Introductiecollege: inleiding
Voorstelling van het OPO – inzoom op de verschillende onderdelen behorend tot het vak
Domeinspecifieke vaardigheden
gaat dan de verschillende
onderdelen vanuit de
grondslagen inoefenen
MODELLEN
Modellen verplichten ons om stapsgewijs, systematisch aan het werk te gaan, wat ervoor zorgt dat we onze denkfouten
gaan minimaliseren, denkfouten die we kunnen maken als mens en als hulpverlener
• De studenten weten waarom het belangrijk is om in orthopedagogische diagnostiek en interventies op een
wetenschappelijk verantwoorde en systematische manier te werk te gaan (om denkfouten tegen te gaan)
• De studenten kennen principes en modellen van diagnostische besluitvorming/de interventiecyclus en kunnen
deze toepassen en kritisch bespreken.
• De studenten kennen de effectladder als kader om de beschikbare evidentie met betrekking tot interventies in te
schatten en kunnen deze toepassen en kritisch bespreken
(het is mogelijk een afweging te maken en te kijken welke theorie de beste kans geeft om in de praktijk te werken)
Op het examen komt er altijd een vraag over de effectladder
METHODIEKEN
• De studenten kennen algemene methoden in orthopedagogische diagnostiek en interventies en kunnen deze
toepassen en kritisch bespreken.
DOMEINEN
Domeinen hebben hier betrekking op prototypische thema’s die iedere orthopedagoog moet weten en vaardig in moet
zijn
• De studenten kunnen prototypische orthopedagogische vraagstellingen analyseren op het niveau van het
individu en zijn of haar omgeving.
• De studenten kunnen prototypische orthopedagogische interventies op het niveau van het individu en zijn of
haar omgeving selecteren.
VISIES
Visies stellen wat het beeld is op wat er word opgelegd over hoe de hulpverlening er zou moeten uitzien en welke
interventies er van toepassing zijn
• De studenten kennen belangrijke actuele visies op orthopedagogische diagnostiek en interventies en kunnen
vanuit deze visies reflecteren op orthopedagogische diagnostiek en interventies.
Het bewaren van het overzicht
Er staat telkens een overzicht van de leerstof per college:
➢ Categorie A: het is volledig te kennen leerstof
➢ Categorie B: extras die besproken worden moet je kennen, anderen extras niet
➢ Categorie C: dat wat de prof interessant vindt maar waar geen vragen over komen op examen ☺
1
, Terminologie
Diagnostiek
We gaan een spraakverwarring uit de wereld helpen over de termen van diagnostiek en interventies
=>> Waar ligt het klemtoon verschil tussen beiden termen?
Eerste definitie diagnostiek Tweede definitie diagnostiek
<-> onderkennen, verklaren,
indiceren
Essentiële kenmerken van diagnostiek:
=>> 3 componenten die aanwezig dienen te zijn om te spreken van diagnostiek
• Hulp- of zorgvraag als uitgangspunt
• Het begint altijd met een hulp of zorgvraag
• We gaan maar van diagnostiek spreken als die hulpvraag er is
• Analyse (procesmatig)
• Het is altijd het ene naar het andere en er is een logisch process
• Het is een wezenlijk onderdeel in de diagnostiek
• Finaliteit is zorg waarmaken
Aanverwanten met diagnostiek:
• Assessment
Definiering assessment is eigenlijk dezelfde maar ….
• Assessment is artificieel van aard
• Bij assessment is de context/specificiteit van
belang bv jobassessment
• Classificatie Onderscheid classificatie VS diagnostiek
• Classificatie is louter beschrijvend
>> je gaat van iets specifiek naar iets algemeen
• diagnostiek wil beschrijven, verklaren en/of indiceren
>> het is veel ruimer dan classificatie, beschrijven kan
wel een onderdeel zijn – je gaat het onpersoonlijker
maken om het in DSM criteria te laten passen
Beschrijving diagnostiek volgens kwaliteitscentrum voor diagnostiek:
(definiering is erg overeenstemmend met definiering vanuit dit OPO)
• = het analyseren van problemen van mensen en het zoeken naar verklaringen en oplossingen
hiervoor, ondersteund vanuit wetenschappelijke kennis (onderkennen, verklaren, indiceren)
• = een methodisch proces, een cyclus, met verschillende stappen en expliciete regels
• = een zoek- en beslissingsproces dat in dialoog met de cliënt en diens omgeving wordt uitgevoerd
• = een systematisch opgezet en te evalueren besluitvormingsproces waarin een formele en
inhoudelijke relatie wordt gelegd tussen klacht, probleem, diagnose en advies/interventie
Iets wat heel belangrijk wordt bevonden vanuit dit OPO in de definitie van kwaliteitscentrum
“Beter begrijpen om beter te kunnen beslissen bij het ingrijpen” – niet alleen beschrijven, een
label plakken maar ook kijken wat er aan de hand is en wat moeten we eraan moeten doen
2
,Interventies
• Professionele context zou naar verschillende beroepen kunnen verwijzen, we hebben dus iets
meer nodig om een verwijzing te maken naar de orthopedagogische context
• Iets hanteerbaar maken verwijst naar hoe we kunnen toewerken naar de dromen, wensen die de
client heeft
Dit is de finale definitie die wordt gesteld om het echt te laten
verwijzen naar de orthopedagogische context
(vorige definitie kon even goed verwijzen naar de professionele
context van een brandweerwan)
!! Belangrijk dus ook om te weten wanneer we spreken van een
orthopedagogische interventie
Aanverwanten met interventies:
• Behandeling
• Therapie
= specifieke vorm van behandeling, gedefinieerd op basis van het doel of onderliggend
theoretisch kader
• Training
= benadrukt dat de behandeling (adequaat gebruik van) één of meerdere vaardigheden
adequaat wil aanleren/versterken
• Psycho-educatie
= specifieke vorm van een interventie
• Begeleiden
= een ander denkkader waarbij je zit in het domein van adaptieve vaardigheden
(wat je nodig hebt om in het leven te functioneren)
= in begeleiding ga je de zelfredzaamheid proberen te verhogen door in te zetten op
specifieke vaardigheden te gaan stimuleren
3
, • Ondersteuning
= passief, alsof de client geen input heeft
(we verkiezen dus liever begeleiden als ondersteunen)
• Coachen
= specifieke vorm van begeleiding
= iets dat gericht is op het verbeteren van adaptieve vaardigheden, waar er hier vooral
wordt gezocht naar concrete oplossingen
In vergelijking met begeleiding, kenmerkt coaching zich
nadrukkelijker door:
• oplossingsgericht karakter
• een hoge mate van specificiteit
• een tijdelijk karakter
Diagnostiek en interventies als cruciale functionele competenties
(het zijn 2 grote bollen in de figuur)
= belangrijke figuur die de competenties stelt voor een orthopedagoog
4