijkende methode en rechtsvergelijking als
wetenschap (zie 1.2).
Terminologie
● Het Nederlandse "rechtsvergelijking" en het Duitse "Rechtsvergleichung" dekken de lading: het is
duidelijk dat het niet om een aparte rechtstak gaat (zoals zakenrecht of belastingrecht).
● Het gaat om meta-recht, waartoe onder meer ook de rechtsgeschiedenis, rechtssociologie en
rechtstheorie behoren.
3
, Rechtsvergelijking
● De Franse ("droit comparé"), Engelse ("comparative law") en Spaanse ("derecho comparado")
terminologie is in dat opzicht misleidend.
● (Aanvulling: die termen klinken alsof er een rechtstak "vergelijkend recht" bestaat. Dat staat niet
letterlijk in de tekst, maar is de logische reden.)
1.2 Discipline of methode?
De vraag: is rechtsvergelijking een wetenschappelijke discipline of "slechts" een methode? Een volwaardige
wetenschap, een deel van de rechtswetenschap of slechts een hulpwetenschap?
Standpunt van de auteurs (met verwijzing naar Kischel, 2015, rnr. 55):
● Die vragen verdienen pas een sluitend antwoord als dat antwoord bepalend zou zijn voor de
oplossing van een concreet onderzoeksprobleem.
● Zo'n concreet probleem is nog niet gevonden. De discussie is dus eerder theoretisch.
Wat wél belangrijk is
De gehanteerde methode moet wetenschappelijk verantwoord zijn, en rechtsvergelijking als wetenschap
moet degelijk methodisch onderbouwd gebeuren. Dat betekent:
1. Je observatie gebeurt objectief.
2. Alleen wat vergelijkbaar is, wordt vergeleken.
3. Een andere onderzoeker komt op basis van dezelfde gegevens tot een gelijkaardig resultaat.
4. Er is ruimte voor verscheidenheid aan methoden, in functie van het gestelde doel.
Niet tabula rasa starten
● Je begint niet met een blanco blad. Je bouwt voort op het werk van anderen bij:
– het definiëren van het voorwerp van je vergelijkend onderzoek;
– het formuleren van de relevante vragen;
– het situeren ervan in een bredere context.
● Je moet wel de methodologische keuzes van die anderen kennen en zeker zijn van de soliditeit van
het fundament waarop je bouwt.
De rechtsvergelijkende wetenschap
= het geheel van de op een wetenschappelijk valide wijze verzamelde kennis inzake de vergelijking van
rechtsstelsels of onderdelen ervan. Ze is steeds evoluerend.
Wat er in zit, van belangrijk naar minder centraal:
● In de eerste plaats: kennis verworven via de rechtsvergelijkende methode.
● Daarnaast:
– reflectie over de methoden en problemen van rechtsvergelijkend onderzoek;
– kennis verworven via andere wetenschappelijk valide methoden;
4