• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 45 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Management van de strafrechtstedeling - Prof Janssens

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 45 pagina's

Een complete samenvatting van het vak Management van de strafrechtsbedeling. Gebasseerd op de hoorcolleges en gastcolleges.

Voorbeeld van de inhoud

Management in de strafrechtsbedeling
PowerPoint 0: Introductie
Inleiding
Wat is strafrechtsbedeling?
= een complexe sociale instelling die potentiële, vermeende en daadwerkelijke criminele
activiteiten reguleert binnen grenzen die zijn ontworpen om mensen te beschermen tegen
onrechtmatige behandeling en onterechte veroordelen (Sanders, Young & Burton)
– Traditioneel is dit de Politie, Vervolging, Rechtbanken en gevangenissen.
o Vanwege de alomvattende en holistische benadering tegen criminaliteit,
maatschappelijke veranderingen en de toegenomen nadruk op de
preventie van criminaliteit hebben we een inclusie van verschillende
partners zoals:
 Inlichtingendiensten, particuliere beveiligingsbedrijven,
douaneautoriteiten, inspectiediensten...
 Je hebt dus veel meer organisaties die van belang zijn voor het veiligheidsbeleid.

- Oog hebben voor de gehele keten, want de instituties hangen samen! Daarnaast ook oog hebben voor de andere dan
de traditionele actoren.
● Vb. arrestaties opdrijven als de gevangeniscapaciteit het niet toelaat, is tegenstrijdig

● Vb. volgens de wet is enkel de bank SO van cybercrime, zij moeten dus de burger vergoeden tenzij men kan
aantonen dat de burger een ontegensprekelijke fout heeft gemaakt. Zij straten dus een onderzoek op naar de
dader van cybercrime en spelen hierbij een grote rol in de keten
● Vb. verzekeringsmaatschappijen: zij moeten burger/ musea vergoeden bij diefstal van kunst. Daarom gaan zij met
man en macht opzoek naar de dader van de diefstel (vaak a.d.h.v. private actoren) = geen traditionele actor, maar
die wel een grote rol speelt

Management:
 Het concept management is in de loop van 2.000 jaar veranderd.
 “Managers werken in organisaties en nemen beslissingen binnen een bepaalde set van culturele waarden en
instituties.
o Ze beïnvloeden en worden beïnvloed door de omgeving. De omgeving is PEST:
 Politiek, Economisch, Sociaal & Technologisch.
 De studie van management begint tijdens de industriële revolutie: we krijgen een toename van de schaal van
productie en een veranderende samenleving.
o Er kwam elektriciteit, je krijgt een toename aan mensen.
o De arbeid veranderde van handarbeid naar machinearbeid. --> de mensen op het platteland gaan naar
de stad om bij machines te staan.

Public Administration vs. Public Management
Vroeger was het vooral PA, want men ging ervan uit dat bureaucratie de enige manier was om een staat te organiseren
zonder corruptie.
PA/PM is een interdisciplinair studiegebied dat zich richt op de overheid of bestuur.
o Interdisciplinair: recht, politicologie, economie, algemeen management en bedrijfskunde, organisatietheorie en
sociale psychologie.
 Recht is vrijwel verdwenen
 De organisatietheorie en sociale psychologie kwam vooral op na WO II.
o Bestuur: de bewering dat de overheid niet een op zichzelf staande, monolithische actor was, maar ingebed was in
netwerken van concurrerende belangen (was gerealiseerd in de jaren 1950)
PA/PM kan niet losgekoppeld worden van de samenleving.
o Het beleid helpt de samenleving vorm te geven. De effectiviteit van dit beleid is geworteld in het gedrag van de
burgers en consumenten.
o Levering van openbare diensten en beleidsvorming.
PA/PM is geen generiek management, non-profit management, merkmanagement, leiderschapsstudies.
PA/PM is direct gerelateerd aan de overheid, de staat (inclusief organisaties die namens de staat/regering werken). -->
criminal justice management.



1

,Public administration = nadenken over hoe we de administratie zo efficiënt mogelijk en effectief te optimaliseren.
Vroeger dachten we dat de overheid 1 blok was, maar dat is een netwerk die onafhankelijk is, dat weten we sinds de jaren
50.


Public Administration Public Management
Ouderwets, traditioneel, introvert Modern, naar buiten gericht
Statische hiërarchieën en procedures Dynamiek – leiderschap, innovatie
Focus op het volgen van regels – naleving en Richten op het beheren van middelen – efficiëntie en
verantwoordingsplicht prestaties
Focus op de machinerie van de overheid Focus op multi-stakeholdergovernance

 Echter: verschillen hebben de neiging om overdreven te worden – verschuiving van PM vanwege waargenomen
beperkingen van PA (normatief) en de verbinding met sociale wetenschappen.

PowerPoint 1: Organisaties en organisatiestructuren
Organisaties
Een organisatie heeft 3 betekenissen:
1. Institutioneel: een organisatie is een concreet, afzonderlijk systeem, een entiteit
2. Instrumenteel: focus op de structuur, procedures en afbakening van verantwoordelijkheden.
3. Procesmatig: focus op het proces van organiseren, op de activiteiten.

Een organisatie is een bewust gecoördineerde sociale entiteit, met relatief duidelijke identificeerbare grenzen die streeft
naar de realisatie van een gemeenschappelijke doelstelling of doelstellingen.
o Sociale entiteit: het is samengesteld uit mensen, je moet aan de slag gaan met hen -> interactie.
o Doelgericht: indien je geen doel hebt, heb je geen bestaansreden
o Bewust gecoördineerd: je denkt na over wat je doet, we weten wat we willen doen en welke mensen we daarin
steken.
o Identificeerbare grenzen: wat behoort tot de organisatie en wat niet, wat mogen we doen en wat niet.

Een open/gesloten systeem?
Gesloten systeem: is niet afhankelijk van zijn omgeving. (wat er ook gebeurt u werking wordt niet in vraag
gesteld)
o Er wordt enkel naar zichzelf gekeken en niet naar de buitenwereld.
o Het is autonoom, begrensd en hermetisch afgesloten van de buitenwereld.
o Toch uitgangspunt van de eerste managementbenaderingen: focus op interne systemen.
o Dit kwam vroeger vaker voor: vooral bij monopoliepositie heb je dit vaker.

Open systeem: moet een continue wisselwerking onderhouden met zijn omgeving om zijn doelstellingen te
kunnen realiseren.
o Er wordt gekeken naar de omgeving.
o Worden beschouwd als systemen -> interagerende componenten.
o omzetten van input naar output steeds in relatie met de omgeving.
o Adaptatie aan externe omgeving is cruciaal!
o Open systemen krijgen input van de omgeving en veranderd dan om een betere output te geven.

Doelstelling van organisaties:
1. waarde creëren
2. de gecreëerde waarde verdelen/beschikbaar stellen aan klanten en stakeholders.

4 te onderscheiden types van organisaties o.b.v. finaliteit:
1. Zuivere publieke/sociale: focus op het oplossen van een maatschappelijk probleem.
a. maatschappelijke waarden creëren en verdelen.
2. Sociaal economische: sociale en economische doelstellingen, maar maatschappelijke waardecreatie en -verdeling
> economische doelstellingen.
a. Vb. beschutte werkplaats, OCMW-ziekenhuis
i. het OCMW: het activeren van werklozen. het belangrijke hierbij is dat ze sociale connecties
kunnen opbouwen, zelfwaarde een sociaal vangnet opbouwen d.m.v. werk. uiteindelijk zullen
deze mensen dan ook belastingen betalen in het beste geval, maar dat is niet de belangrijkste
doelstelling.
ii. beschutte werkplaats: gaat vaak in concurrentie met gevangenissen. dat is voor mensen
gemaakt die niet meekunnen met het huidige tempo van de economie.

2

, 3. Economisch sociaal: economische waardecreatie en -verdeling > sociale doelen.
a. privé-rusthuis, privé-kinderopvang.
i. hierbij staat winst centraal.
4. Ondernemingen: economische waardecreatie en -verdeling staat centraal.

Public Management speelt zich af bij: zuiver publieke/sociale focus & sociaal economische.
Rechtseconomisch zijn de laatste twee.

Maatschappelijke waarde: 4 benaderingen:
1. Realiseren van politieke mandaten:
a. Publieke manager realiseert de opgelegde doelstellingen zo efficiënt en effectief mogelijk.
b. Opgelegde doelstellingen zijn vaak echter abstract en vaag -> geen indicatie van maatschappelijke
waarde.
c. Je krijgt een opdracht.
2. Realiseren van professionele maatstaven:
a. Experten expliciteren maatschappelijke waarde. Zij zullen zeggen wat er moet gebeuren.
b. Zinvol? Zie generaal en middelen adequaat leger/ziekenhuisdirecteur over besteding sociale zekerheid.
3. Uitkomst van analysetechnieken:
a. Rationeel vaststellen via kostenbatenanalyses, kosten-effectiviteitsanalyses.
b. Zinvol? Hoe becijfer je maatschappelijke waarde?
4. Klantentrevredenheid:
a. Geaggregeerde individuele nut van de klanten
b. Zinvol? Finaliteit is maatschappelijke opdracht waarbij klantentevredenheid een middel is en niet het
finale doel.
c. Burger is klanten van de overheid, dus de burger moet tevreden zijn.

Wat is maatschappelijke waarde?
= de waarde die door publieke organisaties wordt gecreëerd door middel van het leveren van producten, diensten,
regelgevingen enzovoort.
o Deze waarde wordt voortdurend gedefinieerd en hergedefinieerd door sociale en politieke interactie.
Managementprocessen helpen bij het creëren en verspreiden van waarde.
Managementtaken:
o Plannen: formuleren van doelstellingen, ontwikkelen van strategieën om doelstellingen te bereiken en plannen
om activiteiten te coördineren en uit te voeren.
o Organiseren: wie doet wat, wat moet er gedaan worden, hoe moet het gedaan worden en wie is verantwoordelijk
tegenover wie?
o Leiden: medewerkers motiveren en ondersteunen, communicatiekanalen kiezen en problemen oplossen.
o Toezicht houden: prestaties controleren, vergelijken met benchmarks en corrigeren indien nodig.

Management is nodig om drie organisatorische kwesties op te lossen:
1. Interne afstemming -> kijken binnen u organisatie, wat moeten we doen? Doen ze het juist? Wie doet wat?
2. Externe afstemming -> kijken naar buiten, wie zit waar?
3. Structurering van de organisatie
 Weten wat je hebt (qua personeel en middelen) en kijk bijgevolg naar de omgeving.

MAPE is een kernwoord hiervoor.
= Middelen worden gebruikt om activiteiten te ontwikkelen, die op hun beurt leiden tot prestaties die effecten genereren.

Organiseren van een publieke organisatie
Denkfout:
o Een probleem is dat we vaak vertrekken vanuit bestaande structuren, want mensen houden niet van verandering--
> een organisatiestructuur moet eigenlijk aangepast worden om te faciliteren.
o Maar we denken vaak dat een specifieke structuur van de organisatie een vast gegeven is.
o Strategieën worden ontwikkeld vanuit bestaande organisatiestructuren en niet vanuit omgevingsbehoeften.
 Zo worden strategieën vaak ondergeschikt gemaakt aan de organisatiestructuur.
 Een organisatiestructuur moet een instrument zijn om strategieën te ontwikkelen en te implementeren.
 De strategie bepaalt je organisatie.


Organisatiestructuur
Een organisatie is een bewust gecoördineerde sociale entiteit. De coördinatie is essentieel!
o Je gaat elementen groeperen in een samenwerken verband om bepaalde doelstellingen te realiseren.


3

, De organisatiestructuur
= de som van de wijzen waarop een organisatie haar centrale opdracht verdeelt in diverse taken en
vervolgens via onderlinge coördinatie terug vormgeeft (Mackenzie).
o De formele structuur op basis waarvan taken worden verdeeld, gegroepeerd en
gecoördineerd (Robbins).
o Hoe gaat de organisatie om met de problematiek van de arbeidsspecialisatie en de
problematiek van de arbeidscoördinatie?
 Efficiëntie = doen we de juiste dingen?

De formele- vs. De informele organisatiestructuur.
Formele structuur:
o Zoals ontwikkeld door topmanagement of vastgelegd in mandaat.
o Voorgesteld via organogram (schematische schets van gezagsverhoudingen)
o Relatief statisch.
Informele structuur:
o Onofficiële, maar vaak cruciale, werkrelaties tussen de leden van de organisaties (Daft, 1989)
o Spontane sociale relaties o.b.v. vriendschappen, kennis, gezamenlijke pauzes…
o Soms sterker dan formele relaties
o Karakteristieken (Dean, 2004):
 Stilzwijgend en ontastbaar
 Opduikend en zelf organiserend
 Tijdelijk, contextueel gebonden en ambigu
 Dynamisch en complex

Horizontale- vs. Verticale organisatiestructuur.
De oorsprong van taakspecialisatie/arbeidsverdeling -> traditioneel organisatieprincipe dat stelt dat
productiviteit toeneemt wanneer medewerkers specialiseren in bepaalde taken.
Maar dat moet natuurlijk ook terug gebundeld worden in aanstuurbare eenheden.
o Via horizontale en verticale indeling.

Horizontale indeling of departementalisatie:
 Taken op logische wijze groeperen in divisies, departementen, afdelingen …
 Meest voorkomende indelingen zijn:
o Functionele indeling:
 Gelijksoortige taken/functie samenvoegen in afdelingen o.b.v. de aard van de
taak.
 Zij gaan nadenken over wat mensen doen.
 De sterkte hiervan is dat je communicatie toelaat tussen mensen die een
soortgelijk product verdelen/verkopen.
o De productindeling:
 Taken of functies samenvoegen o.b.v. product- of dienstlijnen
o Geografische indeling
 Taken binnen een bepaald gebied samenvoegen.
 Je gaat je bijvoorbeeld regionaal afbakenen en mensen steken waar ze nodig zijn.
o Doelgroepindeling
 Behoeften/wensen van de klant/burger vormen de selectiecriteria om actieterrein te verdelen in
groepen van taken/functies.
o Kanaalindeling
 Op basis van distributiekanalen om producten of diensten beschikbaar te stellen.

De verticale indeling
 Specifieert de hiërarchische relaties tussen de medewerkers en de functies vertrekkende van de top tot aan de
basis.
 Hoe meer hiërarchische niveaus een organisatie heeft, hoe kleiner de reikwijdte van beheer is.
 Steile organisatie <-> vlakke organisatie
o Een vlakke organisatie is vaak een start-up.
o Beslissingsbevoegdheid
 Centraliseren: beslissingsbevoegdheid is geconcentreerd in de top van de
organisatie
 Decentraliseren: lagere managers hebben beslissingsbevoegdheid




4

Documentinformatie

Geüpload op
21 september 2026
Aantal pagina's
45
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen