Dr. Wim Bouckaert
De student kent de geschiedenis van de cel
Grondlegger verpleegkunde = Antony van Leeuwenhoek
1632 – 1723
Beroep kassier, boekhouder, celbioloog, glasblazer & uitvinder
Verdienste DE CEL (zijn uitvinding)
Celleer/cytologie = basis van de fysiologie van elk levend wezen.
De student kan de aspecten van de celtheorie verwoorden
4 aspecten van de cel:
Bouwstenen van alle planten en dieren.
Kleinst functionerende eenheden van leven.
Gevormd door deling van eerder bestaande cellen.
Homeostase blijft in elke cel van kracht.
Soorten celtypes
Cel van glad spierweefsel
Bloedcellen
Botcellen
Eicellen
Zaadcellen
Zenuwcellen in hersenen
Vetcellen
Cellen die het darmkanaal bekleden
Lichaamscellen hebben veel verschillende vormen en sterk uiteenlopende,
gespecialiseerde functies.
ZIE PAGINA 72 – 73 in boek.
, De student heeft kennis van de cel, de celonderdelen en al zijn
celorganellen
Hoe bestuderen we cellen?
CYTOPLASMA
Algemene term voor stoffen in de cel vanaf de plasmamembraan tot aan de celkern.
2 bestanddelen:
Cytosol = intracellulaire vloeistof die de opgeloste voedingsstoffen, ionen, oplosbare
en onoplosbare eiwitten en afvalstoffen bevat.
Hoge concentratie aan K+ en lage concentratie Na+ (extracellulair omgekeerd)
Hoge concentratie aan eiwitten (soort gelatine)
Kleine hoeveelheden koolhydraten, aminozuren en vetten.
Kan oplosbare stoffen bevatten (inclusies zoals glycogeen korrels, vetdruppels)
Celorganellen = interne structuren die specifieke functies uitvoeren die noodzakelijk
zijn voor de normale bouw, onderhoud en stofwisseling van de cel.
Omgeven door membraan (celkern, mitochondriën, endoplasmatisch reticulum,
Golgiapparaat, lysosomen en peroxysomen)
Niet omgeven door membraan (cytoskelet, centriolen, microvilli, trilharen,
zweefharen, ribosomen en proteosomen.