Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 149 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Chemie & Biochemische Processen | Deel Biochemische Processen| Universiteit Gent | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 149 pagina's

Volledige samenvatting van het deel 'Biochemische processen'. Lange samenvatting door veel afbeeldingen. Met deze samenvatting weet je alles om voor het examen te slagen aangezien het info bevat uit de slides, syllabus en de hoorcolleges.

Voorbeeld van de inhoud

CHEMIE & INLEIDING TOT DE BIOCHEMISCHE PROCESSEN
INTRO VH VAK
wat te zien op voorkant vd cover?
→ assemblage van biomoleculen nml eiwitmoleculen
→ structuur komt voor in elke spiercel: EW werken heel hard samen om spiercontractie
mogelijk te maken (actine (paars) en myosine (rood))

biochemie= chemie vd biomoleculen(=moleculen die leven op aarde van organismen
mogelijk maken)
vb. biomoleculen: voeding (koolhydraten, eiwitten, vetten …), hormonen, vitamines
→ belang bij erfelijke aandoeningen (DNA en wijzigingen hierin) en bij infecties (denk maar onze
‘verdedigingseiwitten’, de antilichamen)

ziektes: door verandering in erfelijk materiaal (mutaties) waardoor verandering is in eiwit
vb. mucoviscidose= minimale verandering in 1 vd eiwitten → groot eiwit in de celmembraan
waarbij 1 van de 1500 bouwstenen defect is → defect eiwit → chloride transport wordt verstoort→
watertransport verstoord → slijmophoping in epitheel (longen, darmen …)




vb. SARS-CoV-2 virus of COVID^
virus kan door EW op zijn opp interageren met EW/receptoren vd menselijke cel
→ virus komt binnen en voor vele gevolgen zorgt
→ aanpak pandemie: kennis over structurele EW op virus
→ aanmaak van anti-lichamen/vaccins: maken defensieve lijn van biomoleculen/anti-
lichamen die de virussen kan vastgrijpen en ze weghalen voordat ze cellen kunnen
binnendringen



→ COVID EW heeft zich zodanig ontwikkelt dat hij complementair is aan een EW op menselijk
celmembraan → virussen heel plastisch: kunnen zijn “personaliseren” MAAR de anti-lichamen
zullen ook met moleculaire herkenning binden → functionele groepen die perfect kunnen aansluiten




1

,INLEIDEND HOOFDSTUK
I.1. Biomoleculen zijn organische (macro)moleculen
organische moleculen= opgebouwd uit koolstof en waterstof
BIOmolecuelen= koolstof & waterstof + nog andere hoofdelementen: O,N,S,P

Biologische macromoleculen= biopolymeren → heel grote, uitgebreide macromoleculen
● Chemische structuur van bouwstenen
● Koppeling van bouwstenen tot covalente biopolymeren
● De driedimensionale architectuur (3D-vorm) van biomoleculen
vb. suiker/glucose is een biomolecule maar ook een bouwsteen van grotere moleculen

Inzicht vereist in:
● Chemische structuur van bouwstenen
● Koppeling van bouwstenen tot covalente biopolymeren
● De driedimensionale architectuur (3D-vorm) van biomoleculen
● De manier waarop ze met elkaar “communiceren’ : vorming van niet- covalente grote
complexen


Wat zie je?
: 2 moleculen
- molecule 1 = oppervlak van het eiwit gekleurd obv chemische eigenschappen
→ bestaat mss uit 200 bouwstenen die allemaal covalent gebonden zijn
→ zijn zodanig opgevouwd waardoor volume een 3D-structuur heeft
- molecule 2 = kleiner molecule die kan binden door bepaalde regio’s op molecule 1
die binding toelaten

→ binding kan bv ook tussen twee macromoleculen

Celmembraan
: complex assemblage van macromoleculen
→ bevat eiwitten, vetten, suikermoleculen …
MAAR: eiwit dat zich aan buitenkant nestelt moet anders zijn dan eiwit die in water zit
→ binnenkant celmembraan: apolair door vetzuurstaart

interacties tussen biomoleculen zijn van chemische aard: covalente bindingen, zwakke krachten of
niet-covalente




2

,I.2. Overzicht van de biomoleculen
vier hoofdtypes van biomoleculen: vetten/lipiden, koolhydraten, nucleïnezuren en polysachariden
(complexe suikers)
biopolymeren: lipiden, nucleïnezuren en polysachariden
→ deze macromoleculen zijn opgebouwd door het covalente binden van monomeren/stabiele
eenheden
homobiopolymeren= bestaan uit slechts één monomeer
heterobiopolymeren= opgebouwd uit verschillende monomere bouwstenen
vb. eiwitten en nucleïnezuren (DNA,RNA)




1. MONOSACHARIDEN
= moleculen die we kennen als eenvoudige suikers (glucose, fructose …)
→ komen voor als kleinere moleculen EN als bouwstenen van grotere moleculen
lactose/sucrose (suikerklontje)= bestaat uit 2 monosachariden covalent gekoppeld

POLYSACHARIDEN
= macromolecule waarbij tot 1000 suikermoleculen/monosachariden covalent gekoppeld zijn
→ zitten in voeding vb. in zetmeel + energiereserve

2. EIWITTEN/PROTEÏNEN
= bestaan uit aminozuren die covalent gekoppeld zijn tot lange keten
→ heel veel verschillende AZ die allemaal op een specifieke manier binden op eiwit
vb. myoglobine: AZ-keten bestaat uit 150 AZ dat essentieel is voor werking van bv hartspier
EW gaan specifieke partner interacties aan met elkaar en binden zo tot kleine moleculen →
myoglobine bindt vb met zuurstofgasmolecule → eiwit-eiwit interacties/eiwitliganreacties
enzymen= speciale groep van EW die als kleine nanomachines chemische reacties tussen
biomoleculen regelen


3. NUCLEÏNEZUREN
vb. DNA/RNA
ATP= adenosinetrifosfaat is molecule met groot belang als energiedrager in alle cellen

4. LIPIDEN/VETTEN
= gamma van kleinere moleculen → geen echte macromoleculen
= essentieel als energiebron + vormen via zwakke (niet-covalente) krachten heel belangrijke
complexe structuren vb. celmembranen


3

, I.3. Functionele groepen en hun eigenschappen: een overzicht
biomolecule= koolstofskelet/alkylketen ‘R’ + functionele groep
koolstofskelet= koolstofatomen aan elkaar gebonden → apolaire deel vd biomolecule
functionele groepen= groepen die de functie bepalen
→ bevatten meer elektronegatieve elementen : S,P,O,N → polaire deel vd biomolecule want
bevat wel ladingen (hydrofiele deel)
→ zorgt natuurlijk voor heeeel veel variatie




Het koolstofskelet is het apolaire (hydrofobe,watervrezende) deel van een biomolecule


EN tussen H en O verschillen niet zo veel
→ niet echt partieeldrukken i koolstofskelet

amfifiel/amfipatisch= deel pol & deel ap.




Functionele groepen:
● bestaan uit groepen van atomen (S,O,P,N en ook C) die op het koolstofskelet gebonden zijn
(bijv. –OH, -SH, COOH).
● Hun aanwezigheid voorziet de biomolecule van polaire groepen/polaire eigenschappen

functionele groepen op biomolecule zullen koolstofskeletten op sommige plaatsen polair maken →
biomoleculen moeten in water kunnen functioneren want mens bestaat uit groot deel uit water

Door het sterk elektronegatief karakter van atomen zoals O, N(in vergelijking met C, P en S) zijn
covalente bindingen (zoals C-O, C-N en O-P) in de functionele groepen gepolariseerd.
Hierdoor zijn de functionele groepen polair. Hun aanwezigheid voorziet de biomolecule van polaire
eigenschappen.




4

Documentinformatie

Geüpload op
20 september 2026
Aantal pagina's
149
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
8
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen