Hedendaagse sociologische theorieën – tijdsdiagnose
10Mondiaal kapitalisme en Globalisering
10.1 Theorieën van mondiaal kapitalisme (cf. tekst Robinson 128-
133)
Immanuel Wallerstein’s ‘Wereld-systeemtheorie’
Wereldsysteem = “A discernable social system, based on wealth and power
differentials, which transcends individual countries”
Wereldsysteemtheorie
Kapitalistisch systeem op wereldschaal, met rijkdom en macht die verdeeld
worden tussen machtige kapitalistische landen en afhankelijke landen
Sinds de 16de-Eeuwse ‘Europese expansie’ is de hele wereld ‘ingelijfd’
door een expansief kapitalistisch systeem.
o Beschrijft hoe sinds 16e eeuw kapitalisme tot stand is gekomen, hoe
Europa de hele wereld op economisch vlak gekoloniseerd heeft
o Is een heel historische theorie
Internationale arbeidsverdeling:
Kernlanden: Machtige, dominante landen (bv. West-Europa, VS, Japan).
o Geïndustrialiseerde, rijke landen, 90% van mondiale rijkdom ligt hier
Periferie: Economisch zwakke, gedomineerde landen (bv. Afrika, Latijns-
Amerika, delen v Azië).
o Rondom rijke landen, inputfactoren ter beschikking stellen voor
kapitalistische landen
Semi-periferie: Tussenpositie landen die opklimmen of terugvallen in de
hiërarchie
Materialen komen uit landen waar ze niet ontwikkeld zijn, ze kunnen enkel
hun arbeid leveren aan de rijkere landen
DIA 5: kaart “English and Dutch trading posts”
Handelsplaatsen die geconnecteerd waren met elkaar
Private bedrijven werden opgericht
Vanaf 18e eeuw beginnen westerse entrepreneurs de armere landen te
veroveren om grootschalige productie mogelijk te maken
Kapitalistische wereldsysteem
Oriëntatie op de wereldmarkt om economische meerwaarde te produceren
Koloniale wereldsysteem was georiënteerd op de Europese markt en
installeerde duidelijke mondiale arbeidsverdeling
16e eeuw plantage-systeem
Koloniale plantage-systeem leidt tot monocultuur landbouw (koffie, katoen,
suiker, etc.) in gebieden die voordien diverse productiesystemen hadden.
Landen werden volledig omgevormd tot bijvoorbeeld suikerrietplantages
Experiment van de monocultuur in de landbouw
o Hypergespecialiseerde landbouw, heel goedkoop 1 product in grote
hoeveelheden
o Monocultuur heeft veel menselijke arbeid nodig veel slavernij
1
,Hedendaagse sociologische theorieën – tijdsdiagnose
o Vaak uit Sub-Sahara Afrika en Caraïben werden mensen
geëxporteerd
o Dus ook arbeidsverdeling wereldwijd gefocust op de Europese macht
Plantagesysteem
Mintz (1985):
Koloniale plantagelandbouw als voorwaarde voor, en aanvulling op
industrialisatie in het Noorden
Antropoloog Sidney Mintz (1985) toonde aan via verhaal van suiker hoe
plantagesysteem condities schiep voor industrialisatie, en dat die
industrialisatie ook aanvulde.
o Etnografische en historische studie naar hoe plantage systeem de
juiste condities geschapen heeft voor industrialisatie van westerse
wereld
Voorbeeld van suiker: kleinschalig en elite, populariseert in de 18 e eeuw
Suiker werd al vanaf 15e eeuw geteeld en was heel duur
Tot 17e eeuw was dit elite product
Eerste plantages waren prototype voor industrialisatie
Ze hebben hier geleerd om op hele grote schaal dingen te produceren
Agrarische industrialisering: plantages als ‘fabrieken in het veld’:
Doet vraag naar slavenarbeid (en dus slavenhandel) toenemen
Ondernemers die betrokken zijn bij de ontwikkeling van overzeese
koloniën, vooral die in het Caribisch gebied, beginnen op grote schaal
suiker te produceren.
En verandert voedselpatroon: suiker wordt belangrijke bron van
voedselenergie
Toename belang van lange afstandsketens in voedseleconomie, ten koste
van korte keten zoals zelfkweek of lokaal kopen
Mintz stelt dat deze suikerplantages een vroege vorm van agrarische
industrialisatie waren, in die zin dat suikerriet (en niets anders dan
suikerriet) in grote hoeveelheden werd verbouwd en verwerkt voor een
grondstoffenmarkt.
Groei van deze industrie escaleerde de vraag naar Afrikaanse slaven om in
het Caribisch gebied te werken, dat grotendeels ontvolkt was door ziekte,
geweld.
Langs de andere kant van de oceaan ontstond een immense markt voor
suiker.
Je ziet het voedselpatroon veranderen:
Suiker werd een belangrijke bron van voedselenergie in Europa.
Langeafstandsketens in de voedseleconomie namen toe, ten koste van
lokale productie en zelfvoorziening
Slaven in het Britse Caribisch gebied werkten gemiddeld 76 uur per week
in de suikerrietvelden of -fabrieken, waardoor er weinig tijd en nog minder
energie overbleef om voedsel te verbouwen
2
, Hedendaagse sociologische theorieën – tijdsdiagnose
Enige manier om hen te voederen was opnieuw om westerse voeding te
importeren
Wereld-systeemdynamiek
Plantages in de periferie produceerden en oogstten suikerriet.
Verwerking tot suiker gebeurde in de Europese kernlanden.
De eindproducten werden verkocht in Europa en de kolonies.
Deze dynamiek weerspiegelt de kern-periferieverhoudingen van het
wereld-systeem.
Door de grote productie deden ze het niet meer op hun traditionele manier
Internationale arbeidsverdeling
Kern:
Sterkste en machtigste landen
Ontwikkeling van technologisch geavanceerde, kapitaalintensieve
producten
Controleren mondiale markt.
Semi-periferie:
Geindustrialiseerde en economisch ontwikkelde landen die voorheen tot de
zogenaamde “Derde Wereld” behoorden, maar nog niet het economische
vermogen van de kernlanden hebben (Brazilië, Indië, etc.).
Industrialiserend
Vaak gemengd: Bv. brazilië kent mengeling tussen vrij arme inheemse
bevolking, voormalige slaven, afstammelingen van kolonialen.
Periferie:
Landen wiens economische activitieit voornamelijk bestaat uit exporten
van grondstoffen en landbouwgoederen naar de kern en semi-periferie
Theorieën van mondiaal kapitalisme
Verandering in het kapitalistisch systeem
Focus op een nieuw systeem van mondiale productie en financiering.
De traditionele koppeling tussen het kapitalistische systeem en de
nationale staat (zoals bij ‘embedded liberalism’) wordt losser of zelfs
overstegen.
Van internationale economie naar wereldkapitalisme (volgens Robinson)
Overgang van:
o Internationale economie (nationale economieën verbonden via
handel)
o Naar een volwaardig wereldkapitalisme waarin nationale
productiesystemen worden herschikt in mondiale productieketens.
Hoewel het wereldkapitalisme al sinds de 16e/17e eeuw bestaat, is er na
de Tweede Wereldoorlog een fundamenteel andere economische orde
ontstaan.
o Het kapitalisme moet sindsdien op mondiale schaal worden
geanalyseerd.
3
10Mondiaal kapitalisme en Globalisering
10.1 Theorieën van mondiaal kapitalisme (cf. tekst Robinson 128-
133)
Immanuel Wallerstein’s ‘Wereld-systeemtheorie’
Wereldsysteem = “A discernable social system, based on wealth and power
differentials, which transcends individual countries”
Wereldsysteemtheorie
Kapitalistisch systeem op wereldschaal, met rijkdom en macht die verdeeld
worden tussen machtige kapitalistische landen en afhankelijke landen
Sinds de 16de-Eeuwse ‘Europese expansie’ is de hele wereld ‘ingelijfd’
door een expansief kapitalistisch systeem.
o Beschrijft hoe sinds 16e eeuw kapitalisme tot stand is gekomen, hoe
Europa de hele wereld op economisch vlak gekoloniseerd heeft
o Is een heel historische theorie
Internationale arbeidsverdeling:
Kernlanden: Machtige, dominante landen (bv. West-Europa, VS, Japan).
o Geïndustrialiseerde, rijke landen, 90% van mondiale rijkdom ligt hier
Periferie: Economisch zwakke, gedomineerde landen (bv. Afrika, Latijns-
Amerika, delen v Azië).
o Rondom rijke landen, inputfactoren ter beschikking stellen voor
kapitalistische landen
Semi-periferie: Tussenpositie landen die opklimmen of terugvallen in de
hiërarchie
Materialen komen uit landen waar ze niet ontwikkeld zijn, ze kunnen enkel
hun arbeid leveren aan de rijkere landen
DIA 5: kaart “English and Dutch trading posts”
Handelsplaatsen die geconnecteerd waren met elkaar
Private bedrijven werden opgericht
Vanaf 18e eeuw beginnen westerse entrepreneurs de armere landen te
veroveren om grootschalige productie mogelijk te maken
Kapitalistische wereldsysteem
Oriëntatie op de wereldmarkt om economische meerwaarde te produceren
Koloniale wereldsysteem was georiënteerd op de Europese markt en
installeerde duidelijke mondiale arbeidsverdeling
16e eeuw plantage-systeem
Koloniale plantage-systeem leidt tot monocultuur landbouw (koffie, katoen,
suiker, etc.) in gebieden die voordien diverse productiesystemen hadden.
Landen werden volledig omgevormd tot bijvoorbeeld suikerrietplantages
Experiment van de monocultuur in de landbouw
o Hypergespecialiseerde landbouw, heel goedkoop 1 product in grote
hoeveelheden
o Monocultuur heeft veel menselijke arbeid nodig veel slavernij
1
,Hedendaagse sociologische theorieën – tijdsdiagnose
o Vaak uit Sub-Sahara Afrika en Caraïben werden mensen
geëxporteerd
o Dus ook arbeidsverdeling wereldwijd gefocust op de Europese macht
Plantagesysteem
Mintz (1985):
Koloniale plantagelandbouw als voorwaarde voor, en aanvulling op
industrialisatie in het Noorden
Antropoloog Sidney Mintz (1985) toonde aan via verhaal van suiker hoe
plantagesysteem condities schiep voor industrialisatie, en dat die
industrialisatie ook aanvulde.
o Etnografische en historische studie naar hoe plantage systeem de
juiste condities geschapen heeft voor industrialisatie van westerse
wereld
Voorbeeld van suiker: kleinschalig en elite, populariseert in de 18 e eeuw
Suiker werd al vanaf 15e eeuw geteeld en was heel duur
Tot 17e eeuw was dit elite product
Eerste plantages waren prototype voor industrialisatie
Ze hebben hier geleerd om op hele grote schaal dingen te produceren
Agrarische industrialisering: plantages als ‘fabrieken in het veld’:
Doet vraag naar slavenarbeid (en dus slavenhandel) toenemen
Ondernemers die betrokken zijn bij de ontwikkeling van overzeese
koloniën, vooral die in het Caribisch gebied, beginnen op grote schaal
suiker te produceren.
En verandert voedselpatroon: suiker wordt belangrijke bron van
voedselenergie
Toename belang van lange afstandsketens in voedseleconomie, ten koste
van korte keten zoals zelfkweek of lokaal kopen
Mintz stelt dat deze suikerplantages een vroege vorm van agrarische
industrialisatie waren, in die zin dat suikerriet (en niets anders dan
suikerriet) in grote hoeveelheden werd verbouwd en verwerkt voor een
grondstoffenmarkt.
Groei van deze industrie escaleerde de vraag naar Afrikaanse slaven om in
het Caribisch gebied te werken, dat grotendeels ontvolkt was door ziekte,
geweld.
Langs de andere kant van de oceaan ontstond een immense markt voor
suiker.
Je ziet het voedselpatroon veranderen:
Suiker werd een belangrijke bron van voedselenergie in Europa.
Langeafstandsketens in de voedseleconomie namen toe, ten koste van
lokale productie en zelfvoorziening
Slaven in het Britse Caribisch gebied werkten gemiddeld 76 uur per week
in de suikerrietvelden of -fabrieken, waardoor er weinig tijd en nog minder
energie overbleef om voedsel te verbouwen
2
, Hedendaagse sociologische theorieën – tijdsdiagnose
Enige manier om hen te voederen was opnieuw om westerse voeding te
importeren
Wereld-systeemdynamiek
Plantages in de periferie produceerden en oogstten suikerriet.
Verwerking tot suiker gebeurde in de Europese kernlanden.
De eindproducten werden verkocht in Europa en de kolonies.
Deze dynamiek weerspiegelt de kern-periferieverhoudingen van het
wereld-systeem.
Door de grote productie deden ze het niet meer op hun traditionele manier
Internationale arbeidsverdeling
Kern:
Sterkste en machtigste landen
Ontwikkeling van technologisch geavanceerde, kapitaalintensieve
producten
Controleren mondiale markt.
Semi-periferie:
Geindustrialiseerde en economisch ontwikkelde landen die voorheen tot de
zogenaamde “Derde Wereld” behoorden, maar nog niet het economische
vermogen van de kernlanden hebben (Brazilië, Indië, etc.).
Industrialiserend
Vaak gemengd: Bv. brazilië kent mengeling tussen vrij arme inheemse
bevolking, voormalige slaven, afstammelingen van kolonialen.
Periferie:
Landen wiens economische activitieit voornamelijk bestaat uit exporten
van grondstoffen en landbouwgoederen naar de kern en semi-periferie
Theorieën van mondiaal kapitalisme
Verandering in het kapitalistisch systeem
Focus op een nieuw systeem van mondiale productie en financiering.
De traditionele koppeling tussen het kapitalistische systeem en de
nationale staat (zoals bij ‘embedded liberalism’) wordt losser of zelfs
overstegen.
Van internationale economie naar wereldkapitalisme (volgens Robinson)
Overgang van:
o Internationale economie (nationale economieën verbonden via
handel)
o Naar een volwaardig wereldkapitalisme waarin nationale
productiesystemen worden herschikt in mondiale productieketens.
Hoewel het wereldkapitalisme al sinds de 16e/17e eeuw bestaat, is er na
de Tweede Wereldoorlog een fundamenteel andere economische orde
ontstaan.
o Het kapitalisme moet sindsdien op mondiale schaal worden
geanalyseerd.
3