• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 76 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Leerstoornissen | Orthopedagogiek | UGent | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 76 pagina's

Deze samenvatting bevat een duidelijk overzicht van alle lesnota's van het vak 'Leerstoornissen' in de opleiding Pedagogische Wetenschappen aan de Ugent. Aan het einde van het document staan ook verschillende testings uitgelegd met voorbeelden zodat dit makkelijker te leren is.

Voorbeeld van de inhoud

Wat is een leerstoornis? (Algemeen)
Stijgt het aantal leerlingen met ontwikkelings-, gedrags- of leerstoornis?
De criteria om een diagnose van leerstoornis te kunnen stellen, zijn niet veranderd. Toch is
er een stijging in het aantal diagnoses bij kinderen, hoe komt dit? We hebben niet plots
meer kinderen met leerstoornissen, wel steeds meer kinderen met leerproblemen! Het is dus
belangrijk om de correcte terminologie te gebruiken. Er worden namelijk verschillende termen
door elkaar gebruikt: leermoeilijkheden, leerproblemen, leerachterstand, leerstoornis, etc.
Degene die de termen gebruiken bedoelen er ongeveer hetzelfde mee, maar toch is er een
verschil in betekenis!

Het begrip ‘leren’ is op zich al zeer breed. Je leert continu op allerlei vlakken. Binnen de
context van dit vak beperken we ons tot het leren van cognitieve schoolse vaardigheden
(lezen, spellen, rekenen). Daarom zijn stoornissen zoals ADHD, dyspraxie en dysfasie GEEN
leerstoornissen. Die kunnen wel samen voorkomen met een leerstoornis, maar die worden niet
in eerste instantie gekenmerkt door problemen met cognitieve schoolse vaardigheden.

Cognitieve schoolse vaardigheden




Cognitieve schoolse vaardigheden worden beïnvloeden door heel wat factoren:

1. Factoren in de (brede en enge) leeromgeving van een kind

○ Brede leeromgeving = de algemene context waarin een kind opgroeit (bv thuistaal,
gezinssituatie, etc)

○ Enge leeromgeving = contexten waarin geleerd wordt (bv op school, klimaat van de
klas, methodieken die de leerkracht gebruikt, etc)

2. (Algemene en specifieke) individuele kindfactoren

○ Algemene individuele kindfactoren die mogelijkheden en beperking met zich meebrengen
(bv intelligentie, gehoorproblemen, visuele beperking, etc)

○ Specifieke individuele kindfactoren die mogelijkheden en beperking met zich
meebrengen (bv fonologische vaardigheden, etc).

De brede leeromgeving, enge leeromgeving en de algemene individuele kindfactoren geven
aanleiding tot leermoeilijkheden (= secundaire leerproblemen). Daarbij heeft een kind


Leerstoornissen - 2023/2024 1

,moeilijkheden met lezen, spellen of rekenen, maar deze worden veroorzaakt door factoren
buiten het kind of door zijn algemene persoonlijke mogelijkheden. Deze factoren zullen niet
enkel een impact hebben op de cognitieve schoolse vaardigheden, maar ook op andere domeinen
van het leven.

Er wordt enkel gesproken van een leerstoornis (= primair leerprobleem) indien het
veroorzaakt wordt door de specifieke individuele kindfactoren. Dit zijn de enige factoren
die een rechtstreekse, directe impact hebben op de cognitieve schoolse vaardigheden van een
kind.

Leerproblemen zijn dus ofwel afkomstig uit een leerstoornis of
uit leermoeilijkheden (uit de omgeving of algemene individuele
problemen).




3 criteria voor een leerstoornis
1) Achterstandscriterium

2) Hardnekkigheidscriterium

3) (Mild) exclusiecriterium

Deze criteria werden opgesteld voor het stellen van een leerstoornis in België en Nederland.
De criteria voor het stellen van een diagnose in andere landen kunnen hiervan verschillen!
Hierdoor moet je, bij het vergelijken van resultaten van verschillende landen, goed opletten
bij de interpretatie ervan.

Stel dat een kind niet voldoet aan criteria 1, dan moet je eigenlijk criteria 2 en 3 niet
meer overlopen. Want het kind komt dan al niet meer in aanmerking voor een diagnose. Stel
dat het kind wel voldoet aan criteria 1, dan ga je over naar het bekijken van criteria 2.
Voldoet het daaraan, dan ga je naar 3. Voldoet het niet aan 2, dan hoef je 3 niet meer te
overlopen.

Criterium 1: achterstandscriterium
Achterstandscriterium = er zijn duidelijke problemen bij het verwerven van een specifieke
schoolse vaardigheid (bv lezen, spellen, rekenen).

Belangrijk! Het kind moet vergeleken worden met een adequate vergelijkingsgroep. Vaak zijn
dat kinderen van dezelfde leeftijd, behalve bij zittenblijvers of kinderen die klassen
hebben mogen overslaan. Bij deze uitzonderingen vergelijken we met de kinderen die dezelfde
leerstof zien als hen (maar dus niet per se even oud zijn).

MAAR wat is de cut-off score om te kunnen spreken van ‘achterstand’? → Zowel tussen
verschillende landen als binnen Vlaanderen zijn hier verschillen in. Deze verschillen binnen
Vlaanderen hebben te maken met politieke beslissingen over terugbetaling.

➔ Volgens het Netwerk Leerproblemen en volgens CLB’s ligt de cut-off op percentiel 10.
Zij bepalen adhv deze cut-off wie wel/niet in aanmerking komt voor een diagnose van
‘leerstoornis’ in Vlaanderen.




Leerstoornissen - 2023/2024 2

, ◆ Om recht te hebben op terugbetaling van een private logo, moet je ‘slechts’
onder percentiel 17 zitten, wat wil zeggen dat je niet per definitie een
diagnose moet hebben om recht te hebben op begeleiding bij een private
logopedist.

◆ Terugbetaling bij een CAR wordt enkel goedgekeurd indien je onder of gelijk aan
percentiel 7 scoort, wat wil zeggen dat je sowieso wel een diagnose moet hebben
en zelf iets meer problematieken moet hebben om bij een CAR begeleiding te
kunnen opstarten. Hier zijn ze strenger op hun cut-off.

➔ Volgens DSM-5 ligt de cut-off op percentiel 7, waardoor minder kinderen in aanmerking
komen voor een diagnose leerstoornis volgens DSM-5 dan voor een diagnose volgens
Netwerk Leerproblemen Vlaanderen.

◆ Sidenote: in Noord-Amerika worden leerstoornissen voornamelijk gediagnosticeerd
obv de DSM-5, dus in vergelijkende studies moet hier rekening mee gehouden
worden!

Criterium 2: hardnekkigheidscriterium
Hardnekkigheidscriterium = de problemen blijven bestaan, ook wanneer voorzien wordt in
adequate remediërende instructie en oefeningen. Maw de problemen zijn even (sub)klinisch
voor als na de minimum 6 maanden extra begeleiding.

➔ Adequate remediërende instructie = minstens 6 maanden extra taakspecifieke begeleiding
krijgen van een zorgjuf, logopedist, orthopedagoog, etc. Maw ouders die hun kind thuis
extra helpen vallen hier NIET onder.

MAAR het is niet omdat je klinisch blijft scoren over verloop van tijd dat je niet kan
verbeteren. Je moet zelfs verbeteren, anders leer je gewoon de foute dingen aan en is je
remediëring gewoon foutief. Dus zelfs kinderen die klinisch scoren over verschillende jaren
heen verbeteren wel, maar niet voldoende om uit het klinische te geraken en zijn/haar
achterstand in te halen. VOORBEELD:

● I en II = bovengemiddeld
● III = gemiddeld / leeftijdsadequaat
● IV en V = ondergemiddeld en klinisch

Leerling A scoort in M3 klinisch, maar in E5
leeftijdsadequaat. Dus die maakte een mooie evolutie!

Leerling B scoorde klinisch in M3 en net ondergemiddeld in
E5, die dus een licht positieve evolutie maakt.

Leerling C scoorde klinisch in M3 en ook in E5, die geen
evolutie maakte. Indien bij deze leerling reeds adequate
remediëring werd toegepast zou er voldaan zijn aan het hardnekkigheidscriterium.

Leerling D scoorde klinisch in M3, maar nog slechter klinisch in E5. Bij deze leerling moet
dringend gekeken worden naar of hij/zij wel de juiste dingen aanleert of er niets anders is
wat deze achteruitgang kan veroorzaken (zie ook het exclusiecriterium). Bij deze leerling
werd dus wel voldaan aan het hardnekkigheidscriterium.




Leerstoornissen - 2023/2024 3

,Criterium 3: (milde) exclusiecriterium
Het (milde) exclusiecriterium = je mag andere problemen hebben, je kan dan nog steeds in
aanmerking komen voor een diagnose leerstoornis MAAR deze andere problemen mogen de
vastgestelde hardnekkige achterstand niet volledig verklaren.

Bv kinderen met ADHD hebben soms problemen met concentratie. Wanneer zij slechter scoren op
een specifieke schoolse vaardigheid, dan moet je je goed afvragen of dit is omdat ze echt
problemen hebben met deze specifieke schoolse vaardigheid of ze zich dusdanig weinig kunnen
concentreren dat dit hun scores enorm naar beneden haalt. ADHD (of andere problematieken) is
dus geen uitsluiter van een diagnose leerstoornis, maar je moet wel extra goed opletten en
moet je ook de omgeving extra bevragen over hoe het kind normaal functioneert.

Het vroegere criterium 4: discrepantiecriterium
Vroeger was er nog een vierde criterium waar je aan moest voldoen om de diagnose van een
leerstoornis te kunnen krijgen, namelijk het discrepantiecriterium. Dit criterium wordt nu
niet meer toegepast, omdat IQ de scores op schools leren slechts matig kan verklaren
(correlatie van max 0.50). Daarnaast is IQ relatief statisch en leren/schoolse vaardigheden
zeer dynamisch door het leven!

Discrepantiecriterium = scoort het kind lager op specifieke schoolse vaardigheden (bv lezen,
spellen, rekenen) dan je zou verwachten obv zijn/haar potentieel (intelligentie)? Is het
verschil tussen het IQ te groot met de scores op specifieke schoolse vaardigheden? Zo ja,
dan voldeed je aan het discrepantiecriterium.

Bv een hoogbegaafd kind met IQ 125 die slechts ‘zwak’ scoorde op rekenen, kon vroeger de
diagnose van leerstoornis gekregen hebben. Ondanks dat het niet ‘klinisch’ scoorde.

Denkopdracht uit het hoorcollege
Wat betekent volgende uitspraak voor de 3 huidige criteria van leerstoornissen?

“hij/zij heeft wel een leerstoornis, maar dit komt niet uit de diagnostische testen naar
boven omwille van zijn/haar hoge IQ”

Achterstandscriterium → Hier wordt niet aan voldaan, want de diagnostische testen tonen geen
achterstand of duidelijke problemen aan.

Hardnekkigheidscriterium → Moet je eigenlijk niet meer nakijken, want aan criteria 1 is al
niet voldaan. Maar stel dat we hier toch over zouden nadenken, kunnen we er geen uitspraak
over doen adhv deze stelling. Er is te weinig info hiervoor.

(Mild) exclusiecriterium → Moet je niet meer nakijken, want aan criteria 1 is al niet
voldaan. Maar stel dat we hier toch over zouden nadenken, dan zou mogelijke hoogbegaafdheid
geen probleem zijn om ook een diagnose leerstoornis te krijgen.




Leerstoornissen - 2023/2024 4

,Classificatie van leerstoornissen
In THEORIE zijn er 3 leerstoornissen te onderscheiden:

1) Dyslexie = leesstoornis

2) Dysorthografie = spellingsstoornis

3) Dyscalculie = rekenstoornis

Sidenote: dysgrafie (moeite met schrijven) is GEEN leerstoornis, wel een motorische
stoornis!!

Dysorthografie komt in de praktijk bijna nooit apart voor, het gaat bijna altijd gepaard met
dyslexie. Het kan apart voorkomen, maar dat is zelden het geval. Omgekeerd, dyslexie komt
wel vaker apart voor en hoeft niet per definitie samen te gaan met dysorthografie. MAAR
omdat er zo een grote comorbiditeit tussen beiden is, spreekt men in de praktijk enkel nog
over dyslexie en bedoelt men hiermee (een van) beide.

In de PRAKTIJK worden dus enkel de diagnoses dyslexie en dyscalculie gegeven als het gaat
over een leerstoornis. In het achterhoofd houdende dat dyslexie zowel een lees- als
spellingsstoornis kan inhouden.

1) Dyslexie = een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem
in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het
gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene
verstandelijke beperking (definitie van Stichting Dyslexie Nederland, 2016).

2) Dyscalculie = een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het
vlot/accuraat oproepen van rekenfeiten en/of het leren en vlot/accuraat toepassen van
rekenprocedures (definitie van Desoete et al, 2010).

Classificatie van leerstoornissen volgens DSM-5
Leerstoornissen vallen binnen DSM-5 onder de categorie ‘neurobiologische
ontwikkelingsstoornissen’.

Categorie neurobiologische ontwikkelingsstoornissen DSM-5

● Verstandelijke beperking
● Communicatiestoornis (bv taalstoornis)
● Autisme
● ADHD
● Specifieke leerstoornis
● Motorische stoornis (bv DCD, tic stoornissen)
● Andere neurobiologische ontwikkelingsstoornissen




Leerstoornissen - 2023/2024 5

,De algemene kenmerken van alle neurobiologische ontwikkelingsstoornissen

● Aanvang in (vroege) kinderjaren
● Stoornis in verwerving van taal of van cognitieve, motorische of sociale vaardigheden
● Tamelijk stabiel verloop met progressieve verbetering (maar vaak blijven deficiet in
volwassenheid)
● Meestal hogere prevalentie bij jongens
● Etiologie vaak onbekend, aanwijzingen voor genetische/neurobiologische bepaaldheid

De specifieke kenmerken van een ‘Specifieke leerstoornis’ volgens DSM-5

Moeite met het aanleren en gebruiken van schoolse vaardigheden, zoals blijkt uit de
persistente aanwezigheid van minstens een van de volgende symptomen gedurende minstens zes
maanden, ondanks interventies gericht op deze moeilijkheden.
1) Onnauwkeurig of langzaam en moeizaam lezen van woorden (accuratesse/vloeiendheid of
snelheid)
2) Moeite om de betekenis te begrijpen van wat wordt gelezen (begrijpend lezen)
3) Moeite met spelling
4) Moeite om zich schriftelijk uit te drukken
5) Moeite met het zich eigen maken van gevoel voor en feiten rond getallen of berekeningen
6) Moeite met wiskundig/cijfermatig redeneren

De betreffende schoolse vaardigheden zijn substantieel en meetbaar slechter ontwikkeld dan
gezien de kalenderleeftijd verwacht mag worden en hebben een significant negatieve invloed
op de schoolresultaten en werkprestaties, of op de alledaagse activiteiten, wat wordt
bevestigd door bij de betrokkene afgenomen gestandaardiseerde prestatietests en een volledig
klinisch onderzoek
● Lager dan z-score -1.5 (< pc 7) noodzakelijk voor diagnostische zekerheid
● Lager dan z-score -1 (< pc 16) als ondersteund door aanwijzingen afkomstig van klinisch
onderzoek, geschiedenis van schoolresultaten, schoolrapporten en testscores

De leerproblemen beginnen tijdens de schooljaren, maar worden soms pas echt manifest op het
moment dat de betreffende schoolse vaardigheden zwaarder belast worden dan de betrokkene met
zijn of haar beperkte vermogens aankan.

De leerproblemen worden niet beter verklaard door verstandelijke beperkingen,
niet-gecorrigeerde visuele of gehoorstoornissen, andere psychische of neurologische
stoornissen, psychosociale tegenslagen, gebrekkige beheersing van de taal waarin onderwijs
gegeven wordt, of inadequaat onderricht.

Prevalentie leerstoornissen
Ongeveer 5 à 15% van de bevolking heeft een leerstoornis (dyslexie en/of dyscalculie).
➔ 5 tot 7% heeft de diagnose dyslexie (iets meer jongens dan meisjes)
➔ 5 tot 7% heeft de diagnose dyscalculie (iets meer meisjes dan jongens)

MAAR deze prevalenties zijn discutabel, jongens zijn vaker onoplettend in de klas en worden
mogelijk daardoor vaker gediagnosticeerd met dyslexie. Er leeft ook het idee dat STEM-vakken
meer iets voor jongens zijn, waardoor ze sterker zouden zijn in wiskunde dan meisjes. Dit
klopt niet! Maar daardoor worden meisjes mogelijks sneller gediagnosticeerd met dyscalculie.



Leerstoornissen - 2023/2024 6

,Daarnaast hangen deze percentages ook af van waar de cut-off scores liggen! In het verleden
en in andere contexten werden andere cut-off scores, definities of criteria gebruikt en
liggen de prevalenties dus ook anders. Dit kan je niet vergelijken! Staar je niet blind op
de prevalentie-scores. Er zijn niet per se meer leerlingen met een leerstoornis, mogelijk
wel meer met een diagnose of een secundair leerprobleem. Laat je dus niet misleiden door de
huidige stroom aan artikelen dat leerlingen nu veel meer leerstoornissen zouden hebben.
KLOPT NIET.

Comorbiditeit
Leerstoornissen komen zelden geïsoleerd voor. Comorbiditeit bij leerstoornissen is de regel
ipv de uitzondering. Het is dus cruciaal om hier alert voor te zijn!

1. Dyslexie + dyscalculie → komen zeer vaak samen voor (40%)

2. Leerstoornis + ADHD of ASS → komen vaak samen voor (20 tot 40%)

3. Leerstoornis + emotionele problematiek (bv depressie) → hogere comorbiditeit dan eerst
gedacht…

4. Leerstoornis + motorische problemen (bv DCD, dysgrafie)

5. Leerstoornis + taalontwikkelingsstoornissen

Deze comorbiditeiten kunnen simultaan (tegelijkertijd) of sequentieel (na elkaar) voorkomen.

Homotypische comorbiditeit = comorbiditeit tussen stoornis uit dezelfde categorie binnen
DSM-5 (bv dyslexie + ADHD = beiden neurobiologische ontwikkelingsstoornissen)

Heterotypische comorbiditeit = comorbiditeit tussen stoornis uit verschillende categorieën
binnen DSM-5 (bv dyslexie + hechtingsstoornis)




Leerstoornissen - 2023/2024 7

,Lezen (normale ontwikkeling)
Lezen = koppeling van tekens (grafemen) met klanken (fonemen).

Bij lezen is het belangrijk dat je de koppeling maakt tussen wat je ziet (tekens,
orthografie) en de klanken (fonemen, fonologie).

Sidenote: de semantiek (= betekenis) van een woord (bv hoe een kat eruit ziet) is niet
belangrijk in het lezen. Uiteraard is het belangrijk voor het algemeen functioneren van een
persoon dat die begrijpt wat hij/zij leest. Maar voor de leesvaardigheid op zich, speelt dit
GEEN rol.




Ontwikkelingspsychologische benadering
De ontwikkelingspsychologische benadering van ‘lezen’ = hoe verloopt het verwerVingsproces
van lezen (bij beginnende lezers)?

Het taakanalytisch leesmodel (bij beginnende lezers!)




Woordherkenning = het lezen van het volledige woord (bv kat)

● Auditieve synthese = het plakken van aparte klanken aan elkaar (bv K - A - T = KAT)

○ Sequentieel geheugen = de fonologische loop van je werkgeheugen van Baddeley =
onthouden in welke volgorde de klanken/tekens komen (bv K - A - T ipv A - T - K)

● Teken-klankkoppeling = weten welk teken aan welke klank gekoppeld is (bv weten dat ‘m’
aan de klank ‘mmm’ gekoppeld is of ‘h’ aan de klank ‘ha’)

○ Auditieve discriminatie = het onderscheid kunnen maken tussen verschillende
klanken (bv horen dat ‘ui’ en ‘eu’ verschillend zijn)

○ Visuele analyse = het herkennen van waar een teken stopt en waar een nieuw teken
begint, dit is vrij duidelijk bij getypte tekst maar soms minder duidelijk bij
geschreven tekst.

○ Visuele discriminatie = het onderscheid kunnen maken tussen verschillende tekens
(bv v ≠ w, maar v = V of p ≠ b of q ≠ p)




Leerstoornissen - 2023/2024 8

,Het taakanalytisch leesmodel (bij lezers die al iets vlotter lezen, maar nog steeds
geen gevorderde lezers zijn)




Kinderen die al iets vlotter lezen (bv 2e, 3e leerjaar) herkennen vaak clusters van vaak
voorkomende klanken. Dit zijn de kleinere woorden (en, of, is, het, de, ik) of delen van
langere woorden. Het hoeft dus niet per se te gaan over volledige woorden.

Visuele synthese = het (direct) herkennen van een cluster
aan klanken of korte woordjes opdat deze niet telkens
opnieuw 'gecodeerd' moeten worden om gelezen te kunnen
worden. Dit is de start van vloeiend lezen, want die
clusters worden steeds langer en complexer.

Bv in het begin zal het kind nog H-A-A-S nodig hebben om tot
‘haas’ te komen, maar hoe vaker hij/zij deze klank tegenkomt
hoe gemakkelijker het ‘haa’ zal herkennen. Op den duur zal
het geen hak-plak meer nodig hebben voor de cluster die het
kent (‘haa’). Dan leest het kind als volgt HAA-S, HAA-K,
HAA-T.

Informatieverwerkingsbenadering
De informatieverwerkingsbenadering van ‘lezen’ = hoe verloopt het verwerKingsmodel van lezen
(bij gevorderde lezers)?

Het informatieverwerkingsmodel kijkt zeer structureel naar alle geheugen- en
verwerkingscapaciteiten die noodzakelijk zijn bij lezen. Bv we staan er amper bij stil dat
lezen veel aandacht vergt, dus we gaan er dan maar vanuit dat een kleuter die net leert
lezen over voldoende aandacht beschikt. Toch kunnen ook hier mogelijke oorzaken van
leesproblemen zitten, dus aandacht hebben voor alle verschillende capaciteiten die nodig
zijn bij lezen is belangrijk.

Het informatieverwerkingsmodel

1) Je krijgt input (bv het geschreven woord ‘kat’)

2) De registratie van wat er sensorisch binnenkomt

3) Wisselwerking tussen werkgeheugen en langetermijngeheugen

○ In het werkgeheugen zit het sequentieel geheugen.




Leerstoornissen - 2023/2024 9

, ○ In het langetermijngeheugen zitten de teken-klankkoppelingen

4) Je leest het woord ‘kat’ = output

In de wisselwerking tussen het werkgeheugen en langetermijngeheugen gebeurt vanalles en dat
kan je indelen in verschillende leesstrategieën (= manieren waarop je kan lezen):

➔ Spellend lezen = verklanken: teken-klankkoppeling + auditieve synthese (K-A-T → ‘kat’)

➔ Herkennend lezen = ik herken de cluster van klanken direct en weet dus bij het zien
van ‘kat’ dat het gelezen wordt als ‘kat’. Je moet niet meer decoderen, maar leest wel
zonder intonatie (want je bent nog niet bezig met wat je aan het lezen bent en in
welke context het zich afspeelt).

➔ Anticiperend lezen = gebruikmaken van de context of het verhaal dat je aan het lezen
bent om bepaalde tekens correct te herkennen en met correcte intonatie te lezen (bv
als je twijfelt tussen ‘hat’ of ‘kat’ en het verhaal gaat over een meisje dat een
huisdier wilt, zal je kunnen afleiden dat het waarschijnlijk ‘kat’ zal zijn).

3 categorieën van informatieverwerkingsmodellen

1) Bottom-up modellen (input → output)

○ Opbouwmodel = lezen wordt stap voor stap opgebouwd door het aanleren van
deelvaardigheden (bv het taakanalytische leesmodel, spellend lezen) = de
indirecte route

○ Inprentingmodel = lezen via directe woordherkenning doordat men, als vlotte
lezer, al veel clusters/woorden geautomatiseerd heeft (bv herkennend lezen)= de
directe route

2) Top-down modellen (output → input)

○ Modellen waarin lezen gestuurd wordt vanuit de betekenis, de context en je eigen
kennis omtrent die context (bv anticiperend lezen)

3) Interactief-compensatoire modellen (input ↔ output)

○ Bottom-up en top-down processen staan eigenlijk bijna altijd in wisselwerking en
zijn met elkaar geïntegreerd tijdens het dagelijkse lezen.

Kenmerken van automatisering

● Onbewuste, correcte leesuitvoering

● Dingen lezen zonder bewuste controle (bv wandelen door de straten en onbewust bepaalde
straatborden lezen)

● Geautomatiseerd lezen vergt weinig tot geen verwerkingscapaciteit, je wordt er
niet/nauwelijk moe van.

● Het lezen wordt niet beïnvloed door interferentie (bv je kan vlot lezen en muziek
luisteren tegelijk, je kan autorijden en de verkeersborden tegelijkertijd lezen, je
kan koken en tegelijkertijd het recept lezen, etc)




Leerstoornissen - 2023/2024 10

Documentinformatie

Geüpload op
23 september 2026
Aantal pagina's
76
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€8,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen