H1 - Macroscopie van het parodontium
1. Definitie van het parodontium
Onderdelen:
- Zichtbaar: gingiva & alveolaire mucosa
- Onzichtbaar: wortelcementum, parodontale ligament & alveolair bot
2. Parodontale slijmvliezen
Parodontale slijmvliezen zijn anders dan huid of andere slijmvliezen van het lichaam:
- Mondslijmvliezen = roder, vochtiger, gladder (door keratinisatie, pigmentatie,
vascularisatie, epitheeldikte)
- Parodontale slijmvliezen = niet gespecialiseerd (geen specifieke functie), itt tot bv
tong, wel enkel speekselkliertjes thv palatum + mucosa lippen (sjögren biopsie)
Xerostomie = patiënten met weinig/geen speekselproductie
Hyperkeratose = kleine rode puntjes zichtbaar op het
verhemelte (rokers), hyperkeratose ingang speekselklier
3. Verschillende onderdelen mond
1. GINGIVA VS. ALVEOLAIRE MUCOSA
= 2 soorten slijmvliezen begrensd door mucogingivale grens met vaste positie
Gingiva Alveolaire mucosa
Wat? Kauwslijmvlies Bekledend slijmvlies
Waar? Tandvlees rondom tanden Binnenkant wang + lippen
Kleur Lichtroze: gekeratiniseerd Roder
Vaattekening Normaal Meer
Stippeling Ja: door fusie retelijsten, Nee
(Kleine puntjes op teken van gezondheid
tandvlees)
Beweeglijkheid Vast: rijk aan collageen, beweegt Beweegbaar, mobiel
niet, zit vast rondom tanden
2. VRIJE VS. AANGEHECHTE MUCOSE (= 2 ONDERDELEN VAN DE GINGIVA)
- Vrije gingiva: vrij/epitheliale aanhechting volgt glazuurcementgrens dus op glazuur
o Breedte 1mm onder tandvlees met pocketsonde (0,5-2mm)
o Geen weerstand aan pocketsonde: dus kan er makkelijker onder
—> klinische en histologische pocket zijn anders, met pocketsonde kan
je niet zo diep gaan als de histologische
—> pseudopocket: waarde recessie
Parodontologie – A. Castro 1
, o Weinig weerstand scheurtest (= test die we doen om de gezondheid van het
parodontium te beoordelen): met pocketsonde langs sulcus (s), vrije gingiva en
als het bloed? Teken van inflammatie!
= manier hoe we de gingivitis score beoordelen
o Sulcus/pocket = ruimte tussen tand en gingiva (pocketsonde hierin)
—> continue uitstroom vloeistof (soort exsudaat), is creviculaire vloeistof
—> van binnen naar buiten
—> productie: gezond 5microliter/uur, bij ontsteking (gingivitis: 14, parodontitis
44) gaat productie toenemen als natuurlijk proces van het lichaam om alle
bacteriën en plaque weg te spoelen
—> invloed op substantiviteit: vermogen van vloeistof om op bepaalde oppervlak
geïmpregneerd te worden (daar te blijven) daalt dus maw als je in die pocket iets
van medicatie toedient, zal het direct wegspoelen (werkt behandeling tegen)
- Aangehechte gingiva: vezelig aan cementum of processus alveolaris
- Gingivale groeve (grens): bij 1 op 3 personen is deze exact thv glazuurcement grens,
daaronder start heel vaak de wortel
3. GINGIVABREEDTE
= afstand van gingivale rand tot mucogingivale grens, uitgedrukt in mm
Gingivabreedte verschilt:
- Inter-individueel (tussen de mens)
- Intra-individueel (in de mond)
o Vestibulair: thv snijtanden gemiddeld 3-4mm, hoektanden minder,
molaren terug breder (BK en OK)
o Verlies door poetstrauma geeft gingiva-recessies gemakkelijk thv
hoektanden omdat daar weinig gingivabreedte is
o Linguaal: toename gingivabreedte naarmate we naar achter gaan
(molarenregio)
o Palataal: mucogingivale grens is aan het verhemelte is de A-lijn
(= palataal mucogingivale grens), ohicieel bestaat er daar geen
mucogingivale
- Neemt toe met leeftijd ten gevolge van
continue eruptie van tanden
Parodontologie – A. Castro 2
,- Afstand muco-gingivale grens aan de mandibula onderrand blijft contstant
- Gingiva en processus alveolaris volgen tand
- Na tandextractie involutie (neemt af)
VRIJE gingivabreedte
Vrije gingiva breedte wordt groter bij
- Toename dikte gingiva (grehe)
- Bij orhodontische behandeling (linguo-versie): met orthodontie kan je ook de
gingivapositie veranderen
4. MUCOGINGIVALE GRENS
Bepaling muco-gingivale grens: 4 technieken
- Visueel: via kleur, overgang naar rodere kleur
- Trektest: gingiva = vast, mucosa = beweeglijker (trekken aan lip)
- Lugol test: kleuren om te zien waar de grens exact ligt maar veel mensen ehbben een
allergie dus wordt tegenwoordig niet meer veel gedaan
o Hoe? Met dubbele joodoplossing (IKI)
o Wat? Kleurt glycogeen (wordt gebruikt tijdens keratinisatie), gingiva is
gekeratiniseerd dus glycogeen is al verbruikt tijdens keratinisatie dus geeft
geen glycogeen en dus geen verkleuring, mucosa wel: die wordt gekleurd
- Rimpeltest: met sonde voelen, gingiva = vast, mucosa = verschuifbaar
Belangrijk waar mucogingivale grens start? Ja, voor chirurgie/behandelingen
5. PAPIL
= gingiva in interdentale ruimte, concaaf “col”vorm
- Papil hoogte afhankelijk van afstand tussen bot en contactpunt
- Plaqueretentie bevorderend, plaque controle/start parodontitis!
- “Col” vorm afhankelijk sterkte contactpunt
- Geen “col” bij diasteem: wanneer geen contact, geen col
Parodontologie – A. Castro 3
, - Locus minorus resistentiae: niet gekeratiniseerd, plek met verminderde weerstand
waar makkelijker infectie plaatsvindt
6. KAAKBOT
- Geen verschillen processus alveolaris en basale been
o Enkel embryologisch
o Processus alveolaris gevormd tijdens tanderuptie
o Nadien nog groei: continue eruptie tanden
- Structuur kaaksbeenderen = pijpbeen
o Dense mantel: corticaal bot
o Zacht binnenste: medullair bot of spingiosa
o Verschil OK en BK: BK minder trabekels, minder dens
- Afstand processus alveolaris – glazuurcementgrens 1 tot 2mm
o Als bot heel laag staat (>1-2mm onder glazuurcement-
grens), moet je direct aan pathologie denken
o Uitzonderingen: parodontitis, dehiscenties,
traumatische orthodontie
Dehiscentie: wortel aan buccale/linguale zijde ligt bloot, 20%, tand meer V dan
L, nooit P, vooral thv front
Fenestratie: vooral thv bovenhoektanden, wortel zichtbaar door opening in bot
MAAR botrand coronaler nog intact, weinig tandvlees en weinig bot
o Ankylose = als tand geen parodontaal ligament heeft, proces waarbij geen
ruimte tussen de tand en het bot is, tand geplakt tegen het bot
o Continue tanderuptie
- Involutie kaakbot: preventie involutie
o Gezonde dentitie
o Rootbanking: wortel laten staan
waardoor bot aanwezig blijft
o Implantaten
Behandeling met bisfosfonaten: tandextractie vermijden: namelijk heel weinig/geen
genezing mogelijk
Parodontologie – A. Castro 4