DEEL 01 : KRACHTLIJNEN
Dit gaat over de krachtlijnen van het Belgische grondwettelijke systeem.
1. INLEIDING
Wat is recht?
“Rationeel opgebouwd geheel van door de overheid uitgevaardigde en via sancties afdwingbare
normen die
dienen tot organisatie, handhaving of herstel van de orde in de samenleving”
Belangrijkste taak van het recht : Orde creëren
*zonder recht = wet van de sterkste
Het is menselijk wetten te creëren, dat gebeurt automatisch. Wanneer kinderen een spel spelen zonder
regels, zullen ze snel zeggen dat “iets niet eerlijk is” en een regel maken.
wetten
Maar wat maakt recht speciaal?
- Systeem met onderlinge samenhang en een eigen begrippenkader
≠ losse regels
- Systeem met onderliggende basiswaarden
vb. billijkheid, gelijkheid…
- (!) afdwingbaarheid
Het recht kan worden afgedwongen door de overheid en dat onderscheidt rechtsregels
van andere regels.
vb. vegetariër : morele regel die ik als dwingend ervaar. Deze zal echter niet
worden afgedwongen
door de overheid.
Recht ~ maatschappij
1) Recht maatschappij : overheid stuurt gedrag van maatschappij
2) Maatschappij recht
vb. klimaat : overheid moet sturen richting oplossing voor klimaatcrisis.
*boeren niet eens met die maatregelen kan impact hebben op recht :
aanpassing
Summa divisio : Publiekrecht – Privaatrecht
= hoogste onderscheid in het recht is het onderscheid tussen publiekrecht en privaatrecht
Privaatrecht : relaties tussen particuliere (rechts)personen
Publiekrecht : overheid – particuliere (rechts)personen / overheid
vb. staatsrecht
Definitie : Staatsrecht
= het recht dat betrekking heeft op de rol en structuur van de organen van de staat, de instelling
en functionering
ervan, hun bevoegdheden, hun verhouding tot elkaar en die tot de burgers
1
,2. DE KERNBOODSCHAP
Belangrijkste zin :
België is een (grondwettelijke) meergelaagde, democratische rechtsstaat in Europa.
3. DE BELGISCHE STAAT
3.1 HET ONTSTAAN VAN BELGIË (SECESSIE)
‘Staat’ kun je definiëren vanuit privaatrechtelijk perspectief (staat van de persoon, getrouwd) of vanuit
het publiekrechtelijke perspectief (land). Dat laatste is cruciaal voor dit vak.
Hoe ontstaan staten?
1. Oorspronkelijk ontstaan
Dit is eigenlijk van vroeger, je kwam ergens en besliste dat het stuk land van jou was.
Meer en meer mensen
vestigden zich er en zo ontstond een land. Vandaag is dat niet meer relevant. Er is
namelijk geen enkel land
dat nog niet geclaimd is door een staat.
2. Afgeleid ontstaan (kan op vier manieren)
a. dekolonisatie
= kolonie wordt onafhankelijk, vb. Congo (1960)
b. secessie (afsplitsing)
- zeldzaam
- bepaald deel van het land voelt zich verbonden met elkaar maar niet met
overkoepelende land
- stukje splits zich af en vormt nieuw land, maar andere stuk verandert niet
c. dismembratio
= uiteenvallen
1 land valt uiteen in 2 nieuwe landen
d. fusie
2 onafhankelijke landen smelten samen tot 1 nieuw land
vb. West -en Oost-Duitsland
België is afgeleid ontstaan aan de hand van secessie van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
1814 : Congres van Wenen
Napoleon werd verslagen en na die Napoleontische oorlogen, kwamen de overwinnaars bijeen.
= Rusland, VK, Oostenrijk en Pruisen
DOEL: FR mocht niet nog eens een oorlog starten
HOE? Frankrijk omringen door bufferstaten (voldoende sterke landen)
Ze vonden NL niet sterk genoeg
- Beslissing : bijplakken van vorstendom aan NL
*Noordelijke Nederlanden + Zuidelijke provincies + Luxemburg +
extra
Maar ging niet 2
goed
, = Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815)
MAAR: Ontevredenheid tussen Noordelijke en Zuidelijke provincies :
o Economische tegenstellingen
Noorden : handel
Zuiden : industrie
o Politieke tegenstellingen : ondervertegenwoordiging
o Kerk :
- Zuiden : katholiek
- Noorden protestants
*Willem wilde zelf de bisschoppen kunnen bepalen maar protestant vs.
katholiek
o Geen persvrijheid (geen haat tegen Willem)
o Taalconflict : Nederlands vs. Frans / Vlaams
Dat leidde tot het monsterverbond tussen katholieken en liberalen om zich af te zetten tegen het
beleid van koning Willem met als doel bepaalde wijzigingen te verkrijgen. Willem moest hier niet veel
van weten en werd strenger. Dit kwam meer en meer in het straatbeeld aan de hand van openlijke
kritiek : ‘Wij willen Willem weg!’.
Op een gegeven moment was er een opera voor de verjaardag van Willem. Dat bracht revoluties (La
Muette de Portici) met zich mee en leidde tot het Voorlopig Bewind die de onafhankelijkheid uitriep
op 4 oktober 1830. Die nam belangrijke beslissingen :
- Eerste nationale grondwettelijke verkiezingen organiseren
- Nationaal Congres samenstellen
- Grondwet !
3.2 JURIDISCHE VOORWAARDEN OM VAN EEN LAND TE SPREKEN
Verdrag van Montevideo : voorwaarden om van een land te spreken
3.2.1 PERMANENTE BEVOLKING
Elk land ter wereld heeft een bevolking en de link tussen land en bevolking krijgt in principe betekenis
door nationaliteit. België heeft dit : 11.825.551
Dit kan wél fluctueren : geboorte en overlijden
3.2.2 AFGEBAKEND GRONDGEBIED
Er moet een grondgebied zijn dat jij het ‘jouwe’ kan noemen.
België :
- Erkenning in het Verdrag van Londen (1839)
- Definitief vastgelegd in het Verdrag van Maastricht (1843)
Het duurde dus 13 jaar tot België een afgebakend grondgebied had. Dit kan ook wijzigen, maar gebeurt
zelden. De Belgische grondwet aanvaardt deze wijzigingen, maar stelt dat dit louter via wet kan
gebeuren (instemming parlement).
3
, Ondanks dat dat niet vaak wijzigt, is het nog eens gebeurd : rivier werd rechtgetrokken waardoor de
juridische grens niet meer overeen kwam met de natuurlijke grens. Gevolg : langs beide kanten kreeg
je stukjes die juridisch gezien tot een ander land hoorden. Op een of andere manier kwamen enkele
tieners hierachter die de stukjes gebruikten er zaken deden als vuurwerk afsteken etc. De Nederlandse
politie kon hier niet tegen optreden omdat de stukjes tot het andere land hoorden. Dat leidde tot een
verdrag tussen BE en NL om die grens recht te trekken, waardoor die stukjes toch naar NL gingen.
3.2.3 EFFECTIEVE OVERHEID
Er moet een gezagsorgaan zijn die de basistaken van een overheid kan vervullen : wetgeving
uitvaardigen, wetgeving toepassen, bevolking veilig houden, recht spreken. België kent meerdere
overheden (gemeenschappen, gewesten, federaal…) die die basistaken op zich nemen.
3.2.4 ONAFHANKELIJKHEID
Het land mag niet afhankelijk zijn van een andere staat en moet dus zijn taken onafhankelijk kunnen
doen. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van verdragen… Dit moet zonder inmenging of goedkeuring
van anderen gebeuren. België voldoet hier zonder twijfel aan.
3.2.5 INTERNATIONALE ERKENNING
Eigenlijk is er nog een vijfde… namelijk een declaratieve voorwaarde : internationale erkenning
= conditio sine qua non
Andere landen moeten u erkennen als staat
* dit is louter ter bevestiging van de eerdere voorwaarden
(!) Het gaat om de erkenning van een staat, niet de regering die aan
het hoofd ervan staan
Het duurde even voor deze voorwaarde in België vervult kon worden, voor NL nog langer.
Definitieve erkenning : verdrag van Londen (1839)
3.3 GEVOLGEN VAN BELGIË ALS STAAT
3.3.1 RECHTSPERSOONLIJKHEID
België bestaat juridisch gezien als land.
Extern aspect
We bestaan naar andere landen toe, naar de buitenwereld. We kunnen dus met andere landen
verdragen sluiten. Dat betekent ook dat België aansprakelijk kan worden gesteld.
Intern aspect
België kan belastingen heffen, maar ook aansprakelijk worden gesteld voor fouten begaan door de drie
machten (wetgevend, uitvoerend, rechterlijk)…
3.3.2 SOEVEREINITEIT
Extern aspect
We staan op gelijke voet met alle andere landen ter wereld en die andere landen mogen onze grenzen
niet zomaar shcenden : gelijkheid en non-interventie.
= alle landen zijn juridisch evenwaardig
4