INLEIDING:
1§ het wettelijk kader van het verbintenissenrecht (niet kennen)
A. Oud en nieuw verbintenissenrecht
Boek 5 van het BW is de centrale plaats van het verbintenissenrecht
= een nieuwe versie van het verouderde Napoleontisch BW
Rechtspraak en rechtsleer hebben er wel voor gezorgd dat het recht
nog evolueerde
Het Burgerlijk Wetboek, uitgetekend in de wet van 13 april 2019 en
gewijzigd bij wet van 28 april 2022:
- Boek 1: algemene bepalingen (inw. 1 januari 2023)
- Boek 2: personen-, familie- en relatievermogensrecht (inw. 1 juli 2022)
- Boek 3: goederen (inw. 1 september 2021)
- Boek 4: nalatenschappen, schenkingen en testamenten (inw. 1 juli
2022)
- Boek 5: verbintenissen (inw. 1 januari 2023)
- Boek 6: buitencontractuele aansprakelijkheid (inw. 1 januari 2025)
- Boek 7: bijzondere contracten
- Boek 8: bewijs
- Boek 9: zekerheden
- Boek 10: verjaring
MAAR het oude BW blijft gelden naast het (nieuwe) BW:
De nieuwe wetteksten gelden enkel voor de rechtsfeiten NA 1 januari
2023
(ook als ze erna intreden maar voortvloeien uit oude rechtsfeiten of
betrekking hebben op oude verbintenissen zijn onderworpen aan het oude
BW)
Verbintenissenrecht + goederenrecht hoort tot vermogensrecht
Breed domein van privaatrecht
Mr verbintenissenrecht heeft ook verschillende raakvlakken met het
publiekrecht
De hervorming van boek 5 is gestuurd door drie krachtlijnen:
1. Het herstellen van de rechtszekerheid
2. Het versterken van de toegankelijkheid
3. Het creëren van een nieuw evenwicht
,2§ de (vermogensrechtelijke) verbintenis (LB1, nrs. 4-18) (vanaf
hier leerstof)
A. Definitie
Art. 5.1. Verbintenis
Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser
van een schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een
prestatie mag eisen.
Tussen 2 personen + kan naar de rechter gaan (als het nodig is)
Art. 5.2. Natuurlijke verbintenis
De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet
kan worden afgedwongen.
Restitutie is niet mogelijk voor een natuurlijke verbintenis die zonder
vergissing of dwang werd nagekomen.
De erkenning, zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke
verbintenis doet een verbintenis ontstaan.
Kan niet naar de rechter gaan
analyse van de (vermogensrechtelijke of juridische) verbintenis
= rechtsband tussen 2 of méér personen (minstens één SE en één SA)
- door de wet erkend (zie bronnen: art. 5.3)
- ontstaan uit een menselijk handelen of uit de wet
menselijk handelen = een rechtshandeling = bewust om
rechtsgevolgen te beogen en met als doel u te verbinden
de wet = als je die onrechtmatige daad begaat moet je dat
vergoeden v/d wet
zodat de SE jegens de SA aanspraken/eisen kan doen gelden
die in geld waardeerbaar zijn + die juridisch en, zo nodig in
rechte, afdwingbaar z
MAAR in praktijk is vaker: elke partij SE én SA = wnnr meerdere
verbintenissen ontstaan
bv. wederkerig contract, zoals koop, huur (vooral bij wederkerige
contracten)
Verkoper is SE van betalingsverbintenis én is SA van
leveringsverbintenis
verhuurder eist betaling en huurder eist rust en genot (beiden zijn SE)
,Wederkerige verbintenissen = wederzijds én
samenhangend
Bij eenzijdige rechtshandeling: bv. belofte doet ook een verbintenis
ontstaan die kan afgedwongen worden MAAR kan ook eenzijdig RH sluiten
zonder het te willen = declaratieve/ abdicatieve rechtshandeling bv. een
contract opzeggen, aftreden als Paus
B. Kenmerken
Kenmerk 1: rechtsband tussen personen
Verschil tss. vorderingsrecht en zakelijk recht: te relativeren
1. Intern bekeken:
Verbintenis/ persoonlijk recht = altijd een verhouding tussen 2 (of
meer) personen
SE heeft aanspraak op een gedraging/prestatie van SA
Zakelijk recht = verhouding tussen een persoon en een goed
(art. 3.8, §1 BW + art. 3.3 BW)
titularis heeft zeggenschap over een zaak/goed
Relativeer want bv. huurder heeft ook relatie tot het goed (hij moet het
onderhouden)
2. Extern bekeken:
= probleem van “derdenwerking” of “tegenwerpelijkheid”
Moeten buitenstaanders rekening houden met een vorderingsrecht en een
zakelijk recht?
Zakelijke rechten = geldt erga omnes + limitatief opgesomd in art. 3.3
BW
dus ja, het moet door iedereen geëerbiedigd worden (vaak mits
publiciteit)
Verbintenis = de aanspraken die zijn enkel tussen SE & SA dus de
aanspraken zijn relatief MAAR haar bestaan als rechtsfeit in het
rechtsverkeer moet wel gerespecteerd worden
Aanspraken werken ‘relatief’: enkel SE kan afdwingen; enkel SA is
iets verschuldigd
Bestaan als Rfeit is ‘tegenwerpelijk’ aan 3en en kan door 3en
ingeroepen worden (meestal zonder publiciteit)
, dus hier vergelijkbaar met zakel.R.: derden moeten verbintenis
respecteren als feit
Ook zo voor contracten (bv. Cass. 4 oktober 2010, zie voetn. 59)
Voorbeeld: Iemand die kennis heeft van die
alleenafname-afspraak kan B niet aanspreken en
proberen te overtuigen om toch bij hem te kopen
Je kan een onrechtmatige daad plegen:
je handelt niet als een normaal, voorzichtig
persoon (tenzij je onwetend was)
= derde medeplichtigheid aan contractbreuk
Kenmerk 2: bronnen
Art. 5.3. Bronnen van verbintenissen en draagwijdte van de
bepalingen
Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk
contract, uit de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.
De bepalingen van dit boek zijn van aanvullend recht tenzij uit de tekst of
de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter van
dwingend recht of van openbare orde hebben.
II. Wettelijk kader van het verbintenissenrecht
Boek 5. Verbintenissen
Titel 1. Inleidende bepalingen (art. 5.1-5.3)
Titel 2. Bronnen van verbintenissen (art. 5.4-5.137):
Rechtshandelingen en Rechtsfeiten (Quasi-contracten en verwijzing
naar Boek 6)
Rechtshandelingen: Contract of Eenzijdige rechtshandeling
Verbintenissen ontstaan dus uit:
Rechtshandelingen = menselijk gedrag dat rechtsgevolgen beoogt:
- twee- of meerzijdige Rh. (art. 5.69 BW), bv. co. AstraZeneca, het Weens
koopverdrag
- eenzijdige Rh. (art. 5.125, lid 2 BW) bv. belofte van Gemeente aan kurk-
artiest
een aanbod is bindend
wet geeft obligatoire kracht aan gedragingen van personen (dan
ontstaat er een verbintenis uit die bepaalde gedragingen)