les 8: diplomatie & oorlog
Chronologisch & geografisch kader
Deze les heeft als onderwerp diplomatie & oorlog, chronologisch gezien bevinden we ons in het
tweede millennium. Op dat moment ontstaan er grote territoriale staten, de zogenaamde wissel van
het regionale naar het territoriale. De 7 grote territoriale staten van dat moment waren Babylonië,
Assyrië, Mittani, Hatti, Egypte, Elam en Mycene. De Levant was één van de grote uitzonderingen: er
was geen ontwikkeling van een grote natiestaat. Op dat moment bevinden zich in de Levant allemaal
verschillende stadstaatjes die afhankelijk waren van een grote staat, de traditie van 3000 wordt hier
gewoon verder gezet.
Bronnen
De vraag die telkens opnieuw gesteld wordt is welke bronnen je voor een bepaalde periode kan
gebruiken. Voor deze periode zijn er ook verschillende mogelijkheden. Ten eerste heb je de
archeologische bronnen. Er werden nieuwe steden gebouw en ontwikkeld. Voor deze periode was er
ook een specifieke kunstvorm te herkennen. Daarnaast zijn er ook geschreven bronnen. Voor die
periode zijn er heel wat minder administratieve documenten van boekhoudkundige aard: over het
verzamelen, stapelen en distribueren van vee en andere landbouwproducten. Deze gegevens werden
namelijk allemaal op klei geschreven. Naast deze bronnen waren er verdragen tussen de
verschillende natiestaten en vinden we ook diplomatieke correspondentie terug (zie case study:
Amarnabrieven). Deze zijn allemaal opgesteld in het lingua franca van die periode, namelijk het
Akkadisch. Voor Mycene hebben we geen bronnen ter beschikking en ook voor de Levant zijn er heel
weinig bronnen beschikbaar.
sociaal-politiek kader
Op sociaal-politiek vlak kunnen we 5 zones onderscheiden. Ten eerste hebben we in Zuid-
Mesopotamië het Kassietische rijk. Ten tweede in Noord -Mesopotamië hebben we het Assyrische
rijk. In Anatolië hebben we de Neo-Hettieten, in West-Iran zien we het Midden-Elamitische rijk. Als
,laatste zone hebben we Egypte. Allemaal hebben ze dezelfde kenmerken. Ten eerste heeft er een
politieke unificatie en een centralisatie van macht plaats gevonden. Daarna volgt een periode van
bloei, gevolgd door een plotse val. We zien dat de territoriale staten allemaal ongeveer gelijktijdig
ontstaan zijn, namelijk in de dark age, na de val van Babylon ( 1595/1499). Ze zijn ontstaan doordat
er aanvankelijk politieke fragmentatie was, er was een machtsvacuüm dat opgevuld moest worden.
Van die periode hebben we dan ook weinig bronnen, met Egypte als uitzondering namelijk tijdens de
overheersing van Hyksos.
Waarom spreken we over territoriale staten? Ten eerste is er vanaf dat moment een ongeziene
grote van de steden en hebben ze een grote cohesie. De staten bevatten disverse steden en hun
hinterland, we zien bovendien ook een vergaande economische integratie. De stad bleef wel het
cultureel en politiek leven bepalen maar verloor haar politieke autonomie en economische
onafhankelijkheid, zelfstandigheid. De hoofdstad is het centrum van het rijk, hier speelt de economie
een belangrijke rol. De economie bepaalt namelijk de cultuur van de hoofdstad en staat.
In de Levant ontstaan er zoals eerder gezegd geen territoriale staten. Het gebied bestaat uit allemaal
kleine stadstaatjes. Deze zone was eigenlijk een buffer tussen twee grote territoriale staten. Deze
territoriale staten wilden beiden het gebied als een vazalgebied innemen.
A) internationale contacten.
1. Verdragen
Internationale contacten impliceren verdragen. De relaties worden bovendien ook onderhouden
door middel van diplomatieke huwelijken.
1.1. Tussen gelijken
De verdragen tussen gelijken werden meestal afgesloten na een conflict tussen beide staten. Een
bekend voorbeeld is het verdrag tussen Hattusili III en Ramses II gesloten rond ca. 1259 na de slag bij
Kadesh. In dit verdrag werd besloten dat er een volledige gelijkheid en broederschap tussen beiden
zou komen. Ze sloten de belofte elkaar niet meer aan te vallen en elkaar zelfs te helpen indien één
van hen zou aangevallen worden door een derde partij. Er bestaan twee versies van dit besluit,
namelijk een Hettitische en Egyptische met dat verschil dat in de ene versie de opvolgingkwestie van
Hattusili III aan bod komt. Ramses stelde zich namelijk garant om de zoon van Hattusili te
beschermen wanneer hij op de troon zou komen.
1.2. Tussen grootkoning en vazal
Een voorbeeld van zo'n diplomatieke regeling tussen grootkoning en vazal is het verdrag tussen Hatti
en de vazallen in Anatolië en Syrië. Zo'n verdragen houden in dat de vazallen loyaliteit aan de koning
moeten zweren, ze moeten belastingen betalen en soldaten leveren. Vazallen mogen bovendien
geen oorlog voeren met andere vazallen van de Hatti. Ze mogen maar 1 grootkoning dienen en ook
geen andere grootkoningen contacteren. Vluchtelingen moeten aan de Hatti uitgeleverd worden.
1.3. diplomatieke huwelijken
Soms werden er diplomatieke huwelijken gesloten om de banden tussen twee staten te verstevigen.
Er werden bijvoorbeeld veel buitenlandse prinsessen uitgehuwelijkt aan de farao's. Deze brachten
, vaak grote bruidschatten mee, voornamelijk bestaande uit goud. Omgekeerd echter mochten
Egyptische prinsessen niet huwen met buitenlanders. Deze huwelijken hadden soms een grote
invloed op het verloop van de geschiedenis.
Voorbeelden van zo'n huwelijken zijn: ten eerste het huwelijk tussen Burnaburias II en Muballitat-
Serua. Zij kregen een zoon, Kara Hardas, deze werd vermoord. De rebellenkoning werd uitgeschakeld
en er kwam een nieuwe koning op de troon namelijk Kurigalzu. Een ander bekend voorbeeld is het
huwelijk tussen Tuthankamon en Ankhesenamon. De vrouw was erg snel weduwe en vroeg aan een
zoon van Suppiluiluma (koning van Babylon) om te huwen en zo een conflict tussen hen op te lossen.
De zoon werd gestuurd maar hij werd onderweg vermoord. Dit gebeurde omdat samenzweerders uit
Egypte er baat bij hadden dat er oorlog was tussen Hatti en Egypte.
1.4. De uitwisseling van giften
Door de uitwisseling van giften probeerde men luxegoederen te verkrijgen die lokaal niet aanwezig
waren. Het kan gezien worden als een vorm van wederzijds respect, prestige, broederschap. Men
gaat vaak giften uitwisselen bij huwelijken of verdragen. Het is een niet-commerciële vorm van
verkrijgen van kostbare goederen. Naast goud werden er paarden, koper, afgewerkte producten
(textiel, oliën, cylinder zegels,...) uitgewisseld.
Ook de handel in luxegoederen beperkte zich tot elite. Een bekend voorbeeld van duur handelswaar
is murex: het is een slak waaruit de Feniciërs purperen keurstof haalden. De handel gebeurde via
schepen die wijn, parfum, olie, murex, etc. vervoerden. Een voorbeeld van zo'n schip is het
scheepswrak van Uluburun (ZW-Turkije -eind 14de eeuw)
1.5. gedeelde ideologie
Alle territoriale staten hadden ongeveer een zelfde ideologie. De sociale structuur was erg ongelijk.
Zo'n 1% van de bevolking behoorde tot de elite en stond tegenover de 99% andere bevolking. Deze
elite bouwde nieuwe steden die ze naar zichzelf vernoemden. Na de dood van koning werden deze
steden verlaten en verloren ze hun status van hoofdstad. Arme mensen woonden niet deze nieuwe
steden. De intentie voor gelijkheid was er wel, maar in realiteit was dit helemaal niet het geval.
Hammurabi profileerde zich bijvoorbeeld wel als een herder, maar in werkelijkheid was hij zeker
geen herder van het volk.
1.6. constante rivaliteit
Tussen de verschillende territoriale staten heerste er een constante rivaliteit. Alle staten probeerden
namelijk hun gebied uit te breiden, zeker naar de bufferzone van de Levant toe. De Levant werd met
andere woorden steeds opnieuw het slachtoffer. Eén van de belangrijkste directe confrontaties was
de slag van Kadesh in 1274 waarbij Ramses II tegenover Muwatalli II kwam te staan. De
machtsverhoudingen wijzigen af en toe maar het systeem werd niet vernietigd.
Het Mittanirijk
Chronologisch & geografisch kader
Deze les heeft als onderwerp diplomatie & oorlog, chronologisch gezien bevinden we ons in het
tweede millennium. Op dat moment ontstaan er grote territoriale staten, de zogenaamde wissel van
het regionale naar het territoriale. De 7 grote territoriale staten van dat moment waren Babylonië,
Assyrië, Mittani, Hatti, Egypte, Elam en Mycene. De Levant was één van de grote uitzonderingen: er
was geen ontwikkeling van een grote natiestaat. Op dat moment bevinden zich in de Levant allemaal
verschillende stadstaatjes die afhankelijk waren van een grote staat, de traditie van 3000 wordt hier
gewoon verder gezet.
Bronnen
De vraag die telkens opnieuw gesteld wordt is welke bronnen je voor een bepaalde periode kan
gebruiken. Voor deze periode zijn er ook verschillende mogelijkheden. Ten eerste heb je de
archeologische bronnen. Er werden nieuwe steden gebouw en ontwikkeld. Voor deze periode was er
ook een specifieke kunstvorm te herkennen. Daarnaast zijn er ook geschreven bronnen. Voor die
periode zijn er heel wat minder administratieve documenten van boekhoudkundige aard: over het
verzamelen, stapelen en distribueren van vee en andere landbouwproducten. Deze gegevens werden
namelijk allemaal op klei geschreven. Naast deze bronnen waren er verdragen tussen de
verschillende natiestaten en vinden we ook diplomatieke correspondentie terug (zie case study:
Amarnabrieven). Deze zijn allemaal opgesteld in het lingua franca van die periode, namelijk het
Akkadisch. Voor Mycene hebben we geen bronnen ter beschikking en ook voor de Levant zijn er heel
weinig bronnen beschikbaar.
sociaal-politiek kader
Op sociaal-politiek vlak kunnen we 5 zones onderscheiden. Ten eerste hebben we in Zuid-
Mesopotamië het Kassietische rijk. Ten tweede in Noord -Mesopotamië hebben we het Assyrische
rijk. In Anatolië hebben we de Neo-Hettieten, in West-Iran zien we het Midden-Elamitische rijk. Als
,laatste zone hebben we Egypte. Allemaal hebben ze dezelfde kenmerken. Ten eerste heeft er een
politieke unificatie en een centralisatie van macht plaats gevonden. Daarna volgt een periode van
bloei, gevolgd door een plotse val. We zien dat de territoriale staten allemaal ongeveer gelijktijdig
ontstaan zijn, namelijk in de dark age, na de val van Babylon ( 1595/1499). Ze zijn ontstaan doordat
er aanvankelijk politieke fragmentatie was, er was een machtsvacuüm dat opgevuld moest worden.
Van die periode hebben we dan ook weinig bronnen, met Egypte als uitzondering namelijk tijdens de
overheersing van Hyksos.
Waarom spreken we over territoriale staten? Ten eerste is er vanaf dat moment een ongeziene
grote van de steden en hebben ze een grote cohesie. De staten bevatten disverse steden en hun
hinterland, we zien bovendien ook een vergaande economische integratie. De stad bleef wel het
cultureel en politiek leven bepalen maar verloor haar politieke autonomie en economische
onafhankelijkheid, zelfstandigheid. De hoofdstad is het centrum van het rijk, hier speelt de economie
een belangrijke rol. De economie bepaalt namelijk de cultuur van de hoofdstad en staat.
In de Levant ontstaan er zoals eerder gezegd geen territoriale staten. Het gebied bestaat uit allemaal
kleine stadstaatjes. Deze zone was eigenlijk een buffer tussen twee grote territoriale staten. Deze
territoriale staten wilden beiden het gebied als een vazalgebied innemen.
A) internationale contacten.
1. Verdragen
Internationale contacten impliceren verdragen. De relaties worden bovendien ook onderhouden
door middel van diplomatieke huwelijken.
1.1. Tussen gelijken
De verdragen tussen gelijken werden meestal afgesloten na een conflict tussen beide staten. Een
bekend voorbeeld is het verdrag tussen Hattusili III en Ramses II gesloten rond ca. 1259 na de slag bij
Kadesh. In dit verdrag werd besloten dat er een volledige gelijkheid en broederschap tussen beiden
zou komen. Ze sloten de belofte elkaar niet meer aan te vallen en elkaar zelfs te helpen indien één
van hen zou aangevallen worden door een derde partij. Er bestaan twee versies van dit besluit,
namelijk een Hettitische en Egyptische met dat verschil dat in de ene versie de opvolgingkwestie van
Hattusili III aan bod komt. Ramses stelde zich namelijk garant om de zoon van Hattusili te
beschermen wanneer hij op de troon zou komen.
1.2. Tussen grootkoning en vazal
Een voorbeeld van zo'n diplomatieke regeling tussen grootkoning en vazal is het verdrag tussen Hatti
en de vazallen in Anatolië en Syrië. Zo'n verdragen houden in dat de vazallen loyaliteit aan de koning
moeten zweren, ze moeten belastingen betalen en soldaten leveren. Vazallen mogen bovendien
geen oorlog voeren met andere vazallen van de Hatti. Ze mogen maar 1 grootkoning dienen en ook
geen andere grootkoningen contacteren. Vluchtelingen moeten aan de Hatti uitgeleverd worden.
1.3. diplomatieke huwelijken
Soms werden er diplomatieke huwelijken gesloten om de banden tussen twee staten te verstevigen.
Er werden bijvoorbeeld veel buitenlandse prinsessen uitgehuwelijkt aan de farao's. Deze brachten
, vaak grote bruidschatten mee, voornamelijk bestaande uit goud. Omgekeerd echter mochten
Egyptische prinsessen niet huwen met buitenlanders. Deze huwelijken hadden soms een grote
invloed op het verloop van de geschiedenis.
Voorbeelden van zo'n huwelijken zijn: ten eerste het huwelijk tussen Burnaburias II en Muballitat-
Serua. Zij kregen een zoon, Kara Hardas, deze werd vermoord. De rebellenkoning werd uitgeschakeld
en er kwam een nieuwe koning op de troon namelijk Kurigalzu. Een ander bekend voorbeeld is het
huwelijk tussen Tuthankamon en Ankhesenamon. De vrouw was erg snel weduwe en vroeg aan een
zoon van Suppiluiluma (koning van Babylon) om te huwen en zo een conflict tussen hen op te lossen.
De zoon werd gestuurd maar hij werd onderweg vermoord. Dit gebeurde omdat samenzweerders uit
Egypte er baat bij hadden dat er oorlog was tussen Hatti en Egypte.
1.4. De uitwisseling van giften
Door de uitwisseling van giften probeerde men luxegoederen te verkrijgen die lokaal niet aanwezig
waren. Het kan gezien worden als een vorm van wederzijds respect, prestige, broederschap. Men
gaat vaak giften uitwisselen bij huwelijken of verdragen. Het is een niet-commerciële vorm van
verkrijgen van kostbare goederen. Naast goud werden er paarden, koper, afgewerkte producten
(textiel, oliën, cylinder zegels,...) uitgewisseld.
Ook de handel in luxegoederen beperkte zich tot elite. Een bekend voorbeeld van duur handelswaar
is murex: het is een slak waaruit de Feniciërs purperen keurstof haalden. De handel gebeurde via
schepen die wijn, parfum, olie, murex, etc. vervoerden. Een voorbeeld van zo'n schip is het
scheepswrak van Uluburun (ZW-Turkije -eind 14de eeuw)
1.5. gedeelde ideologie
Alle territoriale staten hadden ongeveer een zelfde ideologie. De sociale structuur was erg ongelijk.
Zo'n 1% van de bevolking behoorde tot de elite en stond tegenover de 99% andere bevolking. Deze
elite bouwde nieuwe steden die ze naar zichzelf vernoemden. Na de dood van koning werden deze
steden verlaten en verloren ze hun status van hoofdstad. Arme mensen woonden niet deze nieuwe
steden. De intentie voor gelijkheid was er wel, maar in realiteit was dit helemaal niet het geval.
Hammurabi profileerde zich bijvoorbeeld wel als een herder, maar in werkelijkheid was hij zeker
geen herder van het volk.
1.6. constante rivaliteit
Tussen de verschillende territoriale staten heerste er een constante rivaliteit. Alle staten probeerden
namelijk hun gebied uit te breiden, zeker naar de bufferzone van de Levant toe. De Levant werd met
andere woorden steeds opnieuw het slachtoffer. Eén van de belangrijkste directe confrontaties was
de slag van Kadesh in 1274 waarbij Ramses II tegenover Muwatalli II kwam te staan. De
machtsverhoudingen wijzigen af en toe maar het systeem werd niet vernietigd.
Het Mittanirijk