METHODOLOGIE DEEL 2 – KWALITATIEF LUIK
INLEIDING EN GESCHIEDENIS KWALITATIEF ONDERZOEK (H1)
Mortelmans, D. (2020). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Acco. Hoofdstuk 1 en 2.
- Te kennen, met uitzondering van:
o Paragraaf 1.1 (pp. 14-19): Te lezen
o Paragraaf 1.3 (pp. 24-26): Te lezen
o Paragraaf 2.1 (pp. 28-30): Te lezen
o Paragraaf 2.6 (pp. 48-51): Niet te kennen
o Paragraaf 2.7 (p. 51): Niet te kennen
Mortelmans, D. (2016). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte, & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en
technieken in de criminologie (pp. 81-110). Acco.
- Te lezen, met uitzondering van:
o Paragraaf 1.2.2. (pp. 92-96): Te kennen
o Paragraaf 2. (pp. 105-110): Te kennen
NOG ENKELE PRAKTISCHE PUNTEN
Wie methodologie deel 1 niet gevolgd heeft: werk je zo snel mogelijk bij!
Sofia platform: niet te kennen
Waarom zoveel strikte regeltjes?
Groepswerk: spreek elkaar aan!
Peer assessment
- Is een aanvulling op het elkaar aanspreken
- Gesprek met assistenten heeft enkel zin als iedereen open is
- Sancties mogelijk na tweede gesprek
Schriftelijk examen: slides + lesinhoud + cursustekst
richtlijnennota
HET VERLOOP VAN EEN ONDERZOEK:
De onderzoekscyclus:
1
,KENMERKEN VAN KWALITATIEF ONDERZOEK
INLEIDING
Heel veel verschillende definities omdat er veel verschillende perspectieven zijn op kwalitatief onderzoek
- Metafoor familiegelijkenis van Wittgenstein:
o Mensen die familie zijn van elkaar lijken op elkaar, bv. een typische neus, typisch wandelen
o Binnen familie heb je een variatie, dan heb je ook mensen in de familie die maar 1 typisch kenmerk
hebben
o Uitgesproken kwalitatief onderzoek: maandelen meelopen met de onderzoeksgroep hoge score op alle
kenmerken
o Light versie van kwalitatief onderzoek (ons onderzoek): een paar redelijk gestructureerde interviews doen
iemand met maar 1 typisch kenmerk
Verzameling benaderingen met onderlinge familiegelijkenissen, eerder dan een perfect afgelijnde categorie
- Kenmerken zijn vaak aanwezig, maar niet noodzakelijk altijd allemaal
1. ONDERZOEKSDOELEN EN -VRAGEN
Wat is de bedoeling van je onderzoek? Wat wil je onderzoek
Complexe thema’s en/of sociale processen (bv. van betekenisgeving)
- Kwantitatief onderzoek focust zich vooral op variabelen (eenvoudig)
- Kwalitatief onderzoek kijkt meer naar complexiteit en processen
o Bv. wat gebeurt er als iemand een familielid is verloren aan criminaliteit hoe veranderd zijn houding
t.a.v. bestraffing?
o Je staat dichter bij persoon en kijkt naar wat er gebeurt met die persoon
o Kijken naar proces en niet naar variabelen apart
Dagelijkse werkelijkheid van subjecten staat centraal
- Zo dicht mogelijk bij dagelijkse werkelijkheid van mensen komen bij kwalitatief onderzoek
- Bv. politie onderzoeken hoe ze met stress omgaan
o Kwantitatief onderzoek: stress op grote schaal via een enquête onderzoeken
variabelen met elkaar in verband brengen
o Kwalitatief onderzoeken: enkele maanden mee op patrouille gaan, bijna leven met de mensen, bij de
ervaringen van de politie kan je de angst voelen en zien op het moment zelf
je kan dit niet veralgemenen over een hele groep, want je onderzoekt maar een aantal agenten
o Ze zorgen voor een ander soort onderzoek, beide combineren is het beste
Eerder inductief dan deductief
- Inductief:
o Kwalitatief onderzoek onderaan beginnen
o Met een open blik naar de empirie gaan, maar geen uitgewerkte hypothese
o Je loopt weken mee, dus hieruit wordt je theorie omgebouwd en kom je tot een uiteindelijke hypothese
- Deductief
o Kwantitatief onderzoek wel een uitgewerkte hypothese (voor survey weten wat je gaat meten), op einde
van onderzoek bevestig of verwerp je hypothese
Cf. infra
Oefening: zijn dit eerder kwalitatieve of eerder kwantitatieve onderzoeksvragen?
Wat is de prevalentie van winkeldiefstal in winkelstraat X?
Kwantitatieve onderzoeksvraag
Hoe sterk is het verband tussen geslacht en jeugddelinquentie bij Vlaamse jongeren?
Kwantitatieve onderzoeksvraag
Hoe beleven leden van jeugdbendes in Vlaanderen de interne hiërarchie en regels?
Kwalitatieve onderzoeksvraag
In welke mate heeft dadertherapie een impact op de spijtgevoelens van wie die therapie volgt?
Neigt meer naar kwantitatieve onderzoeksvraag (kwalitatief ook)
Hoe beïnvloedt dadertherapie de spijtgevoelens van wie de therapie volgt?
2
, Kwalitatieve onderzoeksvraag
2. ONDERZOEKSDESIGN
Hoe ga ik onderzoeksvraag beantwoorden? Wat is het intellectueel plan?
Design is flexibel
- Iteratieve onderzoekscyclus doorheen het onderzoek
o Kwalitatief onderzoek: iteratief proces = hele tijd op en naar theorie en data, verschillende aanpakken
o Kwantitatief onderzoek: lineair proces = alles in 1 keer
- Bv. politie onderzoeken hoe ze met stress omgaan (hypotheses)
o Je zit in combi, als agenten angstig zijn, beginnen ze wat stoer te doen (coping strategie)
o Soms doen ze dit niet, zijn ze eerder gefocust: heeft te maken met de dreiging waarmee ze hebben te
maken (stiller bij schietincidenten)
- Wat is het verschil tussen een moordonderzoek en een wetenschappelijk onderzoek?
o Moordonderzoek: je begint met dataverzameling, je maakt hypothese, je gaat extra data verzamelen voor
andere hypotheses je gaat verschillende keren door cyclus - iteratief
o Bij een moordonderzoek wil je individuele vraag beantwoorden wie heeft deze persoon vermoord en
waarom?
o Bij wetenschappelijk onderzoek wil je altijd iets meer dan die individuele casus begrijpen, je wilt iets meer
begrijpen theoretische ambitie, iets wat de casus overstijgt
Design is gericht op studie in natuurlijke omgeving
- Dicht bij de ervaring van de respondenten: observatie en participerende observatie
- Veel aandacht voor de specifieke context
o Vs. gestandaardiseerde vragenlijsten waarbij doorgaans verondersteld wordt dat de context constant is
o Kwalitatief onderzoek: sterk in de context, observatie helpt om te begrijpen waarom iets gebeurt in een
bepaalde context + je zit zelf mee in deze context
o Kwantitatief onderzoek: mensen vullen enquête in, maar krijgen geen enkele context daarbij
- De onderzoeker maakt zelf deel uit van de context
Design is gericht op “holistisch” begrijpen van de context
- Onderzoek focust niet enkel op vooraf bepaalde elementen, maar blijft open voor de gehele context
Holistisch = de situatie, de mens, het gedrag in zijn geheel begrijpen
- Kwalitatief onderzoek: slachtofferschap is geen variabele, maar een mens
- Kwantitatief onderzoek: knipt werkelijkheid in stukken, in variabelen
Maar
- Ook in inductief kwalitatief onderzoek dat dicht bij de leefwereld van de onderzoekssubjecten ligt, blijft het de
bedoeling om tot algemenere uitspraken (theorie) te komen
- Zelf al is het gefocust op 1 casus, is de bedoeling om iets meer te zeggen in een theoretische taal
- Kwalitatief onderzoek: ook al is het inductief, je wilt uiteindelijk theorie ontwikkelen (verschil met
moordonderzoek)
3. DATAVERZAMELINGSMETHODEN
Uitgebreid gamma aan methoden
- Je gebruikt een combinatie van interviews, documenten en observaties (verschillende methoden)
- Wij doen light versie: gebruiken maar 1 methode (interview)
Vaak meerdere methoden in 1 onderzoek
- Bv. interviews, documenten en enkele observaties
- Vaak wel 1 methode dominant
Het gebruik van methoden is flexibel
Vaak intens en/of langdurig contact met het veld
- Belangrijk voor een holistisch beeld
3
,4. DATA-ANALYSE
Eerder o.b.v. teksten (en soms beelden) dan o.b.v. cijfers
- Kwantitatief onderzoek: statistiek, tellen en correleren
- Kwalitatief onderzoek: Analyse obv tekst en beeld
-Ontbreken van cijfers betekent niet automatisch kwalitatief onderzoek
o Kan ook gewoon slecht onderzoek zijn
o Kan ook cijfers gebruiken in kwalitatief onderzoek!
- Soms worden wel cijfers gebruikt
o Bv. om de context te schetsen
o Bv. als de onderzoekssubjecten zelf cijfers gebruiken in hun proces van betekenisgeving
Doel van analyse is betekenis achterhalen
- Hoe geven mensen betekenis aan hun ervaring
Processen staan centraal
- Proces dat samenhangt met ene bepaald slachtofferschap als familielid is vermoord door criminaliteit
De analyse is flexibel, weinig gestandaardiseerde procedures
In de diepte begrijpen, eerder dan representatief beschrijven
- De kracht van kwalitatief onderzoek is diepte: je krijgt de diepte, doordat je maandeling bij de politie zit, dan voel
je ook de ervaringen want je maakt het zelf mee
- De kracht van kwantitatief onderzoek is breed (blijft wel redelijk openvlakkig, geen diepte)
5. RAPPORTAGE
= publicaties
De onderzochten worden vaak betrokken bij de (lezing van de) resultaten
- Je gaat resultaat achteraf nog eens voorleggen aan respondent
- Onderzoeksobjecten worden strek betrokken in het onderzoek
- Bij kwantitatief onderzoek: na een enquête, ga je niet nog een vragen of dat het goed is en juist begrepen
De rapportering handelt ook over de context
- Het materiaal moet “spreken”
o Bv. door citaten of gedetailleerde beschrijvingen van gebeurtenissen
- Rapportering is vaak langer
o Kwalitatief: context is belangrijk + situatie goed kunnen schetsen, wat je hebt geleerd en de sfeer kan je
niet op een paar bladzijden beschrijven lezer moet beschrijving voelen
o Kwantitatief onderzoek kan je op een paar bladzijde een paar tabellen geven met korte uitleg
Er wordt expliciet rekening gehouden met de invloed van de onderzoeker
- Kwalitatieve onderzoekers zijn meer bewust van hun eigen rol
o Invloed op wat respondenten zullen antwoorden
o Ze gaan meer hun invloed reflecteren, ze benoemen invloed en onderzoeken dat
- Kwantitatieve onderzoeker heeft ook invloed, minder bewust ervan
GESCHIEDENIS VAN KWALITATIEF ONDERZOEK
DE KLASSIEKE PERIODE (1900-1945)
Pre-klassiek: reisverslagen
- Oude Grieken en Romeinen
4
, - Mensen van de elite die op reis gingen naar andere culturen en beschreven wat ze daar hebben gezien (voorloper
kwalitatief onderzoek)
geen bedoeling om algemene inzichten te verwerven of bij te dragen aan theorie
- Geen echt wetenschappelijk onderzoek wegens geen antwoord op onderzoeksvraag noch ambitie tot
theorievorming
Participerende observatie in de sociologie
- Bv. Le Play (eind 19de eeuw) casestudies naar arbeidersfamilies in Europa
o Combineerde kwalitatief onderzoek met statistiek
o Sterk beschrijvend, veel gebruik van statistische gegevens
o Tegenwoordige benaming: mixed methods vaak voorgesteld als moderne bandering van onderzoek,
maar eerste kwalitatieve onderzoekers deden het eigenlijk ook al
Participerende observatie in de antropologie
- Lange observaties van “primitieve volkeren” om inzicht te krijgen in de cultuur
o Primitieve volkeren: ‘volkeren die minder beschaafd waren’
o Leefden met de lokale bevolking om te kijken hoe samenleving in elkaar zit, hoe beslissingen werden
genomen , transitie van jeugd naar volwassenheid, religies…
- Bv. Bronislaw Malinowski
o Kritiek op antropologen die zich vooral op secundaire bronnen baseren; benadrukt belang van
veldonderzoek
o Achteraf veel kritiek: koloniale + neerbuigende manier dat er naar die bevolking werd gekeken
o Wel een vooruitzicht van wat we ervoor hadden, waar interessante inzichten zijn uitgekomen
Max Weber: “Verstehen”
- Veel bijdrage geleverd aan sociale en methodologie van sociale wetenschappen
- ‘Verstehen’:
o Proberen mensen te begrijpen, vertrekkende vanuit hoe mensen zichzelf zien, hun eigen gedrag verklaren
o Geen positivistische visie als objecten verklaren, maar onderzoeker is zelf een mens en eigen gedrag
verklaren als persoon zelf
“Chicago School”
- Chicago als studieobject
o Technieken antropologen (primitieve onderzoek) toepassen in eigen stad
- Robert Park: “get the seats of your pants dirty”
- Bestuderen van deviante groepen in hun natuurlijke omgeving
- Introduceren studie van cultuur d.m.v. participerende observatie (typisch antropologie) in de sociologie
o Mensen observeren, om te begrijpen wat er daar gebeurt
- Typisch: gevalstudies met grote nadruk op participerende observatie
Florian Znaniecki
- Kwalitatieve analyse van hoofdzakelijk geschreven bronnen nadruk hierop, niet observaties
- “Analytische inductie” (methode):
o Obv kwalitatief onderzoek vaststellen van causale relaties in kwalitatief onderzoek
o Veel nadruk op de procedure van bewijsvoering
als onderzoeker moet je heel transparant zijn hoe je op jouw conclusies komt
- Experimenten best manier om causale relaties vast te stellen
VERDRUKKING & VERNIEUWING (’50 TOT ’70)
het ging slecht met kwalitatief onderzoek, goed met kwantiteit onderzoek
5
, Vanaf eind jaren ’40: dominantie van (neo-) positivisme en kwantitatieve benaderingen
- Veel geloof in gestandaardiseerde surveys
- Steeds minder vertrouwen in kwalitatief onderzoek ze zeiden dat dit niet echt wetenschap is
- Door zijn oorsprong in antropologie denkt men verkeerdelijk dat kwalitatief onderzoek vooral bedoeld is voor
ideografische onderzoeksvragen
o i.e. de beschrijving van de eigenheid van marginale en beperkte fenomenen
Hiervoor wel kwalitatief onderzoek doen
Zodra je kwantitatief onderzoek kan doen, moet je dit doen
o Vs. streven naar meer algemene inzichten
- Toch twee kiemen van vernieuwing: focusgroepen & Grounded Theory herbegin kwalitatief onderzoek
De geboorte van de focusgroep
- Ontstaan jaren ’20 en ’30: als alternatief voor soms directieve interviewstijl
o Het is een groepsinterview en je wilt vooral mensen met elkaar laten discussiëren
- Tijdens WOII: veel onderzoek door Lazarsfeld & Merton
o Impact van oorlogspropaganda nagaan
o Om propaganda uit te testen gebruikten ze focusgroepen: ze lieten gewone burgers met elkaar
discussiëren over een fragment of over de oorlog
- Tussen WOII en de jaren ‘80: Vooral in de marketing
o Onderzoek naar motivaties van consumenten
o Gespecialiseerde marketingbureaus: infrastructuur, databestanden van klanten, etc.
De “ontdekking” van Grounded Theory
- Ontwikkeld om de geloofwaardigheid van kwalitatief onderzoek tegenover kwantitatief onderzoek te versterken
- Inspiratie voor onze manier van analyseren, maar wij werken meer deductief (zie methodologie deel 3)
Glaser & Strauss (1967) “The discovery of grounded theory”
- Benadering die ze ontwikkeld hebben om aan kwalitatief onderzoek te doen, omdat ze vaststellen dat kwalitatief
niet wordt serieus genomen
o Is eigenlijk terecht: afgelopen kwalitatieve onderzoeken zijn niet goed en niet transparant
o Hoe men vroeger van observatie tot conclusie is gekomen is een black box, wordt niet echt uitgelegd
hier wouden ze iets aan doen: ze gaat methode uitwerken om de analyse van data op een meer systematische
manier te doen
- Strauss: gevormd in de Chicago School
o Veel aandacht voor veldwerk als basis om tot theorie te komen
o Geschoold in kwalitatieve onderzoeksmethoden
- Glaser: gevormd in Columbia University, beïnvloed door Lazarsfeld
o Veel aandacht voor systematische procedures
o Geschoold in kwantitatief onderzoek
- Kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeker gaan samenwerken: ontdekken Groundend theory
Uitgangspunt ‘Grounded Theory’:
- Ontwikkelen van theorie (inductie)
o Obv kwalitatieve data wil men theorie ontwikkelen
- Theorie wordt “gefundeerd” in de empirie
o Theorie moet gegrond zijn in empirie
o Zo weinig mogelijk theorie vooraf, maar observeren en zoeken naar empirische bevindingen om tot
tehorie te komen
- Veel aandacht voor procedure: cf. infra
o Duidelijk procedures uitwerken, om die black box transparant en controleerbaar te maken
6
, Spanning: Strauss & Corbin vs. Glaser
- Glaser: dicht bij het origineel, veel nadruk op inductie
o Wil het idee van Grounded Theorie behouden en niet met theorie vooraf werken
- Strauss & Corbin (1990): meer open voor deductie (gebruik makend van een “coding paradigm” dat al vooraf
structuur kan geven aan de codes die zullen worden gevonden)
o Veel bekender geworden dan Glaser
o Zij zeggen dat je best al op voorhand een bepaald kader moet hebben
2 rententere stromingen
- Charmaz
o Constructivistische benadering die de nadruk legt op het handelen van individuen
o Constructivisme: Gaat er vanuit dat we niet zeker zijn dat er buiten ons en wereld is die we kunnen
kennen, maar dat we als onderzoeker wel de wereld kunnen construeren
Hoe geven mensen betekenis aan hun omgeving
- Clarke: ‘situationele analyse’
o Werkt met ‘kaarten’ die verschillende perspectieven, posities, relaties, plaatsen etc. visualiseren
Verdere toelichting over situationele analyse niet te kennen
Bv. een politiekantoor, hoe is dat georganiseerd
DE HEROPSTANDING (JAREN ’70 EN ’80)
Hernieuwde interesse in kwalitatief onderzoek
bv:
- Birmingham school for “cultural studies”
o Aandacht voor populaire cultuur, massamedia, subculturen bij jongeren, etc.
o Theoretisch: link tussen structuralisme, semiologie en neomarxisme
- Feministisch geïnspireerd onderzoek
o Eerder onderzoek vooral gericht op mannen
o Nu steeds meer empirisch onderzoek vanuit een feministisch perspectief
- Postkolonialisme: aandacht voor etniciteit
o Meer nadruk leggen op de schade die is aangebracht aan de kolonies en verantwoordelijkheid die het
Westen daarop heeft
Kwalitatief onderzoek sterk aandacht voor kritische benaderingen
Methodologisch:
- Veel technieken die als nieuw worden voorgesteld, maar vaak klassieke kwalitatieve technieken die gekoppeld
worden aan nieuw theoretisch kader
- Zet zich sterk af tegen de dominantie van kwantitatief onderzoek
POSTMODERNISME EN CONSOLIDATIE
2 richtingen van kwalitatief onderzoek:
Postmodernisme
- Doorgedreven pluralisme
- “Onbepaaldheid” hoe reageren?
o Geen vaststaande betekenissen
o Geen grote verhalen of ideologieën
o Geen vaste waarden en normen (ethisch relativisme)
ze gaan ‘onbepaaldheid’ doortrekken tot het extreme: zorgt voor de ontkenning van de mogelijkheid om aan
wetenschap te doen
o Bv. diefstal kan niet als criminaliteit gezien worden, misschien het gewoon een reactie op een slecht
georganiseerde maatschappij wie is dader, wie is slachtoffer
o Light versie zorgt wel tot kwalitatief onderzoek:
Bv. Is graffiti vandalisme of kunst?
- Leent zich tot kwalitatief onderzoek, maar radicale versies hiervan maken ook kwalitatief onderzoek onmogelijk
7
, o Immers: Het feit dat er geen vaststaande betekenissen meer zijn, impliceert ook dat er geen bruikbare
concepten en definities meer zijn
Consolidatie, brede aanvaarding van kwalitatieve onderzoeksmethoden dit vak, belangrijkste spoor
- Kwantitatief punten gebruiken om kwalitatief onderzoek te versterken (= consolidatie)
- Sterke Angelsaksische voedingsbodem
- Bv. Strauss en Corbin (1990):
o Grounded theory, maar met ruimte voor deductie
- Bv. Miles en Huberman (1994, 2014):
o Gebruiken kwantitatief jargon (bv. variabelen, causale verbanden, etc.) in kwalitatieve omgeving
o Heel veel gebruik van grafische voorstellingen (tabellen, pijlenschema’s, tekeningen) bij de data-analyse
WELKE ONDERZOEKSVRAGEN VOOR KWALITATIEF ONDERZOEK?
Beschrijvend
- Diepgaand inzicht in leef- en denkwerelden
- Inzicht in processen en betekenissen
- Enkel dit type vragen in het onderzoek voor werkcollege in methodologie 2 en 3
Verklarend
- Identificeren van causale relaties kan ook in kwalitatief onderzoek
o Waarom kent iemand een bepaalde betekenis toe aan iets? mensen zijn slecht in het verklaren van
hun eigen gedrag
o Welke causale mechanismen en processen liggen achter een bepaald verband?
Explorerend
- Als er nog niet veel bekend is over een bepaald fenomeen
- Doe grondige literatuurstudie!
o Vaak is er meer bekend dan op het eerste zicht lijkt
o Men kan zich laten inspireren door verwante domeinen
Bv. klassiek pesten en cyberpesten
- Kan beschrijvend en verklarend van aard zijn
KWALITATIEVE GRONDVORMEN
Vormen van kwalitatieve dataverzameling in te delen:
Kwalitatieve survey
survey gebruikt voor kwantitatief onderzoek, maar hier gebruik om interviews en focusgroepen samen te stellen
- Interviews
- Focusgroepen
Participerende observatie
De gevalstudie
- Omvat allerhande types van onderzoek
Inhoudsanalyse
- Zowel kwantitatieve als kwalitatieve benaderingen
- Cf. discoursanalyse
8
, • Mortelmans, D. (2016). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte, & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en
technieken in de criminologie (pp. 110-128). Acco.
- Te kennen, met uitzondering van:
o Paragraaf 3.1 (pp. 111-112): Niet te kennen
o Paragraaf 3.5 (pp. 123-125): Te lezen
KWALITATIEVE STEEKPROEFTREKKING (H2)
DE KWALITATIEVE STEEKPROEF: INLEIDING
Steekproeftrekking waar ga ik mijn onderzoek om focussen?
Kern kwantitatieve steekproeftrekking: randomisering iedereen moet evenveel kans hebben om in steekproef te recht te
komen, minder belangrijk dan aantal respondenten
• Kwalitatieve steekproeftrekking: geen random sampling
Waarom? Randomisering werkt alleen maar als je een bepaald minimum aantal hebt (bv. 5 politieagenten van de 100 is
niet genoeg)
- Is niet de bedoeling:
o Geen generalisering naar de populatie, maar ontwikkeling van theorie
stappen:
1. We willen wel met interessante mensen werken, die iets te zeggen hebben over onze
onderzoeksvraag
2. We gaan zinvolle variatie zoeken uit interviews
Dit is het tegenovergestelde van kwantitatief onderzoek, want je wilt daar dat de kenmerken van de
mensen geen rol spelen
Outliers: mensen die ver liggen van de rest, die anders scoren dan de rest
Kwalitatief onderzoek: je bent hierin juist geïnteresseerd
Kwantitatief onderzoek: ambetant, want brengt je gemiddelde in de war
- Heeft weinig zin:
o Door kleine getallen zorgt randomisering niet voor representativiteit
- Heeft risico’s:
o Sampling van eenheden die geen relevante informatie aanleveren
o Kan zijn dat je net een paar niet interessant mensen hebt gekozen
• Wel doelgerichte, “purposive” steekproef
- Tegenovergestelde van random sampling!
o Bewust selecteren op kenmerken i.p.v. ze te neutraliseren
o Je wilt mensen met opvallende kenmerken
9
, - De geselecteerde eenheden moeten informatierijk zijn, moeten helpen om een antwoord te formuleren op de
onderzoeksvraag
o Alle relevante aspecten van het onderwerp moeten afgedekt zijn alle aspecten van onderzoeksvraag
kunnen beantwoorden
o Binnen de vooropgestelde criteria moet er nog voldoende variatie overblijven
• Streven naar theoretische of analytische generalisering: generaliseren naar theorie, de resultaten in een meer algemene
taal formuleren
- Vs. statistische generalisering: veralgemenen van steekproef naar populatie (tegenovergestelde)
- Bedoeling is niet om te generaliseren naar een populatie, je wilt theorie ontwikkelen en inzichten verwerven
o Maar idee is wel doordat je die 5 een aantal keer interviewt/ observeert, je eigenlijk ook veel leert over de
manier dat anderen zijn (iets meer algemeen, zonder met andere gesproken te hebben)
o Door iets te vertalen in theoretische taal overstijg je wat daar gebeurt en begrijp je meer hoe mens in
elkaar zit
- Wordt verder toegelicht in ‘methodologie deel 3’ (kwaliteit van kwalitatief onderzoek)
STEEKPROEFMETHODEN
Is niet ‘de’ lijst + vaak combineer je methoden + voorbeelden gaan niet altijd alleen over respondenten, maar ook bv. over landen
• Geen selectie
- Bv. praktijkonderzoek met door opdrachtgever vastgelegde cases
o Opdrachtgever heeft bepaald wat je case is, het is er dus al en je moet niet zelf selecteren
o Bv. mening geven over beleid, beleid is er al
- Bv. totale populatie is klein en kan volledig onderzocht worden: “comprehensive sampling”
o Je moet niet kiezen want je kan totale populatie bevragen (bv. met alle ministers van Justitie spreken)
o Comprehensive sampling = alomvattend, je kan met iedereen spreken
• Typische cases
- De ‘normale’ situatie in kaart brengen
o Je zal beginnen met typische cases, bv. de typische wijkagent
o Je moet al wat onderzoek gedaan hebben om te weten wie de typisch wijkagent is beetje rondvragen,
aanvoelen aan een gatekeeper
Typisch: typische mening
Natte vinger werk
Sample evolueert doorheen het onderzoek
- Vooral bij onderzoek in nieuw terrein
• Heterogeniteit of maximale variatie
- Vooral bij onderzoek in reeds onderzochte domeinen, waarbij een bijkomende case weinig extra oplevert
o Als je al veel weet over het onderwerp
- Variatie op belangrijke ‘onafhankelijke variabelen’
o Maximale variatie: geen zin om typische wijkagente de spreken, maar om een verschillend denkende
wijkagent te spreken
o Outliers: in kwalitatieve onderzoek vinden ze dit interessant (hoe verschilt die van anderen)
- Wat ondanks heterogeniteit toch constant blijft is belangrijk
o Ook interessant om te zien naar de dingen waar ze het wel eens over zijn
• Homogeniteit
- Om een groep of proces scherp in beeld te krijgen
o Steekproef samenstellen van mensen die hetzelfde denken: cases die op elkaar lijken
- Bv. bij focusgroepen
• Kritische case
- Eenheden die een cruciale rol spelen
10
INLEIDING EN GESCHIEDENIS KWALITATIEF ONDERZOEK (H1)
Mortelmans, D. (2020). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Acco. Hoofdstuk 1 en 2.
- Te kennen, met uitzondering van:
o Paragraaf 1.1 (pp. 14-19): Te lezen
o Paragraaf 1.3 (pp. 24-26): Te lezen
o Paragraaf 2.1 (pp. 28-30): Te lezen
o Paragraaf 2.6 (pp. 48-51): Niet te kennen
o Paragraaf 2.7 (p. 51): Niet te kennen
Mortelmans, D. (2016). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte, & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en
technieken in de criminologie (pp. 81-110). Acco.
- Te lezen, met uitzondering van:
o Paragraaf 1.2.2. (pp. 92-96): Te kennen
o Paragraaf 2. (pp. 105-110): Te kennen
NOG ENKELE PRAKTISCHE PUNTEN
Wie methodologie deel 1 niet gevolgd heeft: werk je zo snel mogelijk bij!
Sofia platform: niet te kennen
Waarom zoveel strikte regeltjes?
Groepswerk: spreek elkaar aan!
Peer assessment
- Is een aanvulling op het elkaar aanspreken
- Gesprek met assistenten heeft enkel zin als iedereen open is
- Sancties mogelijk na tweede gesprek
Schriftelijk examen: slides + lesinhoud + cursustekst
richtlijnennota
HET VERLOOP VAN EEN ONDERZOEK:
De onderzoekscyclus:
1
,KENMERKEN VAN KWALITATIEF ONDERZOEK
INLEIDING
Heel veel verschillende definities omdat er veel verschillende perspectieven zijn op kwalitatief onderzoek
- Metafoor familiegelijkenis van Wittgenstein:
o Mensen die familie zijn van elkaar lijken op elkaar, bv. een typische neus, typisch wandelen
o Binnen familie heb je een variatie, dan heb je ook mensen in de familie die maar 1 typisch kenmerk
hebben
o Uitgesproken kwalitatief onderzoek: maandelen meelopen met de onderzoeksgroep hoge score op alle
kenmerken
o Light versie van kwalitatief onderzoek (ons onderzoek): een paar redelijk gestructureerde interviews doen
iemand met maar 1 typisch kenmerk
Verzameling benaderingen met onderlinge familiegelijkenissen, eerder dan een perfect afgelijnde categorie
- Kenmerken zijn vaak aanwezig, maar niet noodzakelijk altijd allemaal
1. ONDERZOEKSDOELEN EN -VRAGEN
Wat is de bedoeling van je onderzoek? Wat wil je onderzoek
Complexe thema’s en/of sociale processen (bv. van betekenisgeving)
- Kwantitatief onderzoek focust zich vooral op variabelen (eenvoudig)
- Kwalitatief onderzoek kijkt meer naar complexiteit en processen
o Bv. wat gebeurt er als iemand een familielid is verloren aan criminaliteit hoe veranderd zijn houding
t.a.v. bestraffing?
o Je staat dichter bij persoon en kijkt naar wat er gebeurt met die persoon
o Kijken naar proces en niet naar variabelen apart
Dagelijkse werkelijkheid van subjecten staat centraal
- Zo dicht mogelijk bij dagelijkse werkelijkheid van mensen komen bij kwalitatief onderzoek
- Bv. politie onderzoeken hoe ze met stress omgaan
o Kwantitatief onderzoek: stress op grote schaal via een enquête onderzoeken
variabelen met elkaar in verband brengen
o Kwalitatief onderzoeken: enkele maanden mee op patrouille gaan, bijna leven met de mensen, bij de
ervaringen van de politie kan je de angst voelen en zien op het moment zelf
je kan dit niet veralgemenen over een hele groep, want je onderzoekt maar een aantal agenten
o Ze zorgen voor een ander soort onderzoek, beide combineren is het beste
Eerder inductief dan deductief
- Inductief:
o Kwalitatief onderzoek onderaan beginnen
o Met een open blik naar de empirie gaan, maar geen uitgewerkte hypothese
o Je loopt weken mee, dus hieruit wordt je theorie omgebouwd en kom je tot een uiteindelijke hypothese
- Deductief
o Kwantitatief onderzoek wel een uitgewerkte hypothese (voor survey weten wat je gaat meten), op einde
van onderzoek bevestig of verwerp je hypothese
Cf. infra
Oefening: zijn dit eerder kwalitatieve of eerder kwantitatieve onderzoeksvragen?
Wat is de prevalentie van winkeldiefstal in winkelstraat X?
Kwantitatieve onderzoeksvraag
Hoe sterk is het verband tussen geslacht en jeugddelinquentie bij Vlaamse jongeren?
Kwantitatieve onderzoeksvraag
Hoe beleven leden van jeugdbendes in Vlaanderen de interne hiërarchie en regels?
Kwalitatieve onderzoeksvraag
In welke mate heeft dadertherapie een impact op de spijtgevoelens van wie die therapie volgt?
Neigt meer naar kwantitatieve onderzoeksvraag (kwalitatief ook)
Hoe beïnvloedt dadertherapie de spijtgevoelens van wie de therapie volgt?
2
, Kwalitatieve onderzoeksvraag
2. ONDERZOEKSDESIGN
Hoe ga ik onderzoeksvraag beantwoorden? Wat is het intellectueel plan?
Design is flexibel
- Iteratieve onderzoekscyclus doorheen het onderzoek
o Kwalitatief onderzoek: iteratief proces = hele tijd op en naar theorie en data, verschillende aanpakken
o Kwantitatief onderzoek: lineair proces = alles in 1 keer
- Bv. politie onderzoeken hoe ze met stress omgaan (hypotheses)
o Je zit in combi, als agenten angstig zijn, beginnen ze wat stoer te doen (coping strategie)
o Soms doen ze dit niet, zijn ze eerder gefocust: heeft te maken met de dreiging waarmee ze hebben te
maken (stiller bij schietincidenten)
- Wat is het verschil tussen een moordonderzoek en een wetenschappelijk onderzoek?
o Moordonderzoek: je begint met dataverzameling, je maakt hypothese, je gaat extra data verzamelen voor
andere hypotheses je gaat verschillende keren door cyclus - iteratief
o Bij een moordonderzoek wil je individuele vraag beantwoorden wie heeft deze persoon vermoord en
waarom?
o Bij wetenschappelijk onderzoek wil je altijd iets meer dan die individuele casus begrijpen, je wilt iets meer
begrijpen theoretische ambitie, iets wat de casus overstijgt
Design is gericht op studie in natuurlijke omgeving
- Dicht bij de ervaring van de respondenten: observatie en participerende observatie
- Veel aandacht voor de specifieke context
o Vs. gestandaardiseerde vragenlijsten waarbij doorgaans verondersteld wordt dat de context constant is
o Kwalitatief onderzoek: sterk in de context, observatie helpt om te begrijpen waarom iets gebeurt in een
bepaalde context + je zit zelf mee in deze context
o Kwantitatief onderzoek: mensen vullen enquête in, maar krijgen geen enkele context daarbij
- De onderzoeker maakt zelf deel uit van de context
Design is gericht op “holistisch” begrijpen van de context
- Onderzoek focust niet enkel op vooraf bepaalde elementen, maar blijft open voor de gehele context
Holistisch = de situatie, de mens, het gedrag in zijn geheel begrijpen
- Kwalitatief onderzoek: slachtofferschap is geen variabele, maar een mens
- Kwantitatief onderzoek: knipt werkelijkheid in stukken, in variabelen
Maar
- Ook in inductief kwalitatief onderzoek dat dicht bij de leefwereld van de onderzoekssubjecten ligt, blijft het de
bedoeling om tot algemenere uitspraken (theorie) te komen
- Zelf al is het gefocust op 1 casus, is de bedoeling om iets meer te zeggen in een theoretische taal
- Kwalitatief onderzoek: ook al is het inductief, je wilt uiteindelijk theorie ontwikkelen (verschil met
moordonderzoek)
3. DATAVERZAMELINGSMETHODEN
Uitgebreid gamma aan methoden
- Je gebruikt een combinatie van interviews, documenten en observaties (verschillende methoden)
- Wij doen light versie: gebruiken maar 1 methode (interview)
Vaak meerdere methoden in 1 onderzoek
- Bv. interviews, documenten en enkele observaties
- Vaak wel 1 methode dominant
Het gebruik van methoden is flexibel
Vaak intens en/of langdurig contact met het veld
- Belangrijk voor een holistisch beeld
3
,4. DATA-ANALYSE
Eerder o.b.v. teksten (en soms beelden) dan o.b.v. cijfers
- Kwantitatief onderzoek: statistiek, tellen en correleren
- Kwalitatief onderzoek: Analyse obv tekst en beeld
-Ontbreken van cijfers betekent niet automatisch kwalitatief onderzoek
o Kan ook gewoon slecht onderzoek zijn
o Kan ook cijfers gebruiken in kwalitatief onderzoek!
- Soms worden wel cijfers gebruikt
o Bv. om de context te schetsen
o Bv. als de onderzoekssubjecten zelf cijfers gebruiken in hun proces van betekenisgeving
Doel van analyse is betekenis achterhalen
- Hoe geven mensen betekenis aan hun ervaring
Processen staan centraal
- Proces dat samenhangt met ene bepaald slachtofferschap als familielid is vermoord door criminaliteit
De analyse is flexibel, weinig gestandaardiseerde procedures
In de diepte begrijpen, eerder dan representatief beschrijven
- De kracht van kwalitatief onderzoek is diepte: je krijgt de diepte, doordat je maandeling bij de politie zit, dan voel
je ook de ervaringen want je maakt het zelf mee
- De kracht van kwantitatief onderzoek is breed (blijft wel redelijk openvlakkig, geen diepte)
5. RAPPORTAGE
= publicaties
De onderzochten worden vaak betrokken bij de (lezing van de) resultaten
- Je gaat resultaat achteraf nog eens voorleggen aan respondent
- Onderzoeksobjecten worden strek betrokken in het onderzoek
- Bij kwantitatief onderzoek: na een enquête, ga je niet nog een vragen of dat het goed is en juist begrepen
De rapportering handelt ook over de context
- Het materiaal moet “spreken”
o Bv. door citaten of gedetailleerde beschrijvingen van gebeurtenissen
- Rapportering is vaak langer
o Kwalitatief: context is belangrijk + situatie goed kunnen schetsen, wat je hebt geleerd en de sfeer kan je
niet op een paar bladzijden beschrijven lezer moet beschrijving voelen
o Kwantitatief onderzoek kan je op een paar bladzijde een paar tabellen geven met korte uitleg
Er wordt expliciet rekening gehouden met de invloed van de onderzoeker
- Kwalitatieve onderzoekers zijn meer bewust van hun eigen rol
o Invloed op wat respondenten zullen antwoorden
o Ze gaan meer hun invloed reflecteren, ze benoemen invloed en onderzoeken dat
- Kwantitatieve onderzoeker heeft ook invloed, minder bewust ervan
GESCHIEDENIS VAN KWALITATIEF ONDERZOEK
DE KLASSIEKE PERIODE (1900-1945)
Pre-klassiek: reisverslagen
- Oude Grieken en Romeinen
4
, - Mensen van de elite die op reis gingen naar andere culturen en beschreven wat ze daar hebben gezien (voorloper
kwalitatief onderzoek)
geen bedoeling om algemene inzichten te verwerven of bij te dragen aan theorie
- Geen echt wetenschappelijk onderzoek wegens geen antwoord op onderzoeksvraag noch ambitie tot
theorievorming
Participerende observatie in de sociologie
- Bv. Le Play (eind 19de eeuw) casestudies naar arbeidersfamilies in Europa
o Combineerde kwalitatief onderzoek met statistiek
o Sterk beschrijvend, veel gebruik van statistische gegevens
o Tegenwoordige benaming: mixed methods vaak voorgesteld als moderne bandering van onderzoek,
maar eerste kwalitatieve onderzoekers deden het eigenlijk ook al
Participerende observatie in de antropologie
- Lange observaties van “primitieve volkeren” om inzicht te krijgen in de cultuur
o Primitieve volkeren: ‘volkeren die minder beschaafd waren’
o Leefden met de lokale bevolking om te kijken hoe samenleving in elkaar zit, hoe beslissingen werden
genomen , transitie van jeugd naar volwassenheid, religies…
- Bv. Bronislaw Malinowski
o Kritiek op antropologen die zich vooral op secundaire bronnen baseren; benadrukt belang van
veldonderzoek
o Achteraf veel kritiek: koloniale + neerbuigende manier dat er naar die bevolking werd gekeken
o Wel een vooruitzicht van wat we ervoor hadden, waar interessante inzichten zijn uitgekomen
Max Weber: “Verstehen”
- Veel bijdrage geleverd aan sociale en methodologie van sociale wetenschappen
- ‘Verstehen’:
o Proberen mensen te begrijpen, vertrekkende vanuit hoe mensen zichzelf zien, hun eigen gedrag verklaren
o Geen positivistische visie als objecten verklaren, maar onderzoeker is zelf een mens en eigen gedrag
verklaren als persoon zelf
“Chicago School”
- Chicago als studieobject
o Technieken antropologen (primitieve onderzoek) toepassen in eigen stad
- Robert Park: “get the seats of your pants dirty”
- Bestuderen van deviante groepen in hun natuurlijke omgeving
- Introduceren studie van cultuur d.m.v. participerende observatie (typisch antropologie) in de sociologie
o Mensen observeren, om te begrijpen wat er daar gebeurt
- Typisch: gevalstudies met grote nadruk op participerende observatie
Florian Znaniecki
- Kwalitatieve analyse van hoofdzakelijk geschreven bronnen nadruk hierop, niet observaties
- “Analytische inductie” (methode):
o Obv kwalitatief onderzoek vaststellen van causale relaties in kwalitatief onderzoek
o Veel nadruk op de procedure van bewijsvoering
als onderzoeker moet je heel transparant zijn hoe je op jouw conclusies komt
- Experimenten best manier om causale relaties vast te stellen
VERDRUKKING & VERNIEUWING (’50 TOT ’70)
het ging slecht met kwalitatief onderzoek, goed met kwantiteit onderzoek
5
, Vanaf eind jaren ’40: dominantie van (neo-) positivisme en kwantitatieve benaderingen
- Veel geloof in gestandaardiseerde surveys
- Steeds minder vertrouwen in kwalitatief onderzoek ze zeiden dat dit niet echt wetenschap is
- Door zijn oorsprong in antropologie denkt men verkeerdelijk dat kwalitatief onderzoek vooral bedoeld is voor
ideografische onderzoeksvragen
o i.e. de beschrijving van de eigenheid van marginale en beperkte fenomenen
Hiervoor wel kwalitatief onderzoek doen
Zodra je kwantitatief onderzoek kan doen, moet je dit doen
o Vs. streven naar meer algemene inzichten
- Toch twee kiemen van vernieuwing: focusgroepen & Grounded Theory herbegin kwalitatief onderzoek
De geboorte van de focusgroep
- Ontstaan jaren ’20 en ’30: als alternatief voor soms directieve interviewstijl
o Het is een groepsinterview en je wilt vooral mensen met elkaar laten discussiëren
- Tijdens WOII: veel onderzoek door Lazarsfeld & Merton
o Impact van oorlogspropaganda nagaan
o Om propaganda uit te testen gebruikten ze focusgroepen: ze lieten gewone burgers met elkaar
discussiëren over een fragment of over de oorlog
- Tussen WOII en de jaren ‘80: Vooral in de marketing
o Onderzoek naar motivaties van consumenten
o Gespecialiseerde marketingbureaus: infrastructuur, databestanden van klanten, etc.
De “ontdekking” van Grounded Theory
- Ontwikkeld om de geloofwaardigheid van kwalitatief onderzoek tegenover kwantitatief onderzoek te versterken
- Inspiratie voor onze manier van analyseren, maar wij werken meer deductief (zie methodologie deel 3)
Glaser & Strauss (1967) “The discovery of grounded theory”
- Benadering die ze ontwikkeld hebben om aan kwalitatief onderzoek te doen, omdat ze vaststellen dat kwalitatief
niet wordt serieus genomen
o Is eigenlijk terecht: afgelopen kwalitatieve onderzoeken zijn niet goed en niet transparant
o Hoe men vroeger van observatie tot conclusie is gekomen is een black box, wordt niet echt uitgelegd
hier wouden ze iets aan doen: ze gaat methode uitwerken om de analyse van data op een meer systematische
manier te doen
- Strauss: gevormd in de Chicago School
o Veel aandacht voor veldwerk als basis om tot theorie te komen
o Geschoold in kwalitatieve onderzoeksmethoden
- Glaser: gevormd in Columbia University, beïnvloed door Lazarsfeld
o Veel aandacht voor systematische procedures
o Geschoold in kwantitatief onderzoek
- Kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeker gaan samenwerken: ontdekken Groundend theory
Uitgangspunt ‘Grounded Theory’:
- Ontwikkelen van theorie (inductie)
o Obv kwalitatieve data wil men theorie ontwikkelen
- Theorie wordt “gefundeerd” in de empirie
o Theorie moet gegrond zijn in empirie
o Zo weinig mogelijk theorie vooraf, maar observeren en zoeken naar empirische bevindingen om tot
tehorie te komen
- Veel aandacht voor procedure: cf. infra
o Duidelijk procedures uitwerken, om die black box transparant en controleerbaar te maken
6
, Spanning: Strauss & Corbin vs. Glaser
- Glaser: dicht bij het origineel, veel nadruk op inductie
o Wil het idee van Grounded Theorie behouden en niet met theorie vooraf werken
- Strauss & Corbin (1990): meer open voor deductie (gebruik makend van een “coding paradigm” dat al vooraf
structuur kan geven aan de codes die zullen worden gevonden)
o Veel bekender geworden dan Glaser
o Zij zeggen dat je best al op voorhand een bepaald kader moet hebben
2 rententere stromingen
- Charmaz
o Constructivistische benadering die de nadruk legt op het handelen van individuen
o Constructivisme: Gaat er vanuit dat we niet zeker zijn dat er buiten ons en wereld is die we kunnen
kennen, maar dat we als onderzoeker wel de wereld kunnen construeren
Hoe geven mensen betekenis aan hun omgeving
- Clarke: ‘situationele analyse’
o Werkt met ‘kaarten’ die verschillende perspectieven, posities, relaties, plaatsen etc. visualiseren
Verdere toelichting over situationele analyse niet te kennen
Bv. een politiekantoor, hoe is dat georganiseerd
DE HEROPSTANDING (JAREN ’70 EN ’80)
Hernieuwde interesse in kwalitatief onderzoek
bv:
- Birmingham school for “cultural studies”
o Aandacht voor populaire cultuur, massamedia, subculturen bij jongeren, etc.
o Theoretisch: link tussen structuralisme, semiologie en neomarxisme
- Feministisch geïnspireerd onderzoek
o Eerder onderzoek vooral gericht op mannen
o Nu steeds meer empirisch onderzoek vanuit een feministisch perspectief
- Postkolonialisme: aandacht voor etniciteit
o Meer nadruk leggen op de schade die is aangebracht aan de kolonies en verantwoordelijkheid die het
Westen daarop heeft
Kwalitatief onderzoek sterk aandacht voor kritische benaderingen
Methodologisch:
- Veel technieken die als nieuw worden voorgesteld, maar vaak klassieke kwalitatieve technieken die gekoppeld
worden aan nieuw theoretisch kader
- Zet zich sterk af tegen de dominantie van kwantitatief onderzoek
POSTMODERNISME EN CONSOLIDATIE
2 richtingen van kwalitatief onderzoek:
Postmodernisme
- Doorgedreven pluralisme
- “Onbepaaldheid” hoe reageren?
o Geen vaststaande betekenissen
o Geen grote verhalen of ideologieën
o Geen vaste waarden en normen (ethisch relativisme)
ze gaan ‘onbepaaldheid’ doortrekken tot het extreme: zorgt voor de ontkenning van de mogelijkheid om aan
wetenschap te doen
o Bv. diefstal kan niet als criminaliteit gezien worden, misschien het gewoon een reactie op een slecht
georganiseerde maatschappij wie is dader, wie is slachtoffer
o Light versie zorgt wel tot kwalitatief onderzoek:
Bv. Is graffiti vandalisme of kunst?
- Leent zich tot kwalitatief onderzoek, maar radicale versies hiervan maken ook kwalitatief onderzoek onmogelijk
7
, o Immers: Het feit dat er geen vaststaande betekenissen meer zijn, impliceert ook dat er geen bruikbare
concepten en definities meer zijn
Consolidatie, brede aanvaarding van kwalitatieve onderzoeksmethoden dit vak, belangrijkste spoor
- Kwantitatief punten gebruiken om kwalitatief onderzoek te versterken (= consolidatie)
- Sterke Angelsaksische voedingsbodem
- Bv. Strauss en Corbin (1990):
o Grounded theory, maar met ruimte voor deductie
- Bv. Miles en Huberman (1994, 2014):
o Gebruiken kwantitatief jargon (bv. variabelen, causale verbanden, etc.) in kwalitatieve omgeving
o Heel veel gebruik van grafische voorstellingen (tabellen, pijlenschema’s, tekeningen) bij de data-analyse
WELKE ONDERZOEKSVRAGEN VOOR KWALITATIEF ONDERZOEK?
Beschrijvend
- Diepgaand inzicht in leef- en denkwerelden
- Inzicht in processen en betekenissen
- Enkel dit type vragen in het onderzoek voor werkcollege in methodologie 2 en 3
Verklarend
- Identificeren van causale relaties kan ook in kwalitatief onderzoek
o Waarom kent iemand een bepaalde betekenis toe aan iets? mensen zijn slecht in het verklaren van
hun eigen gedrag
o Welke causale mechanismen en processen liggen achter een bepaald verband?
Explorerend
- Als er nog niet veel bekend is over een bepaald fenomeen
- Doe grondige literatuurstudie!
o Vaak is er meer bekend dan op het eerste zicht lijkt
o Men kan zich laten inspireren door verwante domeinen
Bv. klassiek pesten en cyberpesten
- Kan beschrijvend en verklarend van aard zijn
KWALITATIEVE GRONDVORMEN
Vormen van kwalitatieve dataverzameling in te delen:
Kwalitatieve survey
survey gebruikt voor kwantitatief onderzoek, maar hier gebruik om interviews en focusgroepen samen te stellen
- Interviews
- Focusgroepen
Participerende observatie
De gevalstudie
- Omvat allerhande types van onderzoek
Inhoudsanalyse
- Zowel kwantitatieve als kwalitatieve benaderingen
- Cf. discoursanalyse
8
, • Mortelmans, D. (2016). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte, & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en
technieken in de criminologie (pp. 110-128). Acco.
- Te kennen, met uitzondering van:
o Paragraaf 3.1 (pp. 111-112): Niet te kennen
o Paragraaf 3.5 (pp. 123-125): Te lezen
KWALITATIEVE STEEKPROEFTREKKING (H2)
DE KWALITATIEVE STEEKPROEF: INLEIDING
Steekproeftrekking waar ga ik mijn onderzoek om focussen?
Kern kwantitatieve steekproeftrekking: randomisering iedereen moet evenveel kans hebben om in steekproef te recht te
komen, minder belangrijk dan aantal respondenten
• Kwalitatieve steekproeftrekking: geen random sampling
Waarom? Randomisering werkt alleen maar als je een bepaald minimum aantal hebt (bv. 5 politieagenten van de 100 is
niet genoeg)
- Is niet de bedoeling:
o Geen generalisering naar de populatie, maar ontwikkeling van theorie
stappen:
1. We willen wel met interessante mensen werken, die iets te zeggen hebben over onze
onderzoeksvraag
2. We gaan zinvolle variatie zoeken uit interviews
Dit is het tegenovergestelde van kwantitatief onderzoek, want je wilt daar dat de kenmerken van de
mensen geen rol spelen
Outliers: mensen die ver liggen van de rest, die anders scoren dan de rest
Kwalitatief onderzoek: je bent hierin juist geïnteresseerd
Kwantitatief onderzoek: ambetant, want brengt je gemiddelde in de war
- Heeft weinig zin:
o Door kleine getallen zorgt randomisering niet voor representativiteit
- Heeft risico’s:
o Sampling van eenheden die geen relevante informatie aanleveren
o Kan zijn dat je net een paar niet interessant mensen hebt gekozen
• Wel doelgerichte, “purposive” steekproef
- Tegenovergestelde van random sampling!
o Bewust selecteren op kenmerken i.p.v. ze te neutraliseren
o Je wilt mensen met opvallende kenmerken
9
, - De geselecteerde eenheden moeten informatierijk zijn, moeten helpen om een antwoord te formuleren op de
onderzoeksvraag
o Alle relevante aspecten van het onderwerp moeten afgedekt zijn alle aspecten van onderzoeksvraag
kunnen beantwoorden
o Binnen de vooropgestelde criteria moet er nog voldoende variatie overblijven
• Streven naar theoretische of analytische generalisering: generaliseren naar theorie, de resultaten in een meer algemene
taal formuleren
- Vs. statistische generalisering: veralgemenen van steekproef naar populatie (tegenovergestelde)
- Bedoeling is niet om te generaliseren naar een populatie, je wilt theorie ontwikkelen en inzichten verwerven
o Maar idee is wel doordat je die 5 een aantal keer interviewt/ observeert, je eigenlijk ook veel leert over de
manier dat anderen zijn (iets meer algemeen, zonder met andere gesproken te hebben)
o Door iets te vertalen in theoretische taal overstijg je wat daar gebeurt en begrijp je meer hoe mens in
elkaar zit
- Wordt verder toegelicht in ‘methodologie deel 3’ (kwaliteit van kwalitatief onderzoek)
STEEKPROEFMETHODEN
Is niet ‘de’ lijst + vaak combineer je methoden + voorbeelden gaan niet altijd alleen over respondenten, maar ook bv. over landen
• Geen selectie
- Bv. praktijkonderzoek met door opdrachtgever vastgelegde cases
o Opdrachtgever heeft bepaald wat je case is, het is er dus al en je moet niet zelf selecteren
o Bv. mening geven over beleid, beleid is er al
- Bv. totale populatie is klein en kan volledig onderzocht worden: “comprehensive sampling”
o Je moet niet kiezen want je kan totale populatie bevragen (bv. met alle ministers van Justitie spreken)
o Comprehensive sampling = alomvattend, je kan met iedereen spreken
• Typische cases
- De ‘normale’ situatie in kaart brengen
o Je zal beginnen met typische cases, bv. de typische wijkagent
o Je moet al wat onderzoek gedaan hebben om te weten wie de typisch wijkagent is beetje rondvragen,
aanvoelen aan een gatekeeper
Typisch: typische mening
Natte vinger werk
Sample evolueert doorheen het onderzoek
- Vooral bij onderzoek in nieuw terrein
• Heterogeniteit of maximale variatie
- Vooral bij onderzoek in reeds onderzochte domeinen, waarbij een bijkomende case weinig extra oplevert
o Als je al veel weet over het onderwerp
- Variatie op belangrijke ‘onafhankelijke variabelen’
o Maximale variatie: geen zin om typische wijkagente de spreken, maar om een verschillend denkende
wijkagent te spreken
o Outliers: in kwalitatieve onderzoek vinden ze dit interessant (hoe verschilt die van anderen)
- Wat ondanks heterogeniteit toch constant blijft is belangrijk
o Ook interessant om te zien naar de dingen waar ze het wel eens over zijn
• Homogeniteit
- Om een groep of proces scherp in beeld te krijgen
o Steekproef samenstellen van mensen die hetzelfde denken: cases die op elkaar lijken
- Bv. bij focusgroepen
• Kritische case
- Eenheden die een cruciale rol spelen
10