Inleiding tot de sociologie:
Sofia zeker gebruiken!
Hoofdstuk 1:
Sociologie is de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in hun ontstaan,
voortbestaan en veranderen, en ook het sociale handelen van mensen in de interactie met deze patronen en
structuren
Metafoor van het spel
- De samenleving (het speelveld)
o Ook de samenleving is een geheel van posities (zoals de posities op het veld) en daarmee
gaan specifieke rollen gepaard
o We verwachten dat ze zich aan deze rollen houden die verbonden zijn aan hun
maatschappelijke positie
o Sociologen interesseren zich ook in de relatie tussen posities in termen van belangrijkheid en
status (bepaalde beroepen krijgen meer beloning).
- De mensen die handelen in de samenleving (spelers)
- De sociale spelregels (wetten)
o Wie deze overtreedt wordt gestraft → sancties
o Free-riders worden gestraft
- De hoofdrolspelers (‘sociale feiten’ – Durkheim)
o Sociale feiten zijn objectief, voorgegeven, extern aan het individu en dwingend bv. sociale
relaties tussen mensen, de patronen van solidariteit, de instituties en allerhande geschreven
(zoals wetten) en ongeschreven (bv. etiquette) regels
o Je hebt regels die neergeschreven zijn en regels die niet neergeschreven zijn, maar waar we
ons toch allemaal iets bij kunnen voorstellen (goed nabuurschap, klantgerichtheid,
collegialiteit…) = ‘fair play’ regels → ongeschreven wetten of goede gewoonten
Uitgang: Sociologen interesseren zich in de manier waarop spelers met de regels omgaan en hoe de regels zijn
ontstaan
Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog (C. Wright Mills, 1959)
= een levendig bewustzijn van de band tussen de ervaring (persoonlijk, dagdagelijkse) en de ruimere
samenleving (sociale afhankelijkheden)
o = individuen binnen sociale contexten
o = individuele keuzen en sociale afhankelijkheden samen kunnen denken
o = het vermogen om afstand te nemen van de actuele toestand en een alternatief standpunten
te nemen (verder) kijken dan de dagelijkse kijk van jou en ik op dingen)
o Individuele acties zijn gelinkt met sociale structuren, processen
o “Individuen construeren de samenleving en de samenleving construeert individuen”
o De dagelijkse werkelijkheid heeft betekenis, moet in haar sociale context worden geplaatst
o Kijken hoe iets tot stand komt, hoe het persoonlijke interageren met ‘het algemene’ (de
sociale context)
o Regelmatigheden en verbanden ontdekken
Vb: Koffie drinken:
- Kan traditie/ ritueel zijn
, - Symbolische waarde aannemen
- Kan gezien worden als drugs/ een nood aan anders niet presteren
- Kan gezien worden als een sociale activiteit
Culturele verschillen in betekenis + Sociale en economische verhoudingen: productie, export, handel…
Vb: Trouwen:
- Mensen trouwen niet met random mensen ze hebben dingen gemeenschappelijk:
o Hobbies
o Cultuur
o Diploma
o Vrienden
o Etc…
Je kan een sociologische bril opzetten over alle dingen in het dagelijkse leven denk aan: Eten, Sport, Kledij, …
Het sociale versus het individuele
In twee richtingen:
- Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke fenomenen:
o Weinig beweging, voedingsgewoonten, … obesitas epidemie, toegenomen
zorgnoden, betaalbaarheid
- Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
o Kantoorleven, prijs van (ongezonde) voeding, opvoeding, cultuurverschillen
Sociologische verbeelding: 3 componenten (Wright Mills)
- Geschiedenis: ontstaan en verandering samenleving?
o Industrialisatie
o Globalisering
o Secularisatie
o Digitalisering
Deze processen bepalen kansen, normen en problemen in een bepaalde tijd. Wat normaal is in één
periode, kan in een andere periode heel anders zijn.
- Biografie: welke is de levensloop van mensen als leden van samenlevingsverbanden?
o Iemands levensloop (opleiding, werk, gezin)
o Persoonlijke keuzes en ervaringen
o Sociale posities (zoals klasse, gender, etniciteit)
Mills benadrukt dat biografie niet losstaat van de samenleving. Wat iemand kan bereiken of
meemaakt, hangt sterk af van de tijd en plaats waarin hij of zij leeft.
- Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties, welke processen en mechanismen zorgen
voor de maatschappelijke orde?
o Onderwijs
o Economie
o Politiek
o Gezin
o Media
Ze bepalen regels, kansen en beperkingen en zorgen voor maatschappelijke orde (of ongelijkheid).
Conclusie: De sociologische verbeelding laat zien dat:
- Persoonlijke problemen vaak maatschappelijke oorzaken hebben
- Je pas echt begrijpt wat mensen meemaken als je geschiedenis, biografie en sociale structuren samen
bekijkt
, Voorbeeld van Mills:
Werkloosheid van één persoon = persoonlijk probleem
Massale werkloosheid = maatschappelijk probleem
De samenleving is niet natuurlijk of vaststaand ( contingent), maar ook niet zomaar willekeurig ( niet
arbitrair). Dit willen we als socioloog analyseren en verklaren
1.3 een stap verder
Persoonlijke drijfveren of sociale factoren:
- Echtscheiding of samenwonen:
o Er zijn meer scheidingen omdat sociale normen en instituties verander zijn, denk aan:
Religie
Economische zelfstandigheid
Normen rond gezin/ samenwonen
- Zelfdoding:
o Zelfdoding is sociaal verklaarbaar, niet enkel individueel
o Durkheim (grondlegger van de sociologie) kwam tot de conclusie dat er maatschappelijke
factoren gecoreeleerd zijn met zelfdoding:
Religie
Burgerlijke staat
Woonplaats
Militaire opleiding gedaan/ niet gedaan
Sociale integratie + desintegratie leidden tot meer zelfdoding
- Ziekte en dood:
o Dit zijn biologische factoren, maar kansen erop zijn sociaal gestructureerd
Sociale klasse:
Arbeidsomstandigheden
Woonomgeving
Kennissen
Toegang tot zorg
- Arbeid (ethos):
o Arbeid is een collectieve moraal, geen puur persoonlijke keuze:
Opvoeding
Diploma
Religie/moraal
Economische structuur van de maatschappij
Conclusie hoofdstuk 1:
Sociologie is de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in hun ontstaan,
voortbestaan en veranderen, en ook het sociale handelen van mensen in de interactie met deze patronen en
structuren
Vb: Als niemand naar de les zou gaan dan zou het schoolsysteem instorten, we (individu) moeten dus ook actief
de structuur bevestigen
- Verklaren in de sociologie = Het vaststellen van een statistisch verband + het begrijpen van dat verband
in termen van verwachtingen (hypothesen).
Dit doen we door het te leren denken volgens:
o Oorzaak/gevolg
o Onafhankelijke vs afhankelijke variabelen
o Antecedenten en Consequenten
, - Samenvattend van hoofdstuk 1 uit boek lezen
- Sociologie bestudeert de samenleving als een geordend geheel van sociale feiten, gekenmerkt door
regelmaat en routines, die zich situeren binnen een specifieke sociale ruimte en tijd.
Hoofdstuk 2:
De 4 tegengestelde krachten:
- Individu vs samenleving
- Samenleving mogelijkheden vs beperkingen
- Solidariteit (cohesie) vs strijd (conflict)
- Ongelijkheid vs gelijkheid
Het debat over nature versus nurture is overal aanwezig.
o Nature = genetisch overdraagbaar materiaal (erfelijk)
o Nurture = Opvoeding door maatschappelijke omgeving
Vb: Scholen hebben veel impact op je leven als individu, hoe komt deze verandering? Is het via Nurture of
Nature
Vb: Waarom doen jongens typische ‘jongens’ sporten en wat voor impact hebben die
2.1 Individu vs Samenleving
- Iedereen maakt deel uit van de samenleving, ook wie zich ervan wil losmaken.
- De mens is een Mangelwesen (=onvolmaakt wezen) (Gehlen): zonder sociale structuren (taal,
normen, instituties) kan hij niet overleven.
- Uittreden uit de samenleving kan slechts schijnbaar: denken en spreken zijn sociaal aangeleerd.
- Zelfs afzondering (bv. Robinson Crusoe, sociale terugtrekking) blijft sociaal bepaald.
- Individuen zijn actoren, maar altijd positioneel verbonden met collectieve actoren (organisaties,
netwerken, instituties).
Het individu kan niet los van de samenleving worden begrepen; individueel handelen is altijd sociaal
ingebed.
Actor-factor-dilemma: (=Individu-sociale structuren dilemma)
- Bottom up:
o Individu Samenleving
o = Actorperspectief
o = Samenleving wordt gezien als de som van alle individuen
- Top down:
o Samenleving Individu
o = Het gedrag van individuen wordt gevormd/ bepaald en begrensd door sociale structuren
Wij maken de samenleving, maar worden ook beïnvloed door de samenleving
2.2 De samenleving: Een vat vol mogelijkheden en beperkingen
Mogelijkheden:
Sofia zeker gebruiken!
Hoofdstuk 1:
Sociologie is de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in hun ontstaan,
voortbestaan en veranderen, en ook het sociale handelen van mensen in de interactie met deze patronen en
structuren
Metafoor van het spel
- De samenleving (het speelveld)
o Ook de samenleving is een geheel van posities (zoals de posities op het veld) en daarmee
gaan specifieke rollen gepaard
o We verwachten dat ze zich aan deze rollen houden die verbonden zijn aan hun
maatschappelijke positie
o Sociologen interesseren zich ook in de relatie tussen posities in termen van belangrijkheid en
status (bepaalde beroepen krijgen meer beloning).
- De mensen die handelen in de samenleving (spelers)
- De sociale spelregels (wetten)
o Wie deze overtreedt wordt gestraft → sancties
o Free-riders worden gestraft
- De hoofdrolspelers (‘sociale feiten’ – Durkheim)
o Sociale feiten zijn objectief, voorgegeven, extern aan het individu en dwingend bv. sociale
relaties tussen mensen, de patronen van solidariteit, de instituties en allerhande geschreven
(zoals wetten) en ongeschreven (bv. etiquette) regels
o Je hebt regels die neergeschreven zijn en regels die niet neergeschreven zijn, maar waar we
ons toch allemaal iets bij kunnen voorstellen (goed nabuurschap, klantgerichtheid,
collegialiteit…) = ‘fair play’ regels → ongeschreven wetten of goede gewoonten
Uitgang: Sociologen interesseren zich in de manier waarop spelers met de regels omgaan en hoe de regels zijn
ontstaan
Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog (C. Wright Mills, 1959)
= een levendig bewustzijn van de band tussen de ervaring (persoonlijk, dagdagelijkse) en de ruimere
samenleving (sociale afhankelijkheden)
o = individuen binnen sociale contexten
o = individuele keuzen en sociale afhankelijkheden samen kunnen denken
o = het vermogen om afstand te nemen van de actuele toestand en een alternatief standpunten
te nemen (verder) kijken dan de dagelijkse kijk van jou en ik op dingen)
o Individuele acties zijn gelinkt met sociale structuren, processen
o “Individuen construeren de samenleving en de samenleving construeert individuen”
o De dagelijkse werkelijkheid heeft betekenis, moet in haar sociale context worden geplaatst
o Kijken hoe iets tot stand komt, hoe het persoonlijke interageren met ‘het algemene’ (de
sociale context)
o Regelmatigheden en verbanden ontdekken
Vb: Koffie drinken:
- Kan traditie/ ritueel zijn
, - Symbolische waarde aannemen
- Kan gezien worden als drugs/ een nood aan anders niet presteren
- Kan gezien worden als een sociale activiteit
Culturele verschillen in betekenis + Sociale en economische verhoudingen: productie, export, handel…
Vb: Trouwen:
- Mensen trouwen niet met random mensen ze hebben dingen gemeenschappelijk:
o Hobbies
o Cultuur
o Diploma
o Vrienden
o Etc…
Je kan een sociologische bril opzetten over alle dingen in het dagelijkse leven denk aan: Eten, Sport, Kledij, …
Het sociale versus het individuele
In twee richtingen:
- Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke fenomenen:
o Weinig beweging, voedingsgewoonten, … obesitas epidemie, toegenomen
zorgnoden, betaalbaarheid
- Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
o Kantoorleven, prijs van (ongezonde) voeding, opvoeding, cultuurverschillen
Sociologische verbeelding: 3 componenten (Wright Mills)
- Geschiedenis: ontstaan en verandering samenleving?
o Industrialisatie
o Globalisering
o Secularisatie
o Digitalisering
Deze processen bepalen kansen, normen en problemen in een bepaalde tijd. Wat normaal is in één
periode, kan in een andere periode heel anders zijn.
- Biografie: welke is de levensloop van mensen als leden van samenlevingsverbanden?
o Iemands levensloop (opleiding, werk, gezin)
o Persoonlijke keuzes en ervaringen
o Sociale posities (zoals klasse, gender, etniciteit)
Mills benadrukt dat biografie niet losstaat van de samenleving. Wat iemand kan bereiken of
meemaakt, hangt sterk af van de tijd en plaats waarin hij of zij leeft.
- Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties, welke processen en mechanismen zorgen
voor de maatschappelijke orde?
o Onderwijs
o Economie
o Politiek
o Gezin
o Media
Ze bepalen regels, kansen en beperkingen en zorgen voor maatschappelijke orde (of ongelijkheid).
Conclusie: De sociologische verbeelding laat zien dat:
- Persoonlijke problemen vaak maatschappelijke oorzaken hebben
- Je pas echt begrijpt wat mensen meemaken als je geschiedenis, biografie en sociale structuren samen
bekijkt
, Voorbeeld van Mills:
Werkloosheid van één persoon = persoonlijk probleem
Massale werkloosheid = maatschappelijk probleem
De samenleving is niet natuurlijk of vaststaand ( contingent), maar ook niet zomaar willekeurig ( niet
arbitrair). Dit willen we als socioloog analyseren en verklaren
1.3 een stap verder
Persoonlijke drijfveren of sociale factoren:
- Echtscheiding of samenwonen:
o Er zijn meer scheidingen omdat sociale normen en instituties verander zijn, denk aan:
Religie
Economische zelfstandigheid
Normen rond gezin/ samenwonen
- Zelfdoding:
o Zelfdoding is sociaal verklaarbaar, niet enkel individueel
o Durkheim (grondlegger van de sociologie) kwam tot de conclusie dat er maatschappelijke
factoren gecoreeleerd zijn met zelfdoding:
Religie
Burgerlijke staat
Woonplaats
Militaire opleiding gedaan/ niet gedaan
Sociale integratie + desintegratie leidden tot meer zelfdoding
- Ziekte en dood:
o Dit zijn biologische factoren, maar kansen erop zijn sociaal gestructureerd
Sociale klasse:
Arbeidsomstandigheden
Woonomgeving
Kennissen
Toegang tot zorg
- Arbeid (ethos):
o Arbeid is een collectieve moraal, geen puur persoonlijke keuze:
Opvoeding
Diploma
Religie/moraal
Economische structuur van de maatschappij
Conclusie hoofdstuk 1:
Sociologie is de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in hun ontstaan,
voortbestaan en veranderen, en ook het sociale handelen van mensen in de interactie met deze patronen en
structuren
Vb: Als niemand naar de les zou gaan dan zou het schoolsysteem instorten, we (individu) moeten dus ook actief
de structuur bevestigen
- Verklaren in de sociologie = Het vaststellen van een statistisch verband + het begrijpen van dat verband
in termen van verwachtingen (hypothesen).
Dit doen we door het te leren denken volgens:
o Oorzaak/gevolg
o Onafhankelijke vs afhankelijke variabelen
o Antecedenten en Consequenten
, - Samenvattend van hoofdstuk 1 uit boek lezen
- Sociologie bestudeert de samenleving als een geordend geheel van sociale feiten, gekenmerkt door
regelmaat en routines, die zich situeren binnen een specifieke sociale ruimte en tijd.
Hoofdstuk 2:
De 4 tegengestelde krachten:
- Individu vs samenleving
- Samenleving mogelijkheden vs beperkingen
- Solidariteit (cohesie) vs strijd (conflict)
- Ongelijkheid vs gelijkheid
Het debat over nature versus nurture is overal aanwezig.
o Nature = genetisch overdraagbaar materiaal (erfelijk)
o Nurture = Opvoeding door maatschappelijke omgeving
Vb: Scholen hebben veel impact op je leven als individu, hoe komt deze verandering? Is het via Nurture of
Nature
Vb: Waarom doen jongens typische ‘jongens’ sporten en wat voor impact hebben die
2.1 Individu vs Samenleving
- Iedereen maakt deel uit van de samenleving, ook wie zich ervan wil losmaken.
- De mens is een Mangelwesen (=onvolmaakt wezen) (Gehlen): zonder sociale structuren (taal,
normen, instituties) kan hij niet overleven.
- Uittreden uit de samenleving kan slechts schijnbaar: denken en spreken zijn sociaal aangeleerd.
- Zelfs afzondering (bv. Robinson Crusoe, sociale terugtrekking) blijft sociaal bepaald.
- Individuen zijn actoren, maar altijd positioneel verbonden met collectieve actoren (organisaties,
netwerken, instituties).
Het individu kan niet los van de samenleving worden begrepen; individueel handelen is altijd sociaal
ingebed.
Actor-factor-dilemma: (=Individu-sociale structuren dilemma)
- Bottom up:
o Individu Samenleving
o = Actorperspectief
o = Samenleving wordt gezien als de som van alle individuen
- Top down:
o Samenleving Individu
o = Het gedrag van individuen wordt gevormd/ bepaald en begrensd door sociale structuren
Wij maken de samenleving, maar worden ook beïnvloed door de samenleving
2.2 De samenleving: Een vat vol mogelijkheden en beperkingen
Mogelijkheden: