LES 1
POWER ANALYSE
→ bij statistische significantie-toetsen
→ Als t-waarde boven kritische t-waarde zit gaan we nulhypothese verwerpen
,→ bèta > alpha (bepalen we op voorhand)
→ hoe groter de steekproef, hoe lager de kritische t-waarde (=> noncentral parameter)
blauwe bol
=> t-waarde
zwart staafje
=> kritische t-
waarde
,DETERMINANTEN
EFFECT SIZE (ES)
Verschil tussen de waarde in de H0 en de waarde in de HA
Het (klinisch) gewenste verschil
➔ “the degree to wich a phenomenon exists”
➔ Aanduiding van de praktische belangrijkheid van een statistisch significante bevinding
➔ Hoe groter ES, hoe groter de power
SIGNIFICANTIENIVEAU (ALPHA)
➔ kritische waarde verschuift naar links (verlaagt)
➔ Alpha = kans op type 1 fout
, EENZIJDIG VS. TWEEZIJDIG TOETSEN
➔ Bij tweezijdig toetsen schuift kritische waarden op in negatievere en positievere richting
STEEKPROEFOMVANG EN VARIANTIE
➔ Kritische waarde verlagen → power stijgt
- Kleinere s (standaarddeviatie)
- Homogenen subjecten (minder variabiliteit)
- Within subject design (lagere standaardfout)
- Grotere n (steekproefomvang)(lagere standaardfout)
ANDERE FACTOREN
1) Normale verdeling
→ schending van normaliteit verlaagt power en vergroot de kans op type I en II fouten
2) Statisctische procedure
→ power van parametrische toetsen > power van distributievrije toetsen (non-
parametrisch)
→ parametrisch => normaal verdeeld
3) Betrouwbaarheid van de meetwaardes
→ lage betrouwbaarheid -> hogere standaardfout -> lagere power