VAK 2
Belasting over de toegevoegde waarde
+ Douane en Accijnzen
Geïntegreerde herhalingssamenvatting van de twee aangeleverde presentaties
Examenmethode
Werk btw-casussen systematisch af via de 5 basisvragen. Bij douane: bepaal eerst goederenstatus,
beweging en douaneregeling, en pas daarna heffingen/formaliteiten.
ITAA - Vak 2 | BTW, Douane en Accijnzen p. 1
, DEEL A - BTW
1. De 5 basisvragen bij elk btw-vraagstuk
De cursus maakt van deze vijf vragen de vaste analysemethode. Beantwoord ze systematisch en chronologisch.
# Vraag Kern
Economische activiteit, geregeld, zelfstandig en bestaande uit leveringen/diensten.
1 Belastingplichtige?
Winstoogmerk en hoofd- of bijberoep zijn niet doorslaggevend.
Goederenlevering = eigendomsoverdracht lichamelijk goed. Dienst = alles wat geen
2 Belastbare handeling?
goederenlevering is. In principe onder bezwarende titel.
Waar vindt de handeling
3 Pas de juiste plaatsregel toe. Goederen en diensten hebben afzonderlijke regels.
plaats?
Onderscheid vrijstellingen mét recht op aftrek (bv. IC-levering, uitvoer) en zonder
4 Vrijstelling?
recht op aftrek (bv. art. 44, kleineondernemersregeling).
Principe: leverancier/dienstverrichter. Uitzondering: verlegging naar
5 Wie is schuldenaar?
medecontractant. Daarna: maatstaf, tarief, opeisbaarheid en formaliteiten.
Basistarieven volgens de cursus: normaal 21%; verlaagde tarieven 0%, 6% en 12%.
2. Plaats van diensten: B2B en B2C
Voor diensten is eerst de hoedanigheid van de afnemer belangrijk.
• B2B-hoofdregel: dienst wordt in beginsel gelokaliseerd waar de belastingplichtige afnemer is gevestigd.
• Gevolg grensoverschrijdend B2B binnen EU: vaak btw verlegd; in de cursuscasussen wordt bij toepassing van de
B2B-hoofdregel rooster 44 en IC-listing code S gebruikt.
• B2C: hoofdregel en uitzonderingen moeten afzonderlijk worden getoetst.
• Elektronische diensten aan particulieren: in de cursuscase wordt de dienst in de lidstaat van de particuliere klant
gelokaliseerd; buitenlandse btw kan via OSS worden voldaan. De cursus vermeldt de EUR 10.000-drempel.
• Onroerend goed: diensten die voldoende rechtstreeks verband houden met een onroerend goed worden
gelokaliseerd waar het onroerend goed ligt.
• Evenementen: onderscheid de organisatie van een evenement van het verlenen van toegang.
Casus uit cursus: advies door Belgische kleine onderneming aan Franse btw-plichtige -> B2B-hoofdregel, plaats
Frankrijk, 'btw verlegd' en IC-opgave. Omgekeerd advies van Franse btw-plichtige aan Belgische kleine
onderneming -> plaats België; Belgische kleine onderneming voldoet 21% via bijzondere btw-aangifte.
3. Goederen, IC-handel, invoer en uitvoer
• Bij goederen is de feitelijke goederenbeweging cruciaal.
• Een levering is niet automatisch intracommunautair omdat koper en verkoper in verschillende lidstaten gevestigd zijn.
• Voor een vrijgestelde IC-levering moet de goederenbeweging naar een andere lidstaat correct worden aangetoond en
aan de voorwaarden zijn voldaan.
• Uitvoer buiten de EU: vrijstelling met recht op aftrek; bewijs is essentieel.
• Invoer: douaneregels en invoer-btw spelen samen; zie deel Douane.
Typische val: Belgische verkoper aan Nederlandse onderneming, maar goederen gaan enkel van Antwerpen
naar Maaseik -> goederen verlaten België niet. Volgens de cursus is dit een binnenlandse Belgische levering,
geen IC-levering.
4. Vrijstellingen
ITAA - Vak 2 | BTW, Douane en Accijnzen p. 2