SAMENVATTING
DEEL 1: SITUERING VAN DE BESTUURSKUNDE
H1 INTRODUCTIE TOT DE BESTUURSKUNDE
Lokale instellingen Federale instellingen Vlaamse instellingen
Gemeente FOD VDAB
OCMW Fedasil Delijn
Intercommunale Het rijksarchief Agentschap wegen en
Provincie NMBS verkeer
Bpost Autonome
Proximus overheidsbed
Publiek Privaat
Ander doel Algemeen belang Winst
Financiering Algemene middelen Private middelen
Andere taken Veel complexen Relatief eenvoudig
Aansturing Publiek component Aandeelhouders
INLEIDING
Bestuurskunde = de studie van de inrichting en werking van het openbaar
bestuur
• besturen + sturen
• Gaat over de vormgeving van de samenleving en de rol van de overheid
daarin
• Hoe de overheid, de markt en het middenveld de samenleving vormgeven
VIER SFEREN, VANUIT HET INDIVIDU BEKEKEN
Persoon
• Gemeenschappen: liefde/loyalty
• Markt: ruil/exit => privaat, gericht op
profit
• Civil society: zorg/vertrouwen
• Staat: dwang/voice => publiek, non-
profit
Actoren onderscheiden zich van elkaar dmv
lijnen:
1
, • Formeel (regels) vs informeel (geen regels)
• Publiek/Privaat
• Profit (winst) vs non-proft (geen winst)
DE SFEER VAN DE GEMEENSCHAPPEN
• M/V/X
• Superdiversiteit
• Sterk geëvolueerd: nieuwe gezinnen, andere samenlevingsvormen
• Kenmerken: liefde, vrijwilligheid, loyalty
Vrijwilligheid = keuze om eigen partner te kiezen
• In theorie: horizontaal en machtsvrij
Horizontaal = iedereen staat op gelijke voet
Machtsvrij = iedereen is gelijk
• Rechten en vrijheden: individuean hebben rechten en vrijheden
• Schema: privaat, informeel, non-profit
Gezin is er niet op uit om winst te maken
DE SFEER VAN DE STAAT
• In België grote diversiteit aan instellingen (Vlaams/federaal/lokaal of
provincie)
• Kenmerken: voice (op straat komen, behalve het leger), dwang
Overheid kan dwang gebruiken en heeft hierop een monopolie
positie
MAAR individuen kunnen wel hun stem laten horen
• In theorie: legitimiteit, scheiding der machten (Montesqieu)
Overheid moet op zoek gaan naar legitimiteit (rechtsstaat)
SDM: de macht is in verschillende handen en hierdoor is de macht in
evenwicht, waardoor er geen machtsconcentratie is (RM/UM/WM)
GwH oefent controle uit op besluitvormingsprocessen van de WM
RvS oefent controle uit op de besluitvormingsprocessen van de UM
• Verschillende bestuursniveaus
• Schema: publiek, formeel, non-profit
De staat staat in voor het algemeen belag
De overheid heeft geen doel om winst te maken
DE SFEER VAN DE MARKT
• Kenmerken: ruil/exit
Ruil: brengt goederen op de markt in ruil voor geld (voor wat hoort
wat)
Exit: niet tevreden met een producent dan gaat de consument naar
een andere
2
, Dit is niet mogelijk bij de overheid: als je niet tereden bent
over het gemeentsbestuur van waar je gedomicilieerd bent da
kan je niet zomaar naar een ander gemeentebestuur gaan
• In theorie: competitie ( monopolies) , vrijhandel
Competitie: meerdere spelers
• Vraag en aanbod
• Schema: privaat, formeel (juridische structuren/vorm), profit
Gericht op winst: als je als privaat bedrijf geen winst maakt ga je
failliet
DE SFEER VAN DE CIVIL SOCIETY
• Tussen burger en overheid: gezinsbond, christelijke mutualiteit, ABVV,
jeugdbewegingen
• Nieuwe middenveld: dierenwelzijn, klimaat
• Kenmerken: zorg, vertrouwen
Vertrouwen: burgers vertrouwen elkaar en hebben zo vertrouwen in
de organisatie die ze met ondere burgers oprichten
• In theorie: beleidsbeïnvloeding en belangenbehartiging
• Oud en nieuw middenveld
• Schema: privaat, formeel, non-profit
Amalgaan van organisaties die niet gericht zijn op winst
Ziekenfondsen mogen enkel winst maken als ze het daarna opnieuw
gebruiken voor doeleinden waarvoor ze opgericht zijn
Geen statitisch gebeuren: er kunnen verschuivingen gebeuren doorheen de
tijd + verschilt van land tot land
Invloed tussen de verschillende sferen: belastingen + subsidies + wetgeving
INVLOED VAN DE STAAT EN DE ANDERE SFEREN
• Impact van de staat op de gemeenschappen
Bijvoorbeeld: regels voor huwelijk en samenwonen
Bijvoorbeeld: wetgeving over racisme, seksisme, discriminatie
• Impact van de staat op de markt
Bijvoorbeeld: milieuwetgeving
Bijvoorbeeld: liberalisering van de energiesector
• Impact van de staat op de civil society
Bijvoorbeeld: subsidies voor verenigingen
Bijvoorbeeld: erkenning van de uitkomst van het sociaal overleg
TIJD EN RUIMTE: BELANG VAN CONTEXT
Verschil in ruimte: in elke politieke ruimte verschillen de verhoudingen tussen de
4 sferen
• Hoeveel vrijheid krijgt de markt?
• Hoe groot is de rol v/d staat?
• Wordt er weinig of veel belang gehecht aan de private sfeer?
3
, Bij ons wordt er meer belang gehecht aan publieke diensten dan in
VK
• Groot of klein middenveld?
Bij ons verder uitgebouwd en verweven met staat dan in VS
Binnen elke ruimte is er ook een dynamiek in tijd:
• Staat vs. Markt
De balans tussen de overheid en de vrije markt kan veranderen:
Privatisering: de staat geeft bepaalde diensten of bedrijven over aan
de privésector
vb. verkoop van overheidsbedrijven zoals de post of spoorwegen
aan privébedrijven
Verstaatsing (nationalisatie): overheid neemt bedrijven of sectoren
over om meer controle te krijgen
Vb. banken die tijdens een financiële crisis door de staat worden
overgenomen
Historisch voorbeeld: na de val v/h communisme in Polen (1989)
werden veel staatsbedrijven geprivatiseerd, waardoor de markt meer
ruimte kreeg
• Markt vs. Civil society
Soms nemen commerciële bedrijven taken over die vroeger door het
maatschappelijk middenveld werden uitgevoerd
Vb. privébedrijven kopen woonzorgcentra op, waardoor zorg een
commerciële dienst wordt in plaats v/e maatschappelijke
dienstverlening
• Staat vs. Gemeenschap
De rolverdeling tussen overheid en burgers in de zorg en
ondersteuning kan verschuiven
Vb. de overheid moedigt mantelzorg (zorg door familie of vrienden)
steeds meer aan om de druk op de professionele zorg te
verminderen => Co-productie
GOVERNANCE VS. GOVERNMENT
• Maatschappelijke problematieken laten zich niet meer besturen door de
overheid alleen (government), maar ook niet door de markt alleen of
door de civil society alleen
• De samenleving komst zo to stand door wat we ‘governance
arrangementen’ noemen: stelsels worden gevormd door combinaties van
de drie sferen (Vb. Klimaat)
4