1. uitgangspunten van dit OPO (kijken in boek)
1.1 overkoepelende leerdoelen
1.2 uitgangspunten bij psychopathologie en -diagnostiek
1.3 categoriaal en/of dimensioneel denken
1.4 de cursus
2. hoofdstuk 2: Oe ist?...Goed!... Echt?
Stemmingsstoornissen
Leerdoelen =
- De symptomen van stemmingsstoornissen uit de cursus
herkennen en bespreken
- De beleving van de zorgontvanger in verband brengen met de
symptomen van stemmingsstoornissen en de gevolgen ervan
- De kern van de behandeling uit de cursus beschrijven en
uitleggen
- De kern van de verpleegkundige begeleiding van een persoon
met stemmingsstoornis uit de cursus weergeven
- Het verpleegkundig redeneer proces (gegevensverzameling,
verpleegkundige diagnostiek en interventies, outcomes) over
stemmingsstoornissen onderbouwen
2.1 inleiding
We maken het onderscheid tussen stemming en emotie=
, Een stemming is een bepaalde gemoedstoestand van een zekere
duur, die geen betrekking heeft op een specifieke ervaring
- Somberheid is een vaak voorkomende stemming die vaak wordt
ervaren door mensen als reactie op bv een ongeluk
Een emotie is een intens, overheersend gevoel van korte duur dat
te maken heeft met een specifieke ervaring
Stemming en emoties uiten zich in= lichamelijke verschijnselen,
gedrag en beleving
We kunnen een sombere stemming pas pathologisch noemen als de
intensiteit en de duur van de somberheid buiten verhouding is.
In dat geval is de sombere stemming een depressief symptoom dat in
combinatie met een aantal andere symptomen tot een syndroom een
depressieve episode wordt gerekend
2.2 classificatie van stemmingsstoornissen
In de DSM-V worden diverse stemmingsstoornissen beschreven.
Tegenwoordig worden ze geclassificeerd volgens 7 hoofdcategorieën =
1. Depressieve stoornis= onderscheid worden: eenmalige of
recidiverende depressieve stoornis, matige of ernstige klachten met
of zonder psychotische kenmerken; bij verbetering; volledige of
gedeeltelijk in remissie
2. Dysthyme stoornis
3. Depressieve stoornis Niet Anders Omschreven (NAO)
4. Bipolaire I stoornis
5. Bipolaire II stoornis
6. Cyclothyme stoornis
7. Overige stemmingsstoornissen (ten gevolge van lichamelijke
aandoeningen/middel)
De diagnostiek van depressieve stemmingsstoornissen is in de eerste
plaats gericht op het stellen van een diagnose.
,Naast de anamnese van de zorgontvanger, zijn klachten, de aanleiding,
het beloop en wat de zo tot nu toe heeft ondernomen de belangrijkste
In principe volgt er steeds een lichamelijk onderzoek en kunnen ook
psychologische meetinstrumenten gebruikt worden ter
ondersteuning
Voorbeelden hiervan zijn =
- de Beck zelfbeoordelingsschaal
- de Hamilton-depressieschaal
In deze cursus worden stemmingsstoornissen opgedeeld in enerzijds de
unipolaire stoornis en anderzijds de bipolaire stoornis (dit
onderscheid werd gemaakt door de Duitse psychiater Karl Leonhard (1904-
1988))
Overzicht stemmingsstoornissen=
Stemmingsstoorni
ssen
Unipolaire Cyclothyme
stoornissen stoornis
Dysthyme Hypomanie
stoornis
Depressie
Manisch-
depressieve of
bipolaire stoornis
, 2.3 depressieve stoornis
2.3.1 klinisch beeld
Een depressieve stoornis wordt in de DSM als volgt
geclassificeerd =
A. Ten minste 5 van de 9 onderstaande symptomen zijn bijna elke dag
aanwezig geweest binnen eenzelfde periode van 2 weken en zij
weerspiegelen een verandering ten opzichte van het eerdere
functioneren. Ten minste een van deze 5 symptomen is ofwel (1) een
depressieve stemming ofwel (2) verlies van interesse of plezier. (1)
en (2) noemt men de kernsymptomen van een depressie
1. Een depressieve stemming (kan bij kinderen of adolescenten
ook prikkelbare stemming zijn)
2. Duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of
bijna alle activiteiten (anhedonie)
Daarnaast nog minstens 4 van de volgende symptomen aanwezig =
Duidelijk gewichtsverlies of gewichtstoename zonder dat een
dieet gevolgd wordt
Insomnia of hypersomnia
Psychomotorische agitatie of remming
Vermoeidheid of verlies van energie
Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of
onterechte schuldgevoelens
Verminderd vermogen tot nadenken of concentratie
Terugkerende gedachten aan de dood
B. De symptomen kunnen niet toegeschreven worden aan een
stemmingsstoornis door een somatische aandoening,
stemmingsstoornissen door een middel of rouwreactie
C. De symptomen kunnen niet beter toegeschreven worden aan een
psychotische stoornis