ALGEMENE BACTERIOLOGIE
,INLEIDING: SITUERING VAN DE
BACTERIEN, FUNGI EN CHROMISTA IN
HET RIJK VAN DE LEVENDE WEZENS
INLEIDING
Bacteriologie:
- Bacteriën
o Grootste deel bacteriën zijn niet-pathogeen
prokaryoten
Mycologie:
- Fungi
- Schimmels (multicellulair)
o Structuur vormen van cellen die aan elkaar gekoppeld zijn
- Gisten (unicellulair)
- Fungi met afwijkende morfologie
o Schimmelvorm en gistvorm kunnen aannemen
- Chromista
o Vb saprolegnia: veroorzaakt letsels bij vissen
Eukaryoten
PATHOGENEN VS NORMALEMICROBIOTA
- Meeste bacteriën zijn ‘vrijlevend’, en niet-pathogeen
o Normale flora is belangrijk voor veel processen
▪ Verteren voedingsstoffen
▪ Excluderen van pathogenen op de huid
o 10x zo veel bacterien op het lichaam dan cellen
- Minderheid van bacteriën is pathogeen
- Facultatief pathogeen vs obligaat pathogeen
o Facultatief: ze kunnen mogelijks pathogeen zijn, afh van de omgevingsfactoren
▪ Als je bv een wonde hebt => een bacterie kan in de wonde kruipen
o Weinig zijn obligaat pathogeen
▪ Als ze aanwezig zijn gaan ze altijd ziekte of letsel veroorzaken
- Pathogeen voor dier, zoönosen, antroponosen
o Van dier naar mens: zoonose
o Van mens naar dier: antroponose
1
,SITUERING VAN DE BACTERIËN, FUNGI EN CHROMISTAIN HET RIJK VAN LEVENDEWEZENS
7 KONINKRIJKEN
KORTE SAMENVATTING VAN DE EVOLUTIE VAN DE AARDE EN HET LEVEN OP AARDE
Lezen (niet zo belangrijk)
FENOTYPISCHE VERSCHILLEN TUSSEN BACTERIA, ARCHAEA EN EUKARYOTA
BACTERIA VS EUKARYOTA
Bacteria Eukaryota
Afmetingen < 10 µm (meestal rond 2 µm) =>enkel > 5 µm => microscopisch makkelijk
microscopisch zichtbaar te differentiëren van bacteriën
Soms beetje overlap, maar niet
vaak
Celwandverschillen (en Plasmamembraan (dubbele Plasmamembraan (dubbele
gelijkenissen) fosfolipidenlaag) – celwand (vrij fosfolipidenlaag) – celwand (vrij
complex) (niet bij dierlijke cellen) – complex) (niet bij dierlijke cellen) –
kapsel (sommige hebben dit: kapsel (sommige hebben dit:
versterking vd celwand bestaande versterking vd celwand bestaande
uit polysacchariden) uit polysacchariden)
- Plasmamembraan heeft - Heeft geen mesosomen
insnoeringen = mesosomen
(sommigen groeien naar
elkaar toe bij celdeling)
- Sommige antibiotica werken
in op de celwand => water
kan binnen en cel ontploft
- Mycoplasma en Ureaplasma
hebben geen celwand =>
2
, geen antibiotica gebruiken
die inwerkt op de celwand
Kernmembraan Geen Wel kernmembraan
Chromosoom 1 chromosoom Meerdere chromosomen
- Dubbelstrengig circulair
DNA
Plasmamembraan Invaginaties = mesosomen
Celorganellen hebben geen gespecialiseerde intracellulaire membraneuze
organellen voor oxidatieve structuren (Golgi apparaat,
processen (mitochondria) en endoplasmatisch reticulum)
fotosynthese (chloroplasten)
- Men denkt dat
mitochondriën afkomstig
zijn van bacteriën maar ze
zijn niet aanwezig in
bacteriën
Ribosomen 70S ribosomen (belangrijk voor 80S ribosomen
selectieve werking antibiotica, vb
macroliden, tetracyclines,
aminoglycosiden …)
- S is een maat voor grootte
- Sommige antibiotica werken
specifiek op 70S
(ewsynthese blokkeren)
- Fimbriae:
o kunnen zorgen voor binding op receptoren bepaalde cellen betrokken bij adhesie aan
gastheercel
- Flagellen: structuren voor beweeglijkheid
3
,INLEIDING: SITUERING VAN DE
BACTERIEN, FUNGI EN CHROMISTA IN
HET RIJK VAN DE LEVENDE WEZENS
INLEIDING
Bacteriologie:
- Bacteriën
o Grootste deel bacteriën zijn niet-pathogeen
prokaryoten
Mycologie:
- Fungi
- Schimmels (multicellulair)
o Structuur vormen van cellen die aan elkaar gekoppeld zijn
- Gisten (unicellulair)
- Fungi met afwijkende morfologie
o Schimmelvorm en gistvorm kunnen aannemen
- Chromista
o Vb saprolegnia: veroorzaakt letsels bij vissen
Eukaryoten
PATHOGENEN VS NORMALEMICROBIOTA
- Meeste bacteriën zijn ‘vrijlevend’, en niet-pathogeen
o Normale flora is belangrijk voor veel processen
▪ Verteren voedingsstoffen
▪ Excluderen van pathogenen op de huid
o 10x zo veel bacterien op het lichaam dan cellen
- Minderheid van bacteriën is pathogeen
- Facultatief pathogeen vs obligaat pathogeen
o Facultatief: ze kunnen mogelijks pathogeen zijn, afh van de omgevingsfactoren
▪ Als je bv een wonde hebt => een bacterie kan in de wonde kruipen
o Weinig zijn obligaat pathogeen
▪ Als ze aanwezig zijn gaan ze altijd ziekte of letsel veroorzaken
- Pathogeen voor dier, zoönosen, antroponosen
o Van dier naar mens: zoonose
o Van mens naar dier: antroponose
1
,SITUERING VAN DE BACTERIËN, FUNGI EN CHROMISTAIN HET RIJK VAN LEVENDEWEZENS
7 KONINKRIJKEN
KORTE SAMENVATTING VAN DE EVOLUTIE VAN DE AARDE EN HET LEVEN OP AARDE
Lezen (niet zo belangrijk)
FENOTYPISCHE VERSCHILLEN TUSSEN BACTERIA, ARCHAEA EN EUKARYOTA
BACTERIA VS EUKARYOTA
Bacteria Eukaryota
Afmetingen < 10 µm (meestal rond 2 µm) =>enkel > 5 µm => microscopisch makkelijk
microscopisch zichtbaar te differentiëren van bacteriën
Soms beetje overlap, maar niet
vaak
Celwandverschillen (en Plasmamembraan (dubbele Plasmamembraan (dubbele
gelijkenissen) fosfolipidenlaag) – celwand (vrij fosfolipidenlaag) – celwand (vrij
complex) (niet bij dierlijke cellen) – complex) (niet bij dierlijke cellen) –
kapsel (sommige hebben dit: kapsel (sommige hebben dit:
versterking vd celwand bestaande versterking vd celwand bestaande
uit polysacchariden) uit polysacchariden)
- Plasmamembraan heeft - Heeft geen mesosomen
insnoeringen = mesosomen
(sommigen groeien naar
elkaar toe bij celdeling)
- Sommige antibiotica werken
in op de celwand => water
kan binnen en cel ontploft
- Mycoplasma en Ureaplasma
hebben geen celwand =>
2
, geen antibiotica gebruiken
die inwerkt op de celwand
Kernmembraan Geen Wel kernmembraan
Chromosoom 1 chromosoom Meerdere chromosomen
- Dubbelstrengig circulair
DNA
Plasmamembraan Invaginaties = mesosomen
Celorganellen hebben geen gespecialiseerde intracellulaire membraneuze
organellen voor oxidatieve structuren (Golgi apparaat,
processen (mitochondria) en endoplasmatisch reticulum)
fotosynthese (chloroplasten)
- Men denkt dat
mitochondriën afkomstig
zijn van bacteriën maar ze
zijn niet aanwezig in
bacteriën
Ribosomen 70S ribosomen (belangrijk voor 80S ribosomen
selectieve werking antibiotica, vb
macroliden, tetracyclines,
aminoglycosiden …)
- S is een maat voor grootte
- Sommige antibiotica werken
specifiek op 70S
(ewsynthese blokkeren)
- Fimbriae:
o kunnen zorgen voor binding op receptoren bepaalde cellen betrokken bij adhesie aan
gastheercel
- Flagellen: structuren voor beweeglijkheid
3