• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 11 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Inleiding tot Onderzoeksmethodologie | UA | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 11 pagina's

Overzichtelijke en praktische samenvatting van Inleiding tot Onderzoeksmethodologie voor Schakeljaar Organisatie en Management, Semester 2. Gegeven door Bart Crambé. Hiermee heb ik een 14 behaald.

Voorbeeld van de inhoud

Sv: Inleiding tot onderzoeksmethodologie

1. Creating bias
- In elke stap van het proces kan je fouten maken (bias)
- Een onderzoek heeft 4 fases:
o Design: opbouwen: hoe ga ik het doen? (focus van de cursus)
o Data collection: je gaat naar buiten (interview…)
o Data analysis: statistieken maken
o Report: publiek maken
- Als je een fout maakt bij design dan neem je dit mee in de andere fasen
o Maar een goed design kan ook nog verpest worden door fouten in de
andere fasen.

1.1. Design
Probeer door volgende vragen helder te maken wat je gaat onderzoeken.
- What: waar wil ik meer over weten? Wat zijn de belangrijkste
onderzoekvragen?
- Why: waarom is dit interessant genoeg voor anderen om gepubliceerd te
worden als paper?
- How, conceptually: welke modellen, concepten, theorieën kan ik
ontwikkelen om mijn onderzoeksvragen te beantwoorden? Hoe kunnen
deze theorieën samengebracht worden in een basis conceptueel kader om
mijn onderzoek te sturen?
- How, practically: welke onderzoeksstijlen en -technieken zal ik gebruiken
om mijn conceptuele kader toe te passen (zowel om materiaal te
verzamelen als om het te analyseren)? Hoe krijg ik en houd ik toegang tot
informatiebronnen?


2. Turtle template
- Opdracht waarin we de design van een onderzoek zullen uitvoeren.

2.1. Hoofd: oriëntatie (welke richting gaan we uit?)
2.1.1. Research strategy
Je moet bepalen wat voor soort onderzoek je wil gaan doen.
Wat wil je op het einde van het onderzoek echt weten of kunnen zeggen?
Beantwoord 2 assen:

, 2.1.1.1. Ontologie
- Wat kunnen we weten? Kies uit:
o Objectivitsme: de realiteit is er, los van wat mensen denken.
 Vb. productiviteit is meetbaar en bestaat onafhankelijk van
wat iemand ervan vindt.
o Constuctionisme: de realiteit krijgt betekenis door mensen
 Vb. wat een goede samenwerking is, hangt f van hoe
werknemers dat ervaren.
o Als je denkt ‘ik kan het meten alsof het een object is’  objectivisme
o Als je denkt ‘ik moet eerst begrijpen wat mensen
bedoelen/ervaren/daaronder bestaan’  constructionisme

2.1.1.2. Epistemologie
- Hoe kan ik iets geldig weten? Kies uit:
o Positivisme: je gebruikt methodes zoals in natuurwetenschappen,
je test hypotheses…
 Vb. heeft autonomie effect op de productiviteit?
o Interpretivisme: je wil de betekenis begrijpen die mensen geven
aan hun gedrag, je kijkt naar beleving/context
 Vb. hoe ervaren werknemers autonomie, en waarom werkt
het voor sommigen wel/niet?
o Als je denkt ‘ik wil testen of X betrekking heeft op Y’  positivisme
o Als je denkt ‘ik wil begrijpen hoe/waarom mensen dit zo zien’
interpretivisme

2.1.1.3. Deductief of inductief
- Start ik bij theorie of bij data? Kies uit:
o Deductief: op basis van theorie ga je je onderzoek onderbouwen
o Inductief: op basis van onderzoek en dataverzameling ga je een
theorie opbouwen.
2.1.1.4. Methodologie
- De keuze voor kwalitatief, kwantiteit of een combinatie van beide
onderzoeksvormen
o Kwantiteit: cijfers, grotere steekproeven, statistieken…
o Kwalitatief: interviews, diepte
o Wil je ‘hoeveel/hoe sterk/verbanden’  kwantitief
o Wil je ‘hoe/waarom/betekenis’ kwalitatief

, 2.1.2. Problem statement & research question
Vertaal het praktische probleem naar een onderzoeksvraag:
- Problem statement (PS): een duidelijke omschrijving van het probleem dat
je wilt aanpakken.
- Research question (RQ): de vraag die je wetenschappelijk kan
onderzoeken.
o De vertaling van de probleemstelling naar een centrale,
beantwoordbare wettenschappelijke vraag. Eventueel aangevuld
met relevante deelvragen.

2.2. Body of knowledge
We identificeren de Key Papers:
- De belangrijkste artikelen, artikelen met een hoge impact

2.3. Poot 1
We gaan de lezer overtuigen van dat het onderzoek nodig is  5C-framework

2.3.1. Common Ground
- Wat weten we al?
- Waarom is dit onderwerp belangrijk?
- Wat zegt de literatuur?
Vb. stress bij studenten is een groeiend probleem en beïnvloedt de academische
prestaties en het welzijn.

2.3.2. Complication
- Wat weten we nog niet?
- Wat is onduidelijk?
- Wat is tegenstijdig?
- Welke kennis ontbreekt?
Als er geen complicaties zijn dan is er geen reden voor onderzoek.
Vb. hoewel veel onderzoek stress meet, is er weinig bekend over hoe studenten
online onderwijs ervaren als stressfactor?

2.3.3. Concern
- Waarom is dat een probleem?
- Waarom is die ontbrekende kennis erg?
- Wat gebeurt er als we deze kennis niet hebben?
Vb. zonder inzicht in deze ervaringen kunnen universiteiten geen gerichte
ondersteuning ontwikkelen.

2.3.4. Course of Action
- Wat ga je doen? (bestaande theorie testen, nieuwe theorie ontwikkelen,
applicatie bouwen…)
- Daarom onderzoeken wij…
Vb. daarom onderzoeken wij hoe studenten online onderwijs ervaren en hoe dit
samenhangt met hun stressniveau.

, 2.3.5. Contribution
- Wat levert het op?
- Wat is de bijdrage?
Dit kan volgende zijn:
- Theoretisch (nieuwe inzichten)
- Praktisch (advies voor beleid)
- Methodologisch (een vernieuwing in de gebruikte data, tools, analyse)
Vb. dit onderzoek draagt bij aan beter beleid rond studentenwelzijn in digitale
leeromgeving.



2.4. Poot 2
We gaan aantonen wat we precies gaan onderzoeken en hoe deze elementen
samenhangen  conceptueel model
- Welke kernconcepten (variabelen) zijn belangrijk en hoe zijn met elkaar
verbonden?

2.4.1. Key concepts
- We gaan de belangrijkste concepten (woorden van de onderzoeksvraag)
scherp stellen.
o Wat bedoelen we precies met deze term?
- Vb. studentenstress; mogelijke concepten: online onderwijs, stressniveau,
sociale steun, motivatie…

2.4.2. Relations & causality
- Welk concept heeft invloed op welk ander concept?
- Vb.
o Online onderwijs  beïnvloedt  stress
o Sociale steun  vermindert  stress
o Stress  beïnvloedt  motivatie

- Bepaal welke variabelen afhankelijk en onafhankelijk zijn
o Onafhankelijke variabele (X): dit is wat invloed uitoefent.
o Afhankelijke variabele (Y): dit is wat beïnvloed wordt.
- Vb. sociale steun (X) stress (Y)

2.4.3. Moderatoren en mediatoren
- Moderator = wanneer of voor wie werkt het?
o Vb. sociale steun verlaagt de stress, maar alleen bij
eerstejaarsstudenten
 Studiejaar is de moderator
- Mediator = hoe werkt het?
o Vb. sociale steun verhoogt het zelfvertrouwen en verlaagt zo de
stress
 Zelfvertrouwen is de mediator

 Formuleer hypotheses

Documentinformatie

Geüpload op
22 september 2026
Aantal pagina's
11
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€11,86

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
amliederoeck
3,0
(1)
Verkocht
4
Volgers
1
Items
25
Laatst verkocht
3 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen