Thema 0: Introductie
Zingeving in 2 vormen
Individueel: Wat is belangrijk voor jou als persoon, waarvoor sta jij elke dag op? Wat wil je
bereiken in je leven, waar hecht jij waarde aan?
Sociaal: Wat maakt een leven waardevol? Wat is waardevol voor een leven in de
maatschappij?
Context voor het vak RZL
Geen overkoepelend verhaal (~ mening) meer:
➢ Individuele vrijheid en ruimte (= mogelijkheid = verantwoordelijkheid) om antwoorden te
zoeken; Hoe vul jij, als individuele persoon, de vraag naar zingeving in?
➢ Zinvraag is niet louter individueel, heeft niet alleen betrekking op het persoonlijke leven.
Mogelijke religieuze / christelijke respons
1. Contrastgemeenschap: Men doet het op zijn locatie op hun eigen manier, als pure
(Hauerwas) christenen volgens eigen waarden en normen. Laten de
anderen hun ding doen. ‘Wij zijn anders’
(Amer in Amerika → Christelijke entiteit die zich afzondert)
2. Participatie aan maat- : Onze visie, religies inbakken in de publieke ( privé) sfeer
schappelijke discussies en in discussie kunnen gaan. Religies kunnen hun stem
Hollenbach laten horen zonder conflict.
➔ ‘Intellectual solidarity’: (1) De partij moet overtuigd zijn van hun identiteit
(HB p. 206-207) (2) De partij moet openstaan om te luisteren naar andere
entiteiten en weten dat ze niet alle waarheid in pacht heeft
~ Openheid en nieuwsgierigheid naar andersdenkenden
Uitgangspunten RZL
➢ Verdringing naar privé-sfeer niet nodig om vrijheid te kunnen garanderen, zowel niet voor
persoonlijke zinvragen als voor maatschappelijke issues.
➢ Belang van nadenken over zingeving en levensbeschouwing in context van universiteit.
Uitspraak Rector Luc Sels:
“Vandaag hoeven studenten niet meer katholiek te zijn. Gelovig, katholiek of christelijk zijn is al
lang geen lidmaatschapsvoorwaarde meer. … Zelfbeschikking, vrije keuze, eigen kracht: die
waarden zijn natuurlijk ook voor ons van belang. … Maar minstens zo belangrijk is
verbondenheid: het besef dat we in de vrije keuze rekening moeten houden met de gevolgen
ervan voor anderen, de gedachte dat de zorg voor kwetsbare mensen de kwaliteit van een
samenleving bepaalt, de wetenschap dat verbinding cruciaal is voor de mens als relationeel
wezen. Die waarden vinden wij in onze christelijke bedding en in stromingen zoals het
personalisme.”
1
,Emily Esfahini: Happiness
4 pilars of seeking meaning: (1) Belonging (who you are)
(2) Purpose (what you want, your 'why')
(3) Transcendence ("in the zone")
(4) Storytelling (The story you tell yourself about yourself)
Happiness = Seeking meaning in life: Definition (of Emily)
Happiness = ‘Belonging to something bigger than yourself and developing the best of you.’
Psychologe Benny Brown: Kwetsbaarheid
We doen zo hard ons best om ons niet kwetsbaar te voelen in deze maatschappij waar we met
deze gevoelens geen blijf weten. Brown is van mening dat we dit juist moeten omarmen. Je kan
niet selectief pijn en kwetsbaarheid wegduwen zodat we het niet voelen, want dan duwen we
ook geluk en vreugde weg.
Relatietherapeute en seksuologe Esther Perel: Hoe bepaalt ons relationeel leven ons
leven op de werkvloer?
We zijn naar een partnerrelatie gegaan waarbij we alles verwachten van partners, iemands
partner moet in hem/haar het beste van zichzelf naar boven halen. Hoe kan men zelf beter
worden van de relatie? Zelfontwikkeling is in functie van de relatie, als ik niet beter wordt door
men partner, dan is het niet de juiste relatie. Ook werken is een belangrijke factor voor zingeving.
Identity economy: Ik wil mezelf ontplooien en mijn werk en relatie moeten daartoe dienen.
Emotional Capitalism: We brengen psychologische taal binnen in het bedrijfsleven (vertrouwen,
belonging…) en economische taal sluipt de relatie-en vriendenomgeving
binnen (het privéleven).
2
,Thema 1: Over het goede leven – Ethiek (HB p. 125-127, p. 134)
Inleiding
Ethiek ~ Wat moet ik doen? (individueel), Wat moeten wij doen? (collectief), moreel kompas
1. Conflict/Dilemma: Ethiek verschijnt op het moment van een dilemma tussen twee
‘goede’ dingen, twee waarden die we willen beschermen en even
waardevol lijken (bv. Eet ik een banaan of appel => ethische vraag!)
2. Vooronderstelling: Vrijheid, kennis en bewustzijn → We hebben een moreel kompas
over wat goed/slecht is. We beseffen de gevolgen van onze
handelingen. (bv. Wat eten we? => geen ethische vraag op onbewoond
eiland, want daar is er geen bewustheid van de klimaatproblematiek)
3. Taal/ Framing: De taal die men gebruikt maakt veronderstellingen over motivaties
en leggen vaak al iets bloot van oordeel (‘terrorist’ vs ‘verzetsstrijder’)
Aspecten van de ethische handeling
Ethische ‘handeling’
SUBJECTIEVE ZIJDE OBJECTIEVE ZIJDE GEVOLGEN
- Wie? Waarom? - Wat? - Voorziene gevolgen
- Intentie van de persoon - De handeling/het gedrag - Onvoorziene gevolgen
- Motivatie van de persoon - De middelen gebruikt
- Doel, Attitude, Deugd
→ Deugdenethiek → Deontologie → Consequentialisme
OMSTANDIGHEDEN
Wanneer? Context? Verleden?
Deugdenethiek: Onderzoekt de intentie en motivatie van mensen.
Deontologie: Doe de handeling die altijd juist is, ongeacht de gevolgen (bv. nooit liegen)
Consequentialisme: Kosten-baten analyse, meeste nut voor zoveel mogelijk personen, het
doel heiligt de middelen.
Belang van mensbeelden op ethiek: Care ethics
Mensenbeeld van Kohlberg
Kolhberg onderzoek obv. volgend dilemma hoe onze ethische
besluitvorming en ontwikkeling op moreel gebied ontstaat: Een
man genaamd Heinz heeft een doodzieke vrouw. Er is een
medicijn bij de apotheker beschikbaar dat haar zou genezen,
maar Heinz kan dit niet betalen. Wat moet hij doen? Hij zou het
medicijn kunnen stelen.
3
, Driehoek van Lawrence Kohlberg: Morele/Ethische ontwikkeling doorheen ons leven
Niveau 3: Post-conventioneel niveau
=> 6: Universele waarden/ eigen principes
(meest moreel ontwikkelde mensen)
=> 5: Eigen waardepatroon ontwikkeling
Niveau 2: Conventioneel niveau
=> 4: De wetten en regels naleven
=> 3: Goed is wat anderen goed vinden
Niveau 1: Pre-conventioneel niveau
=> 2: Voordeel zoeken
=> 1: Straf vermijden
Premoraliteit: Op basis van sensatie, goed is wat plezierig is.
Oplossing van het Heinz-dilemma: Medicijn stelen of niet?
JA of NEE
Niveau 1
Fase 1: Straf vermijden NEE (anders wordt de man gestraft)
Fase 2: Eigenbelang/belangenafweging JA (hij zal zijn vrouw verliezen die hij graag ziet)
Niveau 2
Fase 3: Loyauteit JA (loyauteit tov zijn vrouw)
Fase 4: Wetten respecteren NEE (stelen mag niet)
Niveau 3
Fase 5: Menselijke ethiek JA (recht op leven belangrijker dan eigendom)
Fase 6: Universele ethiek JA (recht op leven belangrijker dan eigendom)
Ontstaan care ethics: Gilligan en In a different voice (1980-1990)
Carol Gilligan bekijkt Heinz-theorie en ondervindt dat mannen hoger scoren dan vrouwen.
Zij besluit dat de oorzaak hiervan is dat ze een ander mensenbeeld hanteren bij hun oplossing.
Gilligan besluit dat er 4 belangrijke pilaren zijn van ethisch handelen
Chapter 2: Images of a relationship
Uitganspunt: Twee 11-jarigen, een jongen Jake en een meisje Amy, worden bevraagd rond
het Heinz-dilemma.
4