Examengerichte
samenvatting
Vragenlijsten en observatieschalen voor kinderen en jongeren
met gedrags- en emotionele moeilijkheden
Gebaseerd op de brochure van PDC Thomas More en CAP vzw - uitgave 2016
FOCUS
instrumentkeuze • normen • psychometrie • casustoepassing
,EXAMENGERICHTE SAMENVATTING | GEDRAG EN EMOTIE
Zo gebruik je deze samenvatting
EXAMENKERN Leer niet alleen namen van tests. Je moet vooral kunnen uitleggen waarom een instrument
bij een bepaalde hulpvraag, leeftijd, informant en context past - en welke beperking de interpretatie
begrenst.
Zes vragen die je bij elk instrument moet kunnen beantwoorden
Wat is de meetpretentie: wat probeert het instrument precies te meten?
Wie vult het in: kind/jongere, ouder, leerkracht of meerdere informanten?
Voor welke leeftijd en setting is het bedoeld?
Hoe is het opgebouwd: aantal items, schalen, antwoordvorm en scoring?
Welke normgroep wordt gebruikt en past die bij deze cliënt?
Wat zijn de sterkste psychometrische eigenschap en de belangrijkste beperking?
Drie rode draden
Screening is geen diagnose. Een verhoogde score signaleert risico of ernst en moet worden
geïntegreerd met andere gegevens.
Normen zijn contextgebonden. Leeftijd, geslacht, informant, land/regio, onderwijstype en
afnamedatum kunnen de interpretatie veranderen.
Verschillen tussen informanten zijn informatie. Ouder, leerkracht en jongere zien gedrag in andere
contexten en vanuit een ander perspectief.
Inhoud
1. Plaats van vragenlijsten in het psychodiagnostisch proces
2. Een geschikt instrument zoeken en selecteren
3. De brochure en CAP-code correct lezen
4. Overzicht van domeinen en instrumenten
5. Uitgewerkte examenfiches per instrument
6. Belangrijkste vergelijkingen en casuskeuzes
7. Valkuilen bij interpretatie
Pagina 2
, EXAMENGERICHTE SAMENVATTING | GEDRAG EN EMOTIE
8. Oefenvragen met modelantwoorden
1. Plaats in het psychodiagnostisch proces
Vragenlijsten en observatieschalen kunnen in verschillende fasen van het psychodiagnostisch proces
worden ingezet. De brochure benadrukt twee functies: exploratief gebruik en hypothesetoetsend
gebruik.
Exploratief gebruik
Een instrument wordt exploratief gebruikt wanneer de diagnosticus breed wil nagaan of er klachten of
sterke kanten aanwezig zijn die tijdens de eerste gesprekken nog niet aan bod kwamen. De test helpt
het klachtenbeeld te verbreden en levert aanwijzingen voor nieuwe hypothesen.
Hypothesetoetsend gebruik
Bij hypothesetoetsend gebruik ligt vooraf een onderkennende hypothese vast. Voor de afname
formuleert de diagnosticus een toetsingscriterium, bijvoorbeeld: 'De schaal Aandachtsproblemen zal
klinisch verhoogd zijn.' Na afname en scoring wordt nagegaan of die voorspelling wordt bevestigd. De
hypothese wordt vervolgens bevestigd, weerlegd of bijgesteld. Als de hypothese nog niet betrouwbaar
is getoetst, volgt aanvullend onderzoek.
FORMULE VOOR EEN EXAMENANTWOORD hypothese -> instrument en informant kiezen -> vooraf
toetsingscriterium bepalen -> afnemen en scoren -> resultaat vergelijken met criterium -> hypothese
bevestigen, weerleggen of bijstellen -> integreren met andere bronnen.
Waarom één vragenlijst nooit volstaat
Een vragenlijst meet meestal gedrag of beleving via een informant en is dus gevoelig voor context
en perceptie.
Een screeningsinstrument geeft een waarschijnlijkheid of ernstindicatie, geen etiologische
verklaring en geen diagnose.
Betrouwbare besluitvorming vraagt convergerende evidentie uit gesprek, observatie, dossier,
vragenlijsten en eventueel andere tests.
Discrepanties moeten worden onderzocht: ze kunnen wijzen op echte contextverschillen,
verschillende verwachtingen of vertekening.
Pagina 3