In dit hoofdstuk gaan we kijken naar hoe dingen in de cel kunnen bewegen, daarvoor
hebben we 2 zaken nodig: een structuur waarover bewogen wordt & iets wat beweegt
t.o.v. die structuur.
INLEIDING
DRIE COMPONENTEN VAN HET CYTOSKELET
Het cytoskelet is essentieel voor de stevigheid en de integriteit van de cel. Het is geen
statisch gegeven, maar een dynamische structuur die ervoor zorgt dat cellen van vorm
kunnen veranderen en kunnen evolueren.
Samen vormen de volgende drie componenten het skelet van de cel:
1. Microfilamenten (Actine):
o Dit zijn de kleinste en dunste structuren van het cytoskelet (7-9 nm).
o Ze zijn opgebouwd uit het eiwit actine.
2. Microtubuli:
o Dit zijn de dikste en stevigste structuren met een grotere diameter (25
nm).
o Ze zijn opgebouwd uit \alpha\beta-tubuline dimeren.
3. Intermediaire filamenten:
o Zoals de naam al zegt, liggen deze qua dikte (10 nm) tussen de
microfilamenten en de microtubuli in; ze zijn niet de dunste en niet de
dikste.
o Ze zijn opgebouwd uit verschillende soorten subunits.
Voorbeelden van cytoskelet-organisatie: epitheelcellen & migrerende cellen
aan de kant waar die beweegt, is er een hoge conc. aan MF’s
, MICROFILAMENTEN (ACTINE)
Microfilamenten zijn zeer dynamische (snelle polymerisatie & depolymerisatie),
gepolariseerde structuren opgebouwd uit actine-monomeren (G-actine) die polymeriseren
tot filamenten (F-actine).
Polariteit: Actinefilamenten hebben een (+) en een (-) uiteinde.
ATP-afhankelijkheid: Enkel de ATP-gebonden vorm (ATP-G-actine)
polymeriseert.
Kritische concentratie (C_c): Dit is de concentratie waarbij G-actine in
evenwicht is met het filament. Deze verschilt per uiteinde (C_c^+ = 0.12 mu M,
C_c^- = 0.60 mu M).
Verantwoordelijk voor verschillende cellulaire structuren en processen
Geassocieerd met het motoreiwit myosine
Capping-eiwitten: Eiwitten zoals CapZ (blokkeert (+) kant) en Tropomoduline
(blokkeert (-) kant) kunnen groei of krimp stopzetten, ongeacht de concentratie G-
actine.
DE OPBOUW VAN MICROFILAMENTEN: VAN G-ACTINE NAAR F-ACTINE
Microfilamenten zijn opgebouwd uit individuele bouwstenen die polymeriseren tot een
lange keten.
G-actine (Globulair actine): Dit is de monomeer- of bouwsteenvorm van actine.
F-actine (Filamenteus actine): Wanneer G-actine monomeren aan elkaar
worden gekoppeld, vormen ze een lineair polymeer genaamd F-actine.
ATP-Binding: Elk G-actine molecuul bevat een specifieke holte, de ATP-
bindende spleet (ATP-binding cleft), waar een ATP-molecuul kan binden. In een
actinefilament (F-actine) is deze spleet aanwezig in elk van de "rode bolletjes".
POLARITEIT VAN HET FILAMENT