• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 62 pagina's
Samenvatting

Inleiding tot de Wijsbegeerte Samenvatting

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 62 pagina's

Zeer volledige samenvatting van alle hoofdstukken: omvat powerpoint slides, mondelinge toelichting in de hoorcolleges én alle informatie uit het boek. Meteen geslaagd in eerste zittijd dankzij deze samenvatting (17/20).

Voorbeeld van de inhoud

HS 1: Wat is filosofie?
VOORWOORD: ONZEKERHEID KOESTEREN
wetenschappers zoeken naar antwoorden, maar niemand weet of ze ooit alles zullen weten
• we streven naar dit einddoel: een antwoord op alles
• we zijn misschien te snel verleid te denken dat we alles weten
o bevindingen van wetenschap zijn geen absolute zekerheid en kunnen na verloop van tijd
altijd weerlegd worden: we weten al veel, maar ook nog heel veel niet

men is in het leven op zoek naar zekerheid, maar heeft slechts onzekerheden
• taak van de filosoof: de mens leren hoe te leven zonder zekerheid, zonder verlamd te worden
door onzekerheid (Bertrand Russel) = onzekerheden opzoeken & verdragen

filosofie is een “stelsel van vele wegen die van nergens naar niets leiden” (Ambrose Bierce)
• er is geen sluitende definitie: filosofie is zeer veelzijdig en kent verschillende raakvlakken met
o.a. wetenschap en religie
o filosofie heeft niet één enkele essentie: geen kenmerken die voorkomen bij alle filosofen
en enkel bij filosofen
o geschiedenis van de filosofie als verklaring voor deze veelzijdigheid en ongrijpbaarheid

1. DRIE KENMERKEN
vraag: “hoe onderscheidt filosofie zich van andere aanverwante domeinen?”

(1) ATTITUDE
• filosofie = liefde voor (levens)wijsheid, verlangen naar meer weten
à MAAR alle mensen verlangen van nature naar wijsheid
à MAAR ook religieuze leiders, politici, wetenschappers, … kunnen levenswijs zijn
à DUS geen goede definitie: kenmerken zijn niet enkel typerend voor filosofen
• filosofie = kritisch zijn, kritisch denken (gewoontes, alledaagse zekerheden,
vanzelfsprekendheden, maar evenzeer details worden in twijfel getrokken)
o autoriteiten worden uitgedaagd & in twijfel getrokken: niet zomaar neerleggen bij
overgeleverde inzichten (is hetgeen wij zien, denken, zeggen, … wel de waarheid?)
§ autoriteit van personen (filosofen, politici, wetenschappers)
§ autoriteit van eigen vermogens (zintuigen, cognitieve vermogens)
- vb: Müller-Lyer illusie: zelfs na het rationeel opmeten, blijven onze ogen de even
lange lijnstukken als twee verschillende lengtes waarnemen -> onze zintuigen
bedriegen ons misschien vaker dan we denken (René Descartes)
o (!) kritiek is niet het einddoel; doel = openen van mogelijkheid dat de dingen anders
kunnen zijn, de mens moet zich niet zomaar neerleggen bij status quo1
à MAAR ook wetenschappers zijn ruimdenkend & rationeel
à DUS geen goede definitie: kenmerken zijn niet enkel typerend voor filosofen

(2) METHODOLOGIE

1. filosofen gebruiken hun eigen intuïtie (kent 2 betekenissen doorheen de tijd)
o 17e-18e E: kennis die op een onmiddellijke manier wordt verkregen, heldere en
welonderscheiden ideeën, ideeën die niemand zou betwijfelen (vb: volmaaktheid)



1
status quo: de bestaande toestand
1

, o 20e E: spontane overtuigingen die we in onze eigen geest aantre^en als we over een bep.
onderwerp nadenken, gezond verstand, moeilijk te veranderen ondanks overtuigend
bewijsmateriaal, subjectief (vb: het bestaan van God)
o intuïties zonder empirisch onderzoek = “fauteuilfilosofen”
§ delicaat, veel intuïties zijn erg variabel
§ filosofen springen hier vandaag voorzichtiger mee om
à MAAR ook wetenschappers vertrekken vanuit hun intuïtie
à DUS geen goede definitie: kenmerk is niet enkel typerend voor filosofen

2. filosofen doen aan conceptuele analyse
o ontrafelen & verbeteren van concepten die we in het dagelijks leven zonder na te denken
gebruiken (liefde, tijd, vrijheid, …)
§ vb: concept van psychiatrie en ‘ziek verklaren’: wanneer is iemand echt ziek? biologische
factoren of statistische afwijking tov de gemiddelde persoon of sociale oordelen of … ?
o voordeel: betere concepten leiden tot betere vragen leiden tot beter onderzoek
à MAAR ook wetenschappen maken gebruik van conceptuele analyse
à DUS geen goede definitie: kenmerk is niet enkel typerend voor filosofen

3. filosofen voeren gedachte-experimenten uit
o een instrument van de verbeelding, speelt zich volledig af in het laboratorium van de
menselijke geest, dat wordt gebruikt om nieuwe informatie over een thema te verkrijgen
zonder gebruik te maken van nieuwe empirische data
o voordeel: probleem verhelderen door visualisatie, ontwikkelen van argumenten
pro/contra een theorie, omzeilen van allerlei problemen (financieel, technologisch, …)
die zich in real-life experimenten zouden voordoen
§ vb: hersenen-in-een-vat-experiment: wat als onze hersenen zich eigenlijk op een andere
planeet bevinden waar een dolgedraaide wetenschapper allerlei signalen geeft
waardoor wij kunnen voelen, zien, denken, …? onze hersenen in dat vat beschikken niet
over vermogen om na te gaan of en wat de realiteit is -> ‘bewijs’ dat onze overtuigingen
geen fundamentele zekerheden zijn
à MAAR ook wetenschappen maken gebruik van gedachte-experimenten
à DUS geen goede definitie: kenmerk is niet enkel typerend voor filosofen
§ ontstaan experimentele filosofie: bouwt verder op empirische bevindingen,
wetenschap & filosofie hand in hand

(3) DOMEIN
filosofische problemen zijn abstract & eigenaardig, het zijn vragen die we ons in het dagelijks leven niet
hoeven te stellen
à MAAR ook wetenschappers stellen fundamentele vragen
à DUS geen goede definitie: kenmerk niet enkel typerend voor filosofen

BESLUIT
het gaat over de aard van vragen & problemen waar men zich mee bezighoudt
fundamentele vragen over het leven en alles daarrond
• sommigen beschouwen filosofie eerder als kunst dan als wetenschap
o voorliefde voor onbeantwoordbare vragen -> geen vooruitgang mogelijk
o steeds nieuwe manieren om oude problemen te beschrijven -> geen oplossingen
§ = verklaring voor afkeer van wetenschappers voor filosofie
à MAAR eigenlijk géén vooruitgang in wetenschappen, want ook wetenschappen bestaan
uit verschillende paradigma’s2 & onderzoeken die elkaar onderuithalen & tegenspreken
en eigenlijk niet met elkaar te vergelijken zijn (massa bij Newton vs massa bij Einstein)
want ze hebben weinig/niets gemeenschappelijk, ze volgen elkaar op zonder echt op
elkaar verder te bouwen, er is geen universele standaard (Thomas Kuhn)


2
paradigma: stelsel van afspraken die wetenschappers hanteren, fundamenteel model van waaruit men vertrekt
2

, paradigma’s zijn incommensurabel3: binnen een paradigma kan er wel sprake
§
zijn van vooruitgang maar tussen paradigma’s onderling niet omdat ze niet met
elkaar te vergelijken zijn
à MAAR eigenlijk wél vooruitgang in filosofie, want dankzij filosofie zijn nieuwe
wetenschappen ontstaan (vb: psychologie)

2. VIER DEELDOMEINEN
filosofie = academische discipline die 4 deeldomeinen bevat
MAAR ook vraag: “wat zijn die deeldomeinen?” niet eenvoudig te beantwoorden

(1) METAFYSICA
• bestudeert de aard & structuur van de wereld (waar natuurwetenschappers vaak geen sluitend
antwoord op vinden), het wezen van de werkelijkheid en wat daarachter zit (dus niet gewoon wat
we waarnemen), de problemen die voorbij de fysica liggen
• meeste metafysische vragen gaan over de betekenis van het bestaan: wat betekent het dat
iemand bestaat? op basis waarvan kunnen we zeggen dat iemand bestaat? bestaat enkel
materie of ook niet-materiële zaken?
• voorbeeld van metafysische kwestie: verhouding lichaam – geest (zijn wij meer dan ons brein?)
o materialistische/fysicalistische visie: alles is opgebouwd uit materie, ook ons brein
§ dus ook mentale toestanden als emoties, herinneringen, …
o dualistische visie: mentale toestanden zijn opgebouwd uit ‘geestesspul’
• voorbeeld van metafysische kwestie: bestaat wilsvrijheid?
o materialistische/fysicalistische visie: vrije wil bestaat niet (determinisme4): wij zijn ons
brein, bestaande uit fysisch spul en dus onderworpen aan deterministische wetten van
de fysica
§ probleem voor strafrechtsysteem dat gebaseerd is op de veronderstelling dat
mensen verantwoordelijk zijn voor hun daden als ze handelen uit vrije wil ->
mensen kunnen niet gestraft worden voor daden begaan onder dwang

(2) LOGICA
• gaat over de kunst van het correct redeneren & argumenteren
• groot deel gewijd aan het weerleggen van drogredenen
o vb: slippery slope redenering: als we vandaag A doen, zal vroeg of laat B gebeuren -> aangezien B
onwenselijk is, mogen we A ook niet doen
§ vaak gebruikt in ethische discussies omtrent euthanasie & homohuwelijk

(3) EPISTEMOLOGIE (KENNISLEER)
• bestudeert de aard, structuur en mogelijkheid van kennis
• op zoek naar reikwijdte & betekenis van kennis: wat kunnen we weten? hoe verwerven we
kennis? wat is zekere kennis? wat betekent het om overtuigd te zijn van iets?
o vb: hersenen-in-een-vat-experiment: of en in welke mate is het gerechtvaardigd te geloven dat
wat we weten waar is?

(4) MORAALFILOSOFIE (ETHIEK)
• gaat over morele plichten: zaken die we wel/niet moeten doen
• normatieve universum = verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen, geboden en
verboden (vb: belastingen betalen, grootouders bezoeken in rusthuis, op tijd gaan slapen, …)
o kunnen opgesplitst worden in esthetische, juridische, ethische kwesties
o ethische kwesties = deelverzameling van het normatieve universum

3
incommensurabel: onderling onmeetbaar, geen gemene maat hebbend
4
determinisme: alle gebeurtenissen & toestanden worden veroorzaakt door voorafgaande gebeurtenissen &
toestanden (geen probabilistische oorzaak, maar deterministisch: een oorzaak die ongetwijfeld een bep.
resultaat garandeert)
3

, § ook niet eenduidig te bepalen waarin het morele verschilt van andere
elementen: “een juridische wet is toch een weerspiegeling van onze moraal?” ->
“wat maakt een probleem dan precies tot een moreel probleem?”
§ voorbeelden van ethische thema’s: wat betekent het om het goede te doen? wat
is een goed leven leiden?

WETENSCHAPSFILOSOFIE
2 deeldomeinen:
• algemene wetenschapsfilosofie: fundamentele filosofische kwesties die verband houden met
wetenschap
o intrinsieke interesse in wetenschappen
o wat onderscheidt wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke kennis? wat
onderscheidt wetenschap van pseudowetenschap? zijn sommige wetenschappen meer
fundamenteel dan andere? zijn er wetten in alle wetenschappen?
• toegepaste wetenschapsfilosofie: filosofische vragen met betrekking op specifieke
wetenschappen (hersenwetenschappen, psychologie, seksuologie, …)
o instrumentele interesse in wetenschappen: kunnen onderzoeksresultaten van
wetenschap X nieuw licht werpen op filosofische problemen buiten wetenschap X?

veel wetenschappers komen hier niet overeen met filosofen: filosofie en wetenschappen zijn tov elkaar
‘irrelevant’ -> de twijfel van filosofen over fundamentele wetenschappelijke aspecten zet wetenschap
op wankele poten -> ongemak wetenschap

3. EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN DE WESTERSE FILOSOFIE
andere manier om filosofie een definitie te geven = kijken naar geschiedenis
• hedendaagse filosofen bouwen voort op oude filosofische begrippen, theorieën, …
• dus men kan eigenlijk iemand ‘filosoof’ noemen obv de mate waarin die zich bezighoudt met
filosofen (en hun ideeën) uit het verleden
o MAAR dit is een cirkelredenering5: we gaan er al vanuit dat we weten wat filosofie is, maar
mogen die personen wel werkelijk beschouwd worden als filosofen?

zeer grillige geschiedenis: voortdurend op de proef gesteld door andere disciplines (mythologie,
wetenschappen, theologie) -> moest zich steeds heruitvinden -> waardiger

ONTSTAAN IN HET OUDE GRIEKENLAND
• westerse filosofie ontstaat ca. 6e E v.C. in oude Griekenland tijdens bredere maatschappelijke
revolutie:
o koninkrijken werden stadstaten met eigen rechtspraak & bestuur
o wetten & waarden niet langer van bovenuit opgelegd, maar van hun goddelijke oorsprong
ontdaan en ter discussie gesteld tijdens publieke debatten
o gevoel van relativiteit door meer contact met vreemde culturen
à men gaat nadenken over de (ideale) samenleving en de betekenis van waarheid
• eerste (natuur)filosofen met gemeenschappelijk idee: zowel levende als levenloze natuur komt
voort uit één bep. ‘oerstof’, wilden kosmos begrijpen vanuit zijn eigen natuur (ipv uit
bovennatuurlijke interventies zoals voorgangers)
o Thales: alles bestaat uit water, aarde draait als vlot op kosmische zeeën
o Anaximander: ongedefinieerde substantie, aarde is een ton
o Anaximenes: lucht is oorsprong van alles, aarde zweeft op omringende luchtstromen




5
cirkelredenering: iets wat nog niet bewezen is wordt als correct beschouwd
4

,DE EERSTE PIEK: PLATO & ARISTOTELES
• Plato & Aristoteles legden belangrijkste fundamenten westerse filosofie
• beiden hadden ideeën & visies die elkaar tegenspraken: nog steeds discussiemateriaal van de
hedendaagse filosofie
o Plato: zintuiglijke wereld te veranderlijk om echte kennis te leveren, mogelijkheid tot
echte kennis veronderstelt het bestaan van een ideale wereld (ideeënwereld)
o Aristoteles: zintuiglijke wereld wel in staat om echte kennis te leveren
• ‘homoni universali’: gingen geen enkel thema uit de weg en brachten alle thema’s met elkaar
in verband in een groot systeem

DE DUISTERE PERIODE VAN DE MIDDELEEUWEN
• 313: christendom o^icieel erkend in Romeinse Rijk -> startschot van christelijke overheersing
van heel West-Europa
• middeleeuwse filosofen nauw verwant met christendom:
o aandacht voor band tussen filosofie – geloof
o uitklaren van begrippen, argumenten en theorieën die samenhingen met christendom
§ leidt tot tunnelvisie
o middeleeuwse filosofen baseren zich op Plato, want visie kwam overeen met ideologie
van christendom
§ ideeënwereld komt overeen met hemel
§ afkeer van zintuiglijke waarneming en lichaam
§ leer van Aristoteles pas in late middeleeuwen vertaald naar Latijn
• stap achteruit voor naturalistische filosofie:
o religieus gedachtegoed gebaseerd op openbaring: geloofsovertuigingen zijn niet het
resultaat van observatie, experimenten of intensief redeneren, maar van goddelijke
ingeving
§ terug naar niet-gefundeerde mythologisch karakter, men is opnieuw
overgeleverd aan autoriteit
§ men moet waarheid aanvaarden die hen overstijgt, die niet toegankelijk is voor
het menselijke verstand
§ paradox met basisattitude van de filosoof (kritisch & naturalistisch)
- filosofie draait niet om het vastklampen & bevestigen van een gegeven,
maar net over het in vraag stellen van dat gegeven
• middeleeuwse filosofen (Augustinus van Hippo, Thomas van Aquino) proberen bijgevolg de
tegenstelling tussen filosofie – geloof te verzachten
o enerzijds: veel geloofsovertuigingen kunnen wél bewezen worden met het verstand
§ vb: godsbewijzen
o anderzijds: geloofsovertuigingen kunnen (en moeten) het vertrekpunt vormen van verder
filosofisch onderzoek
o MAAR leidt opnieuw tot tunnelvisie: er is consensus dat geloof heel verblindend is en
zorgt voor intellectuele bescheidenheid6 -> moeilijk evenwicht tussen zuivere filosofie
– religie

DE MODERNE WETENSCHAP
• wetenschappelijke revolutie zorgt voor heropleving van naturalistische visie
o bovennatuurlijke thema’s verdwijnen naar de achtergrond
• veelzijdigheid van de mens als wetenschapper & als filosoof (Isaac Newton, René Descartes)
o enerzijds: oude filosofische problemen oplossen mbv revolutionaire wetenschappelijke
experimenten
o anderzijds: wetenschappen doen nieuwe filosofische problemen ontstaan


6
intellectuele bescheidenheid: geloof legt grenzen op aan het weten: sommige waarheden zijn ‘van
bovennatuurlijke origine’ en kunnen niet door het menselijke verstand begrepen worden, ze moeten worden
aanvaard
5

,• velen stellen de wetenschap boven de filosofie: “waar de wetenschap begint, eindigt de
filosofie”
o kern: wetenschappers tonen aan dat quarks de kleinste bouwstenen van het universum
zijn, niet water en lucht zoals filosofen verkondigden
o sciëntisme: de overtuiging dat (de methoden van) de natuurwetenschappen de enige
bron zijn van echte kennis over eender welk onderwerp
§ filosofie als overbodige bezigheid




6

, HS 2: René Descartes
INLEIDING
• Descartes = filosoof & wetenschapper uit 17e E
o wetenschappelijk: wiskunde, lichtbreking, weersverschijnselen
o vandaag vooral bekend als filosoof
• kind van de wetenschappelijke revolutie: bewondering voor wetenschap, maar minachting voor
toenmalige filosofie -> “zonder verstand praten over wat men niet weet”
• verdiepte zich vooral in epistemologie: trok in twijfel waarom mede-wetenschappers zo
makkelijk theorieën & wetten vonden, en onderzocht hoe het kwam dat ze zo zeker zijn van hun
stuk, en of dat wel terecht is

1. DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE
in de 17e E verandert de tijdsgeest door de opkomst van de natuurwetenschappen & de wiskunde: de
middeleeuwen worden definitief als voorbij beschouwd

BELANGRIJKE NAMEN

• Nicolaus Copernicus
o astronoom uit 16e E, beschouwd als stichter van wetenschappelijke revolutie
o heliocentrisme: vernieuwend idee dat de zon het middelpunt van het universum vormt
en de aarde rond de zon roteert, en niet andersom (geocentrisme)
§ probleem: traditionele geocentrisme had veel aanhangers
- empirische claim: obv eeuwenoude theorie Claudius Ptolemaeus1
- symbolische claim (voor Katholieke Kerk): alle gebeurtenissen in
universum gericht op de mens
§ idee: mens & aarde zijn slechts een fractie van oneindig groot universum
- tijdgenoten aanvaardden zijn berekeningen, maar niet het
heliocentrisme
• Johannes Kepler
o astronoom & wiskundige uit 17e E
o verdedigde heliocentrisme van Copernicus, maar bracht ook verschillende wijzigingen
aan in zijn theorie
§ de eerste wet van Kepler: planeten volgen geen cirkelvormige, maar
ellipsvormige baan rond de zon
- probleem: cirkel was heilig, stond symbool voor perfectie
• Galileo Galilei
o astronoom uit 17e E
o verdedigde heliocentrisme van Copernicus, bevestigde wetten van Kepler
o bouwde eerste telescoop -> ontdekte 4 manen van Jupiter, dus niet meer 7 maar 11
hemellichamen
§ probleem: ideologische vooroordelen owv heilig getal 7 (zevende dag is
christelijke sabbatdag)
- altijd al waren er 7 hemellichamen (zon, maan, 5 planeten), 11 heeft
geen enkele symbolische betekenis
• formuleerde traagheidswet:
§ ieder lichaam behoudt zijn bewegingstoestand (rust, voortbeweging)
§ een verandering in bewegingstoestand is te wijten aan een kracht die van
buitenaf inwerkt op het lichaam

1
Claudius Ptolemaeus: Grieks astronoom uit 2e E, bedenker van theorie van geocentrisme
1

, - probleem: onverenigbaar met traditionele visie dat een lichaam dat niet
‘bezield’ wordt, niet kan bewegen

MODERNISERING VAN HET WERELDBEELD

scholastiek2 kwam ten val door traagheidswet van Galilei, die beweert dat er geen mysterieuze bezieling
nodig is om voorwerpen & organismen te laten bewegen
• traagheidswet was katalysator in succes wetenschappelijke revolutie: men verving oude
doeloorzaken door moderne mechanische oorzaken
o doeloorzaak: oorzaak die in de toekomst ligt en tegelijk dienst doet als doel
§ alle artefacten3 hebben doeloorzaken: ze vervullen en bep. doel en dat doel is
tegelijkertijd de oorzaak van hun bestaan (vb: horloge)
- niet problematisch
§ antieke & middeleeuwse filosofen gingen stap verder: ook levende & levenloze
natuur verklaren mbv doeloorzaken (vb Aristoteles: voorwerpen streven ernaar
tot rust te komen op hun natuurlijke plaats, zoals een steen die op de grond valt)
- wel problematisch
• Thomas van Aquino
o filosoof uit 13e E
o vertegenwoordiger van de scholastiek (-> verzoening aristotelische filosofie4 en
christendom)
• mechanisering van het wereldbeeld = systematisch vervangen van doeloorzaken door
mechanische oorzaken
o mechanische oorzaak: oorzaak die eigen is aan bep. voorwerp en die voorafgaat aan de
beweging
§ universum bekeken als complex mechanisch uurwerk dat geen duistere
krachten nodig heeft om te blijven tikken

INVLOED OP DESCARTES

• afkeer van scholastiek, bewondering voor Galilei
o MAAR: angst om te worden geassocieerd met galileïsche gedachtegoed (was
veroordeeld voor ketterij door theorie van heliocentrisme)
• sterk gebaseerd op Galilei: heliocentrisme, mechanicisme (verklaringen geven aan
natuurfenomenen)
o maakt komaf met doeloorzakelijke theorieën van Aristoteles (waarneembare
eigenschappen van entiteiten worden herleid tot hun natuurlijke vorm)
• Descartes beschouwd als eerste filosoof voor wie wetenschappelijke revolutie dient als
vertrekpunt, vader van de moderne wijsbegeerte
o eerste filosoof die volledig nieuw filosofisch bouwwerk optrok obv wiskunde &
natuurwetenschappen

2. FILOSOFISCHE OMZWERVINGEN
• ging naar school in beroemd jezuïetencollege in Frankrijk
o wetenschappen, maar ook filosofie & theologie
o MAAR vnl. scholastieke gedachtegoed
• universiteitsjaren ook niet denderend
o hoge verwachtingen van familie om net zoals vader advocaat te worden

2
scholastiek: middeleeuwse filosofie met een sterk metafysisch karakter
3
artefacten: voorwerpen ontworpen door de mens
4
aristotelische filosofie kwam pas in late middeleeuwen boven, door late vertalingen in Latijn: zorgde voor
opspraak, want stemde niet overeen met platonische leer (die wel makkelijk te verzoenen was met christelijke
gedachtegoed)
2

, • ging op zoek naar kennis en rust: trekt de wereld rond
o Nederland = broeihaard van creativiteit (enige land in Europa met échte vrijheid van
denken)
§ werkt hier aan wetenschappelijk en filosofisch werk
- Le Monde (eerste werk, nooit gepubliceerd door veroordeling Galilei)
- Discours de la Méthode
- Méditations sur la Philosophie Première (zelfverzekerder)

3. DE KENNIS EN HAAR LOTGEVALLEN
• Descartes gaat op zoek naar wijsheid: vond dit niet in filosofie, wel in natuurwetenschappen
o maakte huidige filosofie met de grond gelijk en bouwde stap voor stap opnieuw op
volgens methoden & principes uit de wetenschappen (vnl. geometrie & meetkunde)
• ontwikkelde uit meetkunde een eigen methode met 4 regels:
1. neem niets aan dat niet vanzelfsprekend waar is, moet helder en onderscheiden zijn
2. deel een probleem op in verschillende onderdelen
3. begin met de meest eenvoudige onderdelen
4. wees grondig

ZEKERHEID ZOEKEN DOOR TWIJFEL

Descartes gaat op zoek naar een eerste onbetwijfelbare zekerheid als fundament voor meer zekerheden
• werkwijze = methodische twijfel: álles in twijfel trekken (ook eigen geliefkoosde overtuigingen)
o eenmaal allereerste zekerheid gevonden, vervolgens wiskundige methode toepassen
om andere zekerheden af te leiden

1) VERWOESTING

• zintuiglijke informatie is betwijfelbaar (≈ Plato, ideeënwereld)
o puur gebaseerd op eigen waarneming, maar wie zegt dat het ook echt zo is en dat we
niet aan het hallucineren zijn?
§ optische illusies & fata morgana’s als bewijs: wat we waarnemen, komt niet
overeen met de werkelijkheid, onze zintuigen bedriegen ons
§ dromen & hallucinaties als bewijs: we nemen iets waar zonder aanwijsbare
zintuiglijke stimulus, onze zintuigen bedriegen ons
o DUS: zintuigen fundamenteel onbetrouwbaar, kunnen geen zekerheid bieden
• ook meest fundamentele zaken zijn onbetrouwbaar
o malin génie: idee dat ons denken zelf (kennis niet gebaseerd op zintuiglijke informatie)
systematisch op een dwaalspoor wordt gezet door God of een ander kwaadaardig genie
§ misschien is 5 + 5 niet gelijk aan 10?
§ misschien zijn we slechts een brein in een vat?
o DUS: bestaande kennis fundamenteel onbetrouwbaar, kan geen zekerheid bieden

2) WEDEROPBOUW

A) EERSTE ZEKERHEID: IK BESTA (RES COGITANS)
slechts één idee bleef overeind: ik denk, dus ik ben (“cogito, ergo sum”)
• uitgangspunt: we bestaan zolang we denken5
o geen enkele malin génie kan mij wijsmaken dat ik niet besta
§ ik heb misschien geen lichaam, maar ik kan wel denken
§ je kan aan álles twijfelen, behalve aan het feit dát je twijfelt
- zelfs als je twijfelt aan je twijfel, twijfel je nog steeds


5
denken: ruime invulling, synoniem aan ervaren: twijfelen, begrijpen, willen, verbeelden, voelen, …
3

, - je kan niet niet denken
§ misschien is er helemaal niets waar van wat ik denk, maar dat ik denk is
onbetwijfelbaar
• eindpunt van Descartes’ twijfel, beginpunt van zoektocht naar verdere zekerheden
o helderheid van dit idee wordt verheven tot norm voor volgende zekerheden: intuïties die
tot nieuwe ideeën leiden moeten helder en onderscheiden zijn
§ helder: idee is intuïtief zeker, zo vanzelfsprekend dat het geen twijfel toelaat
(idee dringt zich op aan onze geest zoals 5+5=10)
§ onderscheiden: intuïtie is duidelijk onderscheiden van eender welke andere
bewustzijnsinhoud

B) TWEEDE ZEKERHEID: GOD BESTAAT
zijn er nog dergelijke intuïties in ons denken? nieuwe intuïtie: idee van volmaaktheid
• uitgangspunt: principe van oorzakelijkheid
o alles heeft een oorzaak en die oorzaak moet minstens even groot zijn als het gevolg
o wat is de oorzaak van het idee van volmaaktheid?
§ niet ons denken (is zelf onvolmaakt)
§ wel de volmaaktheid zelf
- alleen de volmaaktheid zelf is groot genoeg om het idee van
volmaaktheid te kunnen veroorzaken
- DUS: als het idee van volmaaktheid in ons denken rondzweeft, dan leert
het principe van oorzakelijkheid dat de volmaaktheid zelf ook moet
bestaan
• beweert maw dat God bestaat

C) DERDE ZEKERHEID: DE BUITENWERELD BESTAAT (RES EXTENSA)
het bestaan van God herstelt de schade die werd veroorzaakt door de twijfel
• uitgangspunt: God is volmaakt -> God is goed -> God handelt niet als een malin génie
o God zou nooit toelaten dat onze gedachten op een dwaalspoor worden gebracht
§ we hoeven nu niet langer te twijfelen aan zekerheden uit wiskunde
§ we kunnen nu (deels) vertrouwen op onze zintuigen: de buitenwereld is de
oorzaak van onze indrukken (ontkrachting van brein-in-een-vat hypothese)
- want we hebben een sterke neiging te denken dat dit zo is en het zou in
tegenspraak zijn met Gods goedheid dat hij ons zou uitrusten met zo’n
krachtige neiging, als die neiging niet klopt
• MAAR: Descartes beweert niet dat buitenwereld ook enectief is zoals we denken dat ze is, we
mogen enkel aannemen dat er iets aan onze ervaring van de buitenwereld beantwoordt, maar
niet wat precies
o als we essentie van de buitenwereld willen vatten, moeten we ons beroepen op
wiskunde & natuurwetenschappen (de ‘echte’ fundamenten) en niet op zintuigen
§ vb: bijenwas
- zintuigen: ruikt naar bloemen, smaakt naar honing, kleur & vorm
è maar als we het voor vuur leggen verandert dat helemaal
è onze zintuigen geven ons niet alle informatie op voorhand
è zintuigen bevestigen het bestaan van de mens, maar niet per se
het bestaan van de was
- begrijpen via wiskundige concepten: omvang, beweging, …
o kennis van dingen buiten mij moet ontstaan door de geest, en niet door de zintuigen

WERELD VAN DESCARTES VS WERKELIJKHEID VAN ANTIEKE FILOSOFEN

• vroeger: wereld als organisch geheel, met verschillende hiërarchische niveaus (onder- en
bovenmaanse), waarbij ieder organisme streeft naar het vervolmaken van zijn natuur
• Descartes: kille en zakelijke wereld, wereld is geen organisme meer maar een machine

4

Documentinformatie

Geüpload op
17 september 2026
Aantal pagina's
62
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€8,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
alyssaheyns1
4,0
(2)
Verkocht
10
Volgers
2
Items
24
Laatst verkocht
5 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen