• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 164 pagina's
College aantekeningen

Inleiding tot het recht (GESLAAGD) | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 164 pagina's

Dit document bevat alle basis- en themacolleges van het vak inleiding tot het recht, binnen de studie Criminologie aan de KULeuven. Het document bevat de PowerPoint als basis, met alle aantekeningen van de les en belangrijke toevoegingen uit de cursus om het beter te begrijpen. Meer specifiek bevat het deze colleges: basiscollege 1: Het recht basiscollege 2: Fundamentele beginselen basiscollege 3: De Grondwet basiscollege 4: Staatstructuur basiscollege 5: De wetgevende macht basiscollege 6: De uitvoerende macht basiscollege 7: De rechterlijke macht basiscollege 8: Internationaal recht basiscollege 9: Europees recht basiscollege 10: Beginselen van het privaatrecht basiscollege 11: Verbintenissenrecht basiscollege 12: Overeenkomsten basiscollege 13: Onrechtmatige daad basiscollege 14: Goederenrecht basiscollege 15: Personenrecht basiscollege 16: Familierecht themacollege 1: Hogere rechtscolleges themacollege 2: Mensenrechten en Grondrechten

Voorbeeld van de inhoud

COLLEGE 1: HET RECHT

OORSPRONG VAN HET RECHT

Waarom is er recht: oorsprong ligt in menselijke conditie
Kenmerken menselijke conditie:
 Rechtsbewustzijn = mens heeft een voeling met rechtvaardigheid
 Opportunisme = machtshebbers hun macht is niet noodzakelijke overeenkomstig dat rechtsbewustzijn uitoefenen
(eigenbelang)

Ontstaan recht:
bij samenleven moeten er afspraken gemaakt worden, die mededeelbaar en afdwingbaar zijn

Recht is een systeem:
systeem tot rechtvaardige verdeling van schaarse goederen te komen, zodat elk mens zijn individuele vrijheid kan uitoefenen
op zulk een manier dat hij een uniek persoon wordt

Doel van recht:
doelen met onderliggende waarden en normen
 Belgisch recht:
 Maatschappelijk leven ordenen
 Algemeen belang dienen
 Streven naar rechtvaardigheid
NIET:
 Persoonscentrisme
 Verwijzing naar hogere macht

OBJECTIEF VS SUBJECTIEF RECHT

WAT IS HET VERSCHIL?
Objectief recht/ Het recht = geheel van algemene gedragsregels opgelegd door een daartoe bevoegde overheid, die ordening
van het maatschappelijk leven beogen en waarvan de naleving afdwingbaar is
Subjectief recht/ Mijn recht = individualisering van de rechtsregel, het is de aanspraak die een persoon ten aanzien van andere
personen aan het objectief recht ontleent

Het recht: administratieve Rechtscolleges
 Objectief contentieux = geschillen tussen burger en overheid
- Jij vs. overheid
- ‘mijn recht’ kan je afleiden uit ‘het recht’:
Je kan naar rechter gaan zonder dat ‘mijn recht’ is geschonden: ‘het recht’
- Bv. Je doet een sollicitatie voor ambtenaar bij overheid en je bent niet benoemd, maar benoemde heeft nauw
contact met overheid en je voelt je benadeeld
o ’Het recht’ geschonden, jij was wel kandidaat maar ‘mijn recht’ is niet geschonden, want je hebt niets met
de procedure te maken
o Het gaat hier over de wijze waarop de gemeente het recht heeft toegepast bij het nemen van een
beslissing, dus je gaat naar administratief rechtscolleges
o Gevolg als raad van state gelijk geeft: benoemingsbesluit wordt vernietigt (opnieuw een procedure)
- Bv. De gemeente stelt parkeerreglement op dat in strijd is met de wet
o Kijken naar hiërarchie der normen, een gemeente kan niet in strijd beslissen met een nationale wet
- Bv. Overheid motiveert niet waarom bouwaanvraag wordt geweigerd
o Overheid heeft dan ‘het recht’ geschonden, u had geen recht op bouwaanvraag, dus ‘mijn recht’ is niet
geschonden




Mijn recht: gewone hoeven en rechtbanken
 Subjectief contentieux = burgerlijke en politieke geschillen (overheid heeft geen beoordelingsvrijheid)

1

, - Jij vs. andere burgers/ overheid
- Bv. Je werknemer betaalt je niet
o Jij hebt recht op dat loon, je hebt er aanspraak op die je kan baseren op het recht
- Bv. Je krijgt je pensioen niet
o Jij hebt recht op dat pensioen en je kan naar arbeidsrechtbank gaan en zeggen ik heb daar recht op
- Bv. Je aannemer (en voorschot) verdwijnt met de noorderzon
o Jij gaat het recht mobiliseren om je gelijk te halen, je gaat een aanspraak uit het recht halen
- Bv. Je bent mishandeld en wil een schadevergoeding
o Je naar de gewone rechtbank en de dader aanklagen en schadevergoeding vragen

Bevoegdheden:
1. Gebonden bevoegdheid
= recht zegt wat de overheid moet doen wanneer alle voorwaarden vervuld zijn
- Gevolg: subjectief recht
- Bv. Parkeerkaarten handicap: recht op parkeerkaart als die aan bepaalde voorwaarden voldoet
overheid heeft gebonden bevoegdheid parkeerkaart te geven
- Bv. Loopbaan aan sociale bijdrage: overheid heeft geen keuze om pensioen te geven
2. Discretionaire bevoegdheid
= recht geeft de overheid wanneer aan alle voorwaarden voldaan is nog een beleidsvrijheid
- Gevolg:
o Geen subjectief recht
o Overheidsoptreden kan marginaal getoetst
= beoordeling beslissing waarbij getoetst wordt of beslissing in redelijkheid, gelet op daarbij betrokken
belangen had mogen worden genomen
- Bv. Overheid heeft recht om bepaalde keuzes te maken over bouwplanning en het misschien af te wijzen als die
niet voldoet aan bepaalde regels
u heeft geen recht op die vergunning
- Bv. Je gaat naar rechter, omdat overheid gene pensioen wil geven
rechter gaat kijken hoe overheid heeft gehandeld binnen beleidsmarge
OBJECTIEF RECHT

Objectief recht/ Het recht kenmerken:
1. Algemeen:
- Recht is algemeen en onpersoonlijk
o Kan voor algemene categorie van personen/ dingen toegepast worden
o Geen individuele beslissing
- Logisch, anders zou er geen regel zijn
o Wet schrijven door bepaald voorval
o Bv. stikstofdecreet geschreven, verlengen van verjaren door Bende van Nijvel
- Waarborg tegen willekeur
o Zouden individuele dossiers en belangen kunnen spelen
o Bv. benoeming van ambtenaar is individueel besluit
- Maar… soms zijn er regels die op maat van bepaalde personen geschreven zijn
o Misdrijven verjaren, maar sommige misdrijven verjaren later of zelfs niet, zoals bij de bende van Nijvel
o Regel is algemeen, maar drijfveer om regel te maken kan gelinkt zijn aan iets individueel




2. Gedrag(sregels):
 recht beoordeelt (uitwendig) gedrag: gedachten zijn vrij, tot ze zich veruitwendigd in gedrag
2

,  vanuit rechtssubjecten:
- Mensen (natuurlijke personen)
o Enkel mensen hebben rechten en kunnen naar rechtbanken gaan (levend en levensvatbaar geboorte tot
sterfte)
- Door mensen gecreëerde juridische entiteiten (rechtspersonen)
o Bv. vennootschap zoals bedrijf coca cola, vzw’s, nv’s, de overheid
o MAAR bv. microfoon is door mens gemaakt, maar is niet een juridische entiteit  object, geen subject
- NIET van rechtsobjecten (dieren, goederen, robots,…)
o Geen juridische verantwoordelijkheid
o Geen procespartij
 Bv. robot/ hond valt iemand aan, dan moet persoon/ bedrijf erachter naar rechter worden
gedragen
3. Opgelegd
- Gebod vs verbod
o Gebod = recht (bindend) kan verplichten
 Bv. verplicht hulp te verlenen bij ongeval (anders schuldig verzuim)
o Verbod = recht kan verbieden
 Bv. verboden ergens te roken

Maar wat verplicht het recht jou om te doen of te laten?
 Inspanningsverbintenis
= waartoe je je verbind, ik zal mijn best doen ook al ben je niet zeker dat je het resultaat bereikt
- Bv. Chirurg garandeert zijn best te doen, als hij niet zijn best doet schendt hij inspanningsverbintenis
- Hoe wordt het beoordeeld?
o Meestal: Hoe zou een voorzichtige en redelijke persoon gehandeld hebben in gelijkaardige
omstandigheden?  gebruiken bij bewaargeving tegen kost
= culpa levis in abstracto
o Soms: Hoe zou je met je eigen goed zijn omgegaan?  gebruiken bij kosteloze bewaargeving
= culpa levis in concreto
 Resultaatsverbintenis
= persoon verbindt zich tot het resultaat en recht verbindt zich tot specifiek resultaat
- Bv. Bakker sluit overeenkomst om taart te maken voor een bepaalde datum, als er geen taart wordt gemaakt wordt
resultaatsverbintenis geschonden
- Hoe wordt je beoordeeld?
o Obv resultaat: is het er of niet (of is het niet goed, dan bega je een fout!
o TENZIJ overmacht = situatie die buiten jou wil ligt, waardoor u resultaat niet kan bereiken
 !!!het is een inspanningsverbintenis, tenzij het een resultaatsverbintenis is
Hoe resultaatsverbintenis herkennen?
- Duidelijke verbod/ gebod
o Bv. Op straat mag je 30 per uur rijden
- Gebrek aan ‘aleatoir karakter’ = er zijn geen onzekerheden
o Bv. Operatie kan iets mis gaan
- Overeenkomst tussen partijen
o Bv. Met bakker overeenkomen om taart te maken tegen bepaalde datum
o Moet niet geschreven zijn, ‘Ik beloof’ ook resultaatsverbintenis
4. Ordenend
- Je hebt een bevoegde overheid voor iets
- Je mag alleen beslissen waartoe je bevoegd bent
5. Afdwingbaar
- Als je uit het recht een subjectief kunt halen, kan jij dat recht afdwingen voor een rechtbank (zorgen dat het ook
effectief gebeurd)
- Wat dwing je af? rechtsherstel

Recht: rechttrekken van wat krom is  afdwingingsnormen geven de voorkeur aan rechtsherstel:
 bij onrechtmatige daad
3

,  bij overeenkomst
 in relatie met overheid
MAAR soms ook schadeherstel: rechtsherstel  fout oorzakelijk verband schade  schadeherstel
Bv. Als boom buurman op jouw huis valt, kan je buurman aanklagen want heeft boom niet onderhouden: naast rechtsherstel,
moet buurman ook aan schadeherstel doen (bv. hotel betalen)

+ soms ook beteugelde sancties:
1. Publieke straffen: overheid vs persoon
- straf 1: (representatieve) vrijheidsberoving
o niet elke vrijheidsberoving is een straf!
 Gesloten terugkeercentra
 Gedwongen opname geestesziektes
 Internering (opnemen)
- Straf 2: vermogensrechtelijke straffen
o = straf vermogen/ financiële persoon
2. Private straffen: persoon vs persoon
- Kan in principe niet
- Bv. Iemand leent geld bij mij en geeft het niet terug, dan mag ik die persoon niet opsluiten
o Recht wil situatie rechtzetten (niet persoon extra pijn doen)

SUBJECTIEF RECHT

Subjectief recht/ Mijn recht:
 Rechtsfeit (= feit die relevant is voor recht) + Het recht (objectief recht) = Mijn recht (subjectief recht)
- je hebt recht op schadevergoeding als iemand fout maakte
 Deelverzameling feiten: rechtsfeiten
- Deelverzameling rechtsfeiten: rechtshandelingen
= menselijke gedragingen die worden gesteld met het oog op het doen ontstaan van een of meerdere
rechtsgevolgen

HET RECHT OPDELEN

NATIONAAL - INTERNATIONAAL - SUPRANATIONAAL

Recht opdelen in:
 Nationaal recht (uitgangspunt)
= recht in België gemaakt in Belgische parlement en uitgevoerd door Belgische regeringen (door de daartoe bevoegde
overheid in België)
- Op Belgisch grondgebied moeten regels gevolgd worden
- Vertrekpunt, belangrijkste recht dat er is: België is een soevereine staat om te beslissen over eigen wetten
 Internationaal recht (uitzondering)
= landen die samenkomen en verdragen sluiten en die van toepassing zijn op onze lidstaten
- Bestaan bij gratie van het nationaal recht: afspraken tussen staten
- Bv. Verenigde Naties: verdragen maken
 Supranationaal (uitzondering)
= landen zeggen niet alleen verdragen sluiten, maar gaan ook instellingen maken die bevoegdheden hebben in ons
grondgebied
- Bestaat bij gratie van het nationaal recht: afspraken tussen staten
- Bv. Europese Unie: groep landen die verdragen maken, maar ook instellingen zetten om wetten te maken zoals
Europees parlement
o Maken richtlijnen die bindend zijn in de lidstaten




PUBLIEK - PRIVAAT


4

,Recht opdelen in:
 Privaat recht = regelt rechtsverhoudingen tussen 2 individuen
- Bv. Verhouding ouders, geschil met bakker, contract met Jan  Boek 5 BW
- Onderverdeeld in:
o Burgerlijk recht = regelt verhoudingen tussen personen onderling
o Ondernemingsrecht = regelt rechten en plichten van ondernemingen + vennootschappen en verschillende
juridische instrumenten waarover deze beschikken om handel te drijven
 Publiekrecht = organisatie van de staat, van het recht, verhouding tussen burger en de overheid
- Bv. Contract FOD justitie  overheidsopdrachtenwet
- Bv. Goede efficiënte werking van de staat, staat waar burgers veilig zijn en misdadigers worden bestraft
- Publieke belangen

Onderscheid vervaagt tussen publiek- en privaatrecht:
 Onrechtmatige daad door overheid
 Overheid als ‘private contractant’
- Bv. Boom van gemeente valt op mijn huis

Belang van onderscheid blijft OMDAT:
1. Dwingend karakter van publiekrecht
- Overheid kan bepaalde dingen opleggen als ze het motiveren
- Bv. Iemand zegt vermoord mij maar, dan pleegt u nog steeds een strafbaar feit
2. Eenzijdig karakter van publiekrecht
- Overheid kan beslissingen opleggen (+ afdwingen) zonder dat hij eerst naar rechter moet
3. Zwaardere verplichtingen in publiekrecht
- Overheid mag niet zomaar alles doen, het moet eerlijk blijven…
o Bv. ABBB = algemene beginselen van behoorlijke bestuur  procedure volgen, motivering…
o Bv. Openbare aanbesteding
4. Overheid neemt zelf initiatief om normenschending af te dwingen
- Bv. Strafrecht, overheid is verplicht om achter u aan te gaan als je je belastingen niet betaald

Kenmerken publiek recht:
 Hoofdzakelijk regels van afdwingend recht
 Verhouding ondergeschiktheid tussen enerzijds de overheid en anderzijds de personen
 Indien regels overtreden: overheid zal zelf initiatief nemen om deze overtreden te sanctioneren + naleving norm af te
dwingen

Kenmerken privaat recht:
 Hoofdzakelijk regels van aanvullend recht
 Verhouding van gelijkheid tussen personen
 Indien regels overtreden: persoon wiens subjectieve rechten zijn geschonden, het initiatief moeten nemen en een
beroep doen op overheid om naleving van norm te doen afdwingen

Rechtsrakken:
 Publiek recht
- Grondwettelijk recht
- Administratief recht
- Fiscaal recht
- Gerechtelijk recht
- Strafrecht
 Privaatrecht
- Burgerlijk recht
o Verbintenissenrecht
o Bijzondere overeenkomstenrecht
o Zakenrecht
o Familiaal vermogensrecht
o Personen- en familierecht
 Gemengde rechtstakken
5

, - Sociaal recht
- Economisch recht
COLLEGE 2: FUNDAMENTELE BEGINSELEN

ALLEEN PERSONEN HEBBEN RECHTSPERSOONLIJKHEID

OPZOEKEN CODEX:
Misdrijf gepleegd MAAR personen vervolgd zonder dat ze ook maar iets hebben gedaan??
Schuldig hulpverzuim:
1. Codex: deel 3 (strafrecht, fiscaal recht, sociaal recht)
2. Strafrecht (inhoudstafel p 4)
3. Strafwetboek p 2559
4. Artikel 422 bis p 2637
Straf: gevangenisstraf 8 dagen, 50-500 euro boete  boetes vermenigvuldigen met bepaald getalen (maal 8)  artikel niet
vanbuiten kennen, maar terugvinden
RECHTSSUBJECTEN
Rechtssubjecten (aanwijzingen in Burgerlijk Wetboek):
 Art. 3:38 BW:
- Voorwerpen, ongeacht of ze natuurlijk/kunstmatig, lichamelijk/onlichamelijk zijn, zijn te onderscheiden van
dieren
- Voorwerpen en dieren zijn de onderscheiden van personen
o Lichamelijk: bv. drinkbus
o Onlichamelijk: bv. intellectueel eigendom  iets wat je niet kan vastnemen, maar een zekere geldige
waarde heeft
 Art. 3:35, tweede lid BW:
- Elke natuurlijke persoon/ rechtspersoon heeft een vermogen en behoudens indien de wet anders bepaalt,
slechts één enkel vermogen

Rechtssubjecten zijn dragers van rechten en plichten:
 Personen:
- Natuurlijke personen
- Rechtspersonen = juridische constructies opgericht door de wet of door natuurlijke personen
o Bv. vzw, overheid, Danone, KUL, Artsen zonder grenzen, België (door overheid opgerichte
rechtspersoon)
o Kunnen in eigen naam en voor eigen rekening optreden in het rechtsverkeer + hebben een eigen
vermogen

Juridische constructies: binnen bepaalde grenzen  2 beginselen respecteren:
1. Wettelijkheidsbeginsel
 Binnen de wettelijke voorwaarden
- Onmogelijk en onwettig op rechtspersoon op te richten zonder wet te volgen + publicatievoorwaarden
te doen
 Wet kent beperkt aantal rechtsvormen
 Bv. NV, VZW
2. Doelbeperkingsbeginsel
 Rechtspersonen hebben een “statutair doel” + mogen enkel binnen dat doel handelen (doelbeperking)
 Bv. Ik wil Café beginnen, dan is statutair doel aan de horeca aankopen van drank, misschien kansspelen, wil je
veranderen naar bv. gebouwen kopen  moet je naar notaris gaan




Wat is het nut?
6

,  Binnen feitelijke vereniging: groep mensen die samenkomen en zich verenigen met een bepaald belangeloos doel,
maar zonder dat deze vereniging juridisch op zich bestaat
 Moet je zelf schulden betalen
 Bv. vrienden hebben idee recept nagellak:
Zeggen laten we dit samen eens voor eigen naam en rekening dit samen organiseren en iedereen investeert 10 000
euro en je maakt kosten en je moet leningen aangaan en dan blijkt dat de nagellak toch een flop is DAN zegt bank dat
iedereen van groep is aansprakelijk voor geheel
MAAR
 Idee in rechtspersoon (NV oprichten):
Geven aan rechtspersoon een kapitaal (bv. iedereen investeert 10 000 en leningen bij bank) en het is dan een flop
DAN zegt bank tegen rechtspersoon je moet mij nog … euro
dan is rechtspersoon failliet, maar persoonlijke vermogen van die groep is gespaard (minder risico)

Rechtssubjecten zijn dragers van rechten en plichten
 MAAR een recht hebben wilt niet zeggen dat je het ook zelfstandig mag en kan uitoefenen:
 Rechtsbekwaamheid = Heb je het recht?
- Het recht (niet) hebben
- Niet iedereen heeft dezelfde rechten
- Bv. Niet iedereen mag gaan stemmen bij verkiezingen (jonger 18, geen Belgische nationaliteit)
 Handelingsbekwaamheid = Mag je het recht zelf(standig) uitoefenen?
- Juridisch statuut dat zegt dat bepaalde handelingen (recht dat je hebt) die je hebt mag je (niet) zelf uitvoeren
- Je mag de rechtshandeling niet zelf uitvoeren
- Bv. Kinderen, huwelijks partners (handelingsonbekwaam om op je eentje te beslissen om woning te verkopen)
 Wilsbekwaamheid = Kan je het recht zelf uitoefenen?
- Ben je in staat om het recht uit te voeren
- Handelingsbekwaam + wilsbekwaam gaan vaak samen, maar niet altijd!!
- Bv. Meerjarige onder invloed koopt een bus op eBay, je bent handelingsbekwaam, maar je was op dat moment
niet wilsbekwaam
RECHTSOBJECTEN
Rechtsobjecten zijn GEEN dragers van rechten en plichten
 Voorwerpen
 Dieren

Dieren???
 Dieren worden apart vermeld als wezens met een gevoelsvermogen + we behandelen dieren niet zoals mensen, we
behandelen dieren zoals we lichamelijke voorwerpen zouden behandelen
 Art. 3.39 BW: 17:
Dieren hebben een gevoelsvermogen en hebben biologische noden. De bepalingen met betrekking tot lichamelijke
voorwerpen zijn op dieren van toepassing, met inachtneming van de wettelijke en reglementaire bepalingen ter
bescherming van dieren en van de openbare orde
 Dieren als derde categorie eerder symbolisch

Rechtsobjecten zijn geen dragers van rechten en plichten
 MAAR kunnen voor rechtssubjecten aanleiding geven tot rechten en plichten (betekent niet dat ze minder waard zijn: er
gelden wel wat strengere regels rond koop en verkoop van dieren)
 Bv. Als mensen scheiden worden goederen uit elkaar getrokken + voor kinderen regeling gemaakt worden
 Welke regels pas je toe op de dieren: in principe verdelen zoals goederen, maar gaan toch regels toepassen zoals bij
kinderen (verblijfregeling maken voor honden zoals bij kinderen)  recht krom toepassen




BRONNEN VAN HET RECHT

MATERIËLE EN FORMELE BRONNEN VAN HET RECHT

7

,Materiële bronnen: legitimiteit van het recht (inhoud) = de inhoudelijke regel die zegt wat mijn recht is
 Bv. in sommige landen gaat je recht trouwen met zelfde geslacht niet terugvinden
Formele bronnen: legaliteit van het recht (vindplaats) = de juridische bron waarin deze regel staat
 Bv. art. 143 oud BW
Formele bronnen:
 Bindend zwart op wit opgeschreven
- (Formele) wetten:
o Wet = wat gestemd wordt door federale parlement
o Decreet = wat gestemd wordt door de gemeenschappen en gewesten in ons land, met uitzondering
Brussels Hoofdstedelijk
o Ordonnantie = wat gestemd wordt door Brussels Hoofdstedelijk gewest
gestemd door parlement: wetgevende macht
- Besluiten uitvoerende macht:
o Koninklijk besluit / Besluit van de regering
o Ministerieel Besluit: door 1 minister
o Provinciale verordening
o Gemeentelijke verordening
Regering: uitvoerende macht (voert beslissingen uit)
- Gebruiken en gewoonten:
o Lopende zaken = uitvoerende macht die gekoppeld is aan het oude parlement, blijft zijn taken
uitoefenen tot er een nieuwe regering is (zien dat boel blijft draaien, maar geen nieuw beleid op
orde zetten)
o Materiële bron van recht is een gebruik/gewoonte (wij doen dat zo)
- Algemene beginselen:
o
ontstaan uit jurisprudentie om de gedragsregels van de overheden ten opzichte van de burger te
regelen
o Bv. Nevis in idem= niet 2x vervolgen voor dezelfde misdrijf
 Gezaghebbend (belangrijk maar niet bindend  goed argument om iets te volgen)
- Rechtspraak:
Bindend in concrete zaak, maar voor toekomstige zaken louter gezaghebbend
o Interpretaties:
Bv. rechter zegt deze wet is niet duidelijk en ik interpreteer die zo, dan is die gezaghebbend
voor andere rechters:
als rechter A zo interpreteert, en rechter B vind het goed dan zal hij die volgen of hij kan zeggen
neen ik vind iets anders
o Precedenten:
als een rechter iets beslist wordt het een bindende vorm van recht (niet in België, wel bv. VK)
als in België iets beslist wordt door een rechter is dat niet-bindend voor andere rechters
- Rechtsleer:
o Iets gewoon schrijven over iets, dan weet je uiteraard dat is niet bindend, maar kan wel denken
mooi bedacht en is gezaghebbend




Zie extra blad:




8

,Voorbeelden:




MATERIËLE EN FORMELE WETTEN
!!! Een verdere indeling van de bindende geschreven formele bronnen van recht:
Formele wet (organiek) = beslissing gestemd door een wetgevende macht, ongeacht onpersoonlijk karakter
9

,wetten die zijn vastgelegd door parlement
Materiële wet (gelding) = algemene rechtsregel met onpersoonlijk en verbindend karakter uitgevaardigd door bevoegde
overheid (“wetgeving”)
regels zeggen echt iets over hoe mensen zich moeten gedragen
• Niet alle, maar wel de meeste formele wetten zijn ook materiële wetten!!!
- Bv. naturalisatiewet, wet op legercontingent…
• Niet alle materiële wetten, zijn ook formele wet!!!
- Bv. Koninklijk besluit

Meer uitleg:
 Niet alle formele wetten zijn materiële wetten: Soms kan een formele wet alleen de procedure beschrijven
zonder inhoudelijke regels. Bijvoorbeeld, een wet die zegt hoe wetten gemaakt moeten worden.
 De meeste formele wetten zijn ook materiële wetten: Veel van de wetten die we kennen, bevatten wel regels
over gedrag. Bijvoorbeeld, een wet die zegt dat je niet mag stelen is zowel formeel (omdat hij officieel is) als
materieel (omdat hij inhoud heeft).
 Niet alle materiële wetten zijn formele wetten: Sommige belangrijke regels komen van andere bronnen, zoals
gemeentelijke verordeningen of internationale verdragen, die misschien niet de officiële status van een formele
wet hebben.




Vb. stad Leuven geeft u bouwvergunning, wat is het?
Geen formele, Leuven is geen parlement, geen materiele wet want niet bindend, dus overheidsbeslissing
Individuele beslissingen zijn:
 Nooit een materiële wet
 Soms een formele wet
 Bevat nooit een materiële bron van recht
 Nooit een formele bron van recht
 Enkel materiele wetten kunnen formele bronnen zijn van recht!!!!




Zie extra blad:




10

Documentinformatie

Geüpload op
22 september 2026
Aantal pagina's
164
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Opgenhaffen tim
Bevat
Alle colleges
€10,98

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
7
Volgers
0
Items
10
Laatst verkocht
2 weken geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen