VIDEO’S SOFIA!
Hoofdstuk 1: Normaal bewegen
Normaal bewegen
- Afhankelijk van intact neuromusculair systeem
o Dingen die normaal zijn vr ons bewegingssysteem gaan we ook normaal k bewegen
- Gecontroleerd door
o Centrale commando’s en spinale activiteit
o Functionele en gedragsaspecten Bv; bij schrik beweeg je minder normaal dan anders (ook niet abnormaal
maar wel afwijking van normaal patroon)
- Ontstaat uit interactie tss centraal en perifeer zenuwstelsel
o Gebaseerd op motorisch leren (ervaring die we hebben is =/ pp) => variatie is normaal → rekening
mee houden in observatie
- Kennis van normaal bewegen nodig om afwijkend bewegen te zien en vr het onderzoek van P die afwijkend
bewegen
- Basiselement voor onderzoek van de neurologische patient (FAME)
o Functies hersenzenuwen bv; gezichtsveld, oogbewegingen, gehoor, smaak, slikken,…
o Ataxie bv; vinger-neusproef, lopen, balans,…
o Motoriek bv; spierkracht, tonus, atrofie, reflexen,…
o E = Sensibiliteit bv; pijn, T, tast, vibratie -en positiezin,…
- Indicatie waarom er afwijkend bewegen is: hypothesenvorming
o Samen met alle elementen uit het onderzoek
o Oorzaak weten want dan pas kunnen we afwijkende beweging behandelen
What to look for?
- Positie/beweging van alle lichaamsdelen: benen, armen, romp, hoofd en soms ook ogen
o Bij gang ook niet alleen nr onderste ledematen kijken
- Alignment: positie van lichaamsdelen tov elkaar
- Evenwicht(sreacties): zijn deze normaal of overdreven?
Normaal bewegen; 4 domeinen:
- Rechtstaan en gaan zitten (1.1)
- Gaan (1.2)
- Reiken en manipulatie (1.3)
- Balans (1.4)
1.1 Zit tot stand
Rechtstaan (STS) en gaan zitten (SIT)
Zeer frequent gebruikte dagelijkse activiteiten
Meer kracht en ROM in onderste ledematen nodig dan tijdens gaan en trappen lopen
Niet zelfstandig kunnen rechtstaan is
- Belangrijke factor voor opname in wzc of andere instellingen bij patiënten
- Frequente oorzaak van vallen
1
,STS; 4 fasen!
- Fase 1: flexie heupen (voorwaarts momentum)
- Fase 2: voorwaarts momentum omgezet in opwaarts momentum = momentum transfer (overdracht van
energie)
o Dr heupflexie komt romp nr voor
o Naar maximale dorsiflexie met voorwaartse translatie van de knieën
- Fase 3: van maximale dorsiflexie enkel naar tot extensie
o Translatie knie nr voor, verder over voorvoet (zo ontstaat DF)
- Fase 4: zoeken naar balans -> STS eindigt niet als we zijn rechtgestaan maar pas als we gestabiliseerd zijn
Bij observatie nagaan of deze 4 fasen aanwezig zijn bij de P
- Vaak al probleem in fase 1 -> te weinig of trage heupflexie
- Tss 1 en 2 komt hoofd voorbij tenen maar bij veel P een probleem dr onvoldoende heupflexie
(Vb yt)
Beïnvloedende factoren
- Voetpositie
o COM (Centre Of Mass) moet over BOS (Base Of Support) komen
▪ BOS= ruimte tss onze 2 voeten
▪ Hoe sneller doen? Voeten iets nr achter verplaatsen (minder kracht, energie en momentum
leveren)
o Asymmetrie? Voeten niet naast elkaar
▪ Effect op gewichtsverdeling (meer gewicht op 1 voet) -> makkelijker als je meer gewicht zet
op achterste voet
- Timing en snelheid van heupflexie
- Zithoogte: hoger => makkelijker rechtstaan
- Zitvlak: hard vlak => makkelijker rechtstaan
- Armhoudingen en inzet hand(en)
o Armen naar voor? Makkelijker om COM boven BOS te krijgen -> MAAR dit passen we niet in de
praktijk toe, beter om P zich te laten afduwen
SIT: van stand nr zit
- =/ eccentrisch spierwerk! -> zelfde spieren werken maar nu verlengen ze
- Vermijden om op stoel neer te ploffen! -> vaak bij P te zien
2
,Oefeningen -> altijd met dit kader werken:
1: welke afwijking zie je?
2: Hoe komt het dat P deze
afwijking vertoont?
3: Welke test?
(4: afwijking en oorzaak
behandelen met oefen om oorzaak
te verbeteren zodat P uiteindelijk
minder afwijking vertoont)
1.2 Gang
Is de basis van voortbeweging dus cruciaal vr het dagelijks leven
- Lijkt eenvoudig en er is min aandacht vereist, is echter een zeer complexe activiteit
- Aandacht?
o “Stops walking when talking” test
▪ Wandelen met P en die vragen stellen
▪ Normaal: vraag beantwoorden tijdens verder wandelen
▪ Positief: stilstaand vraag beantwoorden => P moet aandacht verdelen
▪ Predictief vr valrisico
Onderste ledematen
- Standfase
o Absorptie: als hiel contact maakt met grond, dan absorbeer je krachten
o Steun: midden steunfase
=> want je staat op 1 been
o Balans: midden steunfase
o Propulsie= afduwen: einde standfase, als hiel vd grond komt => PF, je duwt jezelf nr voor
o Bewegingen: heupextensie, knieextensie, DF en PF enkel
- Zwaaifase
o Tenen los, been nr voor zwaaien
o Voetpad -en plaatsing (plaatsen hiel od grond)
o Bewegingen: heupflexie, knieflexie en DF enkel
3
, Bij veel P probleem met propulsie -> plantairflexoren te zwak waardoor P geen groot momentum nr voor kan creëren
=> paslengte kleiner
Als je dat ziet oefeningen geven om PF te verbeteren
L-R vgl!
Trappen
- Uitdaging ligt in
o Gewichtsverplaatsing naar boven of beneden: kracht en balans
o Veiligheid: vaak angstig bij trap aflopen => dichtbij P staan
- Enkelbeweging bij trappen op- en aflopen -> voldoende enkelmobiliteit nodig
- Meer kracht nodig in onderste ledematen
1.3 Arm-Hand: reiken en manipuleren
Reiken: arm ; manipuleren: hand (of meest distale deel vh lidmaat)
- Posturale aanpassingen: taak en context afhankelijk
- Complex!
o Vooral manipuleren
o Dr =/ vrijheidsgraden
- Invloed van gevoel en visus
- Moeilijke taak voor neuro kine
o Om die =/ vrijheidsgraden en reik -en manipulatiebewegingen te reinstalleren
Reiken en grijpen
1. Transportation/transport component = reikbeweging
- Hand opent al bij begin vh reiken -> dus niet: eerst reiken en dan manipuleren!
- Aangepast in functie vd taak
o =/ manieren om staafje (dia 5) vast te nemen vragen andere aanpassing/actie van bij de start vd
transport component
- Hoe verder we moeten reiken, hoe meer romp- en schouderbeweging
o Rekening houden met die bewegingen tijdens revalidatie
o P met zwakke armspieren gaan sneller romp -en heupflexie gebruiken om iets te pakken
4
Hoofdstuk 1: Normaal bewegen
Normaal bewegen
- Afhankelijk van intact neuromusculair systeem
o Dingen die normaal zijn vr ons bewegingssysteem gaan we ook normaal k bewegen
- Gecontroleerd door
o Centrale commando’s en spinale activiteit
o Functionele en gedragsaspecten Bv; bij schrik beweeg je minder normaal dan anders (ook niet abnormaal
maar wel afwijking van normaal patroon)
- Ontstaat uit interactie tss centraal en perifeer zenuwstelsel
o Gebaseerd op motorisch leren (ervaring die we hebben is =/ pp) => variatie is normaal → rekening
mee houden in observatie
- Kennis van normaal bewegen nodig om afwijkend bewegen te zien en vr het onderzoek van P die afwijkend
bewegen
- Basiselement voor onderzoek van de neurologische patient (FAME)
o Functies hersenzenuwen bv; gezichtsveld, oogbewegingen, gehoor, smaak, slikken,…
o Ataxie bv; vinger-neusproef, lopen, balans,…
o Motoriek bv; spierkracht, tonus, atrofie, reflexen,…
o E = Sensibiliteit bv; pijn, T, tast, vibratie -en positiezin,…
- Indicatie waarom er afwijkend bewegen is: hypothesenvorming
o Samen met alle elementen uit het onderzoek
o Oorzaak weten want dan pas kunnen we afwijkende beweging behandelen
What to look for?
- Positie/beweging van alle lichaamsdelen: benen, armen, romp, hoofd en soms ook ogen
o Bij gang ook niet alleen nr onderste ledematen kijken
- Alignment: positie van lichaamsdelen tov elkaar
- Evenwicht(sreacties): zijn deze normaal of overdreven?
Normaal bewegen; 4 domeinen:
- Rechtstaan en gaan zitten (1.1)
- Gaan (1.2)
- Reiken en manipulatie (1.3)
- Balans (1.4)
1.1 Zit tot stand
Rechtstaan (STS) en gaan zitten (SIT)
Zeer frequent gebruikte dagelijkse activiteiten
Meer kracht en ROM in onderste ledematen nodig dan tijdens gaan en trappen lopen
Niet zelfstandig kunnen rechtstaan is
- Belangrijke factor voor opname in wzc of andere instellingen bij patiënten
- Frequente oorzaak van vallen
1
,STS; 4 fasen!
- Fase 1: flexie heupen (voorwaarts momentum)
- Fase 2: voorwaarts momentum omgezet in opwaarts momentum = momentum transfer (overdracht van
energie)
o Dr heupflexie komt romp nr voor
o Naar maximale dorsiflexie met voorwaartse translatie van de knieën
- Fase 3: van maximale dorsiflexie enkel naar tot extensie
o Translatie knie nr voor, verder over voorvoet (zo ontstaat DF)
- Fase 4: zoeken naar balans -> STS eindigt niet als we zijn rechtgestaan maar pas als we gestabiliseerd zijn
Bij observatie nagaan of deze 4 fasen aanwezig zijn bij de P
- Vaak al probleem in fase 1 -> te weinig of trage heupflexie
- Tss 1 en 2 komt hoofd voorbij tenen maar bij veel P een probleem dr onvoldoende heupflexie
(Vb yt)
Beïnvloedende factoren
- Voetpositie
o COM (Centre Of Mass) moet over BOS (Base Of Support) komen
▪ BOS= ruimte tss onze 2 voeten
▪ Hoe sneller doen? Voeten iets nr achter verplaatsen (minder kracht, energie en momentum
leveren)
o Asymmetrie? Voeten niet naast elkaar
▪ Effect op gewichtsverdeling (meer gewicht op 1 voet) -> makkelijker als je meer gewicht zet
op achterste voet
- Timing en snelheid van heupflexie
- Zithoogte: hoger => makkelijker rechtstaan
- Zitvlak: hard vlak => makkelijker rechtstaan
- Armhoudingen en inzet hand(en)
o Armen naar voor? Makkelijker om COM boven BOS te krijgen -> MAAR dit passen we niet in de
praktijk toe, beter om P zich te laten afduwen
SIT: van stand nr zit
- =/ eccentrisch spierwerk! -> zelfde spieren werken maar nu verlengen ze
- Vermijden om op stoel neer te ploffen! -> vaak bij P te zien
2
,Oefeningen -> altijd met dit kader werken:
1: welke afwijking zie je?
2: Hoe komt het dat P deze
afwijking vertoont?
3: Welke test?
(4: afwijking en oorzaak
behandelen met oefen om oorzaak
te verbeteren zodat P uiteindelijk
minder afwijking vertoont)
1.2 Gang
Is de basis van voortbeweging dus cruciaal vr het dagelijks leven
- Lijkt eenvoudig en er is min aandacht vereist, is echter een zeer complexe activiteit
- Aandacht?
o “Stops walking when talking” test
▪ Wandelen met P en die vragen stellen
▪ Normaal: vraag beantwoorden tijdens verder wandelen
▪ Positief: stilstaand vraag beantwoorden => P moet aandacht verdelen
▪ Predictief vr valrisico
Onderste ledematen
- Standfase
o Absorptie: als hiel contact maakt met grond, dan absorbeer je krachten
o Steun: midden steunfase
=> want je staat op 1 been
o Balans: midden steunfase
o Propulsie= afduwen: einde standfase, als hiel vd grond komt => PF, je duwt jezelf nr voor
o Bewegingen: heupextensie, knieextensie, DF en PF enkel
- Zwaaifase
o Tenen los, been nr voor zwaaien
o Voetpad -en plaatsing (plaatsen hiel od grond)
o Bewegingen: heupflexie, knieflexie en DF enkel
3
, Bij veel P probleem met propulsie -> plantairflexoren te zwak waardoor P geen groot momentum nr voor kan creëren
=> paslengte kleiner
Als je dat ziet oefeningen geven om PF te verbeteren
L-R vgl!
Trappen
- Uitdaging ligt in
o Gewichtsverplaatsing naar boven of beneden: kracht en balans
o Veiligheid: vaak angstig bij trap aflopen => dichtbij P staan
- Enkelbeweging bij trappen op- en aflopen -> voldoende enkelmobiliteit nodig
- Meer kracht nodig in onderste ledematen
1.3 Arm-Hand: reiken en manipuleren
Reiken: arm ; manipuleren: hand (of meest distale deel vh lidmaat)
- Posturale aanpassingen: taak en context afhankelijk
- Complex!
o Vooral manipuleren
o Dr =/ vrijheidsgraden
- Invloed van gevoel en visus
- Moeilijke taak voor neuro kine
o Om die =/ vrijheidsgraden en reik -en manipulatiebewegingen te reinstalleren
Reiken en grijpen
1. Transportation/transport component = reikbeweging
- Hand opent al bij begin vh reiken -> dus niet: eerst reiken en dan manipuleren!
- Aangepast in functie vd taak
o =/ manieren om staafje (dia 5) vast te nemen vragen andere aanpassing/actie van bij de start vd
transport component
- Hoe verder we moeten reiken, hoe meer romp- en schouderbeweging
o Rekening houden met die bewegingen tijdens revalidatie
o P met zwakke armspieren gaan sneller romp -en heupflexie gebruiken om iets te pakken
4