HOOFDSTUK 8: BEWEGEN
STUDIE VAN REFLEXEN
Charles Sherrington droeg veel bij tot neurowetenschappen, vooral tot studie van bewegingen en
reflexen pionier van moderne neurofysiologie
● Sprak als eerste over synapsen als contacten tussen neuronen; erkende cruciale belang van
synaptische processen voor werking zenuwstelsel
● Reflexen als vb van samenwerking tussen verschillende delen ZS
○ Prikkels komen aan als geïntegreerde respons gecoördineerde samentrekking van
spieren
● Wet van Sherrington: bij reflex wordt 1 spiergroep gestimuleerd en tegelijkertijd een andere
geïnhibeerd
VERSCHILLENDE SOORTEN BEWEGINGEN
Gedrag = gevolg van gecoördineerde spierbewegingen (contractie en relaxatie van flexoren en
extensoren1) in gang gezet door motorneuronen in ruggenmerg: sturen uitlopers via ventrale wortels &
perifere ZNS naar de juiste spier(/groepen)
Reflexen = eenvoudigste bewegingen
● Rechtstreekse koppeling in CZS tussen waarneming en actie
● Niet veel verwerking, geen tussenkomst van hogere hersengebieden Voorprogrammatie, Vb:
kauwen op eten, niemand heeft ons dat aangeleerd
● Afferente neuronen maken rechtstreekse synapsen
○ Met motorneuronen: contractie spieren (vb. biceps brachii)
○ Met inhiberende interneuronen: antagonisten ontspannen (vb. triceps brachii)
Complexe, automatische bewegingen
Lijken niet aangeleerd maar worden toch tijdens de ontwikkeling verfijnd door de omgeving
o Vb: fietsen = duidelijk aangeleerd
o Vb: drinken, glimlachen aangeleerd en verfijnd door de omgeving
Aangestuurd door netwerken van interneuronen in de hersenstam of het ruggenmerg centrale
patroongeneratoren (CPG): netwerken van interneuronen in hersenstam en ruggenmerg
1
Zijn beide groepen van skeletspieren
1
, o Bilaterale (=aan twee kanten), ritmische bewegingen (vb. stappen, fietsen, roeien) die
automatisch verlopen vereisen geen sensorische input of controle hogere
hersengebieden
● CPGs aan beide kanten van het lichaam/de hersenen werken samen
○ Resultaat: georganiseerde patronen van spiercontractie en -relaxatie
○ Toch moeten soms hogere-orde gebieden tussenkomen voor bij onverwachte voorvallen
voor bij-besturing
Soorten automatische bewegingen?
● Voorgeprogrammeerd, niet aangeleerd
○ Zonder tussenkomst hogere gebieden, tenzij bijsturing nodig (vb. Struikelen; herpakken)
○ Lijken aangeboren, maar worden tijdens opgroeien toch verfijnd en verbeterd
○ Vb: kauwen, slikken, geluiden maken, lachen, drinken, ademen
● Aangeleerd, later automatisch
○ Initieel moeizaam leerproces met tussenkomst hogere gebieden; aanvankelijk
aangestuurd door hogere centra
○ Later automatisch; aangestuurd zonder tussenkomst hogere centra
○ Vb. fietsen, autorijden,
pianospelen
Complexe, sequentiële bewegingen
Inhoud?
● Bewust gestart en bijgestuurd tijdens
uitvoering (vb. koffie drinken, telefoneren,
inkopen doen)
● Sequentie van verschillende soorten
deelbewegingen2
○ Bewust gecontroleerd (vb. koffie voorzichtig in mond kappen)
○ Reflexmatig (vb. koffie uitspuwen als mond verbrand)
2
Vb. bij koffie drinken: koffie drinken; we moeten kop vastnemen, naar mond brengen zonder dat koffie
eruit loopt, kop op mond zetten en rustig ‘gieten’, ...
2