Familie waarin je zit -> kleurt jouw visie, keuzes die je maakt, je handelen, …
- Iemand met depressie in gezin -> beïnvloed jou denken
- Parentificatie -> als kind een ouderlijke rol opnemen
Systeemtherapie -> nadruk op interacties – context – gehelen
- Je bent wie je bent door je omgeving, gezin, relatienetwerk, familie
- Je bent wie je bent door de ander -> je bent docent omdat je lln. Hebt
- Je bent anders op school, werk, thuis (verschillende identiteiten)
Hulpvragen in verband brengen met de relatie met je partner, kinderen, ouders…
Nieuwe betekenissen geven aan gebeurtenissen in je leven
Gezins- en relatietherapie: (structurele gezinstherapie)
= Begrijpen van interacties binnen gezinnen en relaties en hoe deze invloed hebben
op het psychologisch welzijn van de betrokkene
- Hoe gaat men om met elkaar
- Wat zijn grenzen, coalities?
Een gezin streeft naar evenwicht -> iemand problematiek -> infecteert hele gezin
Gezonde gezinssituatie -> gezonde input en output (dingen kunnen veranderen)
Afgrenzing binnen gezin:
- Kluwengezin
o Sterke afgrenzing
Er komt bijna geen info binnen (weinig sociale steun)
Geen vrienden die komen spelen
Gedrag dat “abnormaal” is kan al snel pathologisch worden
opgevat
- Loszandgezin
o Grens die heel onduidelijk is
Niet samen eten
Problemen rond gehechtheid
Niet weten waar iedereen is
Onzekere jongeren
- Coalitie
o Groepen binnen gezin
Zussen onder elkaar
Vader en zoon
Systeemtheorie:
- Gezin als systeem -> leden zijn onafhankelijk, veranderingen/problemen
beïnvloeden iedereen
- Circulariteit -> wederzijdse beïnvloeding
- Feedbackmechanismen -> mechanismen die zorgen voor balans of conflicten
Relatiepatronen en communicatie:
- Pos en neg communicatiepatronen -> belang gezonde communicatie
- Affectieve hechting -> ondersteuning gezinsleden -> invloed op welzijn
- Intergenerationele patronen -> gedragingen van generatie op generatie
doorgegeven
Theorieën van hechting:
- Hechtingstheorie (Bowlby) -> hechtingsgedrag binnen gezin is fundamenteel
voor emotionele en psychologische gezondheid van individu
, - Beveiliging en onveiligheid -> individu kan zich veilig voelen in relaties als ze
consistente ondersteuning ervaren
o Veilig gehechte relatie -> relatie voelt aan als veilige haven
Roltheorie:
- Gezinsrollen -> rol bepaald functioneren van gezin (rebel, zorgzame ouder, …)
- Rollen veranderen doorheen leven (scheiding, ouder worden, …)
Ecologische en culturele invloeden:
- Omgevingsfactoren -> werkdruk, armoede, waarden/normen
- Sociale steun -> vrienden, andere familie = kan welzijn beïnvloeden
Therapeutische benaderingen:
Gezinstherapie = betrekken van alle gezinsleden, gezamenlijk problemen oplossen
en communicatie verbeteren
Narratieve therapie = verhalen over leven/relaties vertellen en herstructureren, om
zo positieve en oplossingsgerichte perspectieve te ontwikkelen
- Sommige verhalen zijn nog bezig, zijn niet leuk, raffelen nog uit, …
Oplossingsgerichte therapie = vinden van oplossingen voor gezinsproblemen
- Niet de oorzaken gaan uitdiepen
Structurele therapie = aanpassen van structuur en rollen binnen gezin voor meer
evenwicht
- Hoe zit gezin in elkaar? (loszand – kluwen – coalitie)
Veranderingsprocessen:
- Therapeutische alliantie -> opbouwen van sterke, ondersteunende relatie
tussen therapeut en gezin
- Zelfreflectie -> gezinsleden denken na over eigen gedrag
- Zelforganisatie -> nieuwe manieren van interactie leren
Er bestaat niet 1 systeemtheorie:
(op examen benader casus vanuit 3 verschillende visies)
- Structurele gezinstherapie
- Strategische gezinstherapie
- Contextuele gezinstherapie
- Cybernetische gezinstherapie
STRUCTURELE GEZINSTHERAPIE
= structuur van gezin veranderen, zodat ze zelf probleem kunnen oplossen
(Er wordt gekeken naar het hier en nu (grenzen, coalities, hiërarchie))
(diepere, onderliggende patronen van interactie aan pakken) – terug samen eten?
- Structuur (manier waarop rollen van gezinsleden verdeeld zijn)
- Hiërarchie (macht en autoriteit)
- Grenzen (grenzen tussen gezinsleden + grenzen tussen gezin en
buitenwereld)
- Subsystemen (ouder-ouder, ouder-kind -> elk eigen dynamiek)
- Structuurherstel (directe interventies om structuur te herstellen)
- Contextueel inzicht (gezin begrijpen in zijn sociale en culturele context)
STRATEGISCHE GEZINSTHERAPIE
= interventies zijn symptoomgericht
(In het hier en nu gewerkt)
- Concreet kijken naar observeerbaar gedrag
- Gedragsstoornissen worden in stand gehouden door gedragssequenties
- Sequenties worden in therapie geblokkeerd