Inhoud
Vastgoedfinanciering 2de jaar sem 1...................................................................................1
Les 1................................................................................................................................... 1
Activa en passiva vd bankbalans.....................................................................................1
Eigen vermogen vereisten...............................................................................................2
Risico’s voor de bank....................................................................................................... 3
Kredietpolitiek................................................................................................................. 3
Kapitaalmarkt/ geldmarkt................................................................................................3
ROL VAN DE BANKEN....................................................................................................... 4
Les 1a Kredietvormen......................................................................................................... 5
Welke kredieten ken je.................................................................................................... 5
Actualiteit dia 6............................................................................................................... 6
Zekerheden..................................................................................................................... 6
Hypotheek....................................................................................................................... 7
Borgstelling..................................................................................................................... 8
Les 3: deel 3....................................................................................................................... 8
LES 1
ACTIVA EN PASSIVA VD BANKBALANS
°BANK°
onderneming die terugbetaalbare fondsen ontvangt (bv spaargeld) van het publiek en
er kredieten (bv leningen of hypotheken) mee verleent voor eigen rekening.
BANKBALANS
Passiefzijde: deposito’s (geld van spaarders). → Schuld van de bank aan het
publiek.
Actiefzijde: kredieten (geld dat de bank uitleent). → Vorderingen van de bank op
kredietnemers.
Alles lijkt dus omgekeerd t.o.v. een klassieke bedrijfsbalans.
INDELING VAN DE BALANS
Actief (gerangschikt volgens liquiditeit: hoe snel omzetbaar in cash?)
Hoog (LT): obligaties, hypothecaire leningen (moeilijk snel te liquideren).
Lager: kortlopende kredieten, leningen met korte opzegtermijn.
Beneden (zeer liquide): deposito’s die bank zelf op korte termijn kan beleggen
(interbankenmarkt, schatkistcertificaten).
Passief (gerangschikt volgens opvraagbaarheid)
Hoog (lange termijn): eigen obligaties van de bank.
Midden: kasbons (looptijd 2–7 jaar, soms 10).
Lager: termijnbeleggingen van particulieren/bedrijven (bv. 6 maanden – 1 jaar).
1
, Beneden (zeer kortlopend): zichtdeposito’s/spaargelden, onmiddellijk
opvraagbaar.
°DEPOSITO’S° (PASSIEFZIJDE):
geld dat klanten aan de bank toevertrouwen → bank heeft schuld tegenover spaarders.
°KREDIETEN° (ACTIEFZIJDE)
leningen verstrekt door de bank → vorderingen op kredietnemers. (klanten nog geld te
goed vd bank)
- Eigen vermogen: permanent aanwezig in de bank, niet zomaar opvraagbaar.
RENTE
Creditrente = rente op deposito’s (wat bank betaalt aan spaarders).
Debetrente = rente op kredieten (wat bank ontvangt van kredietnemers).
Winst ontstaat omdat: Creditrente < Debetrente.
RISICO’S VOOR DE BANK
1. Liquiditeitsrisico
o Kortlopende middelen (spaargelden, zichtdeposito’s, snel opvragen)
worden omgezet in langlopende kredieten (hypotheken, lopen jaren).
Bij massale opvraging van geld→ bank kan in liquiditeitsproblemen
komen.
2. Renterisico
o Banken verdienen aan het verschil tussen de rente die ze betalen op
spaargeld en die ze ontvangen op leningen
o Voorbeeld: als banken veel kasbons hebben uitgegeven tegen hoge rente,
maar hypotheekleningen minder opleveren, daalt winst of ontstaat verlies.
3. Valutarisico
o Indien financiering gebeurt in vreemde valuta (bv. dollar) →
wisselkoersschommelingen kunnen verlies veroorzaken.
RENTECURVE
Normale rentecurve:
o Korte looptijd = lage rente.
o Lange looptijd = hogere rente.
Inverse rentecurve:
o Korte looptijd = hogere rente.
o Lange looptijd = lagere rente.
Rentecurve is cruciaal voor het beheer van activa & passiva.
EIGEN VERMOGEN VEREISTEN
HOE WORDEN DE SPAARDERS BESCHERMD TEGEN KREDIETRISICO’S VD BANK
- Basel I (1988)
Min. 8% eigen vermogen t.o.v. risicogewogen activa (RWA).
Risicoweging: overheidsschuld 0%, hypotheken 50%, bedrijfskredieten 100%.
Doel: basisbuffer tegen kredietrisico.
- Basel II (2004)
3 pijlers:
1. Kapitaalvereisten (krediet-, markt-, operationeel risico).
2. Toezicht door toezichthouders.
2
, 3. Transparantie/rapportering.
Risicoweging verfijnd via ratings (EV 1,6% – 12%).
- Basel III (2013)
Na financiële crisis.
Strengere eisen: meer én beter kapitaal (kernkapitaal).
Banken kunnen minder uitlenen → veiliger systeem.
Bescherming spaarders
BDFI = Beschermingsfonds voor Deposito’s en Financiële Instrumenten.
Bescherming tot 100.000 € per spaarder (ook Tak 21).
Samen met Basel-regels = veiligheid voor spaarders.
Risk asset ratio of Cooke ratio: EV / uitstaande kredieten volgens gewogen risico
RISICO’S VOOR DE BANK
1. Renterisico
Rentevoeten schommelen voortdurend.
Banken werken vaak met vaste rente op kredieten → bij stijging/daling van de
marktrente kan marge verdwijnen.
Gevolg: winstrisico.
2. Kredietrisico
Kredietnemers betalen hun lening niet terug.
Bank onderzoekt daarom altijd de kredietwaardigheid (inkomen, zekerheden,
schuldenlast).
Gevolg: verlies op verstrekte kredieten.
3. Liquiditeitsrisico
Banken zetten kortlopende deposito’s (spaargeld) om in langlopende kredieten
(bv. hypotheken).
Als veel spaarders tegelijk geld opvragen → bank heeft niet genoeg liquide
middelen.
Gevolg: betalingsproblemen.
KREDIETPOLITIEK
HOE KIJKT DE BANK NAAR MIJN KREDIETAANVRAAG?
De bank analyseert je kredietdossier aan de hand van drie kernvragen:
1. WIE → Wie is de kredietnemer?
2. WAT → Wat wordt gevraagd en waarom?
3. HOE → Hoe gaat het krediet terugbetaald worden?
Toepassing in de praktijk:
Bij zelfstandig starten heb je vaak krediet nodig voor opstartkosten.
Bij vastgoed (bv. huis kopen) beoordeelt de bank of je de lening kan dragen en
terugbetalen.
Banken kijken altijd naar wie je bent, wat je vraagt, en hoe je gaat terugbetalen → dit
bepaalt je kredietwaardigheid.
KAPITAALMARKT/ GELDMARKT
KAPITAALMARKT (LANGE TERMIJN)
Looptijd: > 5 jaar (strikt: > 1 jaar).
Producten:
3