,BIOCHEMIE
Hoofdstuk 2_ Lipiden en cellulaire membranen
Inleiding
Vier klassen organische moleculen
- Eiwitten
- Sachariden (=Suikers)
- Lipiden (=vetten)
- Polynucleotiden
Lipiden:
Hebben 2 karakteristieken gecombineerd = amfipatisch
• Apolair (geen functionele groepen => geen lading aan molecule)
Hydrofoob
• Polair (COO- => geeft lading)
Hydrofiel
3 groepen:
• Fosfolipiden → veel varianten
• Glycolipiden (connectie bloedgroepen) → veel varianten
• Cholesterol
o Geen varianten
o Structureel onderdeel membraan
o Precursor alle steroïdhormonen
Potentieel gevaarlijke molecule => aderverkalking (overmaat)
Ambivalent = zowel voordelig als nadelig afhankelijk vd omstandigheden
,Fosfolipiden
Structuur:
- Glycerolruggengraat
- Fosfaatgroep
- OH-groepen veresterd* met
vetzuurketens (R)
- C2 heeft chiraal centrum
Variatie fosfolipiden door kopgroep
Eigenschappen:
➢ Fosfaatgroepen hebben negatieve lading (kop)
Amfipatisch
➢ # dubbele bindingen (verzadigingen) = variabel
➔ In dierlijke fosfolipiden meestal 1 vd 2 verzadigd
➔ Altijd CIS-configuratie
➢ Meest voorkomend = C16/18-ketens
Voorbeelden:
Stearinezuur Oleïnezuur
C18 => C18
Géén verzadigingen => verzadiging tss C9-10
Linolinezuur arachidonzuur
C18 => C20
2 verzadigingen => 4 verzadigingen
C9-C10, C12-C13 C5-6, C8-9, 11-12, 14-15
Arachidonzuur:
Veresterd aan OH-groep ve fosfolipide in celmembraan
Enzym kan losmaken
o Signaal van infectie
➔ Omgezet in signaalmolecule (leuskotreine)
, ➔ Medicatie zorgt dat dit niet wordt afgescheiden (geen symptomen)
Essentieel zuur = kunnen wij niet synthetiseren, op nemen via voeding (is noodzakelijk)
Fosfatidylinositol (PI) en afgeleiden
• Fosfatidylinositol (PI) = fosfolipide met inositolring als
kopgroep.
• Inositol bevat OH-groepen waarop fosfaatgroepen
kunnen komen (op C3, C4, C5).
• Als er extra fosfaatgroepen op zitten →
polyfosfoinositiden (PPI’s).
Functie PPI’s:
• Interageren membraangeassocieerde eiwitten → regelen interacties en
signaalprocessen.
• Secundaire boodschappers
PIP2 = voorloper secundaire boodschapper
PIP2 = membraanfosfolipide dat interageert met signaaleiwitten en ionkanalen
Regulatie eiwit-membraaninteracties
Sommige cytosolische eiwitten kunnen tijdelijk aan polaire lipiden in membranen
binden, en signalen regelen dit door de productie of afbraak van die lipiden.
Cystolische eiwitten = vrij ih cytosol, niet permanent gebonden aan membranen
Speciale fosfolipiden + functie
Difosfatidylglycerol
• Twee glycerolgroepen
• Vier vetzuurketens.
= cardiolipide.
Vooral in binnenste mitochondriale membraan (16-20%)
Rol in energieproductie en membraanstabiliteit.