SOCIALE INCLUSIE EN
DIVERSITEIT 2
2023-2024
Joke De Leener
,Inhoudsopgave
1. Te kennen voorkennis
2. Hoorcollege 1: opstartcollege
3. Lezing Don Moussa Pandzou
a. Voorbereiding
b. Lezing
4. Lezing Khalid Benhaddou
a. Voorbereiding
b. Lezing
5. Lezing Samira Azabar
a. Voorbereiding
b. Lezing
6. Seminarie 1
a. PowerPoint
b. Presentiebenadering
7. Seminarie 2
a. Intersectioneel denken: handeleiding voor professionele die intersectionaliteit of
kruispuntdenken in de eigen organisatie willen toepassen (Ella vzw)
b. Cultuursensitieve organisatie
c. Meetladder diversiteit (kenniscentrum WWZ)
d. PowerPoint
8. Seminarie 3
a. Zorg en welzijn in tijden van superdiversiteit
b. Superdiversiteit op de frontlijn
c. Powerpoint
Pagina 1 van 80
, -VOORKENNIS-
WOORDENLIJST
1.1 Beeldvorming
• Stereotype
o Veronderstellingen over personen of groepen mensen die een vals, vervormd of
simplistisch beeld van de werkelijkheid geven. Ze zijn vaak negatief en
projecteren een imago op een groep die de basis kan vormen voor sociale
uitsluiting en discriminerend gedrag.
o Idee dat we hebben over iemand of een groep mensen.
o Kan helpend zijn om snel iets te begrijpen, maar is onvolledig.
o Bv: Afrikanen zijn goede dansers, Nederlanders zijn gierig, Duitsers zijn harde
werkers, jongens zijn goed in wiskunde, meisjes zijn zorgend…
o Afrikanen hebben een ander begrip van tijd.
• Vooroordeel
o Een negatieve attitude bij een persoon die behoort tot een bepaalde sociale
groep.
o Stereotypes kunnen leiden tot vooroordelen.
o We beoordelen iemand zonder dat we die kennen en baseren ons daarvoor op
het beeld dat we hebben van een groep.
o Bv: als je iemand tegen komt op straat die bedelt zou je vanuit je vooroordelen
kunnen denken dat het een profiteur, alcoholicus of luierik is…
o Afrikanen komen altijd te laat.
• (indirecte of directe) discriminatie
o Wanneer je iemand anders behandelt of zelfs uitsluit omdat die persoon anders
is.
o Directe discriminatie = een persoon wordt rechtstreeks benadeelt (de eigenaar
weigert om zijn woning te verhuren aan Afrikaanse kandidaten).
o Indirecte discriminatie = soms lijkt een regel neutraal, maar benadeelt het een
groep mensen (gebouwen waar honden niet zijn toegelaten; hulphonden zijn ook
honden).
o Bv: een werkgever weigert iemand van 54 jaar aan te nemen, omdat hij/zij denkt
dat die niet mee is met de nieuwe technologieën, weinig flexibel is of een fragile
gezondheid heeft.
o Ik vertel een ander aanvangsuur aan mijn Afrikaanse collega zodat zij misschien
op tijd zou komen.
• Racisme
o Discriminatie op basis van ras, afkomst of huidskleur.
o Ik ontvang geen Afrikaanse patiënten meer.
Pagina 2 van 80
, • Framing
o Door de kadering van de boodschap beïnvloed je de interpretatie.
o Op het moment zelf spelen ze in door een bepaald woord te gebruiken.
o De boodschap wordt in een duidelijk kader geplaatst: de ontvanger moet weinig
moeite doen om zich er een beeld bij te vormen.
o Ze kunnen bepalen hoe je naar iets gaat kijken door iets op een bepaalde manier
te tonen of te verwoorden.
o Bv woordgebruik: ‘gelukzoeker’ ipv ‘vreemdeling, ‘ADHD’er of ondernemend kind’
▪ Glas is halfvol = positieve benadering
▪ Glas is halfleeg = negatieve benadering
• Priming
o Je activeert associaties in de hersenen.
o Gebeurt op voorhand.
o Door een bepaald concept te activeren, roep je ook associaties op die daar voor
iemand bij horen.
o Bv: coca cola met kerstmis reclame = je krijgt er een goed gevoel van waardoor je
het gaat willen kopen.
o Bv: wit, wit, wit, wat drinkt een koe?
• Confirmation bias
o We zoeken altijd naar bevestiging.
o Neiging om informatie die je eigen denkbeeld bevestigt op te zoeken en niet
kritisch te beoordelen & informatie die je denkbeeld ontkracht negeren of
afzwakken.
• Mediatisering
o De kracht van de media, krijgt steeds meer invloed op ons.
o Media is het belangrijkste informatiekanaal naar burgers toe.
o Hebben een onafhankelijke positie dus bepalen zelf wat er in de media komt en
wat niet.
o Kan een groot publiek bereiken.
• Representatie
o Wie komt er aan het woord? Wie wordt er geïnterviewd en in welke rol? Wie wordt
er als geloofwaardig beschouwd? Praten over of praten met? Een bepaalde groep
wordt in beeld gebracht.
• Salience ervaring
o Iemand valt op omdat hij zich anders gedraagt dan wat ‘normaal of gewoon’ is in
een bepaalde context.
• Culturaliseren
o Mensen zien en aanspreken als vertegenwoordigers van hun nationale of
etnische cultuur, of religie, en het verklaren van hun denken en doen vanuit deze
cultuur of religie.
o Kenmerken of talenten van personen toekennen aan hun etniciteit of land van
herkomst ( je kan goed wiskunde omdat je van Azië komt).
Pagina 3 van 80
DIVERSITEIT 2
2023-2024
Joke De Leener
,Inhoudsopgave
1. Te kennen voorkennis
2. Hoorcollege 1: opstartcollege
3. Lezing Don Moussa Pandzou
a. Voorbereiding
b. Lezing
4. Lezing Khalid Benhaddou
a. Voorbereiding
b. Lezing
5. Lezing Samira Azabar
a. Voorbereiding
b. Lezing
6. Seminarie 1
a. PowerPoint
b. Presentiebenadering
7. Seminarie 2
a. Intersectioneel denken: handeleiding voor professionele die intersectionaliteit of
kruispuntdenken in de eigen organisatie willen toepassen (Ella vzw)
b. Cultuursensitieve organisatie
c. Meetladder diversiteit (kenniscentrum WWZ)
d. PowerPoint
8. Seminarie 3
a. Zorg en welzijn in tijden van superdiversiteit
b. Superdiversiteit op de frontlijn
c. Powerpoint
Pagina 1 van 80
, -VOORKENNIS-
WOORDENLIJST
1.1 Beeldvorming
• Stereotype
o Veronderstellingen over personen of groepen mensen die een vals, vervormd of
simplistisch beeld van de werkelijkheid geven. Ze zijn vaak negatief en
projecteren een imago op een groep die de basis kan vormen voor sociale
uitsluiting en discriminerend gedrag.
o Idee dat we hebben over iemand of een groep mensen.
o Kan helpend zijn om snel iets te begrijpen, maar is onvolledig.
o Bv: Afrikanen zijn goede dansers, Nederlanders zijn gierig, Duitsers zijn harde
werkers, jongens zijn goed in wiskunde, meisjes zijn zorgend…
o Afrikanen hebben een ander begrip van tijd.
• Vooroordeel
o Een negatieve attitude bij een persoon die behoort tot een bepaalde sociale
groep.
o Stereotypes kunnen leiden tot vooroordelen.
o We beoordelen iemand zonder dat we die kennen en baseren ons daarvoor op
het beeld dat we hebben van een groep.
o Bv: als je iemand tegen komt op straat die bedelt zou je vanuit je vooroordelen
kunnen denken dat het een profiteur, alcoholicus of luierik is…
o Afrikanen komen altijd te laat.
• (indirecte of directe) discriminatie
o Wanneer je iemand anders behandelt of zelfs uitsluit omdat die persoon anders
is.
o Directe discriminatie = een persoon wordt rechtstreeks benadeelt (de eigenaar
weigert om zijn woning te verhuren aan Afrikaanse kandidaten).
o Indirecte discriminatie = soms lijkt een regel neutraal, maar benadeelt het een
groep mensen (gebouwen waar honden niet zijn toegelaten; hulphonden zijn ook
honden).
o Bv: een werkgever weigert iemand van 54 jaar aan te nemen, omdat hij/zij denkt
dat die niet mee is met de nieuwe technologieën, weinig flexibel is of een fragile
gezondheid heeft.
o Ik vertel een ander aanvangsuur aan mijn Afrikaanse collega zodat zij misschien
op tijd zou komen.
• Racisme
o Discriminatie op basis van ras, afkomst of huidskleur.
o Ik ontvang geen Afrikaanse patiënten meer.
Pagina 2 van 80
, • Framing
o Door de kadering van de boodschap beïnvloed je de interpretatie.
o Op het moment zelf spelen ze in door een bepaald woord te gebruiken.
o De boodschap wordt in een duidelijk kader geplaatst: de ontvanger moet weinig
moeite doen om zich er een beeld bij te vormen.
o Ze kunnen bepalen hoe je naar iets gaat kijken door iets op een bepaalde manier
te tonen of te verwoorden.
o Bv woordgebruik: ‘gelukzoeker’ ipv ‘vreemdeling, ‘ADHD’er of ondernemend kind’
▪ Glas is halfvol = positieve benadering
▪ Glas is halfleeg = negatieve benadering
• Priming
o Je activeert associaties in de hersenen.
o Gebeurt op voorhand.
o Door een bepaald concept te activeren, roep je ook associaties op die daar voor
iemand bij horen.
o Bv: coca cola met kerstmis reclame = je krijgt er een goed gevoel van waardoor je
het gaat willen kopen.
o Bv: wit, wit, wit, wat drinkt een koe?
• Confirmation bias
o We zoeken altijd naar bevestiging.
o Neiging om informatie die je eigen denkbeeld bevestigt op te zoeken en niet
kritisch te beoordelen & informatie die je denkbeeld ontkracht negeren of
afzwakken.
• Mediatisering
o De kracht van de media, krijgt steeds meer invloed op ons.
o Media is het belangrijkste informatiekanaal naar burgers toe.
o Hebben een onafhankelijke positie dus bepalen zelf wat er in de media komt en
wat niet.
o Kan een groot publiek bereiken.
• Representatie
o Wie komt er aan het woord? Wie wordt er geïnterviewd en in welke rol? Wie wordt
er als geloofwaardig beschouwd? Praten over of praten met? Een bepaalde groep
wordt in beeld gebracht.
• Salience ervaring
o Iemand valt op omdat hij zich anders gedraagt dan wat ‘normaal of gewoon’ is in
een bepaalde context.
• Culturaliseren
o Mensen zien en aanspreken als vertegenwoordigers van hun nationale of
etnische cultuur, of religie, en het verklaren van hun denken en doen vanuit deze
cultuur of religie.
o Kenmerken of talenten van personen toekennen aan hun etniciteit of land van
herkomst ( je kan goed wiskunde omdat je van Azië komt).
Pagina 3 van 80