Sociale psychologie
Inleiding
Negativity bias (vooringenomenheid/ denkfout) of negativiteitsdenkfout
= meer oog hebben voor het negatieve dan voor het positieve
Voorbeeld: Bij een vliegtuigongeval denken mensen snel dat een vliegtuig gevaarlijk is en dat
komt doordat we vaak te weinig zijn geïnformeerd over de goede kanten. Zoals dat een vliegtuig
heel veilig is, en dat er slechts enkele van de miljoenen crasht.
‘Onze levens zijn door duizend onzichtbare draden met elkaar verbonden’
Bij Sociale psychologie staan we stil waarom we dingen doen door de aanwezigheid van
anderen, hoe we worden beïnvloed.
Iets waar je aandacht aan geeft > heeft een groeiend effect
Woord vooraf
Sociale deprivatie (social isolation of social deprivation):
Ook vaak in functieleer
- Gedepriveerd of ontbeerd (een tijd geen eten krijgen waardoor ze heel hongerig zijn en
waardoor je er gemakkelijker conditionering experimenten mee kunt doen.)
- = wanneer we geen toegang (connectie of contact) hebben tot andere mensen dan doet
dat iets met ons. (Sociale psychologie)
- = dat je bepaalde middelen niet hebt (zoals werkloos, armoede…) waardoor je jezelf niet
alles kunt geven in een gezonde levensstandaard te kunnen voorzien. (Vanuit de
sociologie)
Kunnen aantonen op dagdagelijkse voorbeelden:
Zoals weeskinderen in Roemenië, in ijzeren bedjes werden achtergelaten zonder enige affectie.
Die kinderen zaten ‘vast’ in die tralies zonder dat iemand naar hen omkeek. Daardoor zijn die
kinderen ontbeerd.
Er werd een vergelijking gemaakt met de kinderen die heel lang in dat weeshuis zijn moeten
blijven met de kinderen die in pleeggezinnen of adoptiegezinnen terecht kwamen. Ze zagen dat
er verschillen waren qua hersenmassa tussen de twee kinderen. De kinderen die wel in sociale
connectie stonden > beter ontwikkelingen van grijze massa, sterke verbindingen prefrontaal
(gerichte aandacht, focus…).
Duidt aan dat wij mensen anderen nodig hebben om te overleven
Sociale paradox
Wij hebben mensen nodig, ook op neurologisch niveau om te kunnen functioneren toch de
neiging om mensen uit de weg te gaan, en anderen te gaan negeren.
We hebben het nodig maar tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we er niet mee connecteren.
@Lisa maes
, 2
We weten dat we bij anderen willen zijn maar aan de andere kant houden we och afstand van
hen.
Voorbeeld:
Je laat een plek tussen als je in wachtzaal zit indp langs iemand te gaan zitten. Ook op de trein
zet je je tas op de stoel langs je zodat er niet een vreemde bij je komt zitten.
Epli:
- Sociaal psycholoog
Voerde een experiment uit en zei tegen willekeurige mensen dat ze verplicht werden om langs
iemand te gaan zitten in de trein/ tram/ bus en 15 min mee moest praten. Wat blijkt erna dat de
mensen vaak zeiden op voorhand: ‘durf ik niet’, ‘geen goesting’… achteraf bleek dat ze het heel
positief hadden ervaren.
Mensen zijn slecht in het voorspellen met hoe ze zich voelen
We schatten slecht in wat connectie met ons doet
We worden beïnvloed door anderen maar ook wij beïnvloeden anderen (wederzijdse
beïnvloeding).
Expliciete invloed; Aan de hand van een bevel invloed uitoefenen. Zoals ‘ga nu zitten’
Impliciete invloed; Zonder dat er iets wordt gezegd doe je het. Zoals als de leerkracht begint
met praten wordt de hele aula stil (zonder dat hij het beveelt). Dat kan uit autoriteit of door
geleerde normen.
Vanaf 1960 > studie rond persoonlijke bubbels ontdekt.
Intieme ruimte > lief, huisdier, familieleden > mensen die je echt heel graag hebt. Komen
daar mensen in die we niet graag hebben > ongemak. Dan beïnvloeden die ons gedrag
of gevoelens zoals die gaan wegduwen. (0.45m)
Persoonlijke ruimte >
Sociale ruimte > (1-2 m)
Publieke ruimte > (7-6 m)
Mensen die geen gevoel hebben over interpersoonlijke afstand > intimiderend laten voelen.
Factoren die betrekking hebben op de interpersoonlijke afstand:
o Je cultuur kan de afstand beïnvloeden t.o anderen mensen
o Ook hoe je bent als persoon kan de afstand doen verschillen; sommige verdragen meer
als de andere
o Ook heeft het te maken met onze amygdala;
Orgaan in onze hersenen
Staat in voor het regulieren van de emoties
Reguleert ook onze interpersoonlijke afstand.
Voorbeeld: Mensen met hersenschade zoals na een auto-ongeval > amygdala is beschadigd
waardoor ze de interpersoonlijke afstand niet meer kunnen reguleren.
Wat is sociale psychologie?
@Lisa maes
, 3
= de wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en
handelingen van mensen beïnvloed worden door de feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde
aanwezigheid van andere mensen.
- Het gaat over sociale invloeden op individueel gedrag
- Gedrag van individuen met, voor of tegen elkaar
- Overt gedrag (= openlijke zichtbare gedrag) zoals gedrag, gevoelens…
- Covert gedrag (= het bedekte gedrag/ wat we niet direct kunnen waarnemen) zoals
mening, gedachten…
Gedachte, gevoelens, handelingen
Er oefen zich invloed op ons Overt & covert gedrag;
Op hoe we ons gedragen
Op hoe we ons voelen
Op hoe we (over onszelf) denken
Objectieve schoonheid > symmetrisch gezicht wordt vaker als aantrekkelijk ervaren > verklaren
uit de evolutiepsychologie > krachtige voorplanting
Tijdens een experiment moesten mensen in een wachtkamer verblijven die vol hing met posters
over objectieve schoonheid. Nadat ze een vragenlijst later moesten invullen bleek het dat de
meerderheid zichzelf minder mooi vindt sinds het zien van de posters. Zo zie je hoe snel en
onbewust er invloed op ons kan worden geoefend.
Maar ook op non-verbaal gedrag;
- Bevat twee aspecten
1. Alles wat we doen met ons lichaam (zoals rondwandelen…)
2. Ook gedrag uit aspecten van het verbale gedrag (=paraverbaal: hoe we iets zeggen)
(zoals veel intonatie gebruiken of niet…)
Voorbeeld: Hans het paard
Eigenaar van het paard dacht dat zijn paard kon tellen. Want als de eigenaar een som stelde,
beantwoordde het paard die juist aan de hand van zijn hoef te gebruiken voor het juiste
antwoord. De eigenaar liet het zien aan op een groot plein en er kwam ook een onderzoeker
kijken. En die onderzoeker zette oogkleppen op het paard waardoor het paard zijn baasje niet
meer kon zien. Het paard kon alles juist antwoorden doordat hij het non-verbaal gedrag van de
eigenaar goed kon aflezen.
Voorbeeld: je lief zegt dat hij je nog graag ziet maar terwijl praat spreekt hij zacht, maakt geen
oogcontact en zegt: ‘ja ik zie je graag’, heel droog en loopt door.
Verbaal, Non-verbaal, Paraverbaal
3. Vooral aan belang als het er niet is (Voorbeeld: als iemand je stuurt dat het goed
gaat VS dat het goed gaat met 5 emogji’s dan hechten we meer zekerheid aan het
bericht met de vele emogji’s => vervult het non-verbaal gedrag waar de mens naar
verlangd).
4. (Soms meer belang dan het verbale)
Onderzoek door dr. Mehrabion’s:
@Lisa maes
, 4
- Wanneer mensen communiceren
7% aandacht gaat naar de woorden
38% aandacht naar de toon en stem
55% aandacht naar de lichaamstaal
7% verbale aandacht + 93% non-verbale aandacht
Dit onderzoek geldt bij ambigue situaties; situaties waarin we het niet zeker weten/ dubbelheid is.
–> Dus twijfel je aan iets wat iemand zegt dan heb je meer aandacht voor de manier waarop die
het zegt en zijn gedrag indpv zijn woorden...
Drie soorten invloed/ aanwezigheid
Fysiek/ feitelijke aanwezigheid
Voorbeeld: Na de aanslag op Brussel werden mensen argwaande tegenrugzaktoeristen en
mensen die helemaal in het zwart gekleed waren
Zorgde voor fysieke invloed op het gedrag van anderen toeristen waardoor ze er letterlijk
weg van blijven
Voorgestelde aanwezigheid
Voorbeeld: Als je gaat shoppen en in het kleedhokje iets aantrekt word je onbewust beïnvloedt
door de gedachten ‘zou mijn lief het mooi vinden’ of ‘mijn mama’…
Geïmpliceerd (opgenomen in)/ onrechtstreeks aanwezigheid
Voorbeeld: Invloed zonder dat er personen bij staan. O.b.v. de plek waar iets gezet wordt. Zoals
in de supermarkt, want alle snoep en frisdrank bij de kassa wordt daar met opzet gezet, om je te
gaan beïnvloeden.
Nudges = transparante/ begrijpelijke ongedwongen duwen ze jou in een bepaalde richting om zo
jouw consumentengedrag te gaan beïnvloeden.
Voorbeeld: De pijlen die op de grond staan in de IKEA zorgen voor een onbewuste invloed
waardoor je je gaat houden aan de richting ervan, terwijl het niet verplicht is.
1.1 Uitganspunten van de sociale psychologie
- Situationele gedragsdeterminanten (alles wat ons gedrag bepaalt voor zover we het
kunnen toeschrijven aan iets uit de situatie)
Differentiële psychologie I dispositionisme (gedrag verklaren vanuit de
persoonlijkheid zoals uit de eigenschappen)
Voorbeeld: Als je naar buiten gaan en je ziet iemand in nood, en niemand doet er iets aan dan
zouden we vanuit deze discipline kunnen verklaren: ‘mensen zijn egoïstisch, ze scoren hoor op
de trek egoïsme’.
Karaktertrek of persoonlijkheidseigenschap
Sociale psychologie I situationisme (gedrag verklaren vanuit factoren van de
omgeving)
Voorbeeld: Hoe erg is de situatie? Hoe duidelijk is die situatie anders kunnen de mensen de
situatie verkeerd interpreteren.
Om gedrag te verklaren roepen ze de situatie in
Interactionisme? (Gedrag wordt nooit enkel en alleen bepaalt door jou
persoonlijkheid, je situatie het is vaak een interactie tussen meerdere factoren)
@Lisa maes