EXAMENGERICHTE STUDIEWIJZER
Psychodiagnostiek 3 SPP
Les 1 — van intake tot hypothesetoetsing
━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━
Academiejaar 2025–2026
Docent: Leen Lietaert
DOEL VAN DIT DOCUMENT
Niet alleen reproduceren, maar redeneren zoals op het examen: begrippen correct definiëren, informatie uit
een casus selecteren, verbanden motiveren en tegenevidentie meenemen.
KERNWOORDEN
procesmodel • intake • OS/OLS • KOP • ICF
VIB • hypothesen • betrouwbare toetsing
Psychodiagnostiek 3 SPP • p. 1
, PSD3 SPP | LES 1 | EXAMENSAMENVATTING
START HIER
1. Wat verwacht het examen?
Onderdeel Wat dit betekent voor je studie
Vorm Schriftelijk examen op 20 punten; gesloten boek; januari- en augustusperiode.
Vraagtype Inzichts- en toepassingsvragen. Meestal pas je theorie toe op een concrete casus.
Wat telt Correct begrip + relevante casusgegevens + gemotiveerd oordeel + eventuele verbetering.
Voorwaarde De leerstof van PSD1 en PSD2, inclusief de tekst over het psychodiagnostisch procesmodel,
wordt verondersteld gekend.
De vaste antwoordstructuur
Benoem het juiste concept, de fase of het criterium.
Definieer het kort en precies in vaktaal.
Koppel één of meer concrete gegevens uit de casus aan de theorie.
Beoordeel wat goed, onvoldoende of nog onzeker is en motiveer waarom.
Verbeter of nuanceer met een alternatief, bijkomende vraag, methode, informant of
tegenevidentie.
EXAMENTIP
Schrijf nooit alleen “dit is goed/fout”. Gebruik de formule: theorie → casusbewijs → besluit →
verbetering/nuance.
Prioriteiten bij het studeren
Zeer hoog: de 9 uitgangspunten toepassen; KOP en VIB opstellen; hypothesen formuleren en
beoordelen; betrouwbare toetsing.
Hoog: onderscheid hypothesevrij/hypothesegestuurd; OS/OLS analyseren; procesfasen
herkennen.
Ondersteunend: ICF, Bronfenbrenner, voor- en nadelen van diagnostiek bij kinderen.
Psychodiagnostiek 3 SPP • p. 2
, PSD3 SPP | LES 1 | EXAMENSAMENVATTING
KADER
2. Diagnostiek binnen SPP
Een psychologisch consulent wisselt voortdurend tussen twee rollen: psychodiagnosticus en
psychologisch dienstverlener. Diagnostiek en begeleiding beïnvloeden elkaar dus continu. De consulent
vormt vaak een schakel in een multidisciplinair team, met de cliënt centraal.
Doelen
Problemen en krachten van de cliënt en zijn context begrijpen.
Een bruikbaar en onderbouwd advies formuleren.
De begeleiding afstemmen op wat deze cliënt in deze context nodig heeft.
De 9 uitgangspunten van het psychodiagnostisch procesmodel
# Uitgangspunt Herkenning in een casus
1 Scientist-practitioner Beslissingen steunen op wetenschappelijke kennis én professionele praktijkgegevens.
2 Optimale afstemming op cliënt Taal, tempo, methoden en communicatie passen bij leeftijd, mogelijkheden en hulpvraag.
3 Interventiegericht denken en Onderzoek is gericht op wat helpt; geen diagnostiek om het label alleen.
handelen
4 Systematisch werken Fasen, hypotheses, methoden, besluiten en verslaggeving zijn navolgbaar.
5 Transactioneel referentiekader Gedrag ontstaat in wederzijdse beïnvloeding tussen persoon en context.
6 Constructief samenwerken Cliënt en omgeving zijn partners; hun visie wordt actief betrokken.
7 Fair en cultuurbewust Instrumenten en interpretaties houden rekening met taal, cultuur en kansenongelijkheid.
8 Positieve kenmerken benutten Krachten en protectieve factoren worden onderzocht én versterkt.
9 Deontologisch handelen Privacy, toestemming, competentie, transparantie en proportionaliteit worden bewaakt.
TYPISCHE EXAMENVRAAG
Beoordeel een casus op de 9 uitgangspunten: wat wordt al goed toegepast, wat ontbreekt en hoe zou je dit
concreet verbeteren?
PROCES
3. Psychodiagnostisch procesmodel
Het procesmodel bevat twee parallelle sporen: diagnostisch handelen (wat je doet) en diagnostisch
denken (hoe je informatie ordent, hypothesen vormt en besluiten neemt). Terugkoppeling en
herneming zijn mogelijk; het proces is dus niet strikt lineair.
Psychodiagnostiek 3 SPP • p. 3