• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Filosofie van de geneeskunde | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's

Samenvatting van het vak 'Filosofie van de geneeskunde' uit 3e bachelor geneeskunde aan de KU Leuven. Omvat alle leerstof uit de powerpointslides en lessen, inclusief de lesnotities. NIEUW CURRICULUM!!

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING FILOSOFIE
HOOFDSTUK 1: WAT IS FILOSOFIE?

WAT IS FILOSOFIE?

Een definitie:

 Etymologie: af-bakenen, af-grenzen
 Zoeken naar intensionele definitie (itt extensionele definities)
 Intensionele definitie: geven van betekenis van een verzameling.
o Bv alle studenten in de aula
o Zoeken naar kenmerken dat iets filosofich is + tegelijk uitsluiten dat iets
niet filosofisch is
 Extensionele definitie: je somt alle elementen van die verzameling op.
o Eindeloos aan de definitie bezig als we het opsommen
 Je geeft alle kenmerken of eigenschappen die te vinden zijn bij alle
filosofen/filosofieën en uitsluitend bij filosofen/filosofieën.
 Wat is filosofie? = op grond waarvan noemen we iets (een boek, een theorie, …)
filosofie/filosofisch?
o Zoeken naar noodzakelijke en voldoende voorwerpen voor het correct
gebruik van termen zoals filosofie, ziekte, wetenschap…  een dieper
inzicht in de betekenis geven

EEN METHODE

 Alfred North Whitehead (1861-1947): “Philosophy begins in wonder. And, at the
end, when philosophic thought has done its best, the wonder remains.”
o Premethode: basis of grondhouding die de filosofie drijft
o Verwondering spelt vaak een rol in de filosofie MAAR is ook van toepassing
op andere fenomenen bv in de wetenschap
 Louis C.K. (1967-): ‘You can’t answer a kid’s questions (…). They just keep coming
- more questions: why, why why, until you don’t even know who the * you are
anymore at the end of the conversation. It’s an insane deconstruction.’
o Verwondering bij kindjes is niet per se iets filosofisch  enkel verwonderd
zijn volstaat niet om filosofie te hebben
 Dus: verwondering. Anderen vertwijfeling: Schopenhauer, Kierkegaard
o Iets werkt plots niet meer  gedwongen om erbij stil te staan en heel
concrete keuzes te maken
 Vertwijfeling bij de meeste mensen op sommige momenten in het leven.
o Ook zonder dat het te maken heeft met filosofie
o Bv als er iets ergs gebeurd in je leven bv slechte punten, lief maakt het
uit…  volstaat dus ook niet om filosofie te hebben

Kritisch denken?

 René Descartes (1596-1650): filosofie is kritisch denken
o Niet zomaar geloven wat de autoriteiten zeggen

1

,  Voorbeeld: Descartes’ twijfel
 Maar:
o Filosofie is niet enkel kritisch  gebruikt ook andere methoden dan enkel
twijfel
o In de mate dat kritiek toch heel filosofie kenmerkt, is de attitude toch niet
uniek voor filosofen
 Wiskundige methode: alle wetenschappers in hun hoedanigheid van
wetenschapper zijn ook heel de tijd kritisch  we kunnen
wetenschap definiëren als georganiseerde kritiek
 Filosofie deelt de kritisch houding maar heeft er geen monopolie op

3 methodologische instrumenten:

 Intuïties
 Conceptuele analyse
 Gedachte-experiment: ‘stel dat je … Zou je dan … ?’
 (Argumenten: van premissen naar een conclusie)
 Maar:
o Geen unieke instrumenten
o In de mate dat ze toch uniek zijn, zijn ze niet algemeen-filosofisch.

Conceptuele analyse:

 Wat?
o Concepten proberen te analyseren in meer eenvoudige concepten die de
noodzakelijke en voldoende voorwaarde zijn voor het concept dat ze samen
constitueren
o Bv wat is kennis  true justified believe  het moet gaan over een ware
overtuiging die gerechtvaardigd is
 Probleem:
o Niet alle filosofie
o Niet enkel filosofie

Gedachtenexperimenten:

 Wat? Waarom?
o Scenario in het hoofd dat dien als test om kennis te verwerven  sommige
gedachtenexperimenten kunnen moreel problematisch zijn dus we doen ze
niet echt
o Gelukkig zijn = het abstracte doel waar het in het leven om lijkt te gaan
 Geluk invullen als zoveel mogelijk positieve plezierige ervaringen
die gesophisticeerd kunnen zijn en zo weinig mogelijk negatieve
onprettige ervaringen
 Ervaringmachine: het resultaat is dat we enkel nog positieve
ervaringen hebben en geen enkele negatieve
 Als je aansluit op de machine kan je nooit meer ontkoppelen
 vasthangen voor de rest van ons leven
 Als het zou bestaan zou het ethisch niet moreel zijn 
gedachten experiment
 Als we zo een machine zouden hebben zouden heel veel
mensen zich er niet aan willen vastkoppelen  geluk
betekent niet alleen maar positieve en geen negatieve
ervaring


2

, o Gedachtenexperiment wordt ingezet om aan conceptuele analyse te doen
van bv wat is geluk, het doel van het leven…
 Probleem:
o 1. Niet alle filosofie
o 2. Niet enkel filosofie
 Er zijn ook gedahctenexperimenten in andere vakken bv
theoretische fysica, biologie… omdat experimenten niet altijd
moreel zijn

Intuïtie:

 Wat?
o Verschillende definities/invullingen
 Staat voor een opvatting of overtuiging om onmiddleijk helder en
onmiddellijk waarheid te zijn
 Bv de intuïtie dat de uitspraak ‘ik ben hier’ waar is dat het altijd
waar is ‘ik kan niet niet hier zijn als ik zeg ik ben hier’
 Het lijkt intuïtief waar te zijn
o Ingezet samen met andere instrumenten: conceptuele analyse en
gedachtenexperimenten
 Het gebruiken als een soort test  is de filofische opvatting correct
of incorrect
 Zoals observaties in de wetenschap
 Maar waar voor 1 iemand kan niet waar zijn voor iemand
anders
 Probleem
o 1. Niet alle filosofie
o 2. Niet enkel filosofie
 Bv in de wiskunde staan intuïtische bewijzen centraal omdat we het
onmiddeijk zien dat het ene volgt uit het andere

EEN DOMEIN

 Een filosoof gedefinieerd door hetgeen waar hij zich mee bezig houd (bv
elektricien, loodgieter) = het begrip krijgen van dingen en hoe dingen
samenhangen in de breedst mogelijke zin  houdt zich bezig met zoveel dingen
o Kunnen we het domein inperken door dingen waar de filosofie zich vooral
mee bezig houdt?
 Vreemde vragen? Zeker (‘wat is tijd?’, ‘kunnen we ooit van iets zeker zijn?’, ‘is het
beter om niet geboren te worden dan om wel geboren te worden?’, ‘waarom is het
fout kinderen te folteren?’).
 Onbeantwoordbare en fundamentele vragen en fundamentele problemen
o Voorbeeld: Bestaat God? Wat is waarheid?
 Maar: ook niet-beantwoord(bar)e vragen en zeer fundamentele problemen in
andere disciplines.
o Alle wetenschappelijke disciplines draaien rond vragen die nog niet
beantwoord izjn
 Bv fysica: wat is licht?  kunnen we dat ooit beantwoorden?

Vaagheid van ‘onbeantwoordbaar’ en ‘fundamenteel’:

 Cf. is er vooruitgang in de filosofie?


3

, o “Neen, want is als kunst, niet als wetenschap.”
 Vreemd want filosofie is de basis voor veel wetenschappen
o Maar:
 Probleem 1: is er wel ondubbelzinnige vooruitgang in de
wetenschap? (cf. Kuhn)
 Probleem 2: negatieve vooruitgang in de filosofie
 Vaak weten we daar wel de verkeerde antwoorden zijn en
waarom die ‘populaire’ antwoorden fout zijn
* Zo weten dat we dat pad niet meer moeten nemen
 Probleem 3: geen duidelijk onderscheid tussen proto-wetenschap en
filosofie (cf. geschiedenis van vele wetenschappen).

MC1: Volgens Whitehead begint de filosofie bij

 De vertwijfeling
 De twijfel
 De bewondering
 De verwondering

EEN VERZAMELING VAN DEELDISCIPLINES

 Metafysica, epistemologie, logica en moraalfilosofie
o Probleem: de compenenten zelf zijn ook moeilijk te definieren

Metafysica:

 Een onvolledige poging:
o Metafysica is studie van wat bestaat en van de aard van wat is
 Prototypische filosofie
o Voorbeeld: bestaat vrije wil? Bestaan getallen? En als getallen bestaan, hoe
bestaan ze dan?
 Fundamentele componenten van de werkelijkheid

Logica:

 Een onvolledige poging:
o Logica is studie van geldigheid van redeneringen en argumenten
 Wat betekent geldigheid, welke vorm moeten argumenten hebben
om geldig te zijn?
 Doorgaans: redenering is geldig als de premissen waar zijn dan en
de conclusie noodzakelijk waar is
 De argumenten kunnen geldig of ongeldig zijn en de premissen en
conclusie kunnen waar of onwaar zijn
o Voorbeelden van niet-geldige redeneringen:
 Post hoc, ergo propter hoc
 Affirming the consequent; (P → Q, Q) → P (versus geldige modus
ponens en modus tollens)
 Als het regent wordt het gras nat  het gras wordt nat dus
het regent of het gras is droog dus het regent niet ≠ geldig!
 Het is niet dat als de premissen waar zijn, de conclusie altijd
gegarandeerd waar is

Epistemologie?


4

Gekoppeld boek
 image
Pieter R. Adriaens, Andreas de Block Denken over lichamen
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789463371797 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 september 2026
Aantal pagina's
85
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€15,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
24
Volgers
0
Items
10
Laatst verkocht
1 week geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen