Inhoudsopgave
Deel 1: Bronnen van internationaal recht........................................................2
Hoofdstuk 2: Verdragsrecht............................................................................................ 2
2.1. Definitie:............................................................................................................... 2
2.2. Instemming en inwerkingtreding met/van een verdrag:.......................................5
2.3. Schending van een verdrag:.................................................................................8
2.4. Dwaling:............................................................................................................... 8
2.5. Voorbehouden en bezwaren:..............................................................................10
2.6. Terugtrekking uit een verdrag:...........................................................................12
2.7. Beëindiging van een verdrag:.............................................................................16
2.8. Gevolgen tegenover derden:..............................................................................18
2.9. Een later verdrag:............................................................................................... 19
Hoofdstuk 3: Andere bronnen van internationaal recht – verhoudingen tussen de
bronnen........................................................................................................................ 22
3.1. Gewoonterecht:.................................................................................................. 22
Hoofdstuk 4: Verhoudingen en wisselwerking tussen internationaal en nationaal recht
..................................................................................................................................... 23
4.1. Positie van internationaal recht in de nationale rechtsorde:...............................23
Deel 2: Subjecten.........................................................................................25
Hoofdstuk 5: Staten...................................................................................................... 25
5.1. Afscheiding:........................................................................................................ 25
5.2. Constitutionele kenmerken:................................................................................26
5.3. Erkenning:.......................................................................................................... 27
5.4. Statenopvolging (1):........................................................................................... 27
Hoofdstuk 6: Niet-statelijke actoren..............................................................................31
6.1. Internationale strafrechtelijke aansprakelijkheid:...............................................31
Deel 3: Jurisdictie.........................................................................................32
Hoofdstuk 7: Jurisdictie over personen en grondgebied................................................32
7.1. Criminele jurisdictie:........................................................................................... 32
Hoofdstuk 8: Internationaal recht van de zee...............................................................35
8.1. Oefening 1:......................................................................................................... 35
8.2. Oefening 2:......................................................................................................... 36
8.3. Oefening 3:......................................................................................................... 38
8.4. Oefening 4:......................................................................................................... 38
Hoofdstuk 9: Immuniteiten...........................................................................................40
9.1. Immuniteiten van diplomaten, consuls en internationale organisaties en
ambtenaren:.............................................................................................................. 40
Deel 4: Geschillen.........................................................................................43
Hoofdstuk 10: Staatsaansprakelijkheid.........................................................................43
1
, Hoofdstuk 11: Methoden voor vreedzame geschillenbeslechting.................................45
Hoofdstuk 12: Rechtshandhaving – Tegenmaatregelen................................................47
Deel 5: Internationale organisaties...............................................................49
Hoofdstuk 14: Mondiale internationale organisaties.....................................................49
14.1. Resoluties Veiligheidsraad en Algemene vergadering:.....................................49
14.2. Toetredingsprocedure:......................................................................................53
Deel 1: Bronnen van internationaal recht
Hoofdstuk 2: Verdragsrecht
2.1. Definitie:
Op 14 juli 2015 hebben de Islamitische Republiek Iran, de Europese Unie
en zes verschillende wereldmachten (de Verenigde Staten, het Verenigd
2
,Koninkrijk, Frankrijk, Rusland, China en Duitsland - gezamenlijk bekend als
de P5+1), een “actieplan” gefinaliseerd dat beperkingen oplegt aan de
ontwikkeling van het Iraans nucleair programma. Het gezamenlijke
uitgebreide actieplan (hierna: “gezamenlijk actieplan”) heeft een
belangrijke verschuiving gemarkeerd in de relaties tussen enerzijds de
islamitische Republiek Iran en anderzijds de Verenigde Staten en Europa.
In het kader van het Gezamenlijk Actieplan, beloofde Iran om geen
kernwapens te “verzamelen, ontwikkelen of verwerven” en de ontwikkeling
van vreedzame kerntechnologie te vertragen. In ruil hebben de Europese
Unie en de P5+1 beloofd om een aantal sancties op te heffen die destijds
door de Verenigde Staten, de Europese Unie en de VN-Veiligheidsraad van
de Verenigde Naties waren ingevoerd. Het Gezamenlijk Actieplan
markeerde een einde aan de tientallen jaren van vijandigheid tussen de
Verenigde Staten- en ruimer het Westen - en Iran. Het Gezamenlijk
Actieplan is niet ondertekend door een van de betrokken partijen, en bevat
geen bepalingen voor bekrachtiging of inwerkingtreding. Het Gezamenlijk
Actieplan werd eveneens niet geregistreerd bij de Verenigde Naties.
Op 20 juli 2015 gaf de VN-Veiligheidsraad wel zijn goedkeuring met
betrekking tot het gehele initiatief door middel van Resolutie 2231. 18
oktober 2015 werd vervolgens door de betrokken partijen als de
“Invoeringsdag” van het Gezamenlijk Actieplan gemarkeerd, zijnde de dag
waarop het Gezamenlijk Actieplan effectief werd en de deelnemers de
nodige voorbereidingen beginnen te maken voor de uitvoering van hun
verplichtingen onder het Gezamenlijk Actieplan. Op 16 januari 2016, zodra
het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie had vastgesteld dat Iran
de nucleair-gerelateerde maatregelen had uitgevoerd, werden de meeste
EU- en VN- sancties opgeheven.
President Trump heeft de Verenigde Staten in 2018 uit het Gezamenlijk
Actieplan teruggetrokken, omdat deze er volgens hem niet in slaagde het
raketprogramma en de regionale invloed van Iran in te perken.
President Trump noemde het Gezamenlijk Actieplan een “ramp” en “de
ergste deal die ooit is onderhandeld”.
De VS ondertekende het Weens Verdragenverdrag op 24 April 1970, een
ratificatie bleef echter uit.
A. Kan het Gezamenlijk Actieplan worden beschouwd als een
“verdrag” onder het volkenrecht? Waarom wel/ niet?
Situering: Hoofdstuk 2.2 – Definitie
Toepasselijk recht: Gewoonterecht en WVV (Als de ondertekening geldt
als instemming)
3
, Principe:
De gewoonterechtelijke definitie van een verdrag vereist:
1. Een akkoord (overeenkomst van wilsuiting)
2. 2 of meer subjecten van het volkenrecht
3. Bedoeling om rechtsgevolgen teweeg te brengen
4. Beheerst door het volkenrecht
Ook het WVV (Art. 2, §1, sub a, WVV) geeft zo’n definitie die vereist:
1. Een akkoord of overeenkomst
2. Gesloten tussen volkenrechtelijke subjecten
3. Beheerst door het volkenrecht
4. Met de bedoeling rechtgevolgen teweeg te brengen
Ongeacht de vorm of bijzondere benaming!
Uitzondering(en):
Toepassing:
Het WVV is hier sowieso niet van toepassing, omdat de VS het verdrag niet
geratificeerd heeft. (We kunnen het WVV wel toepassen als
gewoonterecht)
Omdat het hier niet duidelijk is of het wel om een echte wilsuiting gaat en
men niet echt duidelijk rechtsgevolgen beoogde (eerder een Gentlement‘s
agreement), kunnen we dit niet beschouwen als een verdrag.
Conclusie: Het Gezamenlijk Actieplan kan op basis van de voorhanden
zijnde informatie niet worden beschouwd als een verdrag onder het
volkenrecht.
B. Stel dat het Gezamenlijk Actieplan kan worden beschouwd als een
verdrag onder het volkenrecht. U wordt gevraagd om uw
juridisch advies te geven over de volgende aangelegenheid:
Kon de VS zich onder het internationaal recht rechtsgeldig
terugtrekken uit het Gezamenlijk Actieplan, ondanks het feit
dat het Gezamenlijk Actieplan geen bepalingen bevat in
verband met terugtrekking? Waarom wel / niet? Leg
4