• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 86 pagina's
Samenvatting

Samenvatting algemene verpleegkunde 2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 86 pagina's

Samenvatting van het tweede jaar verpleegkunde

Voorbeeld van de inhoud

Semester 3 Algemene verpleegkunde zita allemeersch


Algemene verpleegkunde II
Hoofdstuk 1: basisparameters

1. Basisparameters
Neurologisch  Reactiepatroon
systeem  Orientatiëvermogen
 Pupilreactie
 Pijnvermogen
Respiratoir systeem  Ademfrequentie
 Ademhalingspatroon
 Ademgeruis
 Saturatie
 Kleur
Cardiovasculair  Arteriële bloeddruk (NIBP/IBP)
systeem  Hartfrequentie en pulsaties
 Hartritme
 Halsvenen
 Capillaire refilltijd
 Kleur (bleek/rood)
Vocht- en  Diurese
elektrolytenbalans  Huidturgor
 Slijmvliezencontrole
 Acute gewichtsverandering
Thermoregulatiesyst  Kerntemperatuur
eem
Digestiefsysteem  Peristaltiek/defecatiepatroon

2. Neurologisch systeem
= neurologisch functioneren is snel en adequaat reageren op prikkels.

2.1. Reactiepatroon
AVPU
= eenvoudige, eenmalige sneltest voor het bewustzijn. (onderdeel van
EWS = WAPA)
 A = alert (persoon reageert spontaan en adequaat)
 V = verbaal (persoon reageert op aansprekingen)
 P = pijn (persoon reageert op pijnprikkel, als iemand bewusteloos is
kan een pijnprikkel toegediend worden op nagelbed, oorlel)
 U = unresponsive (persoon reageert nergens op)

(BE)FAST
= een soort sneltest om te bepalen of iemand een CVA heeft. BE
toegevoegd zodat artsen en omstaanders sneller een beroerte kunnen
herkennen
 B = balans (evenwichtsverlies of
oriëntatieproblemen)
 E = eyes (zichtproblemen)
 F = face (controleer gezicht, scheef?)
 A = arm (kan persoon beide armen optillen)
 S = spraak (verstaanbaar)
 T = time (wanneer klachten begonnen)

1

,Semester 3 Algemene verpleegkunde zita allemeersch


Verschil tussen een TIA en een CVA:
 TIA (transient ischemische aanval): een tijdelijke afsluiting van
een bloedvat die snel herstelt en kan wijzen op een toekomstig
herseninfarct. (hierbij geraak je er normaal gezien gewoon weer
bovenop, geen blijvende letsels, kan wel zorgen voor een CVA)
 CVA (cerebrovasculair accident = beroerte)
o Herseninfarct (ischemische CVA): een bloedvat die in de
hersenen verstopt raakt.
o Hersenbloeding (hemorragische CVA): een bloedvat die
scheurt of knapt.

EMV (GCS)
= als het klinisch niet mogelijk is om het bewustzijn afzonderlijk te
onderzoeken (Glasgow coma schaal).

2.2. Oriëntatievermogen
 Oriëntatie in trias -> bewust zijn van tijd, plaats en persoon
 Desoriëntatie = stoornis in de cerebrale en niet cerebrale functies:
commotio cerebri (hersenschudding), syndroom Korsakow (ernstige
hersenaandoening, veroorzaakt door tekort aan vitamine B1, vaak
door ernstige alcoholverslaving), delier….

Delier Observatie schaal (DOS-score)
 Delier = acute verwardheid (plotseling, tijdelijk)
 Één of meerdere somatische stoornissen
 Geen onschuldig verschijnsel van ziekte -> onderliggend lijden
 Men kijkt naar: bewustzijn, reactie, concentratie, geheugen, emotie
en gedrag (13)

2.3. Pupilreactie
 Een hersenstamreflex
 Snelheid hoort links en rechts gelijk te zijn
 Mydriasis = verwijde pupil
 Miosis = vernauwde pupil
 Beïnvloedende medicatie
 Lichtstijve pupillen duiden op het ontbreken van de
hersenstamreflex bij hersendood
o Een van de dingen vijf die ze controleren voor ze iemand
hersendood verklaren

PEARL
= Pupils are Equal And Reactive to Light




2.4. Pijn
= schadelijk gedrag aapassen (pijn is een signaal van het lichaam
dat er mogelijke schade is, de pijn dwingt je gedrag aan te passen)

2

,Semester 3 Algemene verpleegkunde zita allemeersch


 VAS (gezichten)
 NRS (1-10)

3. Respiratoir system
= past zich aan aan de drie belangrijke variabelen: activiteiten, stressfactoren
en lichaamstemperatuur. Er moet een homeostase zijn tussen zuurstofaanbod
en zuurstofverbruik. (normale ademhaling = eupneu)

3.1. Ademfrequentie
= gereguleerd door impulsen uit het ademcentrum (hersenstam). De
belangrijkste ademprikkels zijn de Ph-daling en verhoogde Co2 – spanning
van het bloed.
 Tachypneu: versnelde ademhaling
 Bradypneu; vertraagde ademhaling

3.2. Ademhalingspatroon
= de verhouding inspiratie/expiratietijd en de amplitude van de
ademteugen (diepte van adembewegingen, hoeveel lucht
in/uitademhaling). We observeren regelmaat, diepte, gelijkmatigheid en
arbeid.

Normaal
ademhalingspatr
oon

Cheyne-stokes = een regelmatige afwisseling van apneuperioden
ademen en ademhalingscycli. Wordt gezien bij levenseinde
en neurologisch letsel.



Kussmaul = een diepe, regelmatige en ononderbroken
ademen ademhaling. (neurologische aandoeningen,
metabole acidose)



Atactisch = onregelmatige en afwisselende ademhaling
ademhalingspatr
oon (Biot)

3.3. Ademgeruis
Een vrije en onbelemmerde luchtweg geeft een onhoorbare ademhaling.
Een gedeeltelijke luchtwegobstructie geeft duidelijk hoorbare verdachte
ademgeluiden:
 Ronchi of reutelgeluiden bij oedeem, slijm en sputum
 Crepiteren of knisperen bij pneumothorax, beginnende pneumonie,
pleuravocht, oedeem (klinkt als verse sneeuw)
 (inspiratoir) stridor bij laryngospasme (kramp bij larynx)
 Piepen/gieren bij bronchospasmen
 Gorgelen bij braaksel, bloedstolsel, slijm etc.

3

, Semester 3 Algemene verpleegkunde zita allemeersch


 Snurken bij verslapping en verzakking van de tong

3.4. Saturatie
= SpO2 is normaal => 95% dit wordt gemeten met pulsoxymeter
(oxihemoglobine). Vals verhoogde saturatie bij:
 Vasoconstrictie
 Laag hemoglobinegehalte
 Sikkelcelanemie = rode bloedcellen die anders gevormd zijn
 Carboxyhemoglobine = iets anders dan zuurstof gebonden aan
hemoglobine (bv CO (intoxicatie))

3.5. Kleur
= normale is de huid bleekroze. Dit wil zeggen een goede oxygenatie,
hemoglobine die geheel verzadigd is met zuurstof.
 Bleek: meestal door anemie en vasoconstrictie
 Blauw tot paars: slecht oxygenatie, hypercapnie (te veel CO2 in ons
lichaam), hypoxie (te weinig zuurstof in de weefsels)
 Rood (frambozenrood): koolstofmonoxide vergiftiging

4. Cardiovasculair systeem
4.1. Arteriële bloeddruk

Arteriële systolische druk (normaal = 110-140 mmHg)
= de in een grote arterie gemeten piekdruk tijdens de
linkerventrikelcontractie. De systolische druk is vooral het gevolg van
slagvolume en elasticiteit (van de aorta).
 Pulsus paradoxus = een daling van de systolische druk met meer
dan 10 mmHg tijdens inademing
 Gestegen systolische BD (hypertensie)
o Stress/pijn
o Overvulling
o Verkalkte aorta (atherosclerose)
o Aortaklepinsufficiëntie (extra slagvolume ter compensatie
van de teruglekkage)
 Gedaalde systolische BD (hypotensie)
o Rust/slaap en ontspanning
o Laag slagvolume door anafylactische shock (allergische
reactie)
o Aortaklepstenose (vernauwde aortaklep)
o Hypovolemie (te laag volume aan lichaamsstoffen)

Arteriële diastolische druk (normaal = 70-90 mmHg)
= de in een groter arterie gemeten daldruk in het arteriële vaatbed. De
diastolische druk is afhankelijk van de cardiac output en vaatweerstand.
(de perfusiedruk voor het myocard = de druk die nodig is om het bloed
door de kransslagaders naar het hartspierweefsel te laten stromen.)
 Gestegen diastolische druk
o Stress/pijn

4

Documentinformatie

Geüpload op
19 september 2026
Aantal pagina's
86
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
4
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
1 week geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen