Examen: 2.5 uur
- meerkeuze vragen 15/24 om te slagen
- open vragen (moeilijkere vragen en hoofdzaak vs bijzaak) staat op 8/20 punten
- excellentievraag
(3-eenheid: cursus-slides-notities)
DEEL I - ELEMENTAIRE EENHEDEN VAN DE SOCIOLOGIE:
HOOFDSTUK 1: SOCIOLOGIE ALS WETENSCHAP:
1.1 WAT SOCIOLOGIE NIET IS
- Sociologie is geen anti-economisme
niet datgene dat zich bezighoudt om te zeggen hoe slecht de economie is
anti-economisme = elke kritiek die zich verzet tegen de fundamenten van de
economische wetenschap
veel frictie tussen sociologie en economie, maar de wisselwerking en
informatie eruit enorm sterk is. Ze zijn verwant, zeer veel wederzijdse
bevruchting.
De anti-economisme bestaat uit een geheel van kritieken die zich verzetten
tegen de fundamenten van de mainstream economische wetenschap. Volgens
de anti-economisten zou de wereld beter af zijn zonder de economische
wetenschap.
Maar beiden wetenschappen hebben meer met elkaar gemeen dan dat ze
verschillen van elkaar.
- Sociologie is geen socialisme
Sociologie als wetenschap heeft geen ideologische voorkeur, ondanks dat
individuele sociologen wel ideologische overtuigingen kunnen hebben,
vergelijkbaar met andere beroepen. Onder de grondleggers van de sociologie
zijn er aanhangers van diverse ideologische stromingen, zoals Karl Marx
(communisme), Max Weber (liberalisme), en Emile Durkheim (conservatisme
of socialisme, afhankelijk van de interpretatie). Wat hen verenigt is hun
vermogen om persoonlijke opvattingen ondergeschikt te maken aan
theorievorming en de objectieve werkelijkheid. Sociologie zelf kent geen
politiek-ideologische richting.
de socialisme is politieke ideologie (zegt wat moet en niet mag), terwijl
sociologie een wetenschappelijke discipline is
- Sociologie is meer dan een verhaal
Sociologen worden soms gezien als "praatjesmakers" omdat verhalen een
centrale rol spelen in hun werk. Ze bouwen theorieën door mogelijke werelden
te verbeelden en zo gebeurtenissen en feiten in een verhaalvorm te
presenteren. Verhalen zijn nuttig om hypotheses te formuleren die kunnen
worden getoetst aan de werkelijkheid. Er wordt vaak de spot gedreven met
sociologen door te zeggen dat ze geen Nobelprijs voor Sociologie nodig
hebben omdat er al een Nobelprijs voor Literatuur is, wat suggereert dat hun
werk meer fictie dan wetenschap is. Hoewel dit als een sneer kan worden
gezien, klopt het niet dat sociologie slechts verhalen vertelt zonder
, wetenschappelijke onderbouwing. Verhalen dienen als hypothesen die ons
helpen oorzaak-gevolg relaties te begrijpen door alternatieve scenario’s te
verkennen, zoals het voorbeeld van Jan die een raam stukgooit. MAAR voor
ogen houden dat het geen echte verklaringen zijn en men kan het gebruiken
om de werkelijkheid mee te vergelijken, maar het is geen verklaring voor de
werkelijkheid zelf.
- Sociologie praat het verwerpelijke niet goed
het is niet omdat ze iets bestuderen, dat men het goedspreekt. Men probeert
door de ogen van een ander persoon te bekijken, want dit is wetenschappelijk
zinvol. Je leert snappen waarom en hoe,… je kan het hierdoor doorgronden.
Men gaat in de sociologie geen onderscheid maken tussen wat goed of fout is.
Men kan het verwerpelijke niet goedkeuren omdat ze als discipline niet
‘verwerpelijks’ kent.
1.2 SOCIOLOGIE BESTUDEERT SOCIAAL HANDELEN
Sociologie handelt over hoe mensen omgaan met andere mensen. We refereren
naar wat bestaat tussen mensen. Sociologie is de wetenschap van het
samenleven of de wetenschap van de samenleving. In het kort houdt het zich dus
bezig met ‘het sociale’
HET SOCIAAL HANDELEN:
Het sociale verwijst naar Sociaal handelen (het
interindividuele, de wetenschap die het sociale bestudeert)
= de relatie tussen de concepten gedrag en (sociaal) handelen.
- Gedrag is de ruimste categorie van menselijk uiterlijk
vertoon. Alles wat wij doen kan je gedrag noemen.
- Handelen vorm teen deelverzameling van de categorie
gedrag.
menselijk gedrag is een handeling als we ze kunnen omschrijven als
intentioneel (=met bedoeling of intentie)
sommige vormen van gedrag die geen handeling zijn, kunnen soms wel
intentioneel worden gedaan, dus dan zal deze gedraging met intentie een
handeling vormen .
- Sociaal handelen is een deelverzameling van het handelen. = het handelen
dat zinvol op anderen betrokken is.
≠ het gedrag dat mensen samen vertonen (bijvoorbeeld het ongeveer gelijk
open doen van de paraplu als het begint te regenen, dit is geen sociaal
handelen want het is niet betrokken op andere mensen.
! afhankelijk van de context zijn sommige handeling sociaal en in een andere
context kan het dan weer een niet-sociale handeling zijn !
= alle dingen die we doen in coördinatie met anderen mensen (vice versa)
- Criterium 1: intentionaliteit
- Criterium 2: coördinatie
Let op: zelfde gedraging behoort tot verschillende deelverzamelingen (kan
sociaal zijn of gewoon simpelweg handelen)
,Er bestaat een typologie van een aantal grondcategorieën van het menselijk
(sociaal) handelen.
deze verschillende types komen overal en altijd voor waar mensen leven,
ongeacht de tijd of de plaats.
DE 4 GRONDCATEGORIEËN VAN HET MENSELIJK (SOCIAAL) HANDELEN:
- Doelrationaliteit : (=instrumenteelrationeel)
doelrationeel handelen vindt zijn oorsprong in de verwachtingen die bestaan
ten aanzien van de dingen, van mensen, van de samenleving, van God,
kortom van de wereld rondom ons.
- die verwachtingen worden beschouwd als voorwaarden of manieren om de
doelen van het individu mogelijk te maken.
- er vindt een bewuste afweging plaats van middelen die ingezet worden om
gestelde doelen te bereiken
meeste opbrengst en minste kost kiezen, de voor en nadelen gaan afwegen
en kijken naar de maximalisatie.
- Waarderationaliteit: het waarderationeel handelen is gedrag dat gesteld
wordt omwille van de waarde van het gedrag zelf, onafhankelijk van het
mogelijk effect ervan.
centrale verschil met de doelrationaliteit: bij doelrationaliteit ligt de waarde
van de handeling in een extern doelmensen kunnen rationeel zijn (bewuste
afweging maken), wat je doet is wat je wilt doen, het is een heel bewuste
keuze. De handeling is het doel op zich.
- Affectief:affectief handelen wordt bepaald door de gevoelsmatige toestand
en de affecten van de actor. Het heeft geen patroon van rationeel gedrag.
je doet iets in een opwelling, je gaat handelen op basis van je emoties (bvb
medelijden, agressie)
- Traditioneel: dit heeft betrekking op de ingewortelde gewoontes die het
gedrag gaan bepalen. Ingeslopen emoties, je doet ze bijna op automatische
piloot. Komt vaak voort uit doelrationele, maar omdat het zo ingeslepen is,
moet je er niet meer over nadenken.
Gedrag/handelen/types: conclusies
- De verschillende soorten handelen en de typologie leert ons dus dat
er niet zoiets bestaat als ‘zinloos’ handelen.
o ‘Zinloos handelen’ is een contradictio in terminis
o Gedrag dat in het dagelijks taalgebruik als "zinloos" wordt bestempeld,
kan in feite zinvol zijn wanneer bekeken vanuit een
sociaalwetenschappelijke context. Bijvoorbeeld, wat vaak "zinloos
geweld" wordt genoemd, kan worden verklaard als affectief handelen,
wat emoties of impulsen reflecteert.
- Vat de overlap én het verschil in uitgangspunten tussen sociologie
en andere sociale wetenschappen
o Gedrag versus handelen als object
= Het onderscheid tussen gedrag en handelen speelt een belangrijke
rol in de sociologie. Handelen impliceert zinvolle interactie, zelfs als het
gedrag op het eerste gezicht irrationeel lijkt. In andere sociale
, wetenschappen, zoals de economie, is er vaak een focus op gedrag dat
rationeel is. Sociologen houden echter rekening met verschillende
soorten handelen, waaronder niet-rationeel, dat nog steeds zinvol kan
zijn.
o Sociaal handelen (cf. Robinson Crusoë)
= Verwijst naar het idee dat handelen sociaal is wanneer het gericht is
op anderen. Robinson Crusoë handelde alleen op een eiland zonder
sociale interactie, maar sociologen zouden zijn handelingen pas als
sociaal beschouwen als hij in interactie treedt met anderen, zoals met
Vrijdag.
o Ook niet-rationeel handelen kan zinvol zijn
= Sociologen erkennen dat niet alle handelingen rationeel zijn, maar dit
betekent niet dat ze zinloos zijn. Affectieve en traditionele handelingen,
zoals een passionele misdaad of uit gewoonte "dank je" zeggen,
kunnen begrijpelijk zijn en zin hebben, ondanks hun niet-rationele aard.
o Er bestaat meer dan één soort rationaliteit
= In tegenstelling tot economen, die vaak doelrationeel handelen
centraal stellen (handelen om specifieke doelen te bereiken), erkennen
sociologen verschillende vormen van rationaliteit. Waarderationeel
handelen, waarbij mensen handelen op basis van waarden of
overtuigingen (zoals een zelfmoordterrorist), is ook rationeel, maar niet
per se doelgericht op een traditionele economische manier.
1.3 SOCIOLOGIE BESTUDEERT SOCIALE FEITEN
Sociologie bestudeert sociale feiten, die fenomenen zijn die buiten het individu
bestaan en een dwingende invloed uitoefenen. Ze zijn collectief en dwingen zich
op aan individuen zonder dat die ervoor gekozen hebben, zoals het voorbeeld
van taal. Talen zijn een hypercollectief goed, wat betekent dat de waarde
ervan toeneemt naarmate er meer gebruikers zijn.
Sociale feiten zijn die dingen die we niet gekozen hebben, ze leggen zich aan ons
op. Ze bestaan buiten ons individueel en ze zijn dwingend (dus er staat een
sanctie tegenover)
bijvoorbeeld: stratenplan van Brussel, Talen (je hebt de keuze niet van je
moedertaal, je wordt geboren in een omgeving en de talen worden zich opgelegd
aan je)
Een hypercollectief goed: behoudt niet alleen zijn waarden, maar hoe meer
gebruikers, hoe meer waarden deze zal hebben (bijvoorbeeld talen, netwerken)
hoe meer mensen en gebruikers, hoe meer waarde en hoe nuttiger het zal zijn.
De gebruikswaarde neemt toe (netwerkexternaliteit), hoe meer mensen, hoe
relevanter, hoe meer rendement,…
Het ‘normale’ van overtredingen (er hangt een dwingende dimensie aan sociale
feiten in de brede zin, als je ze niet volgt kan je een sanctie krijgen en is er de
mogelijkheid. Maar kan ook impliciet zijn bvb bij een taal)
elke wetgeving die er is, zal ooit wel eens gebroken geweest zijn.
- Toepassing: zelfdoding als ‘normaal’ verschijnsel
o Altruïstische zelfdoding: sterke integratie (bijvoorbeeld ridders,
romeinse tijd: jezelf opofferen voor eer)