Deel 1: De internationale economie in vogelvlucht
Hoofdstuk 1: Introductie tot internationale economie
1. Waar gaat internationale economie over?
Internationale economie = de interactie tussen landen door handel in goederen en diensten, kapitaalstromen en
investeringen en de wisselwerking tussen deze factoren.
Het is een oud onderwerp maar de continue groei van de wereldhandel maakt internationale economie steeds
belangrijker.
De link tussen internationale handel en BBP/economische groei
→ Landen worden steeds meer afhankelijk van de internationale context en verliezen hun economische
onafhankelijkheid.
Internationale handel gaat ook altijd over input en output:
● Input van het productieproces zijn de productiefactoren arbeid (L) en kapitaal (K)
● Output zijn goederen en diensten
○ Exportbedrijven kopen intermediaire goederen (=tussenproducten) en diensten bij niet-
exportbedrijven
○ Intermediaire goederen → iets wat België heel veel maakt en exporteert maar hier niet
assembleert tot een product
○ Alle massa productie laten maken in lageloonlanden
○ Uitzonderlijke dingen worden nog wel in België gemaakt (bv schoenen maat 50)
● K, L, goederen en diensten gaan over de grenzen m.a.w. ze zijn mobiel
○ Internationale handel
○ Internationale factor migratie: verplaatsing van kapitaal en arbeid
○ Kapitaal: BDI’s = Buitenlands Directe Investeringen = FDI’s = foreign direct investments
○ Arbeid: geschoolde en ongeschoolde arbeid Internationale economie heeft ook politieke
gevolgen.
1.1 Verklaring globaliseringspatroon
Soorten handels- en investeringspatroon
Welvaartswinst & welvaartsverdeling van globalisering?
→ Winnaars maar ook verliezers. De verliezers gaan zich meestal verenigen en/of zich afzetten tegen
internationale handel.
Internationaal handelsbeleid: over tarieven, … Handelspatronen: Wie verkoopt aan wie?
→ Klimaat en grondstoffen zijn soms determinerend.
- De grondstoffen zijn heel eenduidig omdat ze meestal maar van 1 land afkomstig zijn. (bv koper komt uit
Chili, olie komt uit Soedi-Arabië, koffie komt uit Brazilië. Het klimaat heeft een determinerende invloed.
→ In afgewerkte en intermediaire producten en diensten is het patroon minder duidelijk
- Dit kan niet toegebracht worden aan 1 enkel land. Sommige landen hebben een voorsprong hierin,
, anderen niet. Dit is niet terug te brengen naar determinerende factoren.
Twee types van handel:
1. Interindustry trade / handel steunt op verschillen tussen landen (bv kledij komt uit China maar bij ons is er
geen productie van kledij dus er is een verschil in producten van landen)
2. Intraindustry trade / handel gebeurt tussen meer homogene landen: zelfde producten die men van
verschillende landen haalt om zo meer keuze en variatie te hebben (bv wij kopen Italiaanse wijn en Franse
wijn)
→ deze primeert omdat landen met dezelfde structuur …
1.2 Verklaring van grootte van de handel
• Regeringen proberen bepaalde sectoren af te schermen van de wereldeconomie (bv in België
vroeger de staalindustrie en de mijnbouw)
• Quota, exportsubsidies, tarieven, reglementen,…
• Debat hebben over kosten en baten van protectionisme
• Afname transportkosten
• Onderdeel mondiale productieketen (transit)
• Lange versus korte termijn doelstellingen
• Internationale instellingen
• IMF, GATT,…
• Handelsbeleid in diverse regio’
• ZO-Azië, historische evolutie,…
Belangrijke:
Verschillen in klimaat en grondstoffen kunnen verklaren waarom Brazilië koffie en Koeweit olie exporteert.
• Maar waarom exporteert Japan auto’s en produceren wij vliegtuigen in Europa?
Verschillen in arbeidsproductiviteit kunnen bepaalde patronen verklaren.
• Het relatieve gebruik van het aanwezig kapitaal, arbeid en land in de productie van goederen en
diensten kan de export van bepaalde producten verklaren.
• Als de loonkost hoog is zoals in België zijn bedrijven vaker kapitaalintensief. In landen met lage
loonkosten, zijn bedrijven vaker arbeidsintensief.
• Arbeids- of kapitaalintensief heeft ook gevolgen bij de productie zelf. Intra industrie primeert
• Waarde ligt tussen 0 en 1 hoeveel handel er is in deze goederen.
• Toename van de waarden maar verhouding is het hetzelfde.
• Intermediaire goederen hebben een grote intraindustrie-impact en hun aandeel erin blijft stijgen.
Afrika wordt gebruikt voor de grondstoffen. Afrika gaat de grondstoffen exporteren met VS, Europa en Azië.
Hier is vooral primaire industrie. Wij proberen de mensenrechten hier op te leggen. Veel landen in Sub-Afrika
hebben dictatoriale regimes. China hecht hier niet veel belang aan want het heeft zelf problemen met
persvrijheid. De dictatoriale regimes richten zich dus meer op de relatie met China om zo te verhinderen te
, Intra industrie primeert
Primary goods zijn grondstoffen
Marshall plan → Europa opbouwen na WOII
Internet heeft voor zeer snelle economische
groei gezorgd over heel de wereld →
digitalisering jaren ’90
→ We zijn zeer energie afhankelijk, duidelijk geworden door inval
in Oekraïne
China neemt de grondstoffen van Afrika over
terwijl Europa dit vroeger deed
Ze bouwen wegen vanaf mijnen in Afrika naar
havens om zo het transport makkelijker te
laten verlopen.
EU kent mensenrechten, China niet